Stichting Houtense Hodoniemen

Onderzoekt straatnamen, boerderijen, onroerend goed en adellijke families in Houten en omgeving

Familie Bosch van Drakestein (Van Nieuw-Amelisweerd)

Familiewapen Bosch van Drakestein. Bron: Wikipedia.Familiewapen Bosch van Drakestein. Bron: Wikipedia.


 

Naambetekenis

Kasteel Drakestein in 1959, gelegen in de Lage Vuursche. Bron: Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en Wikipedia.nl (Drakestein).Kasteel Drakestein in 1959, gelegen in de Lage Vuursche. Bron: Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en Wikipedia.nl (Drakestein).




Bos(ch) met bomen begroeid terrein; = woud.

Bron: VanDale.nl.

Bos(ch) een bundel, woud. In het Middelnederlands: buschbusk. In het Middeleeuws Latijns Bocus en de Romeinse vormen als Frans bois stammen uit het Germaans van een indogermaans basis  met de betekenis ‘zwellen’, waarvan ook het woord ‘boos’ komt. 


Het originele wapen van familie Bosch van Drakestein in zwart-wit. De wapenspreuk van de familie is 'Virtute et Labore', dat is het Latijns voor 'door deugd en arbeid'. Bron: Het Utrechts Archief 635 39.Het originele wapen van familie Bosch van Drakestein in zwart-wit. De wapenspreuk van de familie is 'Virtute et Labore', dat is het Latijns voor 'door deugd en arbeid'. Bron: Het Utrechts Archief 635 39.



Bron: ETYMOLOGISCH WOORDENBOEK, Van Dale, 1993.

Drakensteyn (ook wel DrakesteinDrakenstein of Drakensteijn) is een kasteel en landgoed gelegen nabij Lage Vuursche, in de gemeente Baarn.

De oude geschiedenis van Drakensteyn is nauw Fverbonden met die van ridderhofstad Drakenburg bij Baarn, die in de negentiende eeuw is afgebroken. In 1360 is voor het eerst geschreven over een hofstede Drakesteyn, die in 1385 aan Frederik van Drakenburg werd beleend.




In 1634 werd Ernst van Reede de eigenaar van hofstede Drakensteyn. Zijn zoon Gerard liet in 1640 een nieuw, volledig symmetrisch achthoekig huis bouwen, mogelijk naar een ontwerp van Jacob van Campen.


Detail van een kaart uit 1619, opgemaakt in het kader van een grenscorrectie tussen Holland en Utrecht, met de ronde heuvel die als grensmarkering diende. Rechts daarvan de toendertijd als boerderij gebruikte 'Waraers hofste'. Het huis Drakestein en het dorp Lage Vuursche moesten nog worden gebouwd. Bron: Nationaal Archief te Den Haag, VTH, 2582 (detail).Detail van een kaart uit 1619, opgemaakt in het kader van een grenscorrectie tussen Holland en Utrecht, met de ronde heuvel die als grensmarkering diende. Rechts daarvan de toendertijd als boerderij gebruikte 'Waraers hofste'. Het huis Drakestein en het dorp Lage Vuursche moesten nog worden gebouwd. Bron: Nationaal Archief te Den Haag, VTH, 2582 (detail).



Het huis werd erkend als ridderhofstad en Gerard werd ridder. In die dagen werd ook het dorp Lage Vuursche gebouwd. Ridder Gerard liet een kerk bouwen met een pastorie, een school, een molen en een herberg.


Luchtfoto uit mei 2016 vanuit het zuiden gezien op kasteel Drakestein met rechts het kasteel en links de stal- en bijgebouwen. Op het dak wappert de oranje vlag als teken dat prinses Beatrix der Nederlanden die dag thuis aanwezig was. Foto: Slagboom en Peeters Luchtfotografie B.V.Luchtfoto uit mei 2016 vanuit het zuiden gezien op kasteel Drakestein met rechts het kasteel en links de stal- en bijgebouwen. Op het dak wappert de oranje vlag als teken dat prinses Beatrix der Nederlanden die dag thuis aanwezig was. Foto: Slagboom en Peeters Luchtfotografie B.V.



Een draak is een groot mythisch wezen met een slangachtig of anderszins reptielachtig lichaam. De draak speelt wereldwijd een rol in mythologieën. Het geloof in deze wezens ontstond mogelijk door de geringe kennis, die oude culturen bezaten van de gigantische, prehistorische, 'draakachtige' reptielen. Het woord "draak" is afgeleid van het Griekse δράκων (drakōn), waarmee oorspronkelijk elk soort serpent werd aangeduid. Welke vorm de draak in de mythologie later ook aannam, hij bleef in essentie een slang.

Bron: Wikipedia.nl (Drakestein).


Luchtfoto uit mei 2016 vanuit het noorden gezien op kasteel Drakestein met links het kasteel en rechts de stal- en bijgebouwen. Op het dak wappert de oranje vlag als teken dat prinses Beatrix der Nederlanden die dag thuis aanwezig was. Foto: Slagboom en Peeters Luchtfotografie B.V.Luchtfoto uit mei 2016 vanuit het noorden gezien op kasteel Drakestein met links het kasteel en rechts de stal- en bijgebouwen. Op het dak wappert de oranje vlag als teken dat prinses Beatrix der Nederlanden die dag thuis aanwezig was. Foto: Slagboom en Peeters Luchtfotografie B.V.



Draak (fabelachtig monster) Middelnederlands: drake. Latijns: draco wat de betekenis heeft slang of draak. Een slang wordt in het Nieuwe Testament beschreven als ‘van de duivel’, wat ook een veldteken is. Het woord slang is verwant met het Grieks: derkomai (aoristus edrakon) wat de betekenis heeft van ‘ik kijk, ik straal uit’.


Friedrich Johann Justin Bertuch Mitische, culturele draak uit 1806. Bron: Wikipedia Draak.Friedrich Johann Justin Bertuch Mitische, culturele draak uit 1806. Bron: Wikipedia Draak.



Een ander woord uit het Grieks hopodra, wat de betekenis heeft ‘van onder de wenkbrauwen uitkijkend’. Daar lijkt een element van ‘biologeren’ in die twee betekenis te zitten. Van de woorden derkomai (aoristus edrakon en hopodra).

Bron: ETYMOLOGISCH WOORDENBOEK, Van Dale, 1993.



Wist je dat


de naam 'De Vuursche' de oud Nederlandse toponymische betekenis is van 

Vestigingsplaats bij de pijnbomen/pijnbomenbos en

de naam Baarn de oud Nederlandse toponymische betekenis is van 

Vestigingsplaats bij de bron


Pinus sylvestris Glenmuick (Pijnboom). Bron: Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 Generic license. https://commons.wikimedia.org/.Pinus sylvestris Glenmuick (Pijnboom). Bron: Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 Generic license. https://commons.wikimedia.org/.


 

Het Wapen van De Vuursche

Wapen van De Vuursche. Bron: Wikipedia Wapen De Vuursche.Wapen van De Vuursche. Bron: Wikipedia Wapen De Vuursche.



Het wapen van De Vuursche is officieel nooit aan de Utrechtse gemeente De Vuursche toegekend. De gemeente maakte gebruik van het wapen van de ambachtsheerlijkheid De Vuursche, welke wel werd bevestigd door de Hoge Raad van Adel op donderdag 25 juli 1822. Het wapen bleef in gebruik tot De Vuursche op 8 september 1857 opging in de gemeente Baarn.


Wapen van De Vuursche. Bron: Wikipedia Wapen De Vuursche.Wapen van De Vuursche. Bron: Wikipedia Wapen De Vuursche.




Blazoenenring

De blazoenenring van het wapen luidde als volgt:

"Van lazuur, beladen met een St. Jansbeeld met het lam, staande op een terras, alles van goud." 
De heraldische kleuren zijn lazuur (blauw) en goud (goud of geel).

Het lam links naast Johannes de Doper is het Lams Gods. Jezus stelt de neef van Johannes voor. In de bijbel wordt Jezus van Nazareth ook wel als beeltenis voorgesteld als het Lam Gods, dat geofferd wordt aan zijn vader. Als voorstelling voor het sterven aan het kruis vlak voor Pasen voor de zonde en vergeving aan alle mensen op aarde.


De gouden draak bovenop de Drakesteinfontein tegenover het station van 's-Hertogenbosch. Geschonken door Jhr. Paulus Jan Bosch van Drakestein. Bron: Wikipedia.De gouden draak bovenop de Drakesteinfontein tegenover het station van 's-Hertogenbosch. Geschonken door Jhr. Paulus Jan Bosch van Drakestein. Bron: Wikipedia.




Verklaring

Op de site Nederlandse Gemeentewapens wordt geen verklaring gegeven. Maar de heerlijkheid De Vuursche was sinds 1085 in het bezit van de Utrechtse kapittel van Sint Jan.




Van 1085 tot het jaar 1580 (de tijd van de reformatie) was de heerlijkheid De Vuursche van het kapittel van St. Jan. De periode voor de reformatie was de heerlijkheid nog in het bezit gekomen van Sint Servaasabdij van Cistercienzerinnen Vrouwenklooster te Utrecht.


Gezicht op het dorp Lage Vuursche in het jaar 1731. Naar een tekening van L.P. Serrurier. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 200909.Gezicht op het dorp Lage Vuursche in het jaar 1731. Naar een tekening van L.P. Serrurier. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 200909.



In 1780 wist Coert Simon Sander De Vuursche en Drakestein  in vrij eigendom te verkrijgen met toestemming van het Ridderschap van Utrecht van de St. Servaas abdij (Vrouwenklooster) te Utrecht.

Coert Simon Sander, waar geen portret van bekend is, kocht de heerlijkheid De Vuursche en kasteel Drakestein aan op vrijdag 19 november 1779 aan ten overstaan van de Utrechtse notaris Nico Buddingh. Die tevens schout in De Vuursche was.. Hierin was de erfpacht canon van het Vrouwenklooster meegenomen.

Een erfpacht canon was een weder helft bezit van Coert en het Sint Servaasabdij van Cistercienzerinnen Vrouwenklooster. Als men niet meer aan de erfpacht canon kon voldoen qua betaling, dan verviel het eigendom (vast- onroerend goed of ambachtsheerlijkheid) terug aan het Vrouwenklooster.


Gezicht op de herberg te Lage Vuursche, met rechts een doorrijschuur in het jaar 1731. Naar een terkening van L.P. Serrurier. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 200908.Gezicht op de herberg te Lage Vuursche, met rechts een doorrijschuur in het jaar 1731. Naar een terkening van L.P. Serrurier. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 200908.




Coert Simon Sander (1753-1805) was gehuwd met Maria Sara Johanna van Wesel. Sander had samen met haar uit dit huwelijk twee kinderen gekregen zoon Hendrik Coenraad Leonard Sander (+/-1791-1858) en dochter Geradina Gualtera Sara Maria Sander (+/-1793-1863). Sander overlijd op 2 maart 1805 op zijn kasteel Drakestein in De Vuursche.


Wapen van Kasteel Drakestein vastgesteld door de Hoge Raad van Adel op donderdag 25 juli 1822. Na diverse briefwisselingen met de raad van Adel afkomstig van Paul Bosch op de datums: 22 maart 1815, 7 november 1820 en 13 juni 1822 kreeg Paul Bosch van Drakestein wat hij hebben wilde een wapen voor zijn kasteel Drakestein. Beschrijving wapen: Wapen van Kasteel Drakestein vastgesteld door de Hoge Raad van Adel op donderdag 25 juli 1822. Na diverse briefwisselingen met de raad van Adel afkomstig van Paul Bosch op de datums: 22 maart 1815, 7 november 1820 en 13 juni 1822 kreeg Paul Bosch van Drakestein wat hij hebben wilde een wapen voor zijn kasteel Drakestein. Beschrijving wapen: "Gedwarsbalkt van goud en rood van acht stukken, de roode balken beladen met daar 4, 3, en en 1 St. Andrieskruis van zilver". Wapen: Wikipedia.



Hierop verkopen de erfgename de ambachtsheerlijkheid en het kasteel via schout van De Vuursche en notaris te Utrecht Nico Wilhelmus Buddingh die de heerlijkheid al ruim 30 jaar eerder verkocht aan Simon Sander. Bij openbare veiling in de zomer van 1805 verkoopt Nico het kasteel en de heerlijkheid aan buurman en goede vriend Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein.



De advertentie uit de Amsterdamsche Courant van dinsdag 18 juni 1805 met daarin gemeld de veiling door de Utrechtse notaris Nicolaas Wilhelmus Buddingh op woensdag 7 augustus 1805. Bron: Delpher.nl.De advertentie uit de Amsterdamsche Courant van dinsdag 18 juni 1805 met daarin gemeld de veiling door de Utrechtse notaris Nicolaas Wilhelmus Buddingh op woensdag 7 augustus 1805. Bron: Delpher.nl.



Pas in 1806 wordt Paul echt de eigenaar van de De Vuursche en Kasteel Drakestein. Dit gebeurt als de memories van successie van de vorige eigenaar Coert Simon Sander en zijn erfgenamen voor het Hof van Utrecht zijn bekrachtigd.


In de Haagse Courant van vrijdag 10 juli 1807 beschrijft een journalist van die krant de naam van Paul als Paulus Bosch van Drakestein. Bron: Delpher.nl.In de Haagse Courant van vrijdag 10 juli 1807 beschrijft een journalist van die krant de naam van Paul als Paulus Bosch van Drakestein. Bron: Delpher.nl.



In het jaar 1807 ruim twee jaar na Pauls aankoop van Kasteel Drakestein en De Vuursche legt hij bij buurman Nico Buddingh diverse tiende, pachten en huren vast met andere bewoners en grondbezitters in De Vuursche. Hierin gebruikt Paul Bosch nog altijd niet in zijn handtekening gebruik de naam Bosch van Drakestein. Buddingh gebruikt in zijn akten wel al de termen dat Paul Bosch Heer van Drakestein en Heer van De Vuursche is.


Het tweede gevonden krantenartikel van zaterdag 29 augustus 1807 waarin een journalist van de Rotterdamse Courant Paul Bosch beschrijft als Paulus Bosch van Drakestein. Bron: Delpher.nl.Het tweede gevonden krantenartikel van zaterdag 29 augustus 1807 waarin een journalist van de Rotterdamse Courant Paul Bosch beschrijft als Paulus Bosch van Drakestein. Bron: Delpher.nl.



In de jaren 1807 tot 1810 had Paul Bosch een inhoudelijk conflict met een grondbezitter wonende in De Vuursche. Die bewoner genaamd Jacob Staal beweerde over zijn 2,5 morgen land geen tiende te willen betalen. Staal beweerde nog 'nooit gehoord' te hebben van dat hij over zijn 2,5 morgen land tiend moest betalen. Zoals Staal gewend was van vroegere eigenaar van De Vuursche Coert Simon Sander die op dat stuk land geen tiende hief.


Op 14, 15 en 16 augustus 1805 zou een boedelverkoop zijn uit kasteel Drakestein behorend bij de toenmalige eigenaar van het kasteel Coert Simon Sander. Bron: Delpher.nl.Op 14, 15 en 16 augustus 1805 zou een boedelverkoop zijn uit kasteel Drakestein behorend bij de toenmalige eigenaar van het kasteel Coert Simon Sander. Bron: Delpher.nl.


De officiële aankoop akte van Paul Bosch van kasteel Drakestein en ambachtsheerlijkheid De Vuursche bij het officiële transport van de nazaten van Coert Simon Sander aan Paul Bosch op dinsdag 6 maart 1806. Bron: Het Utrechts Archief, 635, 2, 573.De officiële aankoop akte van Paul Bosch van kasteel Drakestein en ambachtsheerlijkheid De Vuursche bij het officiële transport van de nazaten van Coert Simon Sander aan Paul Bosch op dinsdag 6 maart 1806. Bron: Het Utrechts Archief, 635, 2, 573.



Bij twee andere kleine land eigenaren gaat een medewerker van het Hof van Utrecht Jan Both Hendriksen te rade die wel beweren altijd tiende over hun land betaald hebben aan de vroegere ambachtsheerlijkeseigenaar.

Eind van het jaar 1810 leggen Paul en Staal bij notariële akte vast af te zien van een inhoudelijke rechtszaak. In het nadeel van Jacob Staal. Staal zal van een rechtszaak hebben afgezien omdat hij kort aan het einde van het jaar al overleed.


Op dinsdag 26 november 1805 werden uit de bossen van De Vuursche diverse zware bomen geveild voor werk- of brandhout. Bron: Delpher.nl.Op dinsdag 26 november 1805 werden uit de bossen van De Vuursche diverse zware bomen geveild voor werk- of brandhout. Bron: Delpher.nl.



Na vele tijd van onderzoek door stichting is ons wel duidelijk dat Paul Bosch de eerste jaren na zijn aankoop van Kasteel Drakestein en ambachtsheerlijkheid De Vuursche nog vele formele zaken afgerond wilde hebben voordat hij Van Drakestein achter zijn achternaam Bosch zou gaan zetten.


De officiële aankoopakte (voorkant) door Paul Bosch van kasteel Drakestein en ambachtsheerlijkheid De Vuursche bij het officiële transport van de nazaten van Coert Simon Sander aan Paul Bosch op dinsdag 6 maart 1806. Bron: Het Utrechts Archief, 635, 2, 574.De officiële aankoopakte (voorkant) door Paul Bosch van kasteel Drakestein en ambachtsheerlijkheid De Vuursche bij het officiële transport van de nazaten van Coert Simon Sander aan Paul Bosch op dinsdag 6 maart 1806. Bron: Het Utrechts Archief, 635, 2, 574.



Na het tekenen van de papieren bij Jan Both Hendriksen is zijn handtekening nog steeds P.W. Bosch. Vanaf 1 januari 1811 werd in de Nederlanden in die tijd een provincie onderdeel van de Franse Staat onder Keizer Napoleon de Burgerlijke Stand ingevoerd.

Voortaan zou de bevolkingsboekhouding via de overheid worden bijgehouden en niet via kerkelijk wegen. Kerk en Staat werden vanaf die tijd ook gescheiden.

Op zaterdag 22 februari 1811 kwam Paul Bosch weer bij Buddings voor het ondertekenen van de zoveelste huur en pachtovereenkomst voor een hofstede genaamd Paddenburg die hij bezat in Baambrugge in de gemeente De Ronde Venen gelegen in het noordwesten van de provincie Utrecht.

Bij dat moment is het ons voor de tweede keer bekend dat Paul Bosch zijn handtekening zet met P.W. Bosch van Drakestein.


Handtekening van Paul Bosch als P.W. Bosch van Drakestein op zaterdag 22 februari 1811 ten overstaan van de Utrecht notaris N.W. Buddingh. Bron: Het Utrechts Archief, 34-4, U272C042 22-02-1811 nr. 104.Handtekening van Paul Bosch als P.W. Bosch van Drakestein op zaterdag 22 februari 1811 ten overstaan van de Utrecht notaris N.W. Buddingh. Bron: Het Utrechts Archief, 34-4, U272C042 22-02-1811 nr. 104.



Zoals eerder beschreven het formeel afronden van zakelijke belangen in De Vuursche, het juridische conflict met Jacob Staal uit De Vuursche, het burgemeesterschap (Maire) wat Paul pretendeerde in Utrecht en de invoering van de Burgerlijke Stand in het jaar 1811. Maakte dat Paul zich vanaf 1811 in zijn zakelijke ondertekeningen Paul Bosch van Drakestein ging noemen.

Bij een burgemeesterschap van 1812 en 1813 moest een maire natuurlijke ook nog een goede achternaam hebben. Een met status uiteraard. En bij de het aangeven van je achternaam in 1811 voor de invoering van de Burgerlijke Stand was het natuurlijk ook mooi meegenomen dat je je achternaam ander kon laten inschrijven naar het bezit wat je toen had. Plus het feit dat je toekomstige familieleden altijd de achternaam beleven behouden van een vroeger stamvaderlijk bezit.

Bron: Het Utrechts Archief, 239-1, 252-449.

Heden 2020 alleen nog de Nieuw-Amelisweerd, De Vuursche en de Heeckeren (Goor, Prov. Overijssel) tak die nog hun achternaam Bosch van Drakestein hebben behouden.


Op donderdag 10 augustus 1809 kocht Paulus Willem Bosch van Drakestein hofstede of het heidegebied van de Heezer Eng te Soest aan van Pieter Rademakers die zijn schulden niet meer kon voldoen. En vandaar dat hij zijn hofstede moest verkopen. Paul kocht het heidegebied van De Heezereng voor f. 1.025, - gulden aangekocht. Koop vond plaats ten overstaan van de Amersfoortse notaris Gerardus van Kleef. Bovenaan de handtekening van Paulus Willem Bosch van Drakestein. Een van de eerste keren dat onze stichting bekend is dat Paul met 'Bosch van Drakestein' tekende. Voordat hij zijn achternaam bij de invoering van de burgerlijke stand begin 1811 officiële zou gaan gebruiken. Bron: Archief Eemland, 0083, AT054a001.Op donderdag 10 augustus 1809 kocht Paulus Willem Bosch van Drakestein hofstede of het heidegebied van de Heezer Eng te Soest aan van Pieter Rademakers die zijn schulden niet meer kon voldoen. En vandaar dat hij zijn hofstede moest verkopen. Paul kocht het heidegebied van De Heezereng voor f. 1.025, - gulden aangekocht. Koop vond plaats ten overstaan van de Amersfoortse notaris Gerardus van Kleef. Bovenaan de handtekening van Paulus Willem Bosch van Drakestein. Een van de eerste keren dat onze stichting bekend is dat Paul met 'Bosch van Drakestein' tekende. Voordat hij zijn achternaam bij de invoering van de burgerlijke stand begin 1811 officiële zou gaan gebruiken. Bron: Archief Eemland, 0083, AT054a001.


 

Bericht van de Maire (burgemeester in Franse Tijd in Utrecht) Bosch van Drakestein van vrijdag 8 juli 1812. Bron: Delpher.nl.Bericht van de Maire (burgemeester in Franse Tijd in Utrecht) Bosch van Drakestein van vrijdag 8 juli 1812. Bron: Delpher.nl.


Krantenbericht uit de Oprechte Haarlemsche Courant van donderdag 13 juni 1811 waarin de naam van Paul Bosch van Drakestein wordt vermeld. Bron: Delpher.nl.Krantenbericht uit de Oprechte Haarlemsche Courant van donderdag 13 juni 1811 waarin de naam van Paul Bosch van Drakestein wordt vermeld. Bron: Delpher.nl.


  


Paulus Wilhelmus Bosch, die zich vanaf dat moment Bosch van Drakestein ging noemen was een vervend liefhebber van het opkopen van vroegere vast- en onroerende goederen van het kapittel van St. Jan. Hij woonde namelijk ook aan het Janskerkhof 17 in de binnenstad van Utrecht. Dit is de plek waar tot de zestiende eeuw de kanunniken van het kapittel zetelde in de Janskerk, die er thans nog staat.


Bericht van de Maire (burgemeester in Franse Tijd in Utrecht) Bosch van Drakestein van maandag 10 augustus 1812. Bron: Delpher.nl.Bericht van de Maire (burgemeester in Franse Tijd in Utrecht) Bosch van Drakestein van maandag 10 augustus 1812. Bron: Delpher.nl.



Paul zal zeker door zijn vriend Nico Buddingh zijn aangespoord om De Vuursche en Drakestein te kopen. Nico was overigens schout en gadermeester (belastinginner) van De Vuursche.

Nico en Paul zullen hierin een prettige samenwerking hebben gehad in het beheer van De Vuursche en kasteel Drakestein.


Kasteel en landgoed Drakestein vanuit de lucht gezien in 1995. Bron: Provincie Utrecht, Henk Bol.Kasteel en landgoed Drakestein vanuit de lucht gezien in 1995. Bron: Provincie Utrecht, Henk Bol.


  

Krantenadvertentie uit de Utrechtsche Courant van vrijdag 11 maart 1836 met daarbij de officiële mededeling dat de kinderen van Paulus Wilhelmus Bosch en Henriëtta Hofmann zich 'Bosch van Drakestein' mogen noemen en de daarop toekomstige generaties ook. Bron: Delpher.nl.Krantenadvertentie uit de Utrechtsche Courant van vrijdag 11 maart 1836 met daarbij de officiële mededeling dat de kinderen van Paulus Wilhelmus Bosch en Henriëtta Hofmann zich 'Bosch van Drakestein' mogen noemen en de daarop toekomstige generaties ook. Bron: Delpher.nl.



De Vuursche

(heerlijkheid en gemeente)

Aankoop van de ambachtsheerlijkheid De Vuursche en Kasteel Drakestein door Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein op 07-08-1805.Aankoop van de ambachtsheerlijkheid De Vuursche en Kasteel Drakestein door Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein op 07-08-1805.



De Vuursche is een Nederlandse plaats in de gemeente Baarn in de provincie Utrecht. De Vuursche ligt in de Laagte van Pijnenburg, een laag deel van de Utrechtse Heuvelrug, dat het Utrechtse deel van de heuvelrug scheidt van Het Gooi.

Tot 1857 was De Vuursche een zelfstandige gemeente, die bestond uit het dorp Lage Vuursche en de buurtschap Hoge Vuursche en grensde aan Hilversum, Baarn en Soest.



De heerlijkheid De Vuursche

Kadasterkaart van het gedeelte Lage Vuursche in 1832. Bron: Rijkdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) te Amersfoort.Kadasterkaart van het gedeelte Lage Vuursche in 1832. Bron: Rijkdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) te Amersfoort.



Volgens Blijdenstijn is 'De Vuursche' een negende-eeuws toponiem, dat verwijst naar de gaspeldoorn (Ulex europaeus). Deze naam en tal van andere op en bij de Utrechtse Heuvelrug, bewijzen dat het gebied in die tijd nog geheel bebost moet zijn geweest.


De kelder van kasteel Drakestein in 1959. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) te Amersfoort, beeldbank.De kelder van kasteel Drakestein in 1959. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) te Amersfoort, beeldbank.




De Vuursche was aanvankelijk een ambachtsheerlijkheid. Sinds 1085 behoorden de heerlijke rechten van De Vuursche aan het Utrechtse kapittel van Sint Jan. Later was de heerlijkheid De Vuursche in het bezit van de familie Bosch, tevens eigenaresse van kasteel Drakensteyn, die weer nauw verbonden is met die van ridderhofstad Drakenburg. De familie Bosch van Drakestein verkocht heerlijkheid en kasteel aan prinses Beatrix der Nederlanden.

Het belang van De Vuursche school in de venen, waar turf gestoken werd.


De Dorpsstraat in Lage Vuursche in 1959. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) te Amersfoort, beeldbank.De Dorpsstraat in Lage Vuursche in 1959. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) te Amersfoort, beeldbank.



Gemeente De Vuursche

Trappenhuis van kasteel Drakestein in 1959. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) te Amersfoort, beeldbank.Trappenhuis van kasteel Drakestein in 1959. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) te Amersfoort, beeldbank.


De zolder van kasteel Drakestein 1959. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) te Amersfoort, beeldbank.De zolder van kasteel Drakestein 1959. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) te Amersfoort, beeldbank.



Kasteel Drakestein vanuit het zuidwesten gezien op het terrein zelf in 1959. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) te Amersfoort, beeldbank.Kasteel Drakestein vanuit het zuidwesten gezien op het terrein zelf in 1959. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) te Amersfoort, beeldbank.



De gemeente De Vuursche ontstond in 1798, nadat in de Bataafse revolutie naar Frans voorbeeld in Nederlandse gemeenten werden ingesteld.
In de napoleontische tijd werd de gemeente De Vuursche korte tijd ingelijfd bij de gemeente Baarn. Die periode eindigde weer in 1813.

Op 25 juli 1822 werd aan de ambachtsheerlijkheid een wapen verleend. Dit werd tevens het gemeentewapen tot 1857.

In 1840 telde De Vuursche 19 huizen en 243 inwoners, waarvan 190 in Lage Vuursche en 53 in Hooge Vuursche. De oppervlakte bedroeg 880 ha..


Het linker koetshuis (Slotlaan 8) op het terrein van kasteel Drakestein in 1959. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) te Amersfoort, beeldbank.Het linker koetshuis (Slotlaan 8) op het terrein van kasteel Drakestein in 1959. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) te Amersfoort, beeldbank.


   

Kasteel Drakestein met links en rechts de koetshuizen gezien vanuit het westen in 1959. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) te Amersfoort, beeldbank.Kasteel Drakestein met links en rechts de koetshuizen gezien vanuit het westen in 1959. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) te Amersfoort, beeldbank.


 

De Vuursche deel van de gemeente Baarn

Kadaster Minuutkaart uit oktober 1832 van de Lage Vuursche met het dorp De Vuursche en Kasteel Drakestein. Bron: Het Utrechts Archief, 8001 202-2.Kadaster Minuutkaart uit oktober 1832 van de Lage Vuursche met het dorp De Vuursche en Kasteel Drakestein. Bron: Het Utrechts Archief, 8001 202-2.



Het geringe aantal inwoners, met heel weinig kiesgerechtigden, was de doorslaggevende reden voor de samenvoeging met Baarn in het begin van de tweede helft van de negentiende eeuw. De Gemeentewet van Thorbecke van 1851 was de aanleiding. Het minimum aantal kiesgerechtigden om als gemeente zelfstandig te blijven was 25. De Vuursche had er maar 10. De gemeente Baarn zag op tegen de kosten van onderhoud van de kerk, de toren en de begraafplaats, maar nadat Gedeputeerde Staten hadden besloten, dat De Vuursche zijn eigen toren en kerkhof zou blijven onderhouden, was dit bezwaar van Baarnse zijde van de baan.


Gezicht op de voorgevel van kasteel Drakenstein met omringend groen te Lage Vuursche (gemeente Baarn) uit het westen in 1865. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 602786.Gezicht op de voorgevel van kasteel Drakenstein met omringend groen te Lage Vuursche (gemeente Baarn) uit het westen in 1865. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 602786.



De samenvoeging van de gemeenten De Vuursche en Baarn vond plaats in 1857. Een wetsvoorstel van die strekking was door de Tweede Kamer met een grote meerderheid, en door de Eerste Kamer met algemene stemmen, aangenomen. De beslissing werd gepubliceerd in het Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden van 13 juni 1857.

Daarin is opgenomen de tekst van de wet die door Koning Willem III was uitgevaardigd. In artikel 1 werd bepaald: “De gemeenten Baarn en De Vuursche worden vereenigd” en in artikel 2 werd aangekondigd: “De vereenigde gemeente draagt den naam van Baarn”. In artikel 8 staat: “De wet is verbindend met den dag harer afkondiging”.


 

Boswachterij De Vuursche

 

Gezicht in het dorp Lage Vuursche met op de achtergrond een groot blokvormig huis in 1787-1788. Naar een tekening van K.F. Bendorp. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 200913.Gezicht in het dorp Lage Vuursche met op de achtergrond een groot blokvormig huis in 1787-1788. Naar een tekening van K.F. Bendorp. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 200913.



De bossen en natuurterreinen in de omgeving van Lage Vuursche zijn een onderdeel van het natuurgebied Utrechtse Heuvelrug – Noord. Ze zijn voor een deel particuliere landgoederen, voor een deel eigendom van Het Utrechts Landschap en voor een deel eigendom van Staatsbosbeheer. De laatste behoren tot de boswachterij De Vuursche.

In deze boswachterij bevindt zich een heuvel in het landschap, 't Hooge Erf, die net als de Soester Eng en een heuvel ten oosten van Baarn, restanten zijn uit de ijstijd. 't Hooge Erf is het hoogste punt van het noordelijk deel van de Utrechtse Heuvelrug. In het gebied wisselen loofbossen en naaldbossen elkaar af. Er zijn veel koningsvarens te vinden.

Bron: Wikipedia: De Vuursche.



Eigenaren Kasteel Drakestein

In de Gouden Eeuw werd in de Laagte van Pijnenburg een groot aantal kastelen en landhuizen verbouwd en gebouwd, zoals Soestdijk, Kasteel de Hooge Vuursche, De Eult, Pijnenburg en Ewijckshoeve. Nadat Gerard van Reede in financiële moeilijkheden was gekomen, verkocht hij Drakensteyn op 20 december 1671 voor 27.300 gulden aan de Amsterdammer Joan Reynst, die het als zomerverblijf ging gebruiken.

In de zeventiende en achttiende eeuw wisselde het kasteel enkele malen van eigenaar. Het huis was tot 1779 in het bezit van leden van de familie Godin. In 1780 vond een verbouwing plaats, waardoor het aanzicht van het huis veranderde. Hierbij werden de Ionische zuilen verwijderd. In 1805 werd Drakensteyn eigendom van mr. Paulus Wilhelmus Bosch, burgemeester van Utrecht. Het huis bleef 150 jaar in de familie, tot het in 1959 door Frederik Lodewijk Bosch van Drakestein aan prinses Beatrix werd verkocht. Zij liet het kasteel restaureren en trok er in 1963 in. Een in slechte staat verkerend ensemble van beschilderde linnen wandbespanningen, door Jurriaen Andriessen vervaardigd in 1780, werd toen verwijderd uit het interieur. Deze doeken, die lange tijd op de zolder van paleis Soestdijk werden bewaard, werden na enige tijd gerestaureerd en hangen tegenwoordig in Museum Van Loon in Amsterdam.

Jhr. Frederik Lodewijk Herbert Jan Bosch van Drakestein (1799-1866) in ca. 1860. De tweede Heer van Drakestein en De Vuursche. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Jhr. Frederik Lodewijk Herbert Jan Bosch van Drakestein (1799-1866) in ca. 1860. De tweede Heer van Drakestein en De Vuursche. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.



Hulpkaart, gemeente Baarn (de Vuursche), Sectie F (1/2). Bron: Kadasterarchiefviewer 1832-1987.Hulpkaart, gemeente Baarn (de Vuursche), Sectie F (1/2). Bron: Kadasterarchiefviewer 1832-1987.



Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein kocht Kasteel Drakestein (Slotlaan 8, 3749 AA Lage Vuursche) en de ambachtsheerlijkheid De Vuursche voor f. 75.000 gulden.

Diverse hooi en weilanden in Eembrugge en Baarn (voor f. 2775-, en f. 8400-, gulden) werden op een veiling ten overstaan van de Utrechtse notaris Nicolaas Wilhelmus Buddingh op woensdag 7 augustus 1805 gekocht. Totaal ging het om een bedrag van f. 88.875-, gulden.


Aanpassingen in percelen en aanleg van twee wegen op het landgoed Drakestein in april 1908 door familie Bosch van Drakestein (2/2). Bron: Kadasterarchiefviewer 1832-1987, archiefnummer: 34, Kadaster NL.Aanpassingen in percelen en aanleg van twee wegen op het landgoed Drakestein in april 1908 door familie Bosch van Drakestein (2/2). Bron: Kadasterarchiefviewer 1832-1987, archiefnummer: 34, Kadaster NL.




Prinses Beatrix der Nederlanden op 

Kasteel Drakestein in 1959 tot 1963

Prinses Beatrix der Nederlanden in 1959. Foto: Harry Pot / CC BY (https://creativecommons.org/licenses/by/4.0) / commons.wikimedia.org.Prinses Beatrix der Nederlanden in 1959. Foto: Harry Pot / CC BY (https://creativecommons.org/licenses/by/4.0) / commons.wikimedia.org.



Op maandag 15 juni 1959 werd ten overstaan van de Baarnse notaris Bernard Engelbert Koenderik Kasteel Groot Drakestein verkocht. Verkoper was Jhr. Fredrik Lodewijk Maria Bosch van Drakestein, wonende te Lage Vuursche te gemeente Baarn. Als aankopende partij was aanwezig Jhr. Cornelis Dedel in functie als handelde lasthebber Beatrix Wilhelmina Armgard, Prinses der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, Prinses van Lippe-Biesterfeld, wonende te Baarn op Paleis Soestdijk.


Kasteel Drakestein, al spiegelend in de slotgracht in april 1967. Bron: Het Nationaal Archief, beeldbank, Den Haag.Kasteel Drakestein, al spiegelend in de slotgracht in april 1967. Bron: Het Nationaal Archief, beeldbank, Den Haag.


Kasteel Drakestein (Slotlaan 8, 3749 AA Lage Vuursche), het voorplein met de koetshuizen links en rechts in april 1967. Bron: Het Nationaal Archief, beeldbank, Den Haag.Kasteel Drakestein (Slotlaan 8, 3749 AA Lage Vuursche), het voorplein met de koetshuizen links en rechts in april 1967. Bron: Het Nationaal Archief, beeldbank, Den Haag.



Kasteel Drakestein met gebouwen, tuin, en bos, gelegen te Sectie F. nr. 714, groot 20 hectaren, 84 aren en 85 centiaren werd door verkoper Jhr. Frederik Lodewijk Maria Bosch van Drakestein in eigendom verkregen bij akte van scheiding op dinsdag 11 december 1956. Verleden voor notaris P.A.A.H. Graafland te Amsterdam, overgeschreven ten Hypotheekkantoren te Amersfoort op dinsdag 11 december 1956.

Frederik Lodewijk erfde kasteel Drakestein van zijn vader Jhr. Paulus Jan Bosch van Drakestein, nadat hij overleden was te Baarn op maandag 7 november 1955 aan een beroerte. Het onroerend goed werd verdeeld tussen Frederik en zijn zus Jkvr. Maria Theresia Carmen Diana Catharina Bosch van Drakestein (1932-2017).


Lage Vuursche in maart 2003. Bron:1437-4658 nr-9 Fotografie Henk Bol in opdracht van de Provincie Utrecht.Lage Vuursche in maart 2003. Bron:1437-4658 nr-9 Fotografie Henk Bol in opdracht van de Provincie Utrecht.


   

Lage Vuursche en Kasteel Drakestein in maart 2003. Bron: 1440 4658 nr-11 Fotografie Henk Bol in opdracht van de Provincie Utrecht.Lage Vuursche en Kasteel Drakestein in maart 2003. Bron: 1440 4658 nr-11 Fotografie Henk Bol in opdracht van de Provincie Utrecht.



Prinses Beatrix kocht kasteel Drakestein voor maar liefst f. 300.000 gulden naar eigen vermogen.

 Beatrix zou er ruim drie jaar later in trekken.


Luchtfoto van kasteel Drakestein met het bijbehorende landschapspark en bos (Slotlaan 8) te Lage Vuursche (gemeente Baarn), vanuit het noordoosten in 1995. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 842203.Luchtfoto van kasteel Drakestein met het bijbehorende landschapspark en bos (Slotlaan 8) te Lage Vuursche (gemeente Baarn), vanuit het noordoosten in 1995. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 842203.


   

Luchtfoto van kasteel Drakestein met het bijbehorende landschapspark en bos (Slotlaan 8) te Lage Vuursche (gemeente Baarn), vanuit het zuidwesten in 1995. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 842202.Luchtfoto van kasteel Drakestein met het bijbehorende landschapspark en bos (Slotlaan 8) te Lage Vuursche (gemeente Baarn), vanuit het zuidwesten in 1995. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 842202.



Bron: Het Utrechts Archief: 1294, 9632 (1232), 1959 juni 9-1959 juni 20, 1231, deel: 94.


  

Gezicht over het gazon op de voorgevel van het kasteel Drakenstein met omringend park (Slotlaan 3-6, 9) te Lage Vuursche (gemeente Baarn) in 1925-1928. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 15155.Gezicht over het gazon op de voorgevel van het kasteel Drakenstein met omringend park (Slotlaan 3-6, 9) te Lage Vuursche (gemeente Baarn) in 1925-1928. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 15155.


Gezicht in het dorp Lage Vuursche met rechtsachter het huis Klein Drakenstein in 1781. Naar een tekening van J. Bulthuis. Dit huis heeft tegenwoordig het adres Kloosterlaan 4 te Baarn. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 107634.Gezicht in het dorp Lage Vuursche met rechtsachter het huis Klein Drakenstein in 1781. Naar een tekening van J. Bulthuis. Dit huis heeft tegenwoordig het adres Kloosterlaan 4 te Baarn. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 107634.


Een affiche van de verkoop van de heerlijkheid De Vuursche in 1805 (voorzijde). Bron: Het Utrechts Archief 635 9.Een affiche van de verkoop van de heerlijkheid De Vuursche in 1805 (voorzijde). Bron: Het Utrechts Archief 635 9.


Een affiche van de verkoop van de heerlijkheid De Vuursche in 1805 (achterzijde). Bron: Het Utrechts Archief 635 10.Een affiche van de verkoop van de heerlijkheid De Vuursche in 1805 (achterzijde). Bron: Het Utrechts Archief 635 10.


Tolweg naar De Vuursche en Drakestein in 1850, Bron: Het Utrechts Archief 635 22.Tolweg naar De Vuursche en Drakestein in 1850, Bron: Het Utrechts Archief 635 22.


Tolweg naar De Vuursche en Drakestein in 1850, Bron: Het Utrechts Archief 635 23.Tolweg naar De Vuursche en Drakestein in 1850, Bron: Het Utrechts Archief 635 23.


Gooiland en aangrenzende dorpen en heerlijkheden in zeventiende eeuw. Plaats Hilversum beneden op de foto richting het noorden gezien. Bron: Het Utrechts Archief 635 19.Gooiland en aangrenzende dorpen en heerlijkheden in zeventiende eeuw. Plaats Hilversum beneden op de foto richting het noorden gezien. Bron: Het Utrechts Archief 635 19.


Heerlijkheid De Vuursche in 1597 Bron: Het Utrechts Archief 635 18.Heerlijkheid De Vuursche in 1597 Bron: Het Utrechts Archief 635 18.


De bossen van bij het dorp Lage Vuursche in mei 2001 (1). Bron: Provincie Utrecht, Henk Bol.De bossen van bij het dorp Lage Vuursche in mei 2001 (1). Bron: Provincie Utrecht, Henk Bol.


Luchtfoto van het dorp Lage Vuursche in maart 2003. Rechtsonder van het midden kasteel Drakestein. Bron: Provincie Utrecht, Henk Bol.Luchtfoto van het dorp Lage Vuursche in maart 2003. Rechtsonder van het midden kasteel Drakestein. Bron: Provincie Utrecht, Henk Bol.


De bossen van bij het dorp Lage Vuursche in mei 2001 (2). Bron: Provincie Utrecht, Henk Bol.De bossen van bij het dorp Lage Vuursche in mei 2001 (2). Bron: Provincie Utrecht, Henk Bol.


De bossen bij het dorp Lage Vuursche in oktober 2003. Bron: Provincie Utrecht, Henk Bol.De bossen bij het dorp Lage Vuursche in oktober 2003. Bron: Provincie Utrecht, Henk Bol.


    

  • Gezicht op de voorgevel en de twee aansluitende zijgevels van het kasteel Drakestein te Lage Vuursche onder Baarn vanaf het voorplein met de beide bouwhuizen in 1828-1832. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 400 	 67539, 12.
  • Gezicht op de voorgevel en de twee aansluitende zijgevels van het kasteel Drakestein te Lage Vuursche onder Baarn vanaf het voorplein met de beide bouwhuizen in 1828-1832. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 400 	 67538, 12.
  • Gezicht op de voorgevel van huis Drakestein in 1888. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 400, 67540, 12.
  • Gezicht over de vijver in het park van huis Drakestein op een folly: de hermitage annex kapel (de gevel van de kapel bevindt zich aan de andere kant van dit bouwwerk) in 1888. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 400, 67540, 12.
  • Gezicht op een kleinere stenen rustende grote steen in een bos bij de Lage Vuursche onder Baarn in 1888. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 400, 67540, 12.
  • Gezicht op de voor- en rechtergevel van het kasteel Drakenstein te Lage Vuursche (gemeente Baarn) in 1905-1909. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer 129345.
  • Gezicht op het kapelletje in het park van het kasteel Drakenstein (Slotlaan) te Lage Vuursche (gemeente Baarn) in 1910-1915. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 502412.
  • Gezicht op het kapelletje aan de vijver in het park van het kasteel Drakenstein (Slotlaan) te Lage Vuursche (gemeente Baarn) in 1910-1915. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 502413.
  • Gezicht over het gazon op de voorgevel van het kasteel Drakenstein met omringend park (Slotlaan 3-6, 9) te Lage Vuursche (gemeente Baarn) in 1925-1928. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 15155.
  • Gezicht op de voorgevel van het kasteel Drakenstein met omringend park (Slotlaan 3-6, 9) te Lage Vuursche (gemeente Baarn) in 1900-1905. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 15156.
  • Gezicht op de voorgevel van het kasteel Drakenstein met omringend park (Slotlaan 3-6, 9) te Lage Vuursche (gemeente Baarn) in 1905-1910. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 15157.
  • Gezicht op de voorgevel van het kasteel Drakenstein met omringend park (Slotlaan 3-6, 9) te Lage Vuursche (gemeente Baarn) in 1905-1910. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 15158.
  • Gezicht op de rechtergevel van het kasteel Drakenstein met omringend park (Slotlaan 3-6, 9) te Lage Vuursche (gemeente Baarn) in 1900-1905. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 15160.
  • Gezicht op de rechtergevel van het kasteel Drakenstein met omringend park (Slotlaan 3-6, 9) te Lage Vuursche (gemeente Baarn) in 1905-1910. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 15161.


 

kasteel Drakestein bij Lage Vuursche (gemeente Baarn) uit het noorden, met in het midden de Slotlaan die leidt naar het dorp met de in 1657 gebouwde kerk in 1660-1670. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 135445.kasteel Drakestein bij Lage Vuursche (gemeente Baarn) uit het noorden, met in het midden de Slotlaan die leidt naar het dorp met de in 1657 gebouwde kerk in 1660-1670. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 135445.


Gezicht in het dorp Lage Vuursche in 1787-1788. Naar een tekening van K.F. Bendorp. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 200912.Gezicht in het dorp Lage Vuursche in 1787-1788. Naar een tekening van K.F. Bendorp. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 200912.


Gezicht in het dorp Lage Vuursche in augustus 1800. Naar een tekening van J. Andriessen. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 107635.Gezicht in het dorp Lage Vuursche in augustus 1800. Naar een tekening van J. Andriessen. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 107635.


Kadasterhulpkaart van gemeente Baarn, Sectie F, De Vuursche in 1976. Dorp De Vuursche werd opnieuw ingemeten door het kadasterkantoor Amersfoort. Bron: Kadasterarchiefviewer 1832-1987, Kadaster NL, archiefnummer: 128.Kadasterhulpkaart van gemeente Baarn, Sectie F, De Vuursche in 1976. Dorp De Vuursche werd opnieuw ingemeten door het kadasterkantoor Amersfoort. Bron: Kadasterarchiefviewer 1832-1987, Kadaster NL, archiefnummer: 128.


Kadasterhulpkaart van gemeente Baarn, Sectie F, De Vuursche in 1959. Kasteel en landgoed Drakestein worden opnieuw ingemeten door het kadasterkantoor Amersfoort. Bron: Kadasterarchiefviewer 1832-1987, Kadaster NL, archiefnummer: 79a.Kadasterhulpkaart van gemeente Baarn, Sectie F, De Vuursche in 1959. Kasteel en landgoed Drakestein worden opnieuw ingemeten door het kadasterkantoor Amersfoort. Bron: Kadasterarchiefviewer 1832-1987, Kadaster NL, archiefnummer: 79a.


 

Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein

Origineel portret van Henriëtte Hofmann (1775-1839) in ca. 1830. Geschilderd door de Utrechtse portretschilder Jan Lodewijk Jonxis (1789-1866). Portret bevindt zich in particulier bezit in Bussum (Noord-Holland).Origineel portret van Henriëtte Hofmann (1775-1839) in ca. 1830. Geschilderd door de Utrechtse portretschilder Jan Lodewijk Jonxis (1789-1866). Portret bevindt zich in particulier bezit in Bussum (Noord-Holland).


Origineel portret van Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein (1771-1834) in 1830. Geschilderd door de Utrechtse portretschilder Jan Lodewijk Jonxis (1789-1866). Portret bevindt zich in particulier bezit in Bussum (Noord-Holland).Origineel portret van Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein (1771-1834) in 1830. Geschilderd door de Utrechtse portretschilder Jan Lodewijk Jonxis (1789-1866). Portret bevindt zich in particulier bezit in Bussum (Noord-Holland).


       

Portret uit ca. 1791 met vermoedelijk Cornelia van Bijleveld (1746-1823) (links) en (rechts) Theodorus Gerardus Bosch (1726-1802) met in het midden staand (vermoedelijk) hun jongste dochter Cornelia Jacoba Bosch (1773-1839) op ongeveer 18 jarige leeftijd. Portret: familiearchief Bosch van Drakestein.Portret uit ca. 1791 met vermoedelijk Cornelia van Bijleveld (1746-1823) (links) en (rechts) Theodorus Gerardus Bosch (1726-1802) met in het midden staand (vermoedelijk) hun jongste dochter Cornelia Jacoba Bosch (1773-1839) op ongeveer 18 jarige leeftijd. Portret: familiearchief Bosch van Drakestein.


    

Theodorus Gerardus Bosch. Geboren woensdag 21 augustus 1726 te Utrecht en overleden zondag 13 juni 1802 te Utrecht. Portret uit ca. 1765. Hij werd 75 jaar oud. Van beroep koopman en industrieel. Hij huwde pop zondag 29 januari 1764 te Vleuten met Cornelia van Bijleveld (1746-1823). Hij was toen 37 jaar oud. Uit dit huwelijk voortgekomen: Paulus Willem Bosch (van Drakestein) (1771-1834) en Cornelia Jacoba Bosch (1773-1839). Portret bevindt zich in particulier bezit.Theodorus Gerardus Bosch. Geboren woensdag 21 augustus 1726 te Utrecht en overleden zondag 13 juni 1802 te Utrecht. Portret uit ca. 1765. Hij werd 75 jaar oud. Van beroep koopman en industrieel. Hij huwde pop zondag 29 januari 1764 te Vleuten met Cornelia van Bijleveld (1746-1823). Hij was toen 37 jaar oud. Uit dit huwelijk voortgekomen: Paulus Willem Bosch (van Drakestein) (1771-1834) en Cornelia Jacoba Bosch (1773-1839). Portret bevindt zich in particulier bezit.


Cornelia van Bijleveld. Geboren donderdag 10 maart 1746 te Vleuten en overleden maandag 18 augustus 1823 te Utrecht. Portret uit ca. 1765. Zij werd 77 jaar oud. Zij huwde pop zondag 29 januari 1764 te Vleuten met Theodorus Gerardus Bosch (1726-1802). Zij was toen 17 jaar oud. Uit dit huwelijk voortgekomen: Paulus Willem Bosch (van Drakestein) (1771-1834) en Cornelia Jacoba Bosch (1773-1839). Portret bevindt zich in particulier bezit.Cornelia van Bijleveld. Geboren donderdag 10 maart 1746 te Vleuten en overleden maandag 18 augustus 1823 te Utrecht. Portret uit ca. 1765. Zij werd 77 jaar oud. Zij huwde pop zondag 29 januari 1764 te Vleuten met Theodorus Gerardus Bosch (1726-1802). Zij was toen 17 jaar oud. Uit dit huwelijk voortgekomen: Paulus Willem Bosch (van Drakestein) (1771-1834) en Cornelia Jacoba Bosch (1773-1839). Portret bevindt zich in particulier bezit.



In januari 1835 kwamen alle 8 kinderen en neef, schoonzonen en dochters van Jhr. Paul Bosch van Drakestein (1771-1834) bij elkaar ten overstaan van de Utrechtse notaris Gerard Hendrik Stevens om de nalatenschap officieel te regelen. Waaronder landgoederen Nieuw-Amelisweerd, Oud-Amelisweerd, Drakestein en ambachtsheerlijkheden Reijerscop-Creuningen en De Vuursche tezamen met hofstede Chartroise en vele andere onroerende goederen en vastgoed werden onder de erfgenamen verdeeld. Bron: Het Utrechts Archief, 34-4.In januari 1835 kwamen alle 8 kinderen en neef, schoonzonen en dochters van Jhr. Paul Bosch van Drakestein (1771-1834) bij elkaar ten overstaan van de Utrechtse notaris Gerard Hendrik Stevens om de nalatenschap officieel te regelen. Waaronder landgoederen Nieuw-Amelisweerd, Oud-Amelisweerd, Drakestein en ambachtsheerlijkheden Reijerscop-Creuningen en De Vuursche tezamen met hofstede Chartroise en vele andere onroerende goederen en vastgoed werden onder de erfgenamen verdeeld. Bron: Het Utrechts Archief, 34-4.



De portretten, die omstreeks 1830 zijn vervaardigd, hingen tot het voorjaar van 1840 in het huis van de familie Bosch aan het Janskerkhof 17. Vervolgens kwamen zij in het bezit van oudste zoon Willem Bosch.

De portretten hingen vele jaren in zijn huis aan de Minrebroerderstraat 11 aan de muur. In de jaren zestig van de negentiende eeuw zullen de portretten zijn overbracht naar het landgoed Nieuw-Amelisweerd, waar de zoon van Willem Hendrik op zijn vroegere buitenverblijf voorgoed ging wonen tot aan zijn overlijden in 1914.



Een onbekende jonkvrouwe Bosch van Drakestein tussen 1860-1920 (1). Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Een onbekende jonkvrouwe Bosch van Drakestein tussen 1860-1920 (1). Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.


Een onbekende jonkvrouwe Bosch van Drakestein tussen 1860-1920 (2). Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Een onbekende jonkvrouwe Bosch van Drakestein tussen 1860-1920 (2). Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.



Huis aan de Ruysdaellaan 7 te Huis ter Heide (wat van 1932 tot 1982 het familiehuis van Bosch van Drakestein van Nieuw-Amelisweerd was) in maart 2021. Foto: Sander van Scherpenzeel.Huis aan de Ruysdaellaan 7 te Huis ter Heide (wat van 1932 tot 1982 het familiehuis van Bosch van Drakestein van Nieuw-Amelisweerd was) in maart 2021. Foto: Sander van Scherpenzeel.



Tussen 1914 en 1929 waren de portretten in het bezit gekomen van Hendriks zoon Johan Bosch van Drakestein. Na zijn overlijden in 1929 kwam het roerend goed aan zijn echtgenote Lucie Serraris.

Zij kocht in 1931 het huis Welgelegen aan de Ruysdaellaan 7 te Huis ter Heide in Zeist. Vanaf 1931 tot aan haar overlijden in 1951 zullen naar verloop van tijd de portretten in Huis ter Heide aan de wand zijn komen te hangen. Na 1951 bleef Huize Welgelegen een familie huis van de acht kinderen van Johan en Lucie.


Gezicht op de voorgevel van het rond 1684 gebouwde huis Nieuw-Amelisweerd tussen Utrecht en Bunnik uit het westen, met op de voorgrond de Kromme Rijn met het toegangshek en rechts de duiventoren en theekoepel in 1715-1720. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 135283.Gezicht op de voorgevel van het rond 1684 gebouwde huis Nieuw-Amelisweerd tussen Utrecht en Bunnik uit het westen, met op de voorgrond de Kromme Rijn met het toegangshek en rechts de duiventoren en theekoepel in 1715-1720. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 135283.



In de jaren zestig of zeventig van de twintigste eeuw kwam het huis in eigendom van Louis Bosch van Drakestein. Hij was tot 1971 directeur van de VVV te Zeist. Tot aan zijn overlijden in 1982 hebben de portretten van Paul en Henriëtte bij de Ruysdaellan daar aan de muur gehangen.


De Tolsteegpoort bij het Ledig Erf, daar waar de Kromme-Rijn bij Utrecht binnenkomt in 1739. Naar een tekening van Jan de Beijer. Bron: Centraal Museum.nl.De Tolsteegpoort bij het Ledig Erf, daar waar de Kromme-Rijn bij Utrecht binnenkomt in 1739. Naar een tekening van Jan de Beijer. Bron: Centraal Museum.nl.



Na die tijd tot op heden zijn portretten in het bezit van een erfgenaam van Louis en hangen ze nu al ruim 40 jaar bij een particulier aan de wand in Bussum.


 

Origineel portret van Henriëtte Hofmann (1775-1839) in 1800-1810. Portret bevindt zich in particulier bezit in De Lage Vuursche (Prov. Utrecht).Origineel portret van Henriëtte Hofmann (1775-1839) in 1800-1810. Portret bevindt zich in particulier bezit in De Lage Vuursche (Prov. Utrecht).


Origineel portret van Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein (1771-1834) in 1800-1810. Portret bevindt zich in particulier bezit in De Lage Vuursche (Prov. Utrecht).Origineel portret van Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein (1771-1834) in 1800-1810. Portret bevindt zich in particulier bezit in De Lage Vuursche (Prov. Utrecht).


 

Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein, heer van Drakestein en De Vuursche.  Hij werd geboren op 13 november 1771 te Utrecht en overleed aldaar op 17 april 1834. Paulus was advocaat, politicus en grootgrondbezitter.

Bosch was lid van de familie Bosch en een zoon van de koopman Theodorus Gerardus Bosch (1726-1802) en Cornelia van Bijleveld (1746-1823). Paul Bosch van Drakestein heeft tot twee maal toe een request bij koning Willem I ingediend om in de (lage) adelstand te mogen worden verheven en wel in september 1816 en in september 1822.

Bij Koninklijk Besluit 's-Gravenhage op 10 december 1829 nr. 8 wordt Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein in de adelstand verheven tot jonkheer. Zijn kinderen en de daarop volgende generaties mogen vanaf dan de titel jonkheer of jonkvrouw gebruiken. 

Bij Koninklijk Besluit van 21 februari 1836 Nr. 103 werd besloten dat de negen kinderen van Paulus en Henriëtte zich voortaan Bosch van Drakestein mochten gaan noemen.

Bij aanpassing in het bevolkingsregister van de stad Utrecht op maandag 19 juni 1837 liet Jhr. Willem Bosch van Drakestein, tezamen met zijn broers, zussen, (achter) neven en nichtjes en daarop volgende generaties van de familie de naamsverandering vastleggen van familie Bosch naar familie Bosch van Drakestein.

Grachtenpand gelegen aan de Nieuwegracht nr. 5 die Cornelia van Bijleveld Wed. van Theodorus Gerardus Bosch aankocht op woensdag 15 januari 1806 aan van Jacobus Schroot en Anna Catharina Bettink. Cornelia bleef hier wonen van 1806 tot aan haar overlijden in 1823. Foto op zondag 6 september 2020, Sander. van Scherpenzeel. Beeld vanaf de rechterkant gezien.Grachtenpand gelegen aan de Nieuwegracht nr. 5 die Cornelia van Bijleveld Wed. van Theodorus Gerardus Bosch aankocht op woensdag 15 januari 1806 aan van Jacobus Schroot en Anna Catharina Bettink. Cornelia bleef hier wonen van 1806 tot aan haar overlijden in 1823. Foto op zondag 6 september 2020, Sander. van Scherpenzeel. Beeld vanaf de rechterkant gezien.


Grachtenpand gelegen aan de Nieuwegracht nr. 5 die Cornelia van Bijleveld Wed. van Theodorus Gerardus Bosch aankocht op woensdag 15 januari 1806 aan van Jacobus Schroot en Anna Catharina Bettink. Cornelia bleef hier wonen van 1806 tot aan haar overlijden in 1823. Foto op zondag 6 september 2020, Sander. van Scherpenzeel. Beeld vanaf de linkerkant gezien.Grachtenpand gelegen aan de Nieuwegracht nr. 5 die Cornelia van Bijleveld Wed. van Theodorus Gerardus Bosch aankocht op woensdag 15 januari 1806 aan van Jacobus Schroot en Anna Catharina Bettink. Cornelia bleef hier wonen van 1806 tot aan haar overlijden in 1823. Foto op zondag 6 september 2020, Sander. van Scherpenzeel. Beeld vanaf de linkerkant gezien.


De eeuwenoude Hofpoort gelegen aan de linkerkant van het pand Nieuwegracht nr. 5. In de negentiende eeuw de Runnenbaan geheten. Beeld van voren gezien. Foto op zondag 6 september 2020, Sander van Scherpenzeel.De eeuwenoude Hofpoort gelegen aan de linkerkant van het pand Nieuwegracht nr. 5. In de negentiende eeuw de Runnenbaan geheten. Beeld van voren gezien. Foto op zondag 6 september 2020, Sander van Scherpenzeel.



Portret van Charles Antoine baron de Bieberstein Rogalla Zawadsky (1796-1880), gehuwd op 25 oktober 1820 met Jkvr. Henriette Josephine Johanna Bosch van Drakestein. Vanaf 1824 bewoner geweest van het pand Nieuwegracht nr. 5 te Utrecht. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Portret van Charles Antoine baron de Bieberstein Rogalla Zawadsky (1796-1880), gehuwd op 25 oktober 1820 met Jkvr. Henriette Josephine Johanna Bosch van Drakestein. Vanaf 1824 bewoner geweest van het pand Nieuwegracht nr. 5 te Utrecht. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.


Pand Nieuwegracht (r) nr. 5 en de Hofpoort (l) gezien vanaf de Nieuwegracht (oneven zijde) op zondag 6 september 2020. Foto: Sander van Scherpenzeel.Pand Nieuwegracht (r) nr. 5 en de Hofpoort (l) gezien vanaf de Nieuwegracht (oneven zijde) op zondag 6 september 2020. Foto: Sander van Scherpenzeel.



Jhr. Willem Bosch van Drakestein was tussen april 1834, na het overlijden van vader en voor het overlijden van moeder Hofmann, in december 1839 familie oudste van het huis aan het Janskerkhof 17.

Diverse malen trad hij op als oudste familie vertegenwoordiger in notariële zaken en andere zakelijke familie aangelegenheden. Willem bleef ook tot aan het overlijden van moeder Hofmann samen met haar op het Janskerkhof 17 wonen.

Bron: Het Utrechts Archief, 481-703-01 Utrercht 1837, akten.: 9.


Gezicht op de Nederlands Hervormde kerk te Lage Vuursche, uit het zuidoosten in 1740-1750. Naar een tekening van Hendrik Spilman. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer:	 200910.Gezicht op de Nederlands Hervormde kerk te Lage Vuursche, uit het zuidoosten in 1740-1750. Naar een tekening van Hendrik Spilman. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 200910.



Paulus Willem Bosch huwde in 1797 met Henriëtte Hofmann (1775-1839). Paulus Willem Bosch was in 1797 onder huwelijkse voorwaarden getrouwd met haar. In 1805 maakte het echtpaar Bosch-Hofmann een testament. Uit dit huwelijk werden negen kinderen geboren.

In het begin van hun huwelijk woonde het echtpaar Bosch op de Voorstraat 85-87 te Utrecht, wat Paulus op 10 februari 1799 aankocht ten overstaan van notaris Pieter Jongeneel. In dit huis werd hun zoon Johannes Gerardus Bosch van Drakestein geboren in juli 1811 (BS Utrecht G- aktenr.4).


De Voorstraat 85 en 87 op 1 maart 2020. Foto: Sander van Scherpenzeel.De Voorstraat 85 en 87 op 1 maart 2020. Foto: Sander van Scherpenzeel.



Tijdens het bezoek van keizer Napoleon Bonaparte aan Utrecht, in oktober 1811, logeerde een rekestmeester uit zijn gevolg, belast met de Bruggen, Wegen en Polders, bij Bosch op de Voorstraat H 514 (Voorstraat 83). Bron: Huizenaanhetjanskerkhof.nl.


Kaart van het Janskerkhof en directe omgeving te Utrecht met daarop in Romeinse cijfers de klaustrale huizen aan het plein en tevens aangegeven de huisnummering in 1907 en de kadastrale nummers uit 1832. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 835019.Kaart van het Janskerkhof en directe omgeving te Utrecht met daarop in Romeinse cijfers de klaustrale huizen aan het plein en tevens aangegeven de huisnummering in 1907 en de kadastrale nummers uit 1832. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 835019.



Het deel van de binnenstad, waar Bosch en zijn echtgenote Hofmann woonde, was tot aan het eind van de zestiende eeuw in het bezit van het Rooms Katholieke kapittel en de kerk van St. Jan. 

Na de reformatie van 1580 kwamen de goederen in het bezit van de Staten van Utrecht. Benoemde kannuniken werden vanaf het begin van de zeventiende eeuw aangesteld om deze onroerende goederen van landerijen, huizen (claustrale huizen) en boerderijen te beheren. 

Voor het huis Janskerkhof 17 werd de claustraliteit in de loop van de zeventiende eeuw afgekocht.

Van 1791 tot 1811 was het huis het eigendom van Willem Arnout Leyssius (1769-1796). Hij huwde in 1790 met Frederica Geertruida van Westreenen van Themaat (1773-1845). Zij was een kleindochter van Jan Jacob van Westrenen en Johanna Catharina Mamuchet van Houdringe

Het echtpaar Leyssius kreeg twee kinderen, Maria Françoise Leyssius (1791-1864) en Pierre Frédéric Leyssius (1793-1846). Vanaf 1793 leefde het echtpaar gescheiden van tafel en bed.


vGezicht in de Dorpsstraat met rijen loofbomen en bebouwing te Lage Vuursche (gemeente Baarn) uit het zuiden; met rechts de voorgevels van de huizen Dorpsstraat 19-lager in 1925-1929. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 15091.




Na het overlijden van Willem Arnout Leyssius in 1796, na een duel bij Oudwijk, zou het 15 jaar gaan duren voordat zijn erfgename na vele rechtszaken tot een eindafsluiting van zijn nalatenschap zou gaan komen.

In het begin van de negentiende (?1796-1811) eeuw woonde Petrus Leonardus van Heilmann van Stoutenburg (1755-1816) hier. Petrus huurde het huis van de erfgenamen van familie Leyssius.


Voorgevel en zijgevel rechts van boerenwoning ten noordoosten van Lage Vuursche in mei 1915. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) te Amersfoort, beeldbank, documentnummer: 2542 (2).Voorgevel en zijgevel rechts van boerenwoning ten noordoosten van Lage Vuursche in mei 1915. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) te Amersfoort, beeldbank, documentnummer: 2542 (2).



Hij was in 1789 gehuwd met Lucia Theresia van Lielaar (1752-1819), weduwe van Martinus Carolus van Beurden. In 1793 was Lucia Theresia van Lielaer, echtgenote van Petrus Leonardus Heilmann van Stoutenburg, die na de dood van haar vader Johannes Franciscus van Lielaar, beleend met de heerlijkheid Stoutenburg.

In oktober 1811 logeerde Prins van Neufchatel (Louis Alexandre Berthier) bij Heilmann. Louis maakte onderdeel uit van het gevolg van het bezoek van keizer Napoleon, die in die dagen Utrecht bezocht. Al het koninklijke personeel werd ondergebracht in diverse huizen in de stad.


 




Na de verdeling van de Leyssius / Van Westrenen goederen, waaronder ook het huis Janskerkhof 17 in december 1811, is het huis in bezit gebleven van een van de erfgenamen. 

Bij de geboorte van Johannes Gerardus Bosch van Drakestein in november 1813, woont het gezin Bosch volgens archivalia al aan het Janskerkhof.

Bron: Het Utrechts Archief, 34-4, U328a002, 1811, notaris Christiaan Sanderson.


Kasteel Drakestein aan de Slotlaan 8 te Lage Vuursche. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) te Amersfoort, beeldbank, documentnummer: ST-2.247.Kasteel Drakestein aan de Slotlaan 8 te Lage Vuursche. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) te Amersfoort, beeldbank, documentnummer: ST-2.247.



Bron en overgenomen van: Huizenaanhetjanskerkhof.nl Janskerkhof 17 en 17a.

Door nader archiefonderzoek, uitgevoerd door de stichting, is duidelijk geworden dat Paul Bosch van Drakestein zijn huis van de erfgename Leyssius /Van Westrenen heeft aangekocht in 1812.

Diverse pogingen zijn er al door de stichting ondernomen om erachter te komen waar de akte van aankoop zich bevindt. In de oudste kadastrale registraties van de stad Utrecht T22 Hypotheek Bewaarders (HUA), is in de boeken uit 1811 en 1838 niet op te maken dat Paul Bosch zijn huis kadastraal heeft laten registreren.

Vermoedelijk heeft Paul Bosch het huis onderhands aangekocht begin 1812 van een van de erfgename Leyssius / Van Westrenen. Dit is gebeurt na de boedelscheiding in december 1811. Vrijwel zeker is dat Paul Bosch met zijn gezin in het jaar 1812 is verhuist van de Voorstraat naar het Janskerkhof 17.

Paul Bosch zou tot aan zijn overlijden in april 1834 hier wonen. Na het overlijden van Paul bleef zijn oudste zoon Willem met Henriëtte er nog enige jaren wonen, totdat ook Henriëtte overleed eind 1839. Hierna kwam het huis Janskerkhof 17 en 17a toe aan zijn dochter Elizabeth. Zij was met haar neef Jan Willem Hendrik Bosch gehuwd.


Kadastertekening uit februari 1888, dienstjaar 1889 van het perceel Janskerkhof 17 en 17A nadat deze door familie Bosch van Drakestein in 1887 verkocht was aan de gemeente Utrecht. Bron: Kadasterarchiefviewer (1832-1987).Kadastertekening uit februari 1888, dienstjaar 1889 van het perceel Janskerkhof 17 en 17A nadat deze door familie Bosch van Drakestein in 1887 verkocht was aan de gemeente Utrecht. Bron: Kadasterarchiefviewer (1832-1987).



Paulus Wilhelmus Bosch was een telg uit een katholieke familie, die door een uiterst voortvarende manier van zakendoen en een succesvolle huwelijkspolitiek zeer rijk waren geworden.


Gezicht op de Voorstraat in de periode 1908-1909. Links de Voorstraat 89 (de tegenwoordige City Bioscoop), daarnaast de Voorstraat 87 en 85 met rond 1900 de tram die nog door de Voorstraat reed. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer 2629.Gezicht op de Voorstraat in de periode 1908-1909. Links de Voorstraat 89 (de tegenwoordige City Bioscoop), daarnaast de Voorstraat 87 en 85 met rond 1900 de tram die nog door de Voorstraat reed. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer 2629.



Paulus ging Romeins en hedendaags recht studeren. Hij vestigde zich als advocaat en deed in 1795 met de Franse revolutie mee. Hij werd lid van de Provisionele Municipaliteit (gemeenteraad in de Franse Tijd) en was vervolgens tot 1803 tweede secretaris van de Raad van Rechtspleging.

Daarna was hij enkele jaren lid van de departementale rekenkamer. Naast zijn openbare functies nam hij deel aan het familiebedrijf en genoot hij inkomsten uit een uitgebreid bezit aan landbouwgrond en vastgoed.

Bosch was voortdurend bezig met het opkopen van landerijen, die patriciërs vanwege de ongunstige tijdsomstandigheden van de hand moesten doen. Sinds 1805 noemde hij zich, naar één van de aangeschafte ambachtsheerlijkheden, Bosch van Drakestein. Onder deze naam werd hij in 1808 lid van de vroedschap (stadscollege). Drie jaar later, in 1811, werd hij adjunct-maire onder mr. A. J. W. van Dielen.


Zegels van Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein (1771-1834) op de omslag van zijn olografisch testament, opgemaakt door notaris G.H. Stevens te Utrecht. Bron: Het Utrechts Archief 635 25.Zegels van Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein (1771-1834) op de omslag van zijn olografisch testament, opgemaakt door notaris G.H. Stevens te Utrecht. Bron: Het Utrechts Archief 635 25.



Hij overleed in februari 1812 en na maanden touwtrekken werd Bosch van Drakestein als nieuwe
maire van Utrecht aangesteld van 1812 tot 1813. Bosch was in hoge mate gepousseerd (bevorderd)  door de prefect van het departement van de Zuiderzee, graaf De Celles. Deze prees in een brief aan Lebrun de ijver en de Fransgezindheid van zijn kandidaat en adviseerde geen acht te slaan (geen gehoor te geven) op de bezwaren, die tegen hem in Utrecht bestonden. 


Buitenplaats Lage Vuursche Klein Drakenstein met beschermde tuinaanleg, opname uit 2012 aan de Kloosterlaan 4. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) te Amersfoort, beeldbank, documentnummer: 13624-53172.Buitenplaats Lage Vuursche Klein Drakenstein met beschermde tuinaanleg, opname uit 2012 aan de Kloosterlaan 4. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) te Amersfoort, beeldbank, documentnummer: 13624-53172.



Hij overleed in februari 1812 en na maanden touwtrekken werd Bosch van Drakestein als nieuwe
maire van Utrecht aangesteld van 1812 tot 1813. Bosch was in hoge mate gepousseerd (bevorderd)  door de prefect van het departement van de Zuiderzee, graaf De Celles.

Deze prees in een brief aan Lebrun de ijver en de Fransgezindheid van zijn kandidaat en adviseerde geen acht te slaan (geen gehoor te geven) op de bezwaren, die tegen hem in Utrecht bestonden.


Ontwerp voor een garage op het terrein van kasteel Drakestein (Slotlaan 8) in ca. 1960. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) te Amersfoort, beeldbank.Ontwerp voor een garage op het terrein van kasteel Drakestein (Slotlaan 8) in ca. 1960. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) te Amersfoort, beeldbank.



2. Ten tweede, de ongeremde Fransgezindheid van de man. Anders dan zijn voorganger, die steeds had geprobeerd de Franse maatregelen zo veel mogelijk te verzachten, had Bosch van Drakestein
slechts tot doel zijn superieuren (hoger geplaatste personen) naar zijn beste vermogens te dienen. Soms ging hij daarin zelfs verder dan vereist was (zijn vermogen te laten zien aan hogere personen, dan eigenlijk voor die tijd noodzakelijk was).



Na de terugtocht van de Fransen werd hij gevangen genomen, maar door Koning Willem I gerehabiliteerd (goede naam teruggegeven) en werd hij benoemd als lid van de Provinciale Staten van Utrecht van 1814 tot 1830. Ruim 4 jaar later, in april 1834, overleed Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein op 62-jarige leeftijd.


Interieur van een kamer in het voormalige claustrale (kanunnikenhuis) van St. Jan (Janskerkhof 17) te Utrecht in de periode 1790-1795 van familie Leyssius. Zo zou je een voorstelling kunnen maken hoe Jhr. Paulus Bosch van Drakestein en Henriëtte Hofmann tot 1839 in dit huis in weelde leefde samen met hun kinderen. Tussen 1800 en 1840 had Paulus zelfs schilderijen van Nederlandse meesters in huis hangen als Paulus Potter, Breugel, Jacob van Ruisdael en Moreelse. Huis is in 1886 gesloopt om plaats te maken voor een Openbare Lagere School. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer 35424.Interieur van een kamer in het voormalige claustrale (kanunnikenhuis) van St. Jan (Janskerkhof 17) te Utrecht in de periode 1790-1795 van familie Leyssius. Zo zou je een voorstelling kunnen maken hoe Jhr. Paulus Bosch van Drakestein en Henriëtte Hofmann tot 1839 in dit huis in weelde leefde samen met hun kinderen. Tussen 1800 en 1840 had Paulus zelfs schilderijen van Nederlandse meesters in huis hangen als Paulus Potter, Breugel, Jacob van Ruisdael en Moreelse. Huis is in 1886 gesloopt om plaats te maken voor een Openbare Lagere School. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer 35424.



Bronnen: Stilte na de storm- Utrecht in de eerste helft van de negentiende eeuw, Prof. Dr. R.E. de Bruin en Wikipedia.nl

Paulus was een groot liefhebber van het opkopen van het oude vast- en onroerend goed van het kapittel van St. Jan. Deze kwamen na het tekenen van het keizerlijke decreet door Napoleon, op 21 februari 1811, toe aan de Nederlandse Staat der Domeinen. Tussen 1819 en 1821 werden deze vroegere kapittel goederen verkocht per afslag. Bosch kocht onder andere De Proosdij en Landgoed de Hennekamp in Ede aan op 1 december 1819.

Deze waren tot 1811 het eigendom geweest van het kapittel van St. Jan. Ook landerijen, die onderdeel uit maakten van de Erfpachtcanon van het kapittel, kocht hij graag op in de omgeving van Utrecht. De bedoeling was hierop te verdienen. Hij had dat na verloop van tijd zo groots opgebouwd, dat Bosch in de laatste jaren van zijn leven ervan kon rentenieren.

Misschien las Paulus in het eerst kwart van de negentiende eeuw wel de Gazette Utrecht. Een Utrechtse krant met een Franse naam. Gazette is Frans voor krant.


Overzicht van de immuniteit van St. Jan te Utrecht uit het zuiden gezien met in het midden het Janskerkhof met de Janskerk en rechts de Drift in 1604. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 39802.Overzicht van de immuniteit van St. Jan te Utrecht uit het zuiden gezien met in het midden het Janskerkhof met de Janskerk en rechts de Drift in 1604. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 39802.



Hierin stonden vrijwel alle aangeboden landgoederen en landerijen, die door de economisch ongunstige tijd op de vastgoedmarkt werden aangeboden. Een groot deel van deze goederen kocht Bosch aan in de loop van de tijd. Zo was hij actief in het familie vastgoedbedrijf en een van de grootste grootgrondbezitters uit zijn tijd in Utrecht.

Ook zou het goed mogelijk zijn geweest, dat Bosch regelmatig het een en het ander van zijn buurman hoorde over vast- en onroerend goed, wat op de markt zou komen. Zijn buurman was Nicolaas Wilhelmus Budding, een zeer vooraanstaand notaris, die begin negentiende eeuw met zijn kantoor in de binnenstad gevestigd was. Bosch was regelmatig te vinden bij Nicolaas op kantoor om een transactie te bekrachtigen of om een familie aangelegenheid vast te laten leggen.


Gezicht op het besneeuwde Janskerkhof te Utrecht uit het zuidwesten, met rechts op de achtergrond het Hotel des Pays Bas in 1859-1860. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 135060.Gezicht op het besneeuwde Janskerkhof te Utrecht uit het zuidwesten, met rechts op de achtergrond het Hotel des Pays Bas in 1859-1860. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 135060.



In de Utrechtsche Courant van 22 juli 1833 staat in advertentie 1410 het volgende te lezen:

"De Ondergeteekende betuigt bij deze den hartelijken dank aan allen, van welke hij de onderscheldene blijken van deelneming en belangstelling heeft mogen ontvangen gedurende zijne zeer ernstige ongesteldheid en aanvankelijke herstelling". P.W. Bosch van Drakestein

Utrecht 20. Julij 1833."

Hieruit kunnen we opmaken dat Paul in de zomer van 1833, ruim een jaar eerder, niet meer gezond was.


Portret van Nicolaas Wilhelmus Buddingh, notaris, schout en gadermeester (belastinginner) van De Vuursche te Baarn (1749-1835) en zijn echtgenote Anna van Royen (1754-1790) in 1790. Geschilderd door Christiaan van Geelen sr. (Utrecht 1755 - 1824 Utrecht). Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein was de buurman en Nico en tevens goede vriend. Paul deed graag zaken bij hem. Zoals het regelen van familie aangelegenheden en het vastleggen van aankopen van vast- en onroerend goed. Bron: Centraal Museum Utrecht.Portret van Nicolaas Wilhelmus Buddingh, notaris, schout en gadermeester (belastinginner) van De Vuursche te Baarn (1749-1835) en zijn echtgenote Anna van Royen (1754-1790) in 1790. Geschilderd door Christiaan van Geelen sr. (Utrecht 1755 - 1824 Utrecht). Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein was de buurman en Nico en tevens goede vriend. Paul deed graag zaken bij hem. Zoals het regelen van familie aangelegenheden en het vastleggen van aankopen van vast- en onroerend goed. Bron: Centraal Museum Utrecht.


Fragment van een verpondingsbiljet van een pand aan de Drift te Utrecht in 1811 die in eigendom was van Nico Buddingh. Hij was van zijn eigen onroerend goed ook de ontvanger op de verpondingen (belastingen) in 1ste Arrondisiment Refort Utrecht. In zijn eigen handschrift staat geschreven 'Nicolaas Wilhelmus Buddingh. Bron: SHH Archief.Fragment van een verpondingsbiljet van een pand aan de Drift te Utrecht in 1811 die in eigendom was van Nico Buddingh. Hij was van zijn eigen onroerend goed ook de ontvanger op de verpondingen (belastingen) in 1ste Arrondisiment Refort Utrecht. In zijn eigen handschrift staat geschreven 'Nicolaas Wilhelmus Buddingh. Bron: SHH Archief.



Na zijn overlijden in april 1834 liet Paul 1,5 miljoen gulden na aan zijn echtgenote en 9 kinderen.

In de Opregte Haarlemsche Courant van 26 juli 1834 staat het volgende te lezen:

"Commissarissen en directeuren der Negotiatie ten lasten de Plantagien WaterlandAdrichem en Palkmeneribe en Surnimombo, gelegen in de Kolonie van Suriname, roepen bij deze op alle de Geinteresseerdens in de  gemelde Negotiatie om met hunne Aandeelen voorzien te compareren in den Doelen op de Garnalenmarkt op Donderdag den 31ste Julij eerstkomende, ten half twee uur, ten einden volgens art. A der op 20 december 1826 gearresteerde Conventie over te gaan tot de benoeming van eene nieuwe Commissaris, in plaats van de overleden Heer P.W. Bosch van Drakestein".


Zegel van N.W. Buddingh, schout van De Vuursche. Bron: Het Utrechts Archief, 635 26.Zegel van N.W. Buddingh, schout van De Vuursche. Bron: Het Utrechts Archief, 635 26.


Uit deze krantenadvertentie kunnen we opmaken dat Paul Bosch ook commissaris was van een Negotiatie fonds. Zo'n beleggingsfonds was in de achttiende- en negentiende eeuw bedoeld om de koffieplantages in Zuid Amerika te ondersteunen.



Mensen met veel geld staken dan 1000 gulden in het fonds als obligatie, waardoor de lokale koffieboeren in Suriname hun eigen koffieplantage konden runnen. De koffieboeren hadden bij zulke leningen hun plantage als onderpand, mochten ze aan hun betalingsverplichting niet meer kunnen voldoen.


Gezicht op de Janskerk aan het Janskerkhof te Utrecht uit het noorden in 1710-1730. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 37208.Gezicht op de Janskerk aan het Janskerkhof te Utrecht uit het noorden in 1710-1730. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 37208.



Er is in de tijd dat de stichting SHH Jhr. Paul Bosch van Drakestein en zijn echtgenote Henriette Hofmann en familieleden onderzoekt, iets opmerkelijks opgevallen.

Op zondag 29 december van het jaar 1805 laat het echtpaar ten overstaan van de Utrechtse notaris  Johan Fredrik Gobius Jr. een eerste testament opmaken. Hierin laat Paul Bosch opnemen, dat zijn oudste zoon (geboren op dat moment Willem Bosch van Drakestein 1853-1853) bij Pauls overlijden de ambachtsheerlijkheid De Vuursche en kasteel Drakestein zal vererven.

Ruim 29 jaar later, bij Pauls overlijden in april 1834, krijgt de een-na-oudste zoon Jhr. Frederik Lodewijk Herbert Jan Bosch van Drakestein (1799-1866) het kasteel en de ambachtsheerlijkheid. Oudste zoon Willem krijgt het huis en het landgoed Nieuw-Amelisweerd in plaats van kasteel Drakestein en de ambachtsheerlijkheid De Vuursche.

Over Pauls nalatenschap zal binnen het gezin Bosch wel wat overleg zijn geweest. Hierbij was het oorspronkelijk de bedoeling, dat Pauls bijzonderste bezit De Vuursche en Drakestein naar zijn oudste zoon Jhr. Willem Bosch van Drakestein zou zijn overgegaan. Ruim 29 jaar later zou dit toch anders uitkomen.

Volgens hetzelfde testament uit 1805 zou de tweede zoon het landgoed en huize de Sterrenberg in Soest en Zeist vererven. Hij zou 29 jaar later na het overlijden van Paul Jhr. Frederik Bosch van Drakestein het landgoed en huize de Sterrenberg hebben vererft. Maar dit werd bestemd voor zijn jongere broer Jhr. Karel Bosch van Drakestein.

Bron: Het Utrechts Archief 34-4, U260a014, 29-12-1805, aktn.: 100.

Derde zoon Jhr. Hendrik Willem Bosch van Drakestein (1805-1883) kreeg het huis en en landgoed Oud-Amelisweerd in Rhijnauwen, na Pauls overlijden, toebedeeld in april 1834.

Vierde zoon Jhr. Karel Bosch van Drakestein (1807-1860) kreeg het huis en landgoed de Sterrenberg in Zeist en Soest en de ambachtsheerlijkheid Reijerscop - Creuningen in Vleuten - De Meern.

Vijfde zoon Jhr. Johan Bosch van Drakestein (1811-1883) kreeg het huis en landgoed Bruxvoort in Bennekom en Ede in de provincie Gelderland.

Zesde zoon Jhr. Gerard Bosch van Drakestein (1813-1862) kreeg enkele boerderijen en andere landerijen in de regio Utrecht. Rond 1841 kocht hij het landgoed en huis Heeckeren in de gemeente Goor aan, waarna hij diverse van zijn goederen uit de regio Utrecht voegde bij zijn bezittingen bij het landgoed Heeckeren. Zoals boerderij De Koppel in Utrecht Lunetten zijn oudste broer Willem verkocht De Koppel aan Gerard het in jaar 1846. Boerderij De Grote Geer in Houten was al voor het jaar 1832 in het bezit van Gerard Willem.



Bevolkingsregisters Utrecht stad in 1813

Gezicht op de voorgevel van het enigszins terugliggende voormalige claustrale huis (Janskerkhof 17) te Utrecht op 1 december 1886 net voor de sloop. Huis waar waar familie Bosch van Drakestein ruim 28 jaar gewoond heeft. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 30705.Gezicht op de voorgevel van het enigszins terugliggende voormalige claustrale huis (Janskerkhof 17) te Utrecht op 1 december 1886 net voor de sloop. Huis waar waar familie Bosch van Drakestein ruim 28 jaar gewoond heeft. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 30705.



Bij de eerste bevolkingsregistratie volgens de Franse wet in 1813, was het toenmalige huis van familie Bosch van Drakestein aan het Janskerkhof 17 en 17a geadresseerd aan de St. Jan nr. 8. Volgens het register staan de volgende personen op dit adres geregistreerd:

1. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein (Maire = burgemeester) (41 jaar)

2. Henriëtte Hofmann (36 jaar)

3. Willem Bosch van Drakestein (14 jaar)

4. Frederik Lodewijk Hebert Jan Bosch van Drakestein (13 jaar)

5. Henriette Josephine Jacqueline Bosch van Drakestein (11 jaar)

6. Paulina Elisabeth Bosch van Drakestein (9 jaar)

7. Hendrik Willem Bosch van Drakestein (8 jaar)

8. Carolus Theodorus Johannes Bosch van Drakestein (6 jaar)

9. Elisabeth Petronella Bosch van Drakestein (4 jaar)

10. Johannes Gerardus Bosch van Drakestein (2 jaar)

11. M.E. van Bester (34 jaar) (Servante)

12. A. van Schaik (48 jaar) (Servante)

13. Cornelia van Heumen (35 jaar) (Servante)

14. Arnold Frippeluur (29 jaar) (Servante)


 

Bevolkingsregisters Utrecht stad in 1823

Reconstructie van het interieur van het Janskerkhof 17 uit ca. 1791 Naar het werk van Pierre Joseph Sauvage (Doornik 1744 - 1818 Doornik). Interieur aangekocht door gemeente Utrecht (Centraal Museum) in 1883. Foto: CentraalMuseum.nl.Reconstructie van het interieur van het Janskerkhof 17 uit ca. 1791 Naar het werk van Pierre Joseph Sauvage (Doornik 1744 - 1818 Doornik). Interieur aangekocht door gemeente Utrecht (Centraal Museum) in 1883. Foto: CentraalMuseum.nl.



 Bij de tweede bevolkingsregistratie volgens de Nederlandse wet in 1823, was het toenmalige huis van familie Bosch van Drakestein aan het Janskerkhof 17 en 17a geadresseerd aan in wijk H onder huisnummer 593. Volgens het register staan de volgende personen op dit adres geregistreerd:1. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein (Lid van de Provinciale Staten van Utrecht) (52 jaar)
2. Henriette Hofmann (46 jaar)
3. Willem Bosch van Drakestein (26 jaar) (advocaat)
4. Elisabeth Petronella Bosch van Drakestein (15 jaar)
5.  Johannes Gerardus Bosch van Drakestein (14 jaar)
6. Gerard Willem Bosch van Drakestein (11 jaar)



Bevolkingsregisters Utrecht stad in 1829


Bij de derde bevolkingsregistratie volgens de Nederlandse wet in 1829, was het toenmalige huis van familie Bosch van Drakestein aan het Janskerkhof 17 en 17a geadresseerd aan in wijk H onder huisnummer 593. Volgens het register staan de volgende personen op dit adres geregistreerd: 

1. Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein (58 jaar) 

2. Henriette Hofmann (50 jaar) 

3. Jhr. Willem Bosch van Drakestein (advocaat) (30 jaar) 

4. Jhr. Gerard Willem Bosch van Drakestein (student) (18 jaar) 

5. Frans van Gorcum (professioneel huisbediende) (23 jaar) 

6. Johanna Grootharden (keukenmeid) (50 jaar) 

7. Jansje La Ros (kamenier) (40 jaar) 

8. Wilhelmina Achthoven (werkmeid) (21 jaar) 

9. Peter van de Vloed (knecht) (36 jaar)


  

Een bovendeur stuk uit 1791 dat tot 1883 in het interieur van het toenmalige huis Janskerkhof 17 heeft gediend en van 1812 tot 1883 van familie Bosch van Drakestein is geweest. In 1883 aangekocht door de gemeente Utrecht. Panelen bestaande uit lindenhout, grenehout, blauw en wit verguld zijde, marmer en spiegelglas (Centraal Museum). Foto: Centraal Museum.nl (1).Een bovendeur stuk uit 1791 dat tot 1883 in het interieur van het toenmalige huis Janskerkhof 17 heeft gediend en van 1812 tot 1883 van familie Bosch van Drakestein is geweest. In 1883 aangekocht door de gemeente Utrecht. Panelen bestaande uit lindenhout, grenehout, blauw en wit verguld zijde, marmer en spiegelglas (Centraal Museum). Foto: Centraal Museum.nl (1).


Een bovendeur stuk uit 1791 dat tot 1883 in het interieur van het toenmalige huis Janskerkhof 17 heeft gediend en van 1812 tot 1883 van familie Bosch van Drakestein is geweest. In 1883 aangekocht door de gemeente Utrecht. Panelen bestaande uit lindenhout, grenehout, blauw en wit verguld zijde, marmer en spiegelglas (Centraal Museum). Foto: Centraal Museum.nl (2).Een bovendeur stuk uit 1791 dat tot 1883 in het interieur van het toenmalige huis Janskerkhof 17 heeft gediend en van 1812 tot 1883 van familie Bosch van Drakestein is geweest. In 1883 aangekocht door de gemeente Utrecht. Panelen bestaande uit lindenhout, grenehout, blauw en wit verguld zijde, marmer en spiegelglas (Centraal Museum). Foto: Centraal Museum.nl (2).



Bevolkingsregisters Utrecht stad in 1840

Gezicht op de Openbare School (Janskerkhof 17) te Utrecht. Dit gebouw verving in 1887 het huis van familie Bosch van Drakestein. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 79105.Gezicht op de Openbare School (Janskerkhof 17) te Utrecht. Dit gebouw verving in 1887 het huis van familie Bosch van Drakestein. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 79105.



Bij de vierde bevolkingsregistratie volgens de Nederlandse wet in 1840, was het toenmalige huis van familie Bosch van Drakestein aan het Janskerkhof 17 en 17a geadresseerd aan in wijk H onder huisnummer 593. Volgens het register staan de volgende personen op dit adres geregistreerd:

1. Aletto Krafie (kamernier) (29 jaar)

2. Wilhelmina Achthoven (wekmeid) (31 jaar)

3. Hendriea Merkenhoff (keukenmeid) (32 jaar)

4. Frans Arts Jr. (huisknecht) (22 jaar)


Schilderij van Theodor van Thulden ('s-Hertogenbosch 1606-1669) genaamd: 'De berouwvolle Maria Magdalena'. Herkomst Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein (1771-1834), burgemeester van Utrecht, van wie na zijn dood verworven door Andries Jan Jacob Baron des Tombe (1787-1845), luitenant-generaal te Maastricht; door fatsoen in 1856 via Barones des Tombe naar Henriette Josephine Jacqueline Barones Bosch van Drakestein (1801-1878), en door afstamming naar haar zoon Charles Frédéric Louis Baron de Bieberstein Rogalla Zawadsky (1834-1890); vandaar door fatsoenlijk naar het huidige gezinslid. Dit tot nu toe ongepubliceerde schilderij van Theodor van Thulden was in het bezit van twee belangrijke Nederlandse adellijke families, des Tombe en Bosch van Drakestein. De opvallende voorstelling van de berouwvolle Sint Magdalena is een prachtig voorbeeld van Van Thulden's talent. De compositie weerspiegelt de invloed van Peter Paul Rubens, wiens stijl een sterke impact had op de kunstenaar en aan wie hij motieven zoals het heden ontleende. Theodor van Thulden emigreerde vanuit de Noordelijke Nederlanden en vestigde zich in Antwerpen waar hij zich specialiseerde in historiestukken en mythologische kunstwerken. In 1639 en 1640 was hij deken van het Antwerpse Sint-Lucasgilde. In 1644 keerde hij terug naar zijn geboorteplaats 's-Hertogenbosch, waar hij een meer persoonlijke stijl ontwikkelde. Van Thulden verdiepte zich in het portretgenre en schilderde groepsportretten van belangrijke families, evenals enkele historische allegorieën voor onder meer het stadhuis van 's-Hertogenbosch. Bron: Christies.com.Schilderij van Theodor van Thulden ('s-Hertogenbosch 1606-1669) genaamd: 'De berouwvolle Maria Magdalena'. Herkomst Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein (1771-1834), burgemeester van Utrecht, van wie na zijn dood verworven door Andries Jan Jacob Baron des Tombe (1787-1845), luitenant-generaal te Maastricht; door fatsoen in 1856 via Barones des Tombe naar Henriette Josephine Jacqueline Barones Bosch van Drakestein (1801-1878), en door afstamming naar haar zoon Charles Frédéric Louis Baron de Bieberstein Rogalla Zawadsky (1834-1890); vandaar door fatsoenlijk naar het huidige gezinslid. Dit tot nu toe ongepubliceerde schilderij van Theodor van Thulden was in het bezit van twee belangrijke Nederlandse adellijke families, des Tombe en Bosch van Drakestein. De opvallende voorstelling van de berouwvolle Sint Magdalena is een prachtig voorbeeld van Van Thulden's talent. De compositie weerspiegelt de invloed van Peter Paul Rubens, wiens stijl een sterke impact had op de kunstenaar en aan wie hij motieven zoals het heden ontleende. Theodor van Thulden emigreerde vanuit de Noordelijke Nederlanden en vestigde zich in Antwerpen waar hij zich specialiseerde in historiestukken en mythologische kunstwerken. In 1639 en 1640 was hij deken van het Antwerpse Sint-Lucasgilde. In 1644 keerde hij terug naar zijn geboorteplaats 's-Hertogenbosch, waar hij een meer persoonlijke stijl ontwikkelde. Van Thulden verdiepte zich in het portretgenre en schilderde groepsportretten van belangrijke families, evenals enkele historische allegorieën voor onder meer het stadhuis van 's-Hertogenbosch. Bron: Christies.com.



Henriette Hofmann was de laatste van het gezin, die het huis aan het Janskerkhof verliet toen ze eind december 1839 overleed. Alleen het huispersoneel bleef bij de nieuwe bevolkingstelling van het jaar 1840.


Op Vrijdag den l0den April 1840, des voormiddags ten 10 ure precies, zal men ten overstaan van den Notaris STEVENS, binnen Utrecht , voor de Huizinge aan het St, Janskerk- hof‚ Wijk H. No. 593, publiek Verkoopen : Eene fraaije verzameling SCHILDERIJEN van OUDE EN MODERNE MEESTERS, mitsgaders MARMER en IVOOR BEELD\WERK, verzameld en nagelaten door wijlen Jonkheer Mr. PAULUS WILLEM BOSCH van DRAKESTEIN en Echtgenoot Vrouwe HENRIETTA HOfMANN, waarvan de catalogus met vermelding van den tijd van bezigtiging te bekomen is ten kantore van gemelden Notaris, van den kunst-schilder J, DE LELIE, te Amsterdam, en aan het Locaal van Verkoopingen te Utrecht achter St, Pieter. Bron: Delpher.nl.Op Vrijdag den l0den April 1840, des voormiddags ten 10 ure precies, zal men ten overstaan van den Notaris STEVENS, binnen Utrecht , voor de Huizinge aan het St, Janskerk- hof‚ Wijk H. No. 593, publiek Verkoopen : Eene fraaije verzameling SCHILDERIJEN van OUDE EN MODERNE MEESTERS, mitsgaders MARMER en IVOOR BEELD\WERK, verzameld en nagelaten door wijlen Jonkheer Mr. PAULUS WILLEM BOSCH van DRAKESTEIN en Echtgenoot Vrouwe HENRIETTA HOfMANN, waarvan de catalogus met vermelding van den tijd van bezigtiging te bekomen is ten kantore van gemelden Notaris, van den kunst-schilder J, DE LELIE, te Amsterdam, en aan het Locaal van Verkoopingen te Utrecht achter St, Pieter. Bron: Delpher.nl.


 

Aankoop landgoederen

Nieuw-Amelisweerd en Oud-Amelisweerd

Portret van Jan Pieter van Wickevoort Crommelin (1763-1837). Bron: RKD – Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Portret van Jan Pieter van Wickevoort Crommelin (1763-1837). Bron: RKD – Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.


Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein kocht op zaterdag 24 augustus 1811 ten overstaan van de Utrechtse notaris Van Ommeren de landgoederen Nieuw- en Oud-Amelisweerd van mr. Jan Pieter van Wickevoort Crommelin

Dit voor een totaal bedrag van f. 145.000 gulden.

Hierbij behoorden vele landerijen en hofsteden in Bunnik en Vechten, Rhijnauwen, Oud-Wulven en Maarschalkerweerd.

Jan Pieter had Nieuw- en Oud-Amelisweerd daarvoor in 1810 van Koning Lodewijk Napoleon gekocht. Dit was waarschijnlijk bedoeld om hem van dienst te zijn en destijds snel van zijn onroerend goed vermogens in de Nederlanden af te komen. Jan Pieter heeft in de periode dat hij Nieuw- en Oud-Amelisweerd in eigendom had nog geprobeerd de landhuizen te verhuren. Dit is naar alle waarschijnlijkheid niet gelukt, zo te zien is aan zijn korte eigendomsstaat.



Jan Pieter van Wickevoort Crommelin was President der Nationale Conventie, kanselier van het Koninkrijk Holland en lid van de eerste Kamer der Staatsraad. 

Hij was gehuwd met Catharina van Lennep te Heemstede (Noord-Holland) op 24 oktober 1790. 

Het echtpaar had 3 kinderen: Jan Pieter Adolf van Wickevoort Crommelin, Henri Samuel van Wickevoort Crommelin en Maria Catharina van Wickevoort Crommelin.



De achtergevel van landhuis Nieuw-Amelisweerd in 1880. Links een juffrouw kijkend uit de deuropening. Rechts twee personeelsleden al staande te praten. Collectie: Maarten van Deventer.De achtergevel van landhuis Nieuw-Amelisweerd in 1880. Links een juffrouw kijkend uit de deuropening. Rechts twee personeelsleden al staande te praten. Collectie: Maarten van Deventer.


Handtekeningen van Jan Pieter Wickevoort Crommelin en Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein onder de notariële akten voor notaris van Ommeren te Utrecht om de koop te bevestigen van Nieuw- en Oud-Amelisweerd op 26 augustus 1811. Bron: Het Utrechts Archief 34-4 Notarissen in de stad Utrecht U320b010 1811 Blz. 288 Aktenummer: 64.Handtekeningen van Jan Pieter Wickevoort Crommelin en Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein onder de notariële akten voor notaris van Ommeren te Utrecht om de koop te bevestigen van Nieuw- en Oud-Amelisweerd op 26 augustus 1811. Bron: Het Utrechts Archief 34-4 Notarissen in de stad Utrecht U320b010 1811 Blz. 288 Aktenummer: 64.


Huize Nieuw-Amelisweerd in 1880 met op de voorgrond de Kromme Rijn. Collectie: Maarten van Deventer.Huize Nieuw-Amelisweerd in 1880 met op de voorgrond de Kromme Rijn. Collectie: Maarten van Deventer.



Wapen van landgoed Nieuw-Amelisweerd vastgesteld door de Hoge Raad van Adel op donderdag 25 juli 1822. Na diverse briefwisselingen met de raad van Adel afkomstig van Paul Bosch op de datums: 22 maart 1815, 7 november 1820 en 13 juni 1822 kreeg Paul Bosch van Drakestein wat hij hebben wilde een wapen voor zijn landgoed Nieuw-Amelisweerd. Beschrijving wapen: Wapen van landgoed Nieuw-Amelisweerd vastgesteld door de Hoge Raad van Adel op donderdag 25 juli 1822. Na diverse briefwisselingen met de raad van Adel afkomstig van Paul Bosch op de datums: 22 maart 1815, 7 november 1820 en 13 juni 1822 kreeg Paul Bosch van Drakestein wat hij hebben wilde een wapen voor zijn landgoed Nieuw-Amelisweerd. Beschrijving wapen: "In goud drie zwarte hanen met roode lellen en kammen". Wapen: Wikipedia.


Wapen van landgoed Oud-Amelisweerd vastgesteld door de Hoge Raad van Adel op donderdag 25 juli 1822. Na diverse briefwisselingen met de raad van Adel afkomstig van Paul Bosch op de datums: 22 maart 1815, 7 november 1820 en 13 juni 1822 kreeg Paul Bosch van Drakestein wat hij hebben wilde een wapen voor zijn landgoed Oud-Amelisweerd. Beschrijving wapen: Wapen van landgoed Oud-Amelisweerd vastgesteld door de Hoge Raad van Adel op donderdag 25 juli 1822. Na diverse briefwisselingen met de raad van Adel afkomstig van Paul Bosch op de datums: 22 maart 1815, 7 november 1820 en 13 juni 1822 kreeg Paul Bosch van Drakestein wat hij hebben wilde een wapen voor zijn landgoed Oud-Amelisweerd. Beschrijving wapen: "Golvend gedwarsbalkt van acht stukken van goud en rood". Wapen: Wikipedia.



De Bosch van Drakesteinlaan in Utrecht-Tolsteeg

  

Zicht op de Bosch van Drakesteinlaan (links de appartementen) richting het westen met op de achtergrond de Kranenburgerweg in juni 2021. Foto: Sander van Scherpenzeel.Zicht op de Bosch van Drakesteinlaan (links de appartementen) richting het westen met op de achtergrond de Kranenburgerweg in juni 2021. Foto: Sander van Scherpenzeel.


Straatnaamborden op de kruising van de Bosch van Drakesteinlaan (links) naar het westen en (rechts) naar het Lodewijk Napoleonplantsoen in de Utrechtse wijk Tolsteeg Noord in juni 2021. Foto: Sander van Scherpenzeel.Straatnaamborden op de kruising van de Bosch van Drakesteinlaan (links) naar het westen en (rechts) naar het Lodewijk Napoleonplantsoen in de Utrechtse wijk Tolsteeg Noord in juni 2021. Foto: Sander van Scherpenzeel.


Zicht op de Kozakkenweg in de richting het zuiden gezien vanaf de kruising met de Bosch van Drakesteinlaan en het Lodewijk Napoleonplantsoen in juni 2021. Foto: Sander van Scherpenzeel.Zicht op de Kozakkenweg in de richting het zuiden gezien vanaf de kruising met de Bosch van Drakesteinlaan en het Lodewijk Napoleonplantsoen in juni 2021. Foto: Sander van Scherpenzeel.



In 1953 en 1954 werd ten westen van het fort Lunet I aan de Koningsweg het uitbreidingsplan Krommerijn gerealiseerd.

Bij deze naoorlogse stadsuitbreiding werden diverse appartementen en huizenblokken gebouwd. Al in de jaren dertig van de twintigste eeuw was Utrecht in gesprek met het ministerie van Oorlog om in de omgeving van 'De Vier Lunetten op de Houtense Vlakte' te kunnen bouwen. Maar door de wet op de Verboden Kringen uit midden negentiende eeuw, was het bijna onbegonnen werk en ook verboden om binnen bepaalde afstanden van de Nieuwe Hollandse Waterlinie forten te bouwen.

Pas na het opheffen van de Kringenwet in 1952 kon Utrecht beginnen met zijn zo gewenste stadsuitbreiding aan de oostkant van de stad. Dit betrof dus het uitbreidingsplan Krommerijn.

Op 18 november 1953 werd bij besluit van de gemeentesecretaris J. de Lange en burgemeester Jhr. C.J.A. de Ranitz van de gemeente Utrecht de diverse straatnamen van het uitbreidingsplan Krommerijn vastegsteld. Het betrof de volgende straatnamen: Adriaen van Ostadelaan, Tamboersdijk, Kranenburgerweg, Kozakkenweg, Fransestraat, Bosch van Drakesteinlaan en het Lodewijk Napoleonplantsoen.

Het Utrechtsch Nieuwsblad van 26 november 1953 schreef over de nieuwe straatnamen van de stad het volgende:

STADSNIEUWS

Straatnamen in Krommerijnplan.
Burgemeester van wethouders van Utrecht hebben namen gegeven aan een aantal straten in het uitbreidingsplan Krommerijn.
De straat gelegen in het verlengde van de Adriaen van Ostadelaan, tot het punt waar deze afbuigt en zich voortzet evenwijdig aan de Rijksweg nr. 22, (Waterlinieweg) wordt eveneens Adriaen van Ostadelaan. 
De straat gaande van het einde van de Adriaen van Ostadelaan zoals hierboven omschreven, in ongeveer zuidwestelijke richting evenwijdig aan de Rijksweg nr. 22 tot aan de Koningsweg, wordt Tamboersdijk.

De straat, die van de Koningsweg, getekend van de spoorwegovergang af de eerste zijnstraat zal zijn in ongeveer noordoostelijke richting, wordt Kranenburgerweg.De straat, die ten zuidoosten van de Kranenburgerweg evenwijdig daaraan zal lopen, zal Kozakkenweg heten.

Het Utrechtsch Nieuwsblad van 26 november 1953. Bron: krantenbank Het Utrechts Archief.Het Utrechtsch Nieuwsblad van 26 november 1953. Bron: krantenbank Het Utrechts Archief.


        

Straatnaambord 'Bosch van Drakesteinlaan' met de kruising Kranenburgerweg in juni 2021. Foto: Sander van Scherpenzeel.Straatnaambord 'Bosch van Drakesteinlaan' met de kruising Kranenburgerweg in juni 2021. Foto: Sander van Scherpenzeel.


De Bosch van Drakesteinlaan in de richting van het oosten gezien met op de achtergrond de kruising van de Kozakkenweg met het Lodewijk Napoleonplantsoen in juni 2021. Foto: Sander van Scherpenzeel.De Bosch van Drakesteinlaan in de richting van het oosten gezien met op de achtergrond de kruising van de Kozakkenweg met het Lodewijk Napoleonplantsoen in juni 2021. Foto: Sander van Scherpenzeel.


Straatnaambord Kranenburgerweg bij de kruising met de Koningsweg in Tolsteeg Noord tea Utrecht in juni 2021. Foto: Sander van Scherpenzeel.Straatnaambord Kranenburgerweg bij de kruising met de Koningsweg in Tolsteeg Noord tea Utrecht in juni 2021. Foto: Sander van Scherpenzeel.


De Bosch van Drakesteinlaan in de richting van het oosten gezien vanaf de kruising met de Kranenburgerweg in juni 2021. Foto: Sander van Scherpenzeel.De Bosch van Drakesteinlaan in de richting van het oosten gezien vanaf de kruising met de Kranenburgerweg in juni 2021. Foto: Sander van Scherpenzeel.


  

Luchtfoto van het Lodewijk Napoleonplantsoen te Utrecht, uit het noordoosten; rechts de Bosch van Drakesteinlaan, de Fransestraat en de Kozakkenweg; op de achtergrond de Koningsweg in juni 2004. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 40072.Luchtfoto van het Lodewijk Napoleonplantsoen te Utrecht, uit het noordoosten; rechts de Bosch van Drakesteinlaan, de Fransestraat en de Kozakkenweg; op de achtergrond de Koningsweg in juni 2004. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 40072.


De straat, die gerekend van de Koningsweg af de eerste verbinding zal vormen tussen de Kranenburgerweg en de Kozakkenweg, evenals op deze straat uitkomende toegangspaden tot woningblokken, wordt Fransestraat.

De straat, die ten noorden van de Fransestraat evenwijdig daaraan zal lopen, wordt Bosch van Drakesteinlaan.

De straten en de toegangspaden tot woningblokken aan te leggen op het terrein, begrensd door de Kozakkenweg, de Krommerijn, de Tamboersdijk en de Koningsweg,
krijgen de naam Lodewijk Napoleonplantsoen. De namen Tamboersdijk en Kranenburgerweg zijn historische benamingen. De eerste is gelijkduidend aan de in de volksmondbekende benamingen van een ongeveer daar gelegen landweg, terwijl de Kranenburgerweg is genoemd naar de buurtschap en  molen, vanouds bekend onder de naam ,,Kranenburg". Met de overige benamingen wordt de herinnering levendig gehouden aan de Franse tijd. Op 28 november 1813 kwamen de Kozakken te Utrecht en verlieten de Franse troepen de stad.
Jhr. mr. P.W. Bosch van Drakestein was burgemeester van Utrecht in de jaren 1812-1813. Lodewijk Napoleon was Koning van Holland van 1806-1810.

     

Gezicht op de Kromme Rijn te Utrecht, vanaf de spoorbrug in de Oostspoorlijn, na het verbreden van de rivier en het aanbrengen van nieuwe beschoeiing. Op de achtergrond de Waterloobrug omstreeks 1970-1971. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 45976.Gezicht op de Kromme Rijn te Utrecht, vanaf de spoorbrug in de Oostspoorlijn, na het verbreden van de rivier en het aanbrengen van nieuwe beschoeiing. Op de achtergrond de Waterloobrug omstreeks 1970-1971. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 45976.



Bron: Krantenbank Het Utrechts Archief, archiefcommissie Straatnaamgeving, gemeente Utrecht, Alice Oosterhoff.


   

 Bosch van Drakesteinpad te Amsterdam in Nieuw-West

Bovenaan straatnaambord 'Bosch van Drakestein' in het Amsterdamse Geuzenveld - Osdorp / Sloten in augustus 2021. Beneden het fiets 'Bosch van Drakesteinpad' in augustus 2021 lopend naar Osdorperweg te Osdorp. Foto: Sander van Scherpenzeel.Bovenaan straatnaambord 'Bosch van Drakestein' in het Amsterdamse Geuzenveld - Osdorp / Sloten in augustus 2021. Beneden het fiets 'Bosch van Drakesteinpad' in augustus 2021 lopend naar Osdorperweg te Osdorp. Foto: Sander van Scherpenzeel.



In de gemeente Amsterdam (Prov. Noord-Holland), om precies te zijn in het westen van de stad op de vroegere gemeentegrond van Sloten (1816-1921), bevindt zich het Bosch van Drakesteinpad.


Vastgestelde straatnaam 'Bosch van Drakesteinpad' in het (ingetekend op de kaart behorend bij het straatnaambesluit) Amsterdamse Stadsdeel Nieuw-West (voorheen Geuzenveld-Slotermeer) vastgesteld op dinsdag 11 juli 2006 door het dagelijks bestuur van het stadsdeel Geuzenveld-Slotermeer. Bron: gemeente Amsterdam BAG, Gegevensbeheer.Vastgestelde straatnaam 'Bosch van Drakesteinpad' in het (ingetekend op de kaart behorend bij het straatnaambesluit) Amsterdamse Stadsdeel Nieuw-West (voorheen Geuzenveld-Slotermeer) vastgesteld op dinsdag 11 juli 2006 door het dagelijks bestuur van het stadsdeel Geuzenveld-Slotermeer. Bron: gemeente Amsterdam BAG, Gegevensbeheer.



Deze straatnaam is vastgesteld door het dagelijks bestuur van het Amsterdamse stadsdeel Geuzenveld-Slotermeer (heden genaamd Nieuw-West) op dinsdag 11 juli 2006.

Genoemd naar Jonkheer Gérard Dagobert Henri "Gerard" Bosch van Drakestein (Mechelen (België), 24 juli 1887 - Den Haag, 20 maart 1972) was een Nederlands wielrenner. Hij nam driemaal deel aan de Olympische Spelen en won hierbij in totaal drie medailles.


  • Straatnaambord 'Bosch van Drakesteinpad' te Amsterdam Geuzenveld bij de t-splitsing met de Nico Broekhuysenweg in augustus 2021. Foto: Sander van Scherpenzeel.
  • Bruggetje over een sloot in de richting gezien van de Osdorperweg met het Bosch van Drakesteinpad te Amsterdam in augustus 2021. Foto: Sander van Scherpenzeel.
  • Het Bosch van Drakesteinpad in de Osdorper Bovenpolder gezien richting Osdorp in augustus 2021. Foto: Sander van Scherpenzeel.
  • Informatiebord over de Osdorper Bovenpolder de Tuinen van West in augustus 2021. Foto: Sander van Scherpenzeel.
  • De Lutkemeerweg te Amsterdam Osdorp met de splitsing met de Osdorperweg in de buurt van het Bosch van Drakesteinpad in augustus 2021. Foto: Sander van Scherpenzeel.
  • Straatnaambord 'Lutkemeerweg' te Amsterdam Osdorp in augustus 201. Foto: Sander van Scherpenzeel.
  • Een fietsende dame op de achtergrond op het Bosch van Drakesteinpad te Amsterdam Osdorp gezien vanaf de Osdorperweg in augustus 2021. Foto: Sander van Scherpenzeel.
  • Het Bosch van Drakesteinpad te Amsterdam Osdorp gezien vanaf de Osdorperweg in augustus 2021. Foto: Sander van Scherpenzeel.
  • De Osdorperweg in augustus 2021 te Amsterdam. Foto: Sander van Scherpenzeel.
  • Informatiebord aan de Osdorperweg van de Tuinen van West in augustus 2021. Foto: Sander van Scherpenzeel.
  • De Ospdorperweg richting het noordwesten gezien bij de t-splitsing met het Bosch van Drakesteinpad in augustus 2021. Foto: Sander van Scherpenzeel.
  • De Osdorperweg in augustus 2021 te Amsterdam (2). Foto: Sander van Scherpenzeel.
  • Een Tweede Wereldoorlog gedenk monument voor een gevallen dorpsbewoner van Osdorp aan de Osdorperweg. Gezien in augustus 2021. Foto: Sander van Scherpenzeel.
  • Informatiesteen bij het Tweede Wereldoorlog gedenk monument voor een gevallen dorpsbewoner van Osdorp aan de Osdorperweg. Gezien in augustus 2021. Foto: Sander van Scherpenzeel.