Familie Van Tuyll van Serooskerken van Zuylen
Slot Zuylen, Zuilen en Sweserengh, Vleuten, Westbroek, Sliedrecht, Oud-Beijerland
Serooskerke, Schouwen-Duiveland en Walcheren, prov. Zeeland
Familie Van Tuyll van Serooskerken van Zuylen. |
Zie voor het vervolg de pagina's over het betreffende onroerend goederen: Familie Van Tuyll van Serooskerken van Zuylen - Slot Zuylen en Heerlijkheden Familie Van Tuyll van Serooskerken van Zuylen - Bezit en Onroerend Goed (2) |
Luchtfoto met daarin de gronden, woningen, watergangen en wegen die in 1832 in het bezit zijn van Willem René baron van Tuyll van Serooskerken. Hierop zien wet het Slot Zuylen en de gronden in het dorp Oud-Zuilen. |
Bord bij de toegang van de bebouwde van het dorp Oud-Zuilen bij de Dorpsstraat en de Oostwaard in de zomer van 2024. |
Familie van Tuyll van Serooskerken van Zuylen
Onroerende goederen in Oud-Zuilen, Utrecht, Westbroek en Catharijne (nu Utrecht)
Kaart van drie percelen land gelegen aan de Daalsedijk in de Lage Weide en Zweesereng (gebied onder Zuilen) in 1810. Getekend door J.C. Martens. |
De Koningin Emmaschool aan de Zuilenselaan nr. 4 in de zomer van 2022 in Oud-Zuilen. |
De Koningin Emmaschool aan de Zuilenselaan nr. 4 in de zomer van 2022 in Oud-Zuilen. Gedenksteen 'DE EERSTE STEEN GELEGD DOOR DEN ED. ACHTB. HEER J.C. PLOMP, SEDERT JULI 1861 BURGEMEESTER DEZER GEMEENTE 17 JUNI 1887'. |
Begin jaren dertig van de vorige eeuw huurde Frederik baron van Tuyll het jachtrecht op de diverse gronden van de gemeente Zuilen. Gronden die ook eerder in het bezit van de Van Tuylls waren geweest. |
Villa Klein Zuylenburg aan de Dorpsstraat nr. 1 te Oud-Zuilen
Villa Klein Zuylenburg aan de Dorpsstraat nr. 1 (links op de foto) te Oud-Zuilen in 2022. Gebouwd in 1860 in opdracht van Willem René baron van Tuyll van Serooskerken. |
In opdracht van W.R. baron van Tuyll van Serooskerken gebouwd WOONHUIS, type herenhuis, genaamd `Klein Zuylenburg'. Het pand is in 1860 gebouwd in de stijl van het neoclassicisme naar ontwerp van architect N. Kamperdijk en deels opgetrokken op de fundamenten van een ouder pand. Het pand is beeldbepalend binnen het Beschermd Gezicht Oud-Zuilen gelegen tussen de Dorpsstraat en de Vecht, met de kopse gevel naar de Zuilenselaan, naast de brug over de rivier de Vecht. Het op de hoek van de Dorpsstraat, nabij de brug over de rivier de Vecht gelegen vrijstaand herenhuis is opgetrokken op een rechthoekige plattegrond en telt boven een souterrain een beletage en een mezzanino onder een zadeldak met flauwe dakhelling met de nok evenwijdig aan de Dorpsstraat en de Vecht. De kap is gedekt met gesmoorde pannen. De gevels zijn bepleisterd en witgeschilderd. De noordoostgevel of voorgevel is een symmetrisch ingedeelde langsgevel met in het midden een uitgebouwd portiek onder plat dak met afgeschuinde hoeken. Hierin bevindt zich de ingang, bestaande uit een dubbele deur met panelen, ruiten en gietijzeren roosters met vrouwenkopjes. Voor de ingang ligt een natuurstenen stoep. Links van de ingang is in het souterrain een brede, driedelige vensterpartij. Rechts is tegen de gevel een garage gezet die buiten de bescherming valt. De beletage heeft rechts en links een zesruits schuifvenster, in het midden boven de deur is een vierruits licht. De gevel wordt afgesloten door een lijst met ter hoogte van iedere travee een klein teruggelegen vierruits venster. De zuidoostgevel is symmetrisch van indeling. Aan weerszijden is een smalle terugliggende strook. Het uitgebouwde souterrain is voorzien van drie paar openingen met roosters. Boven het souterrain is een veranda gezet onder schilddak, gedragen door houten stijlen met eenvoudige afsluiting. De zijkanten zijn dichtgezet met een raamwerk met een ruitvormige houten roedenverdeling met gekleurd en / of van sterretjes voorzien kathedraalglas. De gevel heeft twee stel balkondeuren met daartussen een blindnis met segmentboog. Op de verdieping is in het midden een stolpvenster gezet, aan weerszijden geflankeerd door een vierruitsvenster met een rond ruitje in het midden. Een sierlijst volgt de ligt getoogde vorm van de bovenlichten. De geveltop is afgewerkt met verticale houten delen en een windveer met makelaar. De zuidwestgevel heeft drie vensterassen. De met persiennes uitgevoerde vensters zijn in het souterrain voorzien van vierruits schuiframen. De beletage bevat drie zesruits schuiframen met persiennes. De mezzanino heeft een eenvoudig fries met twee kleine liggende rechthoekige vensters in een vierkant veld alsmede een vierkant element in het midden. De noordwestgevel is blind met uitzondering van een tweetal vensters in de geveltop. Op de beletage is de oorspronkelijke plattegrondindeling en detaillering behouden. In de salon bevindt zich een marmeren schouw. De trap heeft bewerkte leuningen. Verder zijn er onder meer binnenluiken, plafonds met kraaldeuren en oorspronkelijke deuren en omlijstingen. Het woonhuis is van algemeen belang vanwege de cultuur- en architectuurhistorische waarde als herkenbaar voorbeeld van een qua in- en exterieur relatief gaaf bewaard herenhuis naar ontwerp van N. Kamperdijk in neoclassicistische stijl uit XIXC. Van cultuurhistorische waarde vanwege de opdrachtgever, de familie Van Tuyll van Serooskerken en van stedenbouwkundige en beeldbepalende waarde vanwege de ligging op de hoek van de Dorpsstraat aan de rivier de Vecht in Oud-Zuilen nabij de brug. Tekst overgenomen van monumentenregister.cultureelerfgoed.nl |
Foto gezien vanaf de Vechtzijde in noordoostelijke richting met rechts het huis Klein Zuylenburg en links het toenmalige gemeentehuis van (toenmalige gemeente Zuilen) te Oud-Zuilen. In de zomer van 2024. |
Voorkant van verkoopakte van drie woningen in Oud-Zuilen, sectie A, perceelnummers, 130, 131, 132 door Carel Emanuel baron van Tuyll van Serooskerken aan de heer C.W. Laan. |
Download (12) de notariële akte (fragment) van verkoop van twee woningen te Oud-Zuilen. Waarbij op woensdag 30 oktober, van het jaar 1844, ten overstaan van notaris mr. Frederik Hendrik van den Helm, twee woningen (heden Dorpsstraat nrs. 1-3) verkocht werden door de heer Gijsbert Nicolaas Laan aan de heer Carel Emmanuel baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen. voor ƒ. 5.800,-. De zoon van Carel Emmanuel van Tuyll, Willem René baron van Tuyll van Serooskerken, zou later op het perceel de buitenplaats Klein Zuylenburg laten bouwen. Download (12) (link) 1-4.pdf Download (12) (link) 2-4.pdf Download (12) (link) 3-4.pdf Download (12) (link) 4-4.pdf |
Op donderdag 20 maart van het jaar 1952 verscheen ten overstaan van notaris Hendrik Pieter Vader statutair gevestigd te Maarssen de Lammert Hetebrij die buitenplaats "Klein Zuilenburg" aankocht van de heer Ir. Frederik Christiaan Constantijn baron van Tuyll van Serooskerken voor de verkoopsom van f. 11.500,-. Beschrijving van akte. |
Het geschilderde jaartal onderaan de voorgevel van de buitenplaats Klein Zuylenburgh in Oud-Zuilen in de zomer van 2022. |
Woningen aan de Dorpsstraat 2, 4, 6 en 8 te Oud-Zuilen
Afschrift van akte van 21 december 1910, waar ten overstaan van de Maarssense notaris Dirk Hendrik van Nieuwenhuizen, waar een woning aan de Dorpsstraat te Oud-Zuilen werd geruild voor grond in bezit van Frans Samuel Leopold Frans baron van Tuyll van Serooskerken. |
Onderhandse akte waarbij de heer Johannes Antonius Joseph Mastink, kantoorbediende, wonende te Gouda, handelende uit de nalatenschap van Joseph Mulders in leven smid, ter eener zijde, en ter andere zijde de heer Frederik Leopold Samuel Frans baron van Tuyll van Serooskerken. Waarbij bij akte de ondergrond onder het huis van Dorpsstraat nr. 4, die eerder in erfpacht bleek te zijn, nogmaals eens schriftelijk werd bevestigd dat de erfpacht voor 1883 al was afgekocht en ooit in 1831 was ingesteld. Deel 1. |
Onderhandse akte waarbij de heer Johannes Antonius Joseph Mastink, kantoorbediende, wonende te Gouda, handelende uit de nalatenschap van Joseph Mulders in leven smid, ter eener zijde, en ter andere zijde de heer Frederik Leopold Samuel Frans baron van Tuyll van Serooskerken. Waarbij bij akte de ondergrond onder het huis van Dorpsstraat nr. 4, die eerder in erfpacht bleek te zijn, nogmaals eens schriftelijk werd bevestigd dat de erfpacht voor 1883 al was afgekocht en ooit in 1831 was ingesteld. Beschrijving van akte. Deel 2. |
Onderhandse akte waarbij de heer Johannes Antonius Joseph Mastink, kantoorbediende, wonende te Gouda, handelende uit de nalatenschap van Joseph Mulders in leven smid, ter eener zijde, en ter andere zijde de heer Frederik Leopold Samuel Frans baron van Tuyll van Serooskerken. Waarbij bij akte de ondergrond onder het huis van Dorpsstraat nr. 4, die eerder in erfpacht bleek te zijn, nogmaals eens schriftelijk werd bevestigd dat de erfpacht voor 1883 al was afgekocht en ooit in 1831 was ingesteld. Eind van beschrijving van akte met handtekeningen. Deel 3. |
Download (67) de notariële de akte van aankoop (fragment) waarbij de heer Joseph Mulders de woningen aan de Dorpsstraat 2 en 4 aankoopt van jkvr. Françoise Margaretha van Weede op dinsdag 18 september van het jaar 1883. Dit gebeurde ten overstaan van notaris mr. I.J. van de Helm voor een verkoopsom van f. 5.000,-. Download (67) (link) 1-3.pdf Download (67) (link) 2-3.pdf Download (67) (link) 3-3.pdf |
Akte in 1831 ten overstaan van de Utrechtse notaris mr. Gerardus Henricus Stevens waarbij de erfpacht behorend bij Slot Zuylen onder het pand van de Dorpsstraat nr. 4 wordt bevestigd. Deel 1. |
Akte in 1831 ten overstaan van de Utrechtse notaris mr. Gerardus Henricus Stevens waarbij de erfpacht behorend bij Slot Zuylen onder het pand van de Dorpsstraat nr. 4 wordt bevestigd. Deel 2. |
Op donderdag 16 februari van het jaar 1905 werd bij onderhandse akte geregeld dat de heer Frederik Leopold Samuel Frans baron van Tuyll van Serooskerken de kadastrale aanduiding van de erfpacht onder het huis aan de Dorpsstraat nr. 2 te Oud-Zuilen verbeterd wilde hebben, het perceel is op dat moment in gebruik bij de heer Hendrikus Johannes van Soest van beroep wagenmaker. |
Gezicht op de Dorpsstraat nr. 8 (huize Nooitgedacht), met erachter nr. 6 in Oud-Zuilen in 2022. |
Fragment uit de jaarrekening van van Stichting Slot Zuylen uit 1980, met erin vermeldt de verkoop van de woningen aan de Dorpsstraat 2, 6 (wat vermoedelijk nr. 4 moet zijn) en nr. 6, voor de verkoopsom van ƒ. 159.790,40,-. |
Gedenksteen met het bouwjaar '1891' in de voorgevel van Dorpsstraat nr. 8 in Oud-Zuilen, gezien in de zomer van 2022. |
Download (89) de notariële akte van verkoop (fragment) van de woningen aan de Dorpsstraat 6 en 8 te Oud-Zuilen. Waarbij op zaterdag 11 februari van het jaar 1888 ten overstaan van de Maarsseveense notaris mr. I.J.J. van den Helm, mevrouw Cornelia Diltheij, verkoopt aan jkvr. Françoise Margaretha van Weede, de woningen aan de Dorpsstraat 6 en 8 voor ƒ. 5.000,-. Download (89) (link) 1-2.pdf Download (89) (link) 2-2.pdf
|
𝐃𝐢𝐬𝐜𝐥𝐚𝐢𝐦𝐞𝐫: 𝐏𝐮𝐛𝐥𝐢𝐜𝐚𝐭𝐢𝐞 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐀𝐤𝐭𝐞𝐧 𝐒𝐭𝐢𝐜𝐡𝐭𝐢𝐧𝐠 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧𝐬𝐞 𝐇𝐨𝐝𝐨𝐧𝐢𝐞𝐦𝐞𝐧 stelt zich ten doel om historisch onderzoek naar de herkomst van (veld)namen en onroerend goed in Houten te bevorderen en te delen. Bij de publicatie van deze gegevens hanteert de stichting de volgende uitgangspunten:
𝐌𝐞𝐥𝐝𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐟𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧: Mocht u een fout in een transcriptie ontdekken of bezwaar hebben tegen een specifieke publicatie, dan verzoeken wij u vriendelijk dit aan ons te melden zodat wij dit kunnen corrigeren. |
Download (46) de verkoopakte (fragment) van het huis aan de Dorpsstraat 8 te Oud-Zuilen, ten overstaan van de Utrechtse notaris mr. Jan Wouter Voerman, op maandag 1 december van het jaar 1980, waarbij de heren Willem René Albert baron van Tuyll van Serooskerken en Hans Georg Inundat baron van Tuyll van Serooskerken, in hun hoedanigheid als voorzitter en secretaris van het college van Regenten van St. Slot Zuylen het huis aan de Dorpsstraat nr. 8 te Oud-Zuilen verkocht aan de dhr. Bert Schuilenburg, voor de verkoopsom van ƒ. 33.000,-. Download (46) (link) 1-3.pdf Download (46) (link) 2-3.pdf Download (46) (link) 3-3.pdf |
Download (51) de verkoopakte (fragment) van het huis aan de Dorpsstraat 2 te Oud-Zuilen waarbij op maandag 15 november van het jaar 1858 mevrouw Jannnigje Koning, wed. van Jan Plomp haar huis aan dhr. Willem René baron van Tuyll van Serooskerken verkoopt voor f. 2.600,- ten overstaan van notaris I.J. van den Helm. Download (51) (link) 1-2.pdf Download (51) (link) 2-2.pdf |
Download (52) de verkoopakte (fragment) van de vier woningen aan de Dorpsstraat 8 (geschat nummer), waarbij op vrijdag 17 september van het jaar 1858 ten overstaan van notaris I.J. van den Helm door mevr. Anna van Rijn diverse woningen aan dhr. Willem René baron van Tuyll van Serooskerken werden verkocht, voor de verkoopsom van f. 4.000,-. Download (52) (link) 1-4.pdf Download (52) (link) 2-4.pdf Download (52) (link) 3-4.pdf Download (52) (link) 4-4.pdf |
Download (27) de notariële verkoopakte (fragment) van het huis aan de Dorpsstraat 2 te Oud-Zuilen, ten overstaan van de Utrechtse notaris mr. Jan Willem Koch, op 28 november van het jaar 1980, waarbij de heren Willem René Albert baron van Tuyll van Serooskerken en Hans Georg Inundat baron van Tuyll van Serooskerken, in hun hoedanigheid als voorzitter en secretaris van het college van Regenten van St. Slot Zuylen het huis aan de Dorpsstraat nr. 2 te Oud-Zuilen verkocht wordt aan dhr. Petrus Paulus Maria Wilke, voor de verkoopsom van ƒ. 102.000,-. Download (27) (link) 1-2.pdf Download (27) (link) 2-2.pdf |
Download (28) de notariële verkoopakte (fragment) van het huis aan de Dorpsstraat 4 te Oud-Zuilen, ten overstaan van de Utrechtse notaris mr. Jan Wouter Voerman, op 4 maart van het jaar 1981, waarbij de heren Willem René Albert baron van Tuyll van Serooskerken en. Hans Georg Inundat baron van Tuyll van Serooskerken, in hun hoedanigheid als voorzitter en secretaris van het college van Regenten van St. Slot Zuylen het huis aan de Dorpsstraat nr. 4 te Oud-Zuilen verkocht wordt aan dhr. Bert Schuilenburg, voor de verkoopsom van ƒ. 61.000,-. Download (28) (link) 1-4.pdf Download (28) (link) 2-4.pdf Download (28) (link) 3-4.pdf Download (28) (link) 4-4.pdf |
Download (45) de verkoopakte (fragment) van het huis aan de Dorpsstraat 6 te Oud-Zuilen, ten overstaan van de Utrechtse notaris mr. Jan Wouter Voerman, op maandag 1 december van het jaar 1980, waarbij de heren Willem René Albert baron van Tuyll van Serooskerken en Hans Georg Inundat baron van Tuyll van Serooskerken, in hun hoedanigheid als voorzitter en secretaris van het college van Regenten van St. Slot Zuylen het huis aan de Dorpsstraat nr. 6 te Oud-Zuilen verkocht wordt dhr. Willem van Zaanen, voor de verkoopsom van ƒ. 28.000,-. Download (45) (link) 1-3.pdf Download (45) (link) 2-3.pdf Download (45) (link) 3-3.pdf |
Gemeentehuis aan de Dorpsstraat 3 te Oud-Zuilen
Download (97) de notariële akte van schenking (fragment), waarbij ten overstaan van de Maarssense notaris mr. Dirk Hendrik van Nieuwenhuizen, de jkvr. Françoise Margaretha van Weede op donderdag 6 mei van het jaar 1897 een nieuw gemeentehuis aan de gemeente Zuilen schenkt. Download (97) (link) 1-3.pdf Download (97) (link) 2-3.pdf Download (97) (link) 3-3.pdf |
Download (90) het raadsbesluit (fragment) van de toenmalige gemeente Zuilen, waarbij een perceel grond werd geruild. Om een nieuwe gemeenteschool te kunnen stichten was het noodzakelijk om van jkvr. Van Weede met een stuk grond van de gemeente te ruilen gelegen ter hoogte van de Dorpsstraat 3. Dit gebeurde ten overstaan van de Maarsseveense notaris I.J.J. van den Helm op donderdag 5 mei van het jaar 1887. Download (90) (link) 1-2.pdf Download (90) (link) 2-2.pdf |
Download (95) de notariële akte van schenking (fragment), waarbij ten overstaan van de Maarssense notaris mr. Dirk Hendrik van Nieuwenhuizen de jkvr. Françoise Margaretha van Weede op woensdag 5 mei van het jaar 1897 een nieuw gemeenteschool aan de gemeente Zuilen schenkt. 1-2.pdf Download (95) (link) 1-2.pdf Download (95) (link) 2-2.pdf |
Op woensdag 2 februari van het jaar 1966 vond ten overstaan van de Maarssense notaris mr. Cornelis Johannes Rijsterborgh de verkoop plaats van het voormalig gemeentehuis van Zuilen, eerder teruggekocht door Van Tuyll in 1932, gelegen aan de Dorpsstraat 3 te Oud-Zuilen. |
Het Oude Rechthuis van Oud-Zuilen aan de Dorpsstraat 12
De volgende tekst is overgenomen uit 'Periodiek, Historische Kring Maarssen, periodiek 3 - 2021', 48ste jaargang, blz. 112 - 116. Tekst in schuingedrukte vorm, is overgenomen Bistro Belle en Het Oude Regthuys: van recht tot gerecht |
Aan de Dorpsstraat 12 te Oud-Zuilen, naast de voormalige hervormde kerk, bevindt zich Bistro Belle. Dit restaurant, genoemd naar Belle van Zuylen, is gevestigd in een eeuwenoude dwarshuisboerderij die oorspronkelijk bij Slot Zuylen hoorde (zie afbeelding 1). (1) Het gepleisterde gebouw met topgevel heeft lange tijd gediend als ‘Regthuys’ voor het gerecht Zuilen en Swesereng. De functies van het gebouw zijn later veelvuldig gewijzigd. Zo fungeerde het onder meer als gemeentehuis in het begin van de negentiende eeuw. Dwarshuisboerderij Het pand waarin nu Bistro Belle is gevestigd, heeft een lange historie. De eerste functie was die van boerderij. Het was een zogenaamde dwarshuisboerderij met gelagkamer die tot het Slot Zuylen behoorde. De dwarshuisboerderij is een in Nederland veel voorkomend boerderijtype, waarvan het uiterlijk van het dwarshuis afhankelijk was van ligging, bodemgesteldheid en bedrijfsvoering. In Noord- en Midden-Nederland, waaronder Utrecht valt, waren dat gewoonlijk boerderijen waarbij het woonhuis gedeelte dwars op het achterhuis van de boerderij was geplaatst. Beide delen waren voorzien van een eigen dak. Dwarshuisboerderijen zijn bekend sinds het einde van de middeleeuwen; ze combineerden in de regel een boerenschuur met een woning die een niet-agrarische of burgerlijke uitstraling had (zie afbeelding 2). Ze vormen de voorlopers van de luxe villaboerderij. |
Veranderingen door de tijd De oorspronkelijke boerderij heeft in de loop der eeuwen vele veranderingen ondergaan. De boer-derij heeft een veertiende-eeuwse kern en aan de zijgevel en achterzijde aanbouwen uit de negen-tiende eeuw. De boerderij wordt gedekt door een mansardedak, een dak waarbij het onderste deel van het dakvlak steiler is dan het bovenste. Er zit dus een knik in het dak. De aanbouw aan de achterzijde is voorzien van een zadeldak, dat bestaat uit twee tegen elkaar geplaatste hellende dakschilden die elkaar in de nok snijden. Dit type dak is, vanwege zijn eenvoud, het meest voorkomende type dak in Nederland en Belgié, met name in de traditionele bouw. De boerderij is wit bepleisterd. De voorgevel van het voorhuis staat haaks op de Vecht en het achterhuis loopt parallel aan de Vecht. In de voorgevel bevindt zich een fraai gedecoreerde paneeldeur met bovenlicht, versierd met een smeedijzeren decoratie. De meeste vensters zijn voorzien van luiken, die in de voor Oud-Zuilen zo bekende rood-witte kleur zijn beschilderd. Het huis werd, samen met het bijbehorende koetshuis en de dienstwoning, in 1858 ingrijpend verbouwd. De uitbouw aan de zijgevel van de boerderij heeft dezelfde detaillering als het tegenovergelegen pand Dorpsstraat 14, dat nog steeds als koetshuis van het Regthuys bekendstaat (zie afbeelding 3). |
Het Oude Regthuys?' Sinds het einde van de zestiende eeuw deed het huis dienst als Regthuys van het ‘Geregt Zuylen en Swesereng’. Naar verluidt zouden al in het jaar 1579 schout en schepenen hier bijeen zijn gekomen om in de opkamer recht te spreken en bestuurszaken te regelen. Voor die tijd werden de zittingen gehouden in het huis van één van de ingezetenen van het dorp. Het dorp Zuilen vormde samen met Swesereng, gelegen aan de overkant van de Vecht, en Westbroek een ambachtsheerlijkheid (zie afbeelding 4). Deze behoorde toe aan de ambachtsheer, in dit geval de heer van Slot Zuylen. De ambachtsheerlijkheid onderscheidde zich van de vrije of hoge heerlijkheid doordat de heer geen jurisdictie in halszaken bezat, zoals misdrijven waarvoor lemand de doodstraf kon krijgen. Naast rechtspraak behoorden ook bestuur en wetgeving tot de competentie van de heer. De ambachtsheer had ook zogenoemde ‘heerlijke rechten’, waaronder het recht om de schout (soort burgemeester) aan te stellen en de leden van de schepenbank te benoemen. Ook had hij het recht op bepaalde heffingen, bijvoorbeeld bij de overdracht van land. Zo is in een aantal ambachtsheerlijkheden langs de Vecht tot in de negentiende eeuw het recht van de 13e penning blijven bestaan. Dit was het recht van de heer op een 13e deel van het verkoopbedrag bij transporten van onroerend goed. Aan deze rechten kwam in de Franse tijd evenwel een eind. De heer liet uitoefening van zijn rechterlijke en bestuurlijke bevoegdheden meestal over aan de door hem benoemde schout. De schout van Zuylen en Swesereng was, naast rentmeester, tevens schout van Westbroek. Het Geregt Zuylen en Swerereng had een eigen schepenbank bestaande uit vijf leden. De schepenen werden elk jaar op voordracht van de schout en schepenbank door de heer van Zuylen benoemd. De schout en schepenen hadden meestal slechts éénmaal per maand zitting. De schout en de secretaris ontvingen f 100,00 per jaar; de vergoeding voor leden van de schepenbank (in 1721 vastgesteld) was slechts f 12,00 per jaar. |
De schepenbank Wat waren zoal de taken van de schepenbank? Veel werk was er niet voor hen. Omdat Zuilen een zogenaamde ‘lage ambachtsheerlijkheid' was, moest men voor de hogere rechtspraak naar Utrecht. Ze waren alleen bevoegd om boetes op te leggen en om de hoogte van de verschillende belastingen vast te stellen. Er werden door het gerecht Zuylen aan inwoners, maar ook aan passanten, verschillende soorten belastingen opgelegd. Zo was er een belasting op turf, die vooral van belang was voor de in de Vechtstreek veel voorkomende steen- en pannenbakkerijen, maar ook op producten als koffie, thee en tabak. Ook werd er een morgengeld, dat is een belasting op grond geheven, alsmede een familiegeld dat gedeeltelijk naar draagkracht werd opgelegd (toen al!. Daarnaast werden geschillen tussen burgers onderling, en tussen burgers en overheden, maar ook de vastlegging van transporten, de overdracht van het eigendom of het gebruiksrecht van een onroerende zaak, door de schepenbank behandeld. Burgers konden het gerecht bovendien verzoeken een huwelijk te voltrekken wanneer een paar ‘niet de gereformeerde godsdienst aanhing’. |
Van Oude Regthuys naar gemeentehuis Het Regthuys heeft daarnaast dienstgedaan als tolhuis en later ook als gemeentehuis. In de Franse periode bleef de schepenbank nog enige tijd functioneren. Men bleef bijeenkomen in het Oude Regthuys. Maar de functie van schout en schepenen verdween. In 1810 kreeg Zuilen een maire (burgemeester) en een adjunct municipal (gemeentesecretaris) aan het hoofd. De functie van maire was feitelijk gelijk aan die van een burgemeester nu. In de gang bevond zich een marmeren herinneringsplaquette met de tekst: ‘Den 30sten april van het jaar onzes heeren 1896 ter gelegenheid van het 50 jarig jubilé der ambachtsvrouwe douair: Baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen enz: geb. jonkvr: FM. van Weede is door haar aan de gemeente Zuylen dit raadhuis geschonken ter nagedachtenis aan haren geliefden echtgenoot Mr. WR. Baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen enz: overleden den 29sten october 1878’. Het pand, Dorpsstraat 3, heeft als gemeentehuis dienstgedaan tot de opheffing van de gemeente Zuilen in 1954. Wel werd de secretarie in 1929 verplaatst naar Huize Daelwijck in verband met de groeiende bevolking van de wijk Zuilen. Na de annexatie van Nieuw-Zuilen door Utrecht in 1954 werd Daelwijck ‘hulpbureau’ voor de Utrechtse burgerlijke stand. |
Bistro Belle In 1858 werd het Regthuys tot boerderij verbouwd en bleef het als zodanig in gebruik tot 1971 (zie afbeelding 6). In dat jaar was de verbouwing van de boerderij tot gasterij gereed, waarbij het oorspronkelijke plafond dat uit zwarte balken bestaat, bewaard is gebleven. Bij het opstellen van het verbouwingsplan was sterk rekening gehou. den met de wensen van de eigenaar, * baron H.G.L. van Tuyll van Serooskerken. In 1983 werd het huis met aanhorigheden door de nieuwe eigenaar van de baron gekocht. De baron had in het begin van de vorige eeuw alle café's opgekocht om het drankmisbruik tegen te gaan. Het pand werd gerestaureerd en het restaurant Het Regthuys werd erin gevestigd. Tegenwoordig heet het Bistro Belle, naar de bekende bewoonster van Slot Zuylen (zie afbeelding 7). Een sfeervol a la carte restaurant, gelegen in een landelijke omgeving naast het Slot en vlak aan de rivier de Vecht. Waar niet meer recht wordt gesproken maar waar op een eigen wijze heerlijke gerechten worden geserveerd. De plaats waar de schout en zijn rakkers de boeven onderbrachten zijn nog duidelijk vast te stellen. Belle heeft nog twee oorspronkelijke cellen, die tegenwoordig dienstdoen als wijnkelder. Noot 1. Er bestaat geen overeenstemming over de ouderdom van de boerden). Verschillende bronnen noemen verschillende eeuwen: veertiende, zestiende en zeventiende eeuw. |
Fragment van het verhuurboekje van 'Het Rechthuis van Zuilen' waarbij de huur begint in mei 1810 met dhr. Gerrit van Soest, waarbij de afsluiting van elke nieuwe huurperiode ondertekend door de baron Van Tuyll van Serooskerken. |
Fragment van voorkant van huurcedulle van het rechthuis van Zuylen 'Tusschen D'Hoog Wel. Geb. Heer van Zuylen verhuurder en Gijsbert Brans C.S. huurders'. |
Hulpkaarttekening van het kadaster met hermeting en perceelgrenswijziging in- en om de Dorpsstraat van Oud-Zuilen. |
V.l.n.r. Elisabeth van der Vaart-Van Bekkum, dochter Stijntje en Hendrik (Hein) van der Vaart zittend bij boerderij Het Rechthuis. De foto is van voor 1904. |
Huurcedulle van de huurders 'De Kinderen van Frans Brands van Gerechtshuis te Zuylen met enige landerijen voor des Jaren Ingaande ten regaarde van de landen met partij 1771 en ten selfe vande Huisinge te Mr. Prins meij 1771 Jaarlijks voor f. 870,-. Bron: HUA, 76. Huurcedulle Huerders 'De Kinderen van Frans Brands van Gerechtshuis te Zuylen men enige landerijen voor des Jaren Ingaande ten regaarde van de landen met partij 1771 en ten selfe vande Huisinge te Mr. Prins meij 1771 Jaarlijks voor f. 870,-. |
Huurcedulle gepasseerd bij Den Hoog Wel. Geb. Heer W. R. Baron van Tuyll van Serooskerken, Heere van Zuylen en Zwesereng verhuurder aan Hendrik van Schaik, huurder. Indo, 27 september 1794. |
Huurcedulle, tusschen De Hoog. Wel. Geb. Heer van Zuylen, verhuurder en Hendrik van Schaik huurder van 'Een Huijs geapproprieert tot een tapperij, alwaar de gerechts bank gehouden word ect. voor 6 jaar ingaan Petrus Maij 1789 van f. 950,- in dato 1 november 1788. |
Download (7) Huurovereenkomst van het Rechtshuis van Zuylen door dhr. F. C. C. baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen aan G. van Walderveen 1-1.pdf |
Download (6) Huurovereenkomst van het Rechtshuis van Zuylen door dhr. F. C. C. baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen aan G. van Walderveen 1-1.pdf |
Download (34) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van verkoop van boerderij 't Rechtshuys aan de Dorpsstraat 12 te Oud-Zuilen. Waarbij op vrijdag 14 januari van het jaar 1983, ten overstaan van de Utrechtse notaris mr. Jan Wouter Voerman, mevr. Johanna Gerritdina Huijsman-Van Dee, als gemachtigde van de heer Hans George Inundat baron van Tuyll van Serooskerken en zijn verdere familieleden, 't Rechthuis in Oud-Zuilen tezamen met het Koetshuis aan de Dorpsstraat nr. 14 verkocht aan de heer Kees van den Hoek voor de verkoopsom van f. 250.000,-. Download (34) (link) 1-2.pdf Download (34) (link) 2-2.pdf |
Download (347) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van verkoop van boerderij 't Rechtshuys aan de Dorpsstraat 12 te Oud-Zuilen. Waarbij op dinsdag 21 juni van het jaar 1983, ten overstaan van de Utrechtse notaris mr. Jan Wouter Voerman, mevr. Johanna Gerritdina Huijsman-Van Dee, als gemachtigde van de heer Hans George Inundat baron van Tuyll van Serooskerken en zijn verdere familieleden, een bijbehorend stuk grond bij 't Rechthuis in Oud-Zuilen verkocht werd aan de heer Johanne Jansen voor de verkoopsom van f. 90,000-. Download (347) (link) 1-2.pdf Download (347) (link) 2-2.pdf |
Dorpsstraat 10 de Hervormde Kerk te Oud-Zuilen
Hervormde Kerk te Oud-Zuilen De hervormde kerk is een kerkgebouw in de Nederlandse plaats Oud-Zuilen. Het betreft een in 1848 herbouwd zaalkerkje dat is gewaardeerd als rijksmonument en geen reguliere diensten meer kent. Geschiedenis Over de vroegste geschiedenis is weinig bekend. Hoe dan ook bevond zich in de middeleeuwen hier een kapel die een sterke relatie had met de bewoners van het naastgelegen Slot Zuylen en diens voorganger(s). Uit 1351 is een benoeming bekend van een kapelaan door paus Clemens VI. Rond 1580 werd de slot- en kapeleigenaar George van Lalaing onteigend en later die eeuw zijn het de dorpsbewoners die de kapel restaureren. Omstreeks 1654 is het gebouw vernieuwd omdat het te weinig plaats bood en bovendien door noodweer ernstig beschadigd was geraakt. De Utrechtse bouwmeester Ghijsbert Theunisz. van Vianen zorgde voor het ontwerp en de sloteigenaar Adam van Lockhorst nam (merendeels) de bouwkosten voor zijn rekening. Het enkele panden verderop gelegen huis Swaenenvecht werd overigens vanaf 1678 de pastorie en die functie zou het tot circa 1970 houden. Diverse oude elementen zijn nog op locatie of elders aanwezig zoals een grafsteen onder de kerkvloer van de herbouwer van Slot Zuylen Willem van Rennenberg (overleden in 1545). De luidklok in het torentje is verloren gegaan tijdens de bezettingsjaren en in 1946 vervangen door een exemplaar dat werd vervaardigd en geschonken door de nabijgelegen staalfabriek Demka. Het mechanische torenuurwerk, dat vermoedelijk al dateerde van voor de tijd van de herbouw in 1848, is opgenomen in de collectie van het Vechtstreekmuseum. Het huidige uurwerk in de toren heeft een elektrische aandrijving. Daarnaast bevat het kerkje een eenklaviersorgel. Het orgel is in 1894 gebouwd door G. van Druten. Beschrijving overgenomen van Wikipedia - Hervormde Kerk (Oud-Zuilen) |
Geschiedenis Kerk met torentje bij Slot Zuylen. In augustus 1996 is de kerk aangekocht door de Stichting Adam van Lockhorst, genoemd naar de stichter die het kerkje in 1654 liet bouwen. Het doel hiervan is het onderhoud en behoud van de kerk te verwezenlijken. Dit kan bereikt worden door op beperkte wijze de kerk te verhuren, onder andere ten behoeve van huwelijksvieringen, uitvaartvieringen, vergaderingen, lezingen, concerten, verkooppromoties, enzovoorts. Monumentomschrijving Rijksdienst In december 1847 brandde het kerkje grotendeels af. In 1848 werd het herbouwd naar ontwerp van de Utrechtse architect Nicolaas Kamperdijk. Een deel van het oude muurwerk werd door hem hergebruikt. De voorgevel en de gaaf bewaarde binnenbetimmering met interessante orgeltribune zijn in vroege neogotiek ontworpen. Ned. Herv. Kerk. Zaalkerk in traditionele vormen met neogotische inslag. Gebouwd in 1847, nadat de vorige kerk uit 1654 door brand was verwoest. Een belangrijk deel van het muurwerk van dit gebouw werd opnieuw gebruikt. Inrichting grotendeels uit de bouwtijd. Klokkentorentje. Cartouches met wapens. Eenklaviers orgel, in 1894 gemaakt door G. van Druten (Hemmen). In 1977 gerestaureerd door de firma Van Vulpen. Mechanisch torenuurwerk, mogelijk uit 1848, later voorzien van elektrische opwinding. Beschrijving overgenomen van Reliwiki - Oud Zuilen, Dorpsstraat 10 - Ned. Hervormde Kerk |
Op vrijdag 30 augustus 1996 verscheen voor de Utrechtse notaris mr. Jacobus Pieter Penders, dhr. Hans Carel Marcar Hendriks, advocaat en procureur. Ook verscheen de heer Johan Hendrik Köhler, handelend als voorzitter van het College van Kerkvoogden van de Hervormde Gemeente te Utrecht (centrale gemeente), gevestigd aan het Janskerkhof nr. 26. De kerkvoogden verkochten de Hervormde Kerk te Oud-Zuilen voor ƒ 150.000,- aan de in 1995 opgerichte stichting "Adam van Lockhorst". Deze stichting nam op haar beurt het kerkgebouw in beheer voor bijeenkomsten en trouwerijen. Dorpelingen uit Oud-Zuilen en de familieleden Van Tuyll van Serooskerken kregen voorrang voor het gebruik van de kerkzaal voor bijeenkomsten. Deel 1 |
Op vrijdag 30 augustus 1996 verscheen voor de Utrechtse notaris mr. Jacobus Pieter Penders, dhr. Hans Carel Marcar Hendriks, advocaat en procureur. Ook verscheen de heer Johan Hendrik Köhler, handelend als voorzitter van het College van Kerkvoogden van de Hervormde Gemeente te Utrecht (centrale gemeente), gevestigd aan het Janskerkhof nr. 26. De kerkvoogden verkochten de Hervormde Kerk te Oud-Zuilen voor ƒ 150.000,- aan de in 1995 opgerichte stichting "Adam van Lockhorst". Deze stichting nam op haar beurt het kerkgebouw in beheer voor bijeenkomsten en trouwerijen. Dorpelingen uit Oud-Zuilen en de familieleden Van Tuyll van Serooskerken kregen voorrang voor het gebruik van de kerkzaal voor bijeenkomsten. Bijbehorende kadastrale tekening waarin de kerk staat ingetekend. Deel 2 |
|
Op vrijdag 30 augustus 1996 verscheen voor de Utrechtse notaris mr. Jacobus Pieter Penders, dhr. Hans Carel Marcar Hendriks, advocaat en procureur. Ook verscheen de heer Johan Hendrik Köhler, handelend als voorzitter van het College van Kerkvoogden van de Hervormde Gemeente te Utrecht (centrale gemeente), gevestigd aan het Janskerkhof nr. 26. De kerkvoogden verkochten de Hervormde Kerk te Oud-Zuilen voor ƒ 150.000,- aan de in 1995 opgerichte stichting "Adam van Lockhorst". Deze stichting nam op haar beurt het kerkgebouw in beheer voor bijeenkomsten en trouwerijen. Dorpelingen uit Oud-Zuilen en de familieleden Van Tuyll van Serooskerken kregen voorrang voor het gebruik van de kerkzaal voor bijeenkomsten. Beschrijving van eerdere verkrijging en de verkoopsom. Deel 3 |
Op vrijdag 30 augustus 1996 verscheen voor de Utrechtse notaris mr. Jacobus Pieter Penders, dhr. Hans Carel Marcar Hendriks, advocaat en procureur. Ook verscheen de heer Johan Hendrik Köhler, handelend als voorzitter van het College van Kerkvoogden van de Hervormde Gemeente te Utrecht (centrale gemeente), gevestigd aan het Janskerkhof nr. 26. De kerkvoogden verkochten de Hervormde Kerk te Oud-Zuilen voor ƒ 150.000,- aan de in 1995 opgerichte stichting "Adam van Lockhorst". Deze stichting nam op haar beurt het kerkgebouw in beheer voor bijeenkomsten en trouwerijen. Dorpelingen uit Oud-Zuilen en de familieleden Van Tuyll van Serooskerken kregen voorrang voor het gebruik van de kerkzaal voor bijeenkomsten. Deel 4 |
De herenbank van familie Van Tuyll van Serooskerken in de Hervormde Kerk van Oud-Zuilen aan de Dorpsstraat nr. 10. de herenbank. |
Dorpsstraat 14, 14a en 14b het Koetshuis te Oud-Zuilen
Aan de Dorpsstraat gelegen KOETSHUIS met STAL en WOONHUIS, in 1858-1859 gebouwd en voorheen behorend bij Dorpsstraat 12, een boerderij die tevens dienst deed als herberg en rechthuis. Diverse monumentenwebsite vermelden vandit koetshuis omstreeks 1900 in bezit van de familie Van Tuyll van Serooskerken kwam. Dit in een onjuiste vermelding. Na nodig kadastraal onderzoek is gebleken dat dit koetshuis in iedergeval in 1832 en eerder in het bezit van de familie op Slot Zuylen was. Wie hier nader tegenbewijs voor kan leveren, is welkom om dit te melden? Het koetshuis werd tesamen met 't Reghthuis van Oud-Zuilen in januari 1983 verkocht aan de heer Kees van den Hoek. Later eigenaren hebben het perceel van het koetshuis gesplitst en verder verkocht. Zie voor meer informatie het artikel over Het Rechthuis van Oud-Zuilen, (hierboven). Het stalgedeelte is naar achteren uitgebreid. Het gebouw doet na een renovatie in 1992-1993 onder meer dienst als kantoor en restaurant. Het met de bouwmassa evenwijdig aan de Dorpsstraat gelegen koetshuis met stal en woonhuis bestaat uit drie bouwdelen, alle van één bouwlaag en voorzien van een mansardedak. Links bevindt zich de stal, in het midden het teruggelegen koetshuis, en rechts het woonhuis. Het koetshuis heeft een steen met het jaartal `Ao 1858', de oning één met `Ao 1859'. De gevels zijn boven een zwarte bepleisterde plint opgetrokken in rode baksteen. Er zijn muurankers toegepast. Vensters en deuren hebben over het algemeen getoogde bovenzijden onder een segmentboog. Onder de houten bakgoot, die rust op ijzeren schoren, zijn kleine openingen aangebracht, die op een aantal plaatsen voorzien zijn van gietijzeren roosters. Het linker bouwdeel, het stalgedeelte, is opgetrokken op een rechthoekige plattegrond en is gedekt met een mansardekap met gesmoorde Hollandse pannen. De voorgevel of zuidgevel is een langsgevel en heeft een viertal vensters met roeden. Erboven zijn stenen paardenhoofden tegen de gevel gemonteerd. De linkerzijgevel heeft een getoogde dubbele inrijdeur met daarboven een paardenhoofd. De rechterzijgevel bevat een getoogde dubbele inrijdeur en in de top een getoogd vierruits raam. De achtergevel is voor het grootste deel blind. Het teruggelegen koetshuis is gedekt met rode Hollandse pannen. De voorgevel heeft een symmetrische hoofdopzet met in het midden een risaliet met door de gootlijst stekende topgevel onder flauw hellende steekkap. Het risaliet bevat dubbele getoogde deuren, een bakstenen waterlijst met daarboven een luik met getoogde bovenzijde. Ter weerszijden van het risaliet is een klein venster gezet en een in de uiterste hoeken een deur. De achtergevel is grotendeels blind. De balkenstructuur van het koetshuis is grotendeels oorspronkelijk. Het woonhuisdeel heeft een L-vormige plattegrond. De voorgevel heeft links in het midden een risaliet met steekkap. Tegen het risaliet is een driezijdige erker gezet met een schilddak, bekroond door een gietijzeren hekje. In de schuine zijden is een schuifvenster gezet met in het bovendeel ruitjes met afgeronde roeden. Het voorste gevelvlak van de erker heeft een wit bepleisterde blindnis. In de top van het risaliet zijn twee kleine vensters gezet. Het rechterdeel van de voorgevel is teruggelegen. Hierin bevindt zich de hoofdentree, bestaande uit een paneeldeur met ruit en rooster. Daarnaast is een even grote blinde nis met pleisterwerk in de gevel aangebracht. De rechterzijgevel wordt grotendeels gevormd door de dwarsvleugel van het L-vormige bouwdeel. De gevel bevat vensters van eenzelfde type als in de erker zijn gezet. De achtergevel bevat een aantal vensters en een deur. Het object is van algemeen belang vanwege de cultuur- en architectuurhistorische waarde als voorbeeld van een, met name qua hoofdvorm en detaillering van het exterieur gaaf bewaard, koetshuis met stal en woonhuis uit XIXC. Tevens van cultuurhistorische- en ensemblewaarde in relatie tot (de eigenaren van) kasteel Zuylen en het dorp Oud Zuilen. Overgenomen van het Monumentenregister Cultureelerfgoed.nl |
Logement Swaenenvecht aan de
Dorpsstraat 16 en 16a te Oud-Zuilen
Het historische pand Swaenenvecht is zowel een rijksmonument als een gemeentelijk monument en is gelegen aan de rivier de Vecht in het dorp Oud-Zuilen in de Nederlandse provincie Utrecht. In de geveltop van het pand is een gevelsteen te zien met daarop twee vechtende zwanen en de huisnaam. Het pand bestaat uit aparte delen die in verschillende tijden zijn gebouwd. Hierdoor heeft Swaenenvecht een ingewikkelde plattegrond. De voorgevel bestaat uit een linkerdeel dat een trapgevel heeft uit de renaissance periode, die is versierd met bollen en dekplaten. Rechts heeft het gebouw een lijstgevel uit de 19e eeuw, die grijsgepleisterd is. Het renaissance deel is in 1678 aangekocht om als pastorie voor de kerk in Oud-Zuilen te dienen. Swaenenvecht heeft tot 1970 dienstgedaan als pastorie. In 1971 betrok de socioloog Piet Thöenes samen met zijn vrouw het pand. Daar woonden zij eerst in een woongemeenschap en later in een familieverband van drie generaties. Tegenwoordig wordt de begane grond van het 19e-eeuwse gedeelte van het pand gebruikt als galerie. |
'Swaenenvecht te Oud-Zuylen', door auteur drs. Juliette Jonker-Duynstee Uit: Jaarboekje van het Oudheidkundig Genootschap "Niftarlake" jaar van uitgave 2010 Tekst in schuingedrukte vorm, is met toestemming van auteur overgenomen. |
Het pittoreske Oud Zuilen is in 1966 tot beschermd dorpsgezicht verklaard. Het aanzicht van het dorp wordt deels bepaald door de panden die tegenover de klapbrug liggen: het statige buiten Zuylenburgh, en direct daarna het pand ernaast: Swaenenvecht (afb. 1). Over Zuylenburgh is in het Jaarboekje 2008 een uitgebreid artikel verschenen. Dit maal is de geschiedenis van Swaenenvecht onderzocht. Een pand dat duidelijk in twee fasen is gebouwd en bestaat uit Het huis viel ook in vroeger tijden bezoekers van het dorp op. Zo is het zelfs het enige woonhuis dat Jacobus Craandijk beschrijft toen hij tijdens zijn wandelingen door Nederland in 1876 ook Oud Zuilen aandeed: ‘Het dorp is spoedig gezien. Van het oude aanzien, waardoor er zelfs bisschoppelijke munten zijn geslagen, is wel niet veel meer te ontdekken, maar het heeft toch de deftigheid niet verloren van een plaats, die van ouds een woonstede van “den rijkdom” is geweest en nog oud en nieuw te zien geeft. Oud is Swaenevecht, met een niet hoogen, maar zwaren gevel en een gevelsteen, waarop een paar vechtende zwanen, – een niet zeer gelukkige toespeling op den naam’ (afb. 2).1 Het bijzondere van Swaenenvecht is, dat het pand in zijn ruim 400 jarig bestaan slechts vier eigenaren heeft gekend: De (onbekende) bouwer, de Hervormde kerk van Oud Zuilen (bijna 300 jaar), Piet Thoenis (bijna 30 jaar) en E.R. Degenaar en L. Vrij (sinds 2009). |
Pastorie In 1678 kocht de Nederlands Hervormde kerk, waarvan het gebouw enkele tientallen meters stroomopwaarts lag, het huis. In dat jaar verzocht dominee Johannes Fuijck de Staten van Utrecht om tot aankoop Swaenenvecht over te gaan als predikantswoning voor de predikanten van de Nederlands Hervormde gemeente.3 Toen droeg het huis dus kennelijk al de naam Swaenenvecht, en ongetwijfeld ook de opmerkelijke gevelsteen. De directe omgeving van het huis zag er heel anders uit dan nu: Zuylenburgh stond er nog niet in de huidige vorm (dat werd pas in 1752 gebouwd) en rechts van het oude Swaenenvecht |
Vlak bij het huis stonden nog een huis en een stal die aan het begin 18de eeuw in bezit waren van Willem van Oudenallen. Hij verkocht de panden in 1723 voor 340 gulden aan predikant Willem Vaij.4 Vaij was kennelijk niet onbemiddeld zodat hij de panden vlakbij de pastorie aan kon schaffen. Hij had de gebouwen tot zijn dood in 1750 in bezit. Toen werden de panden voor 252 gulden door de diaconie van Zuilen verkocht aan de koster Jan van Ogten. Saillant detail is dat in de koopakte vermeld staat dat Grietje Alberts, de dienstmaagd van wijlen predikant van, het vruchtgebruik kreeg van het huis.5 De band tussen het dienstmeisje en de predikant moet wel vrij innig geweest zijn, zou men haast denken. Het huis en de stal werden vijf jaar later verkocht aan Diederik van Tuyll van Serooskerken, eigenaar en bewoner van slot Zuylen.6 De locatie van de panden wordt in alle koopakten als volgt beschreven: ‘naast de pastorie, strekkende westwaarts tot de asbak, noordwaarts tot de pastories houten schutting, oostwaarts tot de doornhage van de boomgaard en zuidwaarts tot de gemene weg’. Dit kan twee plekken betekenen: ofwel de panden naast het oude Swaenenvecht, die hier in de 18de eeuw bij zijn getrokken (in dat geval moet Van Tuyll van Serooskerken de panden weer terugverkocht hebben aan de kerk), ofwel de panden stonden iets meer naar achteren, om en nabij de locatie waar nu het koetshuis staat langs de oprit van slot Zuylen. Dit is in 1859 gebouwd door Van Tuyll van Serooskerken, dus deze aanname lijkt logischer. Een eigen predikant Swaenenvecht was dus pastorie geworden. Een fors en statig gebouw voor een hervormde gemeente in een klein dorp als Oud Zuilen. Van oudsher was de oude boerenbevolking van Zuilen conservatief en katholiek. Men kerkte in de slotkerk, waar de missen werden geleid door een eigen kapelaan (afb. 3).7 Ook na de reformatie bleven velen katholiek. De eerste bekende gereformeerde predikant was Peter Dammuszoon, die sinds 1589 de diensten zowel in Zuilen als in Westbroek leidde. De predikant woonde ‘in sekere gemeyne huyzinge’ in Zuilen. In de beginjaren van de 17de eeuw had Zuilen geen predikant en ging de lokale schoolmeester de leden voor door twee keer per week beurtelings uit de catechismus of uit de postillen van Buleus voor te lezen. Het voorgaan werd vanaf 1647 overgenomen door de classis Amersfoort, waaronder Zuilen kwam te vallen. Het aantal hervormden nam in de loop van de 17de eeuw toe tot enkele tientallen lidmaten, onder meer door de import van honderden arbeiders, die werk vonden in de Zuilense steen- en pannenbakkerijen. Een eigen predikant was dan ook geen overbodige luxe. Ondanks het aandringen van inwoners, de ambachtsheer, de schout en het gerecht bij de Staten van Utrecht om een vaste |
De eerste vaste predikant die benoemd werd was de Utrechtse dominee Henricus Teeckman.8 Hij had weliswaar een kerkje tot zijn beschikking, maar dit was in erbarmelijke staat en zelfs recentelijk deels ingestort na een zware storm. Adam van Lokhorst, heer van Zuylen van 1617 tot zijn dood in 1656, stelde in 1654 gelden ter beschikking om een nieuwe kerk te bouwen op de plek van de middeleeuwse slotkapel. Zo kon dominee Teeckman, twee jaar na zijn aanstelling als dominee, in een gloednieuwe kerk de gelovigen voorgaan.9 De vaste predikant was er dus. Maar wie mocht er in geval van opvolging nu een nieuwe predikant benoemen, de ambachtsheer van Zuilen of de Kerkeraad? Beide wilden graag de benoemingen op zich nemen en probeerden dit recht – het collatierecht – te verkrijgen. In 1716 stemden de Staten van Utrecht er uiteindelijk in toe dat de benoeming beurtelings door een van beide uitgevoerd ‘Ongeschikt voor bewoning’ De ‘sekere huyssinge’ waar de predikant voor 1678 woonde was ergens in het dorp, locatie onbekend. Vanaf dat jaar zou Swaenenvecht 292 jaar dienst doen als predikantenwoning. Het bleek in de loop der eeuwen voor veel predikanten bij tijd en wijle geen aangename woning, met name door vocht- en onderhoudsproblemen. Vanaf 1829 tot ’66 is de jaarlijkse opgave van de kerk, de pastorie en de kerkelijke administratie bewaard gebleven.11 Hierin is te lezen dat van 1829 tot ’40 de pastorie ‘vele reparaties behoeft en net als de kerk zeer bouwvallig is’, of ‘in slechte toestand’ is. Midden in deze periode met het huis in slechte staat, in 1840, trad een nieuwe dominee aan, P.N. van der Stok. Hij verzocht het kerkbestuur of er – voordat hij het huis zou betrekken – diverse onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd konden worden, zoals een herstelling van de pompwel en het plaatsen van een kledingkast in de kamer recht tegenover de gang. Het kerkbestuur was Maar liefst 47 jaar zou de predikant hier wonen. De slechte staat van het huis noopte het kerkbestuur begin jaren ’50 tot het overgaan tot actie. Zij vroegen architect N. Kamperdijk12 in 1852 een rapport op te maken met de stand van zaken en eventuele oplossingen van met name de vochtproblemen. Kamperdijk meldde in zijn rapport dat het huis ‘volgens het gevoelen van de predikant vochtig was en daardoor voor de bewoners ongeschikt en aan de gezondheid schadelijk zou zijn’.13 Hij schreef de vochtproblemen toe aan het gebruik van te zachte bouwmaterialen van de muren, de lage ligging van de begane grond ten opzichte van de buitengrond, defecte afwateringspijpen en een moeilijke waterafvoer door de complexe dakconstructie, de slechte toestand van goten en daken, dakramen, kantelen e.d. Ook alle trappen, deuren, de meiden- en provisiekamers waren alle ‘afkeuring waardig’. Als oplossing suggereerde de architect om een gedeelte van het achterste deel van het gebouw te verwijderen: de logeer- of tuinkamer, het verzakte secreet, de keuken en het portaal. Vervolgens zou de gang moeten worden doorgetrokken, de keuken verplaatst naar de mangelkamer en een nieuwe kamer en secreet zouden gebouwd moeten achter de beide beneden voorkamers. Hierna zou het geheel onder één kap gebracht moeten worden. Ook de benedenverdieping moest verhoogd worden en de muren moesten met lood worden afgewerkt, zodat vocht niet kon optrekken. Welke van deze voorgestelde werkzaamheden ook daadwerkelijk zijn uitgevoerd, is niet met zekerheid vast te stellen. Dat er zaken verbeterd zijn, blijkt uit de jaarcijfers: nam het onderhoud van de pastorie tot 1853 tussen de 20 en 40% van de totale jaarkosten in beslag, na de verbouwing in dat jaar nemen die kosten af tot zo’n 5% en wordt de staat van het huis beschreven als ‘goed’ (afb. 4). |
Grootscheepse verbouwing Veertig jaar later bleek de staat van het huis weer slecht en werd een forsevrenovatie gestart. Het bestek en voorwaarden voor deze restauratie uit 1888 zijn bewaard gebleven, waardoor bekend is dat er twee nieuwe kamers zijn aangebouwd, het dak geglazuurde pannen kreeg en dat de voor- en achter zijkap veranderd werden. Verder werden over de lengte van 30 meter 6 lagen steen weggehakt op een hoogte van 20 cm. boven de grond en vervangen door nieuwe klinkers. Een riool werd aangelegd en het straatje achter de tuinkamer werd opnieuw gemetseld in gele klinkers. Maar het meest in het oog springend is de vervanging van de voorgevel van het oudste bouwdeel geweest. De hervormde gemeente verzocht in 1888 de Maarssense architect G.J. van Heek14 enkele ontwerpen te maken voor een nieuwe voorgevel. De twee ingediende ontwerpen (afb. 5 en 6) tonen opmerkelijke verschillen in de gevel van het linker, oudste, deel. De onderbouw van de voorgevel bleef bij beide ontwerpen intact, maar voor de opbouw vanaf de kroonlijst boven de gevelsteen kon men kiezen tussen twee totaal verschillende ontwerpen: Als eerste een volumineuze trapgevel met een klein raam, waarnaast twee pilasters die bekroond worden door twee dekplaten met bollen. De gevel wordt bekroond door een tympaan. De tweede versie is eenvoudiger van opzet, waarbij een forser raam geflankeerd wordt door twee pilasters en bekroond door een halfrond boog |
De gevel van het rechterdeel van het pand is in beide ontwerpen vrijwel gelijk, op de ramen in de bovenverdieping na. De huidige situatie leert ons dat het kerkbestuur voor de optie met de trapgevel heeft gekozen, waarbij de voluten op de onderste hoeken vervangen zijn door een trede van de trapgevel. Uit het bestek en voorwaarden blijkt ook dat de kroonlijst van het rechtergedeelte bij deze restauratie is aangebracht. De verbouwing werd geheel naar wens uitgevoerd door metselaar G. Pos, timmerman P.J. de Graaf, schilder A.Smit en loodgieter Gebr. Spijker, zo verklaarde Van Heek in een brief na afloop van de verbouwing. Zo goed zelfs, dat velen (zelfs Monumentenzorg) meenden dat het hier om een originele 17de-eeuwse trapgevel gaat. Dat het echter een 19de-eeuwse, historiserende variant betreft, blijkt niet alleen uit afgebeelde ontwerptekeningen, maar ook bijvoorbeeld uit Om de verbouwing van de pastorie te financieren werd o.a. een bijdrage van de kerkgangers gevraagd. Een intekenlijst uit 1901 bevat de namen van degenen die wilden bijdragen aan ‘de tegemoetkoming in de nodige herstellingskosten aan de pastorie der Nederduitsche hervormde gemeente te Zuilen voordat die tot bewoning door de te komen predikant zal geschikt zijn’. Slotbewoner Van Tuyll van Serooskerken voerde de lijst aan met een bijdrage van 100 gulden, de overige contribuanten deden een beduidend kleinere duit in het zakje, variërend van twee tot tien gulden.15 De pastorie werd in die jaren niet alleen gebruikt als woning van de dominee, er werden ook bijeenkomsten en vergaderingen gehouden. Rond 1900 hield de toenmalige dominee zelfs zangklasjes in de grote tuinkamer. Ongetwijfeld kwamen de kinderen van het naaischooltje, gevestigd in het huis naast het stallencomplex, om de hoek bij Swaenenvecht, ook bij de dominee zingen. Ook vonden bestuursvergaderingen plaats in de opkamer van het huis. Bijgaande foto’s uit 1945 tonen de ernstige, statige heren rond de tafel onder het 17de-eeuwse balkenplafond. (afb. 7 en 8) |
In 1941 vonden er nog enige verbeteringen plaats in het huis. Een geiser, een bad en drie wastafels werden voor 375 gulden geplaatst en er werd waar nodig behangen en geschilderd. In 1970 verkocht de hervormde gemeente Swaenenvecht. De predikant vond een nieuwe woning aan de J.M. de Muinck Keizerlaan. In een advertentie in Heemschut van oktober 1970 wordt Swaenenvecht door makelaar Plomp & Scherpenzeel aangeboden voor een nader overeen te komen prijs. Koper werd de socioloog Piet Thoenis (1921-’95), die vanuit Leiden naar Oud Zuilen verhuisde om dichter bij Utrecht te wonen, waar hij in 1968 hoogleraar geworden was. Volgens zijn opvattingen over samenlevingsvormen bewoonde hij het huis met meerdere mensen in een woongemeenschap, later met drie generaties van zijn eigen familie. In 2009 is Swaenenvecht aangekocht door de eigenaar van het buurmonument Zuylenburgh. Deze heeft een grootscheepse renovatie gestart, waarbij alle gipswandjes en andere toevoegingen die in de loop der tijd |
waren aangebracht verwijderd zijn en de basis van het monument tevoorschijn kwam. De fundamenten, balken, vloeren, balkverankeringen, stucwerk, kozijnen, ramen en deuren zijn indien dat nodig was gerestaureerd of vernieuwd. Het dak is aan de buitenzijde van de kap geïsoleerd zodat de kapconstructie op zolder zichtbaar is gebleven. Bij deze ingreep zijn de kunststof veluxramen op zolder vervangen door dakkapellen en ijzeren dakramen. In de zuidelijke zijgevel is een nieuwe entreepartij aangebracht. De antieke deur heeft een geschilderd bovenlicht met daarin twee zwanen die broederlijk uit dezelfde fontein drinken. Een mooie tegenstelling met de vechtende zwanen op de voorgevel! Boven de deur is een zonnewijzer aangebracht, met de tekst ‘nil sine sole’ (niets zonder de zon). Deze zonnewijzer is ontworpen en gemaakt door Piet de Ruiter, de bouwer van het planetarium op Zuylenburgh, en Albert Hoogendoorn, de timmerman van het planetarium. De zonnewijzer is een geschenk van de firma Verwoerd, die dit aan de heer Degenaar schonk ter ge- Tuin Toen Jan van Tuyll van Serooskerken dit huis in 1752 bouwde wilde hij echter het tuingedeelte, dat achter zijn eigen huis lag, hebben, en liet dit afscheiden van de tuin van de pastorie met een schutting ‘ter genoegsame separatie’. De kerkmeesters gaven hiervoor op 8 mei 1752 toestemming.16 Een houten schutting werd gebouwd, die vanzelfsprekend na enige tijd alweer onderhoud behoefde. Zo was dat in 1763 en ’65 het geval.17 Later schonk de ambachtsvrouwe van Zuylen een muur als erfscheiding tussen de tuinen. Deze was in 1895 in slechte staat, reden tot een onderzoek in loco over wie er onderhoudsplichtig was. Unaniem werd besloten dat de kosten voor de pastorie zouden zijn. Voor ten hoogste 40 gulden moesten de kerkvoogden de ingevallen muur laten herstellen. In 1931 werd de stenen muur vervangen door een van gewapend beton. De schutting telde maar liefst 60 meter lang en was 1.75 hoog, gemaakt van beton dat door de Nijmeegse beton- en platenfabriek Mijnlieff was geleverd. Totale kosten: 352 gulden.18 Deze betonnen schutting is in de jaren 1970 deels ingestort en vervangen. Bij de samenvoeging van de tuinen van Zuylenburgh en Swaenenvecht in 2010 is de schutting vrijwel in zijn geheel verwijderd. |
Grondruil |
en uitgebreid. Tevens werd toen het complex van koetshuis, stallen en een woning langs het begin van de oprit naar het slot gebouwd. De kerk leverde weliswaar relatief meer grond in dan het rechthuis (96 el versus 72 el), maar door de gunstige voorwaarden waaronder dit gebeurde (een oude muur werd afge broken en vervangen door een solide ijzeren hek en de bouwvallige bergplaat voor turf en hout werd vervangen door een nieuw gebouwde schuur elders), ging de kerk met de grondruil akkoord. In 2010 is de voortuin afgebakend van de weg door het plaatsen van antieke zandstenen zuiltjes. Afb. 11. Kadastrale tekening uit 1858 van de grondruil tussen het Rechthuis en Swaenenvecht om de toegang naar het slot te verbeteren Swaenenvecht herbergt anno 2011 een kunstgalerie en wordt verbouwd tot logement met acht ruime suites. Zo kunnen steeds meer mensen genieten van dit prachtig gerenoveerde monument met zijn eeuwenlange historie. |
Bijlage 1 Lijst van predikanten van de hervormde kerk te Oud |
Naam | Periode in Zuylen werkzaam | |
1 | Ds Johannes Fuyck | 1673-1703 |
2 | Ds Cornelis van Quellenburg | 1704-1714 |
3 | Ds. Willem Vay | 1714-1730 |
4 | Ds. Jan van der Voort | 1730-1741 |
5 | Ds. Arnoldus Rotterdam | 1741-1755 |
6 | Ds. Abraham Jacob Drijfhout | 1755-1763 |
7 | Ds. Willem Lootsman | 1764-1770 |
8 | Ds. Jan Louis Verster | 1770-1772 |
9 | Ds. Dingeman Wouter Smits | 1772-1773 |
10 | Ds. Gerardus Kuipers | 1774-(feb-dec) |
11 | Ds. Willem de Roo | 1775-1780 |
12 | Ds. Petrus Theodorus Avinck du Pré | 1781-1788 |
13 | Ds. Jacobus Hoek | 1789-1790 |
14 | Ds. Gijsbertus Weyer Jan Bonnet | 1791-1793 |
15 | Ds. Daniel Broedelet | 1793-1796 |
16 | Ds. Antonie Bonebakker | 1796-1802 |
17 | Ds. Cornelis Oskamp | 1802-1804 |
18 | Ds. Cornelis Adrianus van Vloten | 1805-1825 |
19 | Ds. Jacobus Willem van Vloten | 1825-1835 |
20 | Ds. Antonius Henricus Pareau | 1835-1839 |
21 | Ds. Pieter Nicolaas van der Stok | 1840-1887 |
22 | Ds. Kornelis Havinga | 1889-1891 |
23 | Ds. Cornelis Verhagen | 1893-1901 |
24 | Ds. J. (Pieter) Bartstra | 1901-1906 |
25 | Ds. Johannes Frederik de Klerk | 1908-1916 |
26 | Ds. Jacobus Johannes Hermanus Pop | 1917-1919 |
27 | Ds. Willem ten Boom | 1919-1925 |
28 | Ds. Pieter Cornelis de Groot | 1926-1941 |
29 | Ds. Arie Braakman | 1942-1946 |
30 | Ds. J. Voorsteegh | 1947-1970 |
Bijlage 2 Beschrijving van het pand Swaenenvecht is een breed huis, parallel aan de Vecht gelegen, met een trapeziumvormige plattegrond van twee bouwlagen en een zolder onder een samengesteld dak. De afmetingen zijn ca. 16/17 meter bij 11,7 tot 14 meter. Doordat Swaenenvecht is samengesteld uit verschillende delen Een zandstenen tympaan bekroont de top en twee natuurstenen ballen zijn aangebracht op de daaronder gelegen trap. De stenen in dit bovenste deel van de gevel zijn platter en donkerder van kleur dan de stenen die gebruikt zijn in het onderste deel. In het midden van de gevel is een gevelsteen aangebracht met daarop twee vechtende zwanen. In de rechtertravee bevindt zich de ingang die bestaat uit een rondboogpoortje met een monumentale natuurstenen omlijsting, waarboven een bovenlicht uit circa 1900 (vervanging van eerder snijraam). De beschieting (beplanking) van de deur heeft een typisch 17de-eeuwse profilering. Ook het hang- en sluitwerk en het slot met de enorme sleutel zijn typisch uit die tijd. Dit deel van het huis is als enige onderkelderd. De keldervensters zijn onderin de gevel aangebracht. Boven deze kelder bevindt zich de opkamer. Bijzonder is de typisch 17de-eeuwse moer- en kinderbintconstructie in het plafond van deze opkamer. Een constructie die in Nederland tot circa 1650 voorkwam, waarmee dit huis dus gedateerd kan worden in de eerste helft van de 17de eeuw. Ook de houten vloer met brede delen is origineel. De wandschilderingen in de opkamer, decoratieve florale elementen in banen geschilderd, dateren uit de 18de eeuw. Het stramien van deze schilderingen is doordacht opgezet, wat te zien is aan de listige oplossing die gevonden is bij delen waar het patroon niet goed uitkwam. (afb. 12) Opmerkelijk is een insteekkamertje in de gang. Van oudsher werden dergelijke kamertjes als dienst bodevertrekken gebruikt. In de 18de eeuw is een achterhuis aangebouwd. De kozijnen die op deze datering wijzen zijn in de loop der tijd nooit gewijzigd. In de 19de eeuw werd het rechter deel (nr. 16a) in zijn huidige vorm aan het oudere pand gebouwd, deels gebruik makend van restanten van eerdere bebouwing. De lichtgeknikte lijstgevel is in 1888 aangepast en voorzien van een lichtgrijze pleisterlaag met een gesegmenteerde natuursteenimitatie. De smeedijzeren muurankers die door de cordonlijst ter hoogte van de verdiepingsvloer steken duiden erop dat deze ankers al aanwezig waren voordat de gevel werd gepleisterd. Bij een nieuw gebouwde gevel in die periode zouden niet zichtbare blindankers zijn gebruikt. Zes zes-ruitsschuifvensters, drie op de begane grond en drie op de eerste verdieping, met ijzeren roeden zijn in de gevel aangebracht. De gang is voorzien van wit marmeren tegels die bij de verbouwing in 1888 zijn aangebracht over de eerdere, plavuizen vloer. Bij deze grote restauratie werden ook de rode dakpannen van het achterhuis vervangen door blauwgrijze en werden metsel-, timmer-, verf- en smeedwerkzaamheden uitgevoerd.19 Een rode plavuizen vloer ligt nog wel in de voorkamer, waar ook oorspronkelijk geelgroene plavuizen als wandbedekking gebruikt zijn. Een deel daarvan is nog te zien in een uitgespaarde nis in de latere stucwand. De kamer boven deze voorkamer heeft een gedecoreerd stucplafond met lijstwerk en een centrale medaillon. De rechterzijgevel bestaat uit een gepleisterd linkerdeel en een lager, bakstenen rechterdeel. In deze gevel bevindt zich een ingangsdeur die in 2009 is aangebracht, met daarboven een zonnewijzer. Aan dit pand is rond 1850 een achterhuis gebouwd, waarmee een ruime tuinkamer ontstond. |
Deze opmerkelijk hoge kamer is even hoog als de begane grond en eerste verdieping samen van het deel waar het tegen aan gebouwd is. De driedeling van Swaenenvecht (de kap van nr. 16 voor, de kap van 16a voor en rechts en de kap van 16 en 16a aan de achterzijde) is goed te zien in de dakspantconstructie. De dakvormen van de drie bouwdelen die totaal anders van vorm zijn, zijn zodanig aangepast dat ze op elkaar aansluiten, wat soms een wonderlijke constructie tot gevolg heeft. De dakspanten boven het oudste deel tonen aan dat hier grotendeels een sporenkap heeft gezeten, met ronde sporen (ook wel sparren genoemd) die van de dakvoet naar de nok lopen. Van origine waren deze meestal rond, later ging men daar rechthoekige voor gebruiken. De ronde sporen in deze dakconstructie wijzen hier ook weer op de ouderdom van de kap.20 |
Bijlage 3 Handleiding zonnewijzer NIL SINE SOLE Deze zonnewijzer geeft de ware plaatselijke tijd of de zonnetijd aan. De officiële tijd, zoals die op uw horloge af te lezen is, loopt voor op de zonnetijd. De ene dag meer dan de andere. Daarvoor zijn drie oorzaken: Onze officiële tijd is afgestemd op de zonnetijd van de 15e oostelijke lengtegraad. Per lengtegraad meer naar het westen loopt de officiële tijd 4 minuten meer voor op de zonnetijd ter plaatse. Omdat de aardas schuin staat en omdat de aarde in een elliptische baan rond de zon draait, is er een Voorbeeld: De schaduw van het bolletje op de verticale stijl (de schaduwgever) geeft de maand aan. De eerste letter van iedere maand staat naast de 8-vormige lus. De knopen in de lus markeren het begin en einde van een maand. De horizontale zwarte lijnen geven aan als de zon van het ene naar het volgende dierenriemteken gaat. |
Noten |
1 | Jacobus Craandijk, ‘Wandelingen door Nederland met pen en potlood’ deel 2, 1876. |
2 | Bureau Helsdingen te Vianen heeft in opdracht van de eigenaar in 2010 een bouwhistorisch onderzoek naar Swaenenvecht verricht. Hiervan is een lijvig rapport gemaakt, waarin ook dit historisch onderzoek is verwerkt. |
3 | HUA, archief van de Ned. Herv. Kerk Zuilen, toegang 749, inv.nr. 141. |
4 | HUA, Dorpsgerechten, toegang 489, inv.nr. 2459, folio 164 v. |
5 | HUA, Dorpsgerechten, inv.nr. 2460, folio 95. |
6 | Archief Dorpsgerechten, toegang 49, inv.nr. 2460, folio 119 v. |
7 | Rond 1050 stichtte waarschijnlijk de Utrechtse bisschop Bernulphus een kapel in Zuilen. Hier werd later een rond koor tegenaan gebouwd en een klokketorentje opgezet, zodat de kapel toen de vormen moet hebben gekregen zoals Abraham Rademaker die weergaf naar de situatie in 1615. In 1654 werd deze kapel, inmiddels te klein, bouwvallig en deels ingestort na een storm, afgebroken. Adam van Lokhorst, heer van Zuylen, financierde de bouw van een nieuwe kerk. Deze kerk brandde in 1847 deels uit, maar kon na een jaar weer in gebruik worden genomen. In 1998 vond de laatste kerkdienst hier plaats. Tegenwoordig wordt het kerkje verhuurd |
8 | |
9 | Een opsomming van alle predikanten (en dus bewoners van Swaenenvecht) van 1652 tot 1887 is te vinden in bijlage 1. Bron: Dr. W. ten Boom, Geschiedenis der Ned. Hervormde Gemeente |
10 | C.W.P. Bloemendaal, ‘De kerkelijke gemeente van Zuylen met zijn predikanten’, Tijdschrift Hist. Kring Maarssen, jrg. 6, nr. 3, december 1979. |
11 | HUA, toegang 749, inv.nr. 107. |
12 | Nicolaas J. Kamperdijk (1815-’87) was een redelijk bekende architect die veel in de Vechtstreek zou werken. Zo realiseerde hij in 1859 een forse aanbouw aan het Rechthuis in Oud Zuilen, alsmede het stal/woningcomplex aan de oprit naar het slot Zuylen, en ontwierp hij in de jaren ’70 het gemeentehuis en tolhuis van Vreeland. Hij was redelijk? ontwierp zowel in neogotische (N.H.kerk Zeist, restauratie Dom Utrecht) als neoclassicistische stijl (diverse stations). |
13 | HUA, toegang 749, inv.nr. 142, brief d.d. 6 november 1852. |
14 | Gerrit Jan Van Heek (1860-1949) trouwde in 1866 met de uit Maarssen afkomstige Alida Maretta Beszelzen. Van hun trouwjaar tot ca 1894 woonden zij in Maarssen. |
15 | HUA, toegang 749, intekenlijst d.d. 24 mei 1901. |
16 | HUA, Dorpsgerechten, toegang 49, inv.nr. 2460, folio 108 v. |
17 | HUA, toegang 76, inv.nr. 1271. Tegelijkertijd kocht Van Tuyll ook het secreet van de pastorie, dat kennelijk op zijn tuingedeelte stond. |
18 | HUA, toegang 749, inv.nr. 145. |
19 | Notulenboek Ned.Herv. Gemeente Zuilen 8 maart 1888. |
20 | Deze technische informatie over Swaenenvecht komt van de heer B. Verwoerd uit Loenen, van Aannemersbedrijf Verwoerd, die de restauratie van Swaenenvecht heeft uitgevoerd. |
Schuldbetekenis van hypotheekstelling ten overstaan van notaris mr. H.P Vader te Maarssen waarbij Ir. F.C.C. baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen op 21 november 1934 hypotheekstelling gaf van f. 4.000,-. aan de Nederduitse Hervormde Kerk van Zuilen. Verschijningsdatum 21 mei en 21 november 1934. Foto van de voorkant van de notariële akte. |
Schuldbetekenis van hypotheekstelling ten overstaan van notaris mr. H.P Vader te Maarssen waarbij Ir. F.C.C. baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen op 21 november 1934 hypotheekstelling gaf van f. 4.000,-. aan de Nederduitse Hervormde Kerk van Zuilen. Verschijningsdatum 21 mei en 21 november 1934. Foto van de binnenkant van de notariële akte. |
Download (61) (fragment) akte van hyptheekstelling van ƒ. 4.000,- waarbij de N.H. kerk van Oud-Zuilen een hypotheekborg afsluit bij de heer Frederik Christiaan Constantijn baron van Tuyll van Serooskerken, ten overstaan van notaris mr. Hendrik Pieter Vader te Maarssen op woensdag 21 november van het jaar 1934. Download (61) (link) 1-2.pdf Download (61) (link) 2-2.pdf |
Huis Zuylenburgh aan de Dorpsstraat 18 te Oud-Zuilen
De buitenplaats Zuylenburgh is een rijksmonument en is gelegen in Oud-Zuilen in de Nederlandse provincie Utrecht, aan de rivier de Vecht. Het is niet precies bekend wie de buitenplaats Zuylenburgh bouwde en wanneer. Uit een prent uit 1719 blijkt dat er toen al een groot huis op deze plaats stond, maar kleiner dan het huidige. Het huidige pand is gebouwd door Jan Maximiliaan van Tuyll van Serooskerken, nadat hij het in 1752 kocht. Zuylenburgh heeft verschillende eigenaars gehad, waarvan 190 jaar de familie Van Tuyll van Serooskerken, eeuwenlang kasteeleigenaren van het nabijgelegen Slot Zuylen. Zij verhuurden het huis over het algemeen. Pas in 1825 wordt voor het eerst echt de naam Zuylenburgh gebruikt. Planetarium Zuylenburgh In 2009 is het huis volledig gerestaureerd, waarbij het in zijn originele staat – met wat moderne aanpassingen – werd teruggebracht. Na de restauratie heeft de huidige eigenaar een planetarium in zijn huis aangebracht. Dit planetarium is het derde van zijn soort in Nederland, alleen in het huis van Eise Eisinga in Franeker is een vergelijkbaar mechanisch model te vinden. Het Planetarium Eise Eisinga diende als model voor dit planetarium. Tegenwoordig is de naam van het huis aangepast en veranderd in Planetarium Zuylenburgh. Omdat het planetarium in een particulier woonhuis is opgesteld kan het slechts op afspraak bezichtigd worden. Overgenomen van Wikipedia Zuylenburgh |
Fragment van koopcontract waarbij de heer G.N. Van der Laan aan de heer M.J.G van Nes, speciaal gemachtigde van Johanna Marie baronesse van Tuyll van Serooskerken de buitenplaats Groenhoven verkocht voor ƒ. 15.500,- op zaterdag 29 april van het jaar 1843. |
Download (13) verkoopakte van de buitenplaats Groot Zuylenburgh tussen de heer Willem René baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen en zijn neef Willem René baron van Tuyll van Serooskerken op 26 juni 1872 ten overstaan van de Maarsseveense notaris Isaac Jan van den Helm. Download (13) (link) 1-3.pdf Download (13) (link) 2-3.pdf Download (13) (link) 3-3.pdf |
Zuylenburgh door auteur drs. Juliette Jonker-Duynstee Uit: Jaarboekje van het Oudheidkundig Genootschap "Niftarlake" jaar van uitgave 2008 Tekst in schuingedrukte vorm, is met toestemming van auteur overgenomen. |
Prominent in het dorp Oud-Zuilen ligt, recht tegenover de brug, het huis Zuylenburgh. Ondanks de opvallende ligging en de allure van het huis, was er tot voor kort nauwelijks iets bekend over dit pand. In opdracht van de huidige eigenaar heeft ondergetekende archiefonderzoek verricht, om het verleden van Zuylenburgh en haar bewoners uit de doeken te doen. Van dit onderzoek volgen hier de resultaten. De belangrijkste bron bleek het archief van slot Zuylen te zijn, dat zich in het Utrechts archief bevindt. Slot Zuylen was van 1665 tot 1952 eigendom van de familie van Tuyll van Serooskerken.1 Deze familie bezat vroeger een zeer groot deel van Oud Zuilen, waaronder het terrein van In de doorzochte ‘Vechtstreek’ literatuur: Van der Aa, Christemeyer , Craandijk, Lutgers, Van Luttervelt, Plaatsen aan de Vecht en het wijkboek Utrecht werden geen gegevens aangetroffen. Bij onderzoek op internet wordt de valse hoop gewekt dat er vrij veel te vinden is over Zuylenburgh. Deze informatie betreft echtertwee gelijknamige gebouwen. Ten eerste het versterkte huis aan de Langbroekerwetering in Overlangbroek, daar gelegen naast de kerk. Ten tweede het Huis Ter Meer, het verdwenen kasteel van Maarssen, dat in de 16de eeuw Zuylenburg werd genoemd door de toenmalige eigenaar, Steven van Zuylen van Nijevelt. Bij Monumentenzorg is slechts een summiere beschrijving van het huis te vinden, die een datering van circa 1750 geeft.2 Het recentelijk uitgekomen boek ‘Maarssen, geschiedenis en architectuur’ gaf enige informatie, echter alleen over de eigenaren in de tweede helft van de 18de eeuw. |
Topografisch onderzoek Bracht het literatuuronderzoek niet veel licht, onderzoek naar topografische kaarten en prenten leverde meer op. Een kaart van Balthasar Lobé uit circa 16503 (afb. 1) toont het terrein rond slot Zuylen. De bezittingen van het slot zijn gemerkt met een letter. Het terrein waar Zuylenburgh op staat bevat geen letter, maar de tekst ‘Deze erven zijn alle erfpagt’. Te zien is dat er een vorm van bebouwing bestond nabij de brug, op de plek waar nu de straat of de tuin van Zuylenburgh is. Op de kaart van C. Specht, Caerte van de Vrijheid der stad Utrecht uit 1696 (naar de situatie van 1539) (afb. 2) is te zien dat het perceel van Zuylenburgh geen bebouwing bevat en met bomen is omzoomd. Gezien een weggetje dat over dit perceel naar het slot loopt, is dat waarschijnlijk bezit van het kasteel.4 Deze kaart is getekend naar de situatie van 1539. Welke delen nog dateren uit die tijd of welke De kaart lijkt over het algemeen niet heel nauwkeurig, een euvel dat meer 17de en 18de eeuwse kaarten van dit gebied vertonen. Die geven soms gebouwen niet of niet op de juiste plaats weer, geven soms een naam zonder bijbehorend gebouw of lijken dezelfde plek met meerdere namen aan te duiden.6 |
Een aantal prenten en tekeningen geven meer inzicht. Er bestaan daar diverse van met een zicht op Oud-Zuilen, waarbij Zuylenburgh echter, vanwege het gekozen zichtpunt van de maker en vanwege de aanwezigheid van lommerrijke bomen, niet geheel te zien is. Het Dorp Zuilen door Daniel Stoopendaal uit De Zegepraalende Vecht uit 17197 (afb. 3)8 en een prent van Dirk Verrijk (afb. 5) van circa 17439 zijn vanuit ongeveer hetzelfde gezichtspunt weergegeven. Aan de rechterzijde, ongeveer op de plaats waar het huis nu staat maar meer naar achteren gelegen, is op allebei de prenten te zien dat er twee schoorstenen boven de bomen uitsteken. Gezien de hoogte hiervan moet al in 1719 op de plaats van Zuylenburgh een flink huis hebben gestaan, dat wat verder van de weg af lag dan het huidige pand. Een vage aanduiding van het dak toont dat dit veel smaller was dan het huidige dak, dat immers vier schoorstenen heeft. Het vermoeden rijst hierdoor dat het huidige huis een verdubbeling is van het oude naar voren toe, waarover later meer. In 1756 tekende een anonieme kunstenaar (wellicht J. Versteegh) Zuilen zowel vanuit het noorden als vanuit het zuiden.10 Op het zicht vanuit het zuiden is goed te zien dat er inmiddels vier schoorstenen op het dak staan. Dit kan er op wijzen dat het huis tussen 1749 en ’56 vergroot (of waarschijnlijker nog) nieuw gebouwd is. Ook is er een prent van Dirk Verrijk, gedateerd tussen 1760 en 1780, waarop eveneens vier schoorstenen zichtbaar zijn.11 |
Jan Bulthuis koos in 1788 een standpunt veel dichter bij de brug waarop het huis door de aanwezigheid van bomen nauwelijks te zien is.12 Ten slotte heeft utgers een zicht op Zuilen vervaardigd in 1835-’36. Hierop is ter hoogte van Zuylenburgh een deel van een laag dak met een schoorsteen te zien, maar dit lijkt niet op andere prenten vanuit dezelfde hoek getekend (afb. 5). Hoewel er niet één prent is waar Zuylenburgh in zijn geheel op staat, geven de schoorstenen die boven de bomen uitsteken op de diverse prenten een indruk van de plek en het formaat van het huis. Oorsprong van het huis Het is niet precies bekend wie Zuylenburgh bouwde of wanneer. Zoals hierboven beschreven is het aannemelijk dat er in 1719 al een flink huis op dezelfde plaats stond, maar kleiner dan het huidige – één kamer diep. Uitgebreid onderzoek in de Dorpsgerechten leverde diverse transporten van huizen op in de jaren 1720-’30, maar door de omschrijving van de panden is niet te zeggen of het hier Zuylenburgh betreft. Er zijn meerdere huizen die ‘omtrent de brugge’ In het onlangs verschenen ‘Maarssen, geschiedenis en architectuur’ wordt aangenomen dat in 1737 Willem Witsen, schepen van Zuylen en Swesereng, en Neeltje Dirkze eigenaar van het huis waren Dit blijkt uit een testament waarin gesproken wordt over een huis met stalling en een bakkerij met winkel in het voorhuis.13 Tevens wijst een verkoopakte uit 1754 van de erven van Willem Witsen, op het feit dat hij destijds eigenaar was. Al twee jaar voor die verkoopakte Te lezen is namelijk in een akkoord tussen hem en de kerkmeesters van de hervormde kerk d.d. 8 mei 1752 dat het huis zijn eigendom was: J. van Tuyll van Serooskerken, generaal majoor in dienst dezer lande als eigenaar van zekere huijssinge erve en tuin in de dorpe Zuylen naast de pastorie gelegen ten eene, en de kerkmeesters als opzicht van deselve pastorie met ... goedvinden van de heer Diderik vTvS, Ambagtsheer van Zuylen, geacoordeerd en geconvenierd namelijk: Dat het erf of thuijn, leggende regt achter of ten eijnde der thuijn van den heere Generaal voornoemd, ter breette van desschelven strekkende tot teegen den sloot van het bosch gelege van den heer van Zuylen aan, met de schutting, heggen of bomen daarop ... van nu af aan en voor altoos zal behoren en in vollen vrije eigendom verblijven aan den heere generaal van Tuyll van Serooskerken zijn succesoren of regthebbenden. Waartegen den heere generaal aangenomen doen maken een houten schutting om te strekken tot gemeensame scheiding van de pastorije en het erf hem heere generaal alsnu competerende zullende ...,14 Deze pastorie was het naast Zuylenburgh gelegen huis Swaenevecht. Zuylenburgh, dat toen nog niet zo heette, was dus in 1752 van Jan van Tuyll. Daar Jan in 1753 voor de tweede keer zou trouwen, is het goed mogelijk dat hij dit huis kocht om zich met zijn gezin dicht bij zijn ouderlijk huis – slot Zuylen – te vestigen, of in ieder geval een mogelijkheid wilde hebben in de buurt van zijn familie te vertoeven. Pas in 1754 verschijnt echter de koopakte waarin de erfgenamen van Willem Witsen een ‘huyssinge met stal en bakkerij, gelegen in den dorpe van Zuylen, aan den brug, voor aan de rivier de Vecht, strekkende tot achter aan de gemeene straat toe, wesende erfpagtgoed van de heer Ormea here van Papendorp op de last van een jaarlijkse erfpagt van een dubbele spaansche pistolet van gouden species’ verkopen. Het bedrag van een ‘dubbele spaansche pistolet’, een gouden munt die vanaf de 16de eeuw in Nederland in gebruik was, komt men ook later tegen, in een akte van 1804. De bakkerij zou Jan van Tuyll in 1764 verkopen aan Jan Barreveld.15 Van Tuyll bezat overigens nog enkele huizen in de buurt van zijn pand. Zo is er een leenbrief van het huis Oudegein in 1754 ten behoeve van Jan van Tuyll van ’twee cameren met boomgaard, strekkende voor van de straat tot agter aan de lande van de heer van Zuylen, daar zuidwaarts Wermer Croese en de pastorije woninge noordwaarts gelegen zijn”.16 Gezien het feit dat Jan Maximiliaan zeer gefortuneerd was, is het waarschijnlijk dat hij het eenbeukige huis kocht en dit verdubbelde, om zijn gezin met vijf kleine kinderen in te huisvesten. Er zijn enkele, echter niet geheel overtuigende, aanwijzingen om aan te nemen dat het eenbeukige huis naar voren toe vergroot werd, een aanname die gedaan werd naar aanleiding van de plek van het huis op de diverse prenten en het aantal schoorstenen, zoals eerder beschreven. Zo is er ongeveer halverwege de noorder-zijgevel een scheidslijn te zien met aan weerszijden een verschillend soort baksteen. Ook is de tussen muur in de suite op de begane grond relatief dik, en die zou daarom de oude buitenmuur kunnen zijn. De kelder bestaat uit meerdere ruimtes (waarvan een met een puntgave waterkelder) die in leeftijd niet gelijk zijn wat blijkt uit de verschillende balkconstructies. Geen van de kelderruimtes bevat gewelven, iets wat in de 17de eeuw voorkomt. Het lijkt er dan ook op dat de kelders 18de eeuws zijn, maar wel uit verschillende perioden dateren. Aan de kapconstructie is niets te zien van een eventuele uitbreiding. De kap is er in één keer opgezet en ook de bouw van de vier schoorstenen is op identieke wijze gebeurd. Er is dus geen 100% zekerheid over de bouw van het huis: het is ofwel naar voren toe verdubbeld en bij die verbouwing van een nieuwe kap voorzien, ofwel het is in één keer opgebouwd, maar dan wel ongetwijfeld op de restanten van een eerder, kleiner huis dat op deze plaats stond. Opvallend zijn de bijzondere goothaken aan de zij- en achtergevels. Deze komen voor op alle panden die eens bij het slot (of de familie van het slot) hebben behoord. Zij zijn onder andere ook bij het verderop gelegen Zuylenveld – ook ooit bezit van de Van Tuylls – te zien en aan de muren van slot Zuylen zelf. Hoe het ook zij, na de uitbreiding of nieuwbouw van het huis stond er een solide geheel, direct op de klei zonder funderingspalen en op een lichte verhoging gebouwd, met zware gemetselde kelders die zelfs bij een hoge waterstand van de Vecht geen druppel water binnenlieten. Het ruim bemeten huis van circa 16 bij 16 meter telt op de begane grond rechts een kamer-en-suite, met een plafondlijst en deurprofielen die uit circa 1730 stammen. Links bevindt zich een voorkamer met een schouw uit 1740-’50 die gedecoreerd is met rocaillemotieven. Dan volgt een fraai trappenhuis dat naar de kelders en de eerste verdieping leidt. De zijkanten van de trap naar de kelder toe zijn niet bewerkt, terwijl de decoratie naar de eerste verdieping toe aanzienlijk luxer is uitgevoerd (zie afb. 6). Hierachter bevindt zich de keuken, die oorspronkelijk een dienkeuken was. Een ruime, twee meter brede gang loopt door het midden van het huis. De trap leidt naar de verdieping met zes forse kamers waarboven een grote zolder met vier dienstbodekamers. De uitvoering van het huis is solide en niet overdadig. De plafonds zijn gedecoreerd met eenvoudig stucwerk en in de gang liggen marmeren tegels, waaronder een oudere rode plavuizenvloer ligt. |
Jan Maximiliaan van Tuyll van Serooskerken (1710-’62) Jan Maximiliaan van Tuyll van Serooskerken was geboren op slot Zuylen als vijfde van de tien kinderen van Reinoud Gerard van Tuyll en Isabella Agneta Hoeufft. Zijn oudere broer Diederik was de vader van Belle van Zuylen.17 Jan Maximiliaan woonde te Utrecht en trouwde in 1739 met Ursulina Christina Reiniera van Reede van Amerongen met wie hij vijf kinderen kreeg: Frederik Christiaan Hendrik (1742-1805), Maria Catharina (1743-’93), Reijniera (1744-’91), Anna Elisabeth Catharina/Christina (1745-1819) en Reinout Diederik (1746-’84). De kinderen zouden hun moeder nauwelijks leren kennen: begin november 1747 overleed zij. Een kleine vijf jaar later, op 13 september 1753, trouwde Jan voor de tweede keer, met de zeer vermogende Johanna Elisabeth de Geer. Bij dit huwelijk liet Jan huwelijkse voorwaarden opstellen, met daarin een beschrijving van meubelen, inboedel en huisraad.18 Even voor dit huwelijk had Jan het huis dat later Zuylenburgh zou heten gekocht. Zijn tweede vrouw was het jaar daarvoor weduwe geworden van Walter Senserff, bewindvoerder van de VOC te Rotterdam. Het paar nam zijn intrek in het door hen in 1754 gekochte paleiselijke huis Huguetan aan het Lange Voorhout in Den Haag, tegenwoordig de zetel van de Hoge Raad. In 1758 kwam Jan in bezit van de ridderhofstad Vleuten en twee jaar later kocht hij de heerlijkheid Heeze en Leen de en Zesgehuchten in Noord-Brabant en ging wonen op het bijbehorende, van oorsprong 13de-eeuwse kasteel, waarvóór rond 1660 door Pieter Post een nieuw bijgebouw werd neergezet dat even later is verbouwd tot hoofdwoning. Kasteel Heeze is overigens sinds 1760 tot op de dag van vandaag in handen van de familie Van Tuyll van Serooskerken. Het feit dat Jan dergelijke grote en kostbare huizen bezat, betekende dat hij niet vast op Zuylenburgh woonde. Hij zal het huis waarschijnlijk gebruikt hebben voor korte verblijven tijdens familiebezoeken. Lang heeft Jan niet kunnen wonen op kasteel Heeze. Na twee jaar, op 18 december 1762, overleed hij vrij plotseling toen hij op slot Zuylen was, met achterlating van vrouw en kinderen. Twee dochters waren inmiddels getrouwd: Oudste dochter Maria Catharina met Christiaan Frederik Anthony Karel, graaf Bentinck, heer van Varel en Knipharten en Reiniera met diens jongere broer, Johan Albert, graaf Bentinck. Christiaan was een van de drie voogden van de overige, minderjarige kinderen en was tevens door zijn huwelijk met Maria Catharina mede-erfgenaam. Twee andere voogden waren Jans twee oudste broers Diederik Jacob Van Tuyll en Hendrik Jacob van Tuyll, ‘generaal majoor van de cavalerie ten diensten deeser landen en generaal adjudant van zijne hoogheid heer prince van Orange en Nassau’. Jans later zo beroemd geworden nicht, Belle van Zuylen, dochter van zijn broer Diederik die op slot Zuylen woonde, was intens verdrietig na het overlijden van haar geliefde oom Jan. Zij was daar kennelijk bij aanwezig geweest, want zij schreef naar aanleiding van zijn dood: ‘Waarom gaan we niet dood zoals we geboren worden? Hoe heerlijk moet het niet zijn te sterven zonder doodsstrijd en pijn en eenvoudig uit te doven? ...’19 Op 23 december werd Jan in de kerk van Zuilen begraven. In het testament van Jan van Tuyll staan zijn bezittingen vermeld. Naast onder andere de riddermatige hofstad in Vleuten, vele obligaties, aandelen in de bank van Engeland, Oost-Indische Compagnie van Engeland, de W.I.C. te Amsterdam en Middelburg, renten op het stadhuis van Parijs e.d., wordt Zuylenburgh beschreven: Een huys, erve en tuyn, mitsgaders (=bovendien) een ledig erf tegenover dezelve huysinge, staande en gelegen in Zuylen, strekkende voor van de straat tot agter tegen het bosch van den hooged welgeb heer van Zuilen, belend ten zuyden de pastorije huizing en ten noorden het volgend perceel, op het staatboek folio 1 gemeld getaxeerd bij schout en schepenen van Zuylen volgens acte daarvan zijnde, dato 3 maart 1763 op een somma van 11.000 gulden. Tevens bezat Jan diverse panden in Zuilen, grenzend aan Zuylenburgh of de tuin.20 In totaal liet Jan een geldbedrag van ruim 700.000 gulden na, een bedrag dat naar huidige maatstaven zo’n 70 miljoen euro zou zijn. Met aftrek van de koopsom van de heerlijkheid Heeze-Leende bleef ƒ511.340,– over, wat verdeeld werd tussen de weduwe (zij kreeg de helft) en de erfgenamen, die de andere helft mochten delen. De kinderen kregen nog ƒ100.000,– vergoeding van de aangekochte heerlijkheid en ƒ5000,– voor inboedel, goud en zilverwerk, in totaal dus ƒ360.670,–. Wie Zuylenburgh erfde, staat nergens vermeld. Uit een latere akte zou blijken dat zijn oudste zoon Frederik eigenaar zou worden van dat huis. Het kan zijn dat hij het huis uit de erfenis heeft gekocht van zijn erfdeel in geld. In een boedelscheiding staat uitgebreid de verdeling van de juwelen beschreven, en de beschrijving van de kleding van Jan van Tuyll, die voor 700 gulden gekocht werd door de Joodse bankier Boas. Frederik Christiaan Hendrik van Tuyll van Serooskerken (1742-1805) De eerste tijd na Jans’ overlijden bleef in ieder geval weduwe Van Tuyll eigenares van het huis, wat blijkt uit rekeningen uit die tijd, gericht aan de weduwe van Tuyll’. Zo stuurde loodgieter Molenaar aan haar een rekening ‘voor diverse werkzaamheden: ‘nieuwe emmer in de pomp’, ‘in ’t groote huys de pomp, in de kleijne keuken een nieuwe emmer daarin gemaakt, 18 cent; en in de grote keuken een nieuwe ... en een nieuwe bol in de pomp gemaakt, lekkage op ’t groote huys gerepareerd. Aan de kerk moest in deze jaren nog erfpacht betaald worden: rekening 1762-1763: debet aan de kerkmeesters van Zuilen wegens 2 jaar erfpagt jaarlijks ƒ15-18ct. Gezien het geringe bedrag lijkt het niet waarschijnlijk dat het hier gaat om erfpacht van het hele grondgebied, eerder van een klein deel. De weduwe Van Tuyll bleef wonen op kasteel Heeze. Dit zou na haar overlijden overigens door een slechte onderlinge verstandhouding niet in handen komen van de oudste zoon Frederik, maar van de jongste, Reinout Diederik.21 Frederik werd wel eigenaar van het huis Zuylenburgh. De weduwe Van Tuyll haalde in het voorjaar van 1763 haar persoonlijke zaken uit het huis. Dit blijkt uit een |
Aan de trap werd dagenlang gewerkt (of de trap verfraaid werd of dat een nieuwe trap werd geplaatst, is niet duidelijk), evenals aan luiken en glasramen onder de trap. Tevens werden stenen uit de steenoven (1000 klein rood, 6 wagens saveraarde, 900 drieklassoore, 200 kleine bleek) en eiken planken geleverd, werd een gat in de kelder gebroken en werden reparaties verricht aan de pomp en de straat, aan de mestbak, aan de schoorsteen en het dak, aan de stenen voet onder de trap en aan de asbak (vuilnisopslagplaats voor de gemeente, die jarenlang de grond hiervoor huurde van de eigenaar).22 Dat Frederik ging wonen in zijn nieuwe bezit is niet waarschijnlijk. Hij was immers officier (vanaf 1785 kolonel-commandant) bij het regiment van de cavalerie van Van Tuyll. Het kan zijn dat hij het huis steeds verhuurde. In 1784 wordt namelijk Hermanus van Vianen, raadsordinaris aan het hof van Utrecht, als bewoner van het huis vermeld.23 Wellicht is het tijdens zijn bewoning geweest, dat het huis verfraaid werd. Rond 1780 zijn namelijk diverse stucversieringen aangebracht in de dan heersende Lodewijk XVI stijl. Zo is op bijgaande foto de nis in de gang op de eerste verdieping te zien, gedecoreerd met een medaillon, strikken en guirlandes (afb. 7). |
januari 1804 verkochten deze twee het pand namelijk aan jonkheer Cornelis Backer Hendriksz voor 13.700 gulden. In de koopakte werd het beschreven als een buijtenplaats met zijne huijsinge en verder getimmerte, tuijn, bepooting en beplanting, item een koetshuis, stallinge, mitsgaders huisinge. Een maand later verkocht Willem Nicolaas Pesters, heer van Cattenbroek aan Albertus Verhoesen ten behoeve van Backer een erfpagtcanon van een dubbele Spaansche pistolet gaande uijt zeker erf geleegen tot Zuijlen, omtrend de brugge, daar een huijzinge, kamer en stal op staat, daar de gemeene weg oostwaarts, de erfgenamen van Jan Sonisse zuidwaarts, ’t Zandpad westwaarts en de gemeene weg na de brugge noordwaarts naast gelegen zijn, voor de somma van driehonderd gulden.24 In 1819 overleed jonkheer Backer. Zijn weduwe, Agnes Maria Dedel (1767-1827), en hun vier kinderen Jacoba Elisabeth, Henrik, Jacob Willem en Agnes Maria bleven nog zes jaar in het huis wonen. In 1825 werd het huis echter voor 8.600 gulden verkocht aan Gijsbert Nicolaas Laan, ‘controleur directe belastingen, in- en uitgaande rechten en accijnzen te Breukelen’. Deze kocht: 1) het huis Zuilenburg mitsgaders twéé woningen, die thans bewoond worden door Jan van Dusschoten en Jan de Vries [met verdere beschrijving omgrenzing], 2) de stalling, koetshuis en andere woningen gequoteerd nr. 24, belendend ten zuiden en ten oosten aan de gemeene weg, ten westen aan het jaagpad en ten noorden aan het erf van den heer de Diaconier, 3) een aschbak, staande ten noorden van gemelde stal’. 25 In dit contract wordt voor het eerst de naam Zuylenburgh gebruikt. In het koopcontract stond verder vermeld dat ‘de drie woningen en de tuin’ waren verhuurd tot 1 november en dat zowel de zonnestores als de winterluiken en het losse schot, alle gedeeltelijk in het perceel nr. 24 liggend, ook onder de koop vielen. Laan woonde hiervoor in Loenen, was twee jaar voor de aankoop van dit huis getrouwd en had kort voor de aankoop een dochter gekregen. Tijdens zijn Zuilense periode zouden nog twee kinderen geboren worden. Ook was hij gedurende vrijwel de gehele periode op Zuylenburgh lid van de Provinciale Staten van Utrecht.26 Tijdens de jaren dat Laan het pand bewoonde, is er nieuw behang aangebracht; bij de restauratie in 2006 zijn onder de betengeling een aantal brieven en nota’s van ontvangen belastingen uit 1832-’34 teruggevonden. Deze werden blijkbaar als opvulling gebruikt. Het is mogelijk dat Laan ook de ramen aan de voorzijde vervangen heeft. Deze dateren, gezien de dunne middenstijl, uit circa 1830. Laan verzocht in 1826 om verlegging van de straat voor zijn huis. Dit verzoek werd ingewilligd, maar zou in later jaren een paar keer tot problemen leiden over het eigendomsrecht van de weg tussen eigenaar en gemeente en kwesties over het onderhoud ervan. In de O.A.T. (Oorspronkelijk Aanwijzende Tafels) van Zuilen in 1832, het jaar dat het kadaster werd ingevoerd, staat Zuylenburgh vermeld onder de kadastrale nummers A 144 (huis en plaats), 145 (plezier-tuin) en 146 (tuin). Laan bezat tevens A 130-132, twee huizen en een deel van de weg. Later zijn deze kadastrale nummers enkele malen omgenummerd. Johanna Maria van Tuyll van Serooskerken (1783-1847) In de 17 jaar dat Laan op Zuylenburgh woonde steeg de waarde van het huis aanzienlijk: Op 29 april 1843 verkocht hij het huis namelijk voor 15.500 gulden aan Johanna Maria van Tuyll van Serooskerken, die hiervoor woonde op de buitenplaats Vrijheidslust in De Bilt. Zo’ n 80 jaar na dato was het huis dus terug in handen van de familie Van Tuyll van Serooskerken.27 Uit het koopcontract, verleden bij notaris François Ludolf Tissot van Patot, notaris in het arrondis- Slechts vier jaar kon Johanna Maria genieten van haar verblijf in Zuilen. Zij overleed op 2 maart 1847 vrij onverwacht – ongehuwd en kinderloos – in Den Haag, waar zij tijdelijk verbleef, en liet Zuylenburgh met tuin, stal en koetshuis en alle meubilair en andere goederen die zich daarin bevonden mogen worden op het ogenblik van mijn afsterven na aan haar broer, Willem Reinoud baron van Tuyll van Serooskerken, generaal in Engelse dienst. Na haar overlijden werd een complete boedelbeschrijving gemaakt van al hetgeen zich op dat moment in huis Zuylenburgh bevond. De beschrijving geeft een beeld van een vrij aanzienlijke inboedel, waarvan de waarde ongeveer een kwart van die van het huis was. Zo bevonden zich in de 15 bij naam genoemde ruimtes naast gebruikelijke meubelen onder andere schilderijen kostbare boeken (ƒ100,– voor een gevulde boekenkast), ivoren werkmandje (ƒ24,–), veel porselein, zilver, kleden, kastjes, fauteuils en commodes. Verder waren er meer dan 200 servetten aanwezig, en blijkt dat textiel in die dagen een duur goed was. Een tafellaken kostte ƒ4,– ; evenveel als een fauteuil. |
Willem Reinoud van Tuyll van Serooskerken (1777-1864) Willem Reinoud zou niet gaan wonen op Zuylenburgh. Hij was een jaar eerder getrouwd met Maria Deutz van Assendelft en het – kinderloos gebleven – paar woonde in Engeland, waar Willem (‘Sir William’) vanaf 1804 carrière had gemaakt in het Engelse leger. In 1846, het jaar van zijn huwelijk, was hij generaal–majoor geworden, hierna luitenant-generaal en vanaf 1854 generaal. Aan het Ongetwijfeld zal Willem Reinoud wel verbleven hebben op Zuylenburgh. In 1850 kocht hij in ieder geval voor 2000 gulden de drie arbeidershuisjes met tuin die ten noorden van Zuylenburgh liggen (sectie A 147 t/m 150) erbij. Willem Reinoud overleed in 1864. In zijn testament, had Willem Reinoud bepaald dat het hele vruchtgebruik van zijn erfenis alsmede de winst van zijn goederen en effecten zouden gaan naar zijn vrouw Maria, iets wat ook al tien jaar eerder in de huwelijkse voorwaarden was vastgelegd. Voorts legateerde hij zijn hele inboedel aan zijn vrouw, behalve de familieportretten, die na het eindigen van het vruchtgebruik naar slot Uit de verdere bedeling aan derden in zijn testament, blijkt dat Willem Reinoud een gulle man was, die goed aan zijn personeel dacht. Zijn dienstbodes en tuinman of hun weduwen/weduwnaren kregen 200 gulden voor elk jaar dat zij in vaste dienst waren geweest, de arbeiders in vaste dienst te Zuilen ontvingen 50 gulden per dienstjaar. Daarbij was hij blijkbaar nogal vrij in de godsdienstige leer, want hij schonk zowel aan de gereformeerde als aan de R.K. kerk: 1000 gulden aan de gereformeerde diaconieën van respectievelijk Den Haag, Westbroek, Zuilen en de R.K. diaconie armen van Zuilen en Maarssen. Verder schonk hij 9000 gulden aan de door hemzelf en zijn zuster opgerichte bewaarschool te Zuilen, plus het huis waarin de school was gevestigd. Een van de voorwaarden was wel dat Onder last van vruchtgebruik benoemde Willem Reinoud als erfgenamen voor de niet eerder benoemde zaken: voor 1/3 zijn zuster Jacoba Elisabeth, voor 1/3 de kinderen van zijn overleden broer Carel Emanuel en voor 1/3 de kinderen van zijn overleden broer Reinout Gerard. Zijn lievelingsneef was duidelijk Willem René van Tuyll, de zoon van zijn broer Carel (de zoon van broer Reinout heette ook Willem René). Deze erfde immers niet alleen alle bovengenoemde onroerende goederen waaronder Zuylenburgh, maar werd tevens genoemd als opvolger van Willems vrouw, die als executeur testamentair benoemd was (samen met C. Oortman, cassier) indien zij zou komen te overlijden. Willem René van Tuyll van Serooskerken (1813-’78) (afb. 9.) Ook al had Willem René Zuylenburgh geërfd, zijn tante Maria had zolang zij leefde het vruchtgebruik. Tot haar overlijden, in 1871 op huize Rijngeest tOegstgeest, kon hij dus niet vrijelijk over het huis beschikken. Na de dood van Willem René verhuurde Zuylenburgh, wat blijkt uit de registers onroerende goederen.30 Van 1872 tot en met mei ’77 was de heer B. Langeveldt huurder, voor ƒ560,– per jaar. In deze jaren werden er diverse timmer-, smids-, metsel- , loodgieters- en verfwerkzaamheden aan het huis verricht. Een jaar lang worden er geen huurinkomsten vermeld, maar in mei 1878 werd het weer verhuurd, Willem René had een groot bezit aan land opgebouwd, alleen al in de provincie Utrecht bezat hij ruim 500 ha. met wat daar op stond en ook in Wassenaar, Naaldwijk, ’s Gravesande en Den Haag bezat hij onroerend goed. Op 29 oktober 1878 overleed hij op slot Zuylen. In de memorie van aangifte van de nalatenschap van Willem René staat onder nummer 6 van de onroerende goederen |
Zijn weduwe, Françoise Margaretha van Weede, had in 1883 haar testament laten op maken, waarin zij al mijne onroerende goederen gelegen onder Zuylen, Westbroek en Utrecht, waaronder Zuylenburgh legateerde aan een achterneef van haar man, Frederik Leopold Samuel Frans, oudste zoon van Frederik Christiaan Hendrik en vrouwe Henriette van Pallandt. Françoise stierf kinderloos op 27 januari 1899. In haar nalatenschap wordt Zuylenburgh voor het eerst als ‘Groot Zuylenburgh’ aangemerkt: Het huis Groot Zuylenburgh met stal en koetshuis, plaats, tuin en verder aanbehoren. Dit heeft ongetwijfeld te maken met de bouw van villa ‘Klein Zuylenburgh’, eveneens in haar bezit. Dit huis was in 1860 door haar man aan de overkant van de straat gebouwd, naar men zegt als huisvesting voor zijn ongetrouwde zusters. In de lijst van haar onroerende goederen staat bij ieder huis vermeld dat het verhuurd is, met de naam van de huurder. Alleen bij Groot Zuylenburgh staat niets vermeld. Wellicht valt ook hier uit weer te concluderen dat het huis als zomerverblijf door de eigenaar gebruikt werd. Zuylenburgh werd in de nalatenschap geschat op een bedrag van 8.800 gulden. De verdeling van de opbouw van deze prijs is interessant. Het blijkt dat het huis geschat werd op 4000 gulden, de grond op 3000 gulden en het hout op 1800 gulden!33 |
Frederik Leopold Samuël Frans van Tuyll van Serooskerken (1858-1934) (afb. 10) Neef Frederik L.S.F. erfde het huis na het overlijden van Françoise in 1899. Vrijwel direct verkocht hij enkele onderdelen van Zuylenburgh, te weten een deel van de moestuin (A 356) en de schuur (A 355). In datzelfde jaar werd een prachtige kadastrale tekening van Oud-Zuilen vervaardigd (zie afb. 11). Hierop is te zien dat een wandeling is ingetekend in de tuin, die op verschillende plaatsen direct naar het terrein van slot Zuylen loopt. 34 In 1902 zou Frederik de bewaarschool (A149) verkopen aan de ‘Vereeniging tot Verzekering van het duurzaam bestaan der bewaarschool te Zuilen’. 35 Waarom de schenking van het huis aan de bewaarschool door Willem Reinoud niet door was gegaan, staat nergens vermeld. In datzelfde jaar waren er problemen over de grenzen van zijn perceel met de eigenaren van aanpalende percelen, de gemeente en de kerk, en over het onderhoud van de walmuur langs de Vecht. Bij Raadsbesluit36 werd bepaald dat Frederik van Tuyll het onderhoud van de houten beschoeiing op zich moest nemen en de gemeente Zuilen dat van de weg en de stenen walmuur. De gemeente mocht wel de oever als los- en laadruimte blijven gebruiken, als het uitzicht maar niet belemmerd werd. Frederik deed hierbij afstand van alle rechten op de grond bij de oever.37 Dat Frederik in die tijd vaste bewoner van Zuylenburgh was, is niet waarschijnlijk. In ieder geval woonde hij van 1897 tot ’99 in Almelo, wat blijkt uit zijn brievenboeken uit die peri- |
tot de bezittingen van de heren van Zuilen’ uit 1903.39 Hieruit blijkt ook dat een kadastrale omnummering in dit jaar plaats vond, waarbij A 144 (het huis Zuylenburgh) omgenummerd werd tot A 437. Frederik werd in de jaren vlak na 1910 burgemeester van Zuilen. Hij kocht in die tijd (in 1914 en ’16) onder meer zes huizen aan de Dorpsstraat. In 1919 verliet Frederik met zijn vrouw Johanna gravin Schimmelpenninck Zuilen. Johanna maakte een jaar later haar testament op. Hierin legateerde zij het levenslange vruchtgebruik van haar nalatenschap aan haar man. Hij heeft dit legaat na haar overlijden, in 1922, echter NIET aanvaard. Hij was inmiddels ‘zonder woonplaats en reizende in het buitenland’. Bekend is dat hij aan astma leed en hiervoor diverse keren voor langere tijd in kuuroorden, o.a. Davos, verbleef. |
Als enige erfgenaam had Johanna hun zoon Frederik Christiaan Constantijn benoemd. Bij de boedelscheiding na Johanna’s overlijden, in 1922, werd bepaald dat haar man een aantal beschreven meubels, zilver, kachels, koffers, vier slaapkamerameublementen en dergelijke erfde, met een totale waarde van ƒ32.500,–. Al het overige ging naar hun zoon F.C.C.40 Zo’n anderhalf jaar na het overlijden van Johanna hertrouwde Frederik L.S.F. met jonkvrouwe Judith Calkoen. Aan het einde van zijn leven woonde hij in Italië. Daar overleed hij te Locarno in 1934, waarna hij werd begraven te Muralto. Blijkbaar was hij langere tijd voor zijn overlijden al ziek, want hij heeft diverse brieven nagelaten met daarin schetsontwerpen voor zijn graf en aanwijzingen over het verloop van de begrafenis.41 Frederik C.C. doorliep de Landbouwschool in Wageningen. Direct na zijn afstuderen, in 1910, werd hij benoemd tot secretaris in Westbroek en Achttienhoven, (volgens tegenstanders omdat zijn vader daar ambachtsheer en president kerkvoogd was). In 1913 werd hij burgemeester van Abcoude. In 1921, hij was inmiddels burgemeester van Zuilen en woonde op het slot dat hij huurde van zijn vader, kocht hij van zijn vader al diens bezittingen in Oud-Zuilen en alle heerlijke rechten. Ook Zuylenburgh staat vermeld in de lange rij van kadastrale nummers die verkocht werden. Vader Frederik vertrok in dat jaar naar het buitenland, maar bleef in gedachten en op papier betrokken bij de gang van zaken in Oud-Zuilen. Diverse brieven zijn bewaard waarin vader zijn zoon vragen stelt over de bedrijfsvoering en zijn hulp hierbij aanbiedt, wat niet altijd in dank aanvaard werd. Uit alles blijkt toen al de financiële druk om alle bezittingen in stand te houden.42 Deze druk werd blijkbaar op termijn te hoog; in 1951 besloot Frederik C.C. het slot en de tuin onder te brengen in een stichting. |
Frederik heeft Zuylenburgh steeds verhuurd; vanaf 1935 tot ’53 aan de familie Norbruis. De huurprijs was bij aanvang van deze periode ƒ800,– per jaar. Obbe Norbruis (1894-1970) was in deze jaren burgemeester van Zuilen. Hij was in 1935 met zijn familie uit Schoonebeek gekomen en startte zijn ambtelijk leven in Oud-Zuilen met Zuylenburgh als privé basis. Op bijgaande foto (afb. 13) is een deel van de familie Norbruis te zien, vermoedelijk in 1935 kort na de verhuizing. Aan het eenvoudige meubilair dat de familie meegenomen had uit het arme Drenthe, is goed te zien dat het beroep van burgemeester toen geen vetpot was. Toen Oud-Zuilen in 1953 opging in de gemeente Maarssen verloor Norbruis zijn functie en verliet hij Zuylenburgh. Jaren later schreven hij en twee zoons hun herinneringen op aan het huis waar zij zo lang hadden gewoond (zie bijlage 2 en 3). In deze persoonlijke verhalen is onder andere een uitgebreide beschrijving van het huis te lezen: ‘Alles was groot: het huis, de schuur, de tuin en de daar aanwezige woudreuzen. Men stapte het huis niet binnen, maar men betrad het. Via de treden van de stoep en de zware voordeur ging men de hal binnen. Wij noemden het de gang en dat was het ook, maar wel erg breed en lang, met een witmarmeren vloer en aan het eind de glazen tuindeuren. De eerste deur rechts naar de woonkamer, de eerste deur links naar “vaders kamer”, De woonkamer en suite met de salon Dit was oorspronkelijk een dienstkeuken geweest. Van hieruit een trapje naar de leveranciers ingang en vandaar weer een trapje naar de oorspronkelijke keuken. Deze lag onder de dienkeuken en maakte deel uit van het keldercomplex dat onder het gehele huis lag. Hier was vroeger gekookt op een gemetseld fornuis dat nog functioneerde. Wie naar de kelder ging moest nader preciseren naar welke kelder. Er was een kelder onder de huiskamer, hier werden blikken stampot en stukken vet opgeslagen om in geval van evacuatie de vluchtelingen te voeden. Later werd er antraciet in gestort en aardappelen. Een kelder onder “vaderskamer”. Hier werd een rek getimmerd om gasmaskers op te slaan. Later werden hier appels bewaard. Bij gebrek aan kisten werd de hele kelder vol gestort met appels. De kelder onder de salon was in twee delen gesplitst. Het voorste deel voor weckflessen. In het achterste deel van alles, onder andere Keulse potten met zuurkool en eieren in waterglas. In mei 1945 werden de wapens van Duitse militairen hier opgeslagen’. Verder is onder meer te lezen dat Zuylenburgh tijdens de Tweede Wereldoorlog in gebruik werd genomen door een NSB-burgemeester en na de oorlog door de Engelsen als kantoor. Of dat de bellen in elke kamer hun eigen toonhoogte hadden, zodat de geoefende oren van het personeel in de keuken hoorden in welke kamer men hen verwachtte. Ook wordt verhaald over de klokkestoel op het dak, die daar in 1936 van af viel toen de klok te hard werd geluid uit blijdschap vanwege de verloving van prinses Juliana. Tientallen persoonlijke herinneringen, waaruit een grote P. Bender In 1960, twee jaar na zijn overlijden, werden de vele onroerend goed bezittingen van Frederik gelegateerd aan zijn vrouw, zes kinderen en twee kleinkinderen. Zuylenburgh behoorde hier vanzelfsprekend ook toe.43 De erven verhuurden het huis tot 1981 en verkochten het een jaar later aan de heer P. Bender.44 Hij heeft in het huis en het koetshuis enkele verbouwingen verricht |
E.R. Degenaar (*1958 ) en L.A. Vrij (*1966) Veel deed Bender verder niet aan het huis. Toen de heer Degenaar en mevrouw Vrij het in 2005 kochten,46 bevond het zich in sterk verwaarloosde staat. De grootscheepse restauratie duurde bijna twee jaar, waarbij het huis in zijn originele staat – met wat hedendaagse aanpassingen – werd teruggebracht. Deze restauratie, uitgevoerd door het Loenense aannemersbedrijf Verwoerd, werd De twee lantaarns aan weerszijden van de voordeur, bekroond met een koperen aarde- en een hemelbol, verwijzen hiernaar. De eigenaar heeft zelfs de naam van het huis aangepast en veranderd in ‘planetarium Zuylenburgh’. |
Zo is dit pand, ruim 250 jaar na haar bouw, weer in oude glorie hersteld en in staat ook de komende eeuwen te trotseren. Drs. Juliette J.M.A.M. Jonker-Duynstee 2009 Literatuur Aa, A.J. van der, Aardrijkskundig woordenboek Nederland 1851, deel XIII, blz. 327 Bronnen: Het Utrechts Archief – archief slot Zuylen – Dorpsgerechten Oud-Zuilen – Notariële archieven – Archief Ned.Hervormde kerk gemeente Zuilen Archief Maarssen Met dank aan de heren C.Bloemendaal, A.J.A.M. Lisman, B. Visschedijk en E. Munnig Schmidt voor Noten 1 Slot Zuylen was van 1617-56 in handen van Adam van Lokhorst. Zijn dochter, Anna Elisabeth, trouwde met Gerard van Reede, heer van Nederhorst, Kortenhoef, Vreeland, Overmeer en 2 Monumentenzorg, d.d. 29-8-1984. Kad. Aanduiding MD103, objectnr MAA-34. “Gebouw met erf, circa 1750, neo classicisme. Herenhuis met erf aan de Vecht, aan de voorzijde door een hekwerkje van de straat gescheiden. In de siertuin voor het pand staan twee grote beuken en een eik. Links achter het pand staat het voormalig koetshuis (thans om te bouwen tot woonhuis). Het pand is aan twee zijden toegankelijk via een oprijlaan, die naar de ingang op de bel-étage leidt. Het pand is vierkant, heeft een rood pannen afgeplat schilddak en is symmetrisch opgebouwd. Er is een brede geprofileerde kroonlijst, bakstenen hoekpilasters en een risalerend middendeel. In dit middengedeelte bevindt zich de ingang met geprofileerd deurkalf en een snijraam. Het geheel wordt omlijst door een pilasterstelling met hoofdgestel. De omlijsting loopt door rond het daar bovengelegen venster en heeft een segmentboogvormige afsluiting met decoratief patroon. Op de bel-étage en de eerste verdieping zijn 6-ruits schuifvensters metluiken. De vensters van het souterrain zijn draaivensters met roeden en luiken. De dakkapel in het midden boven de kroonlijst heeft een 4-ruits draaivenster. Op de hoeken van het dak staan grote schoorstenen. In de linker zijgevel is een hoog 15-ruits schuifvenster”. Het huis is van architectonische betekenis vanwege bouwtype en symmetrische voorgevel met omlijste deurvensterpartij en vanwege de bijzondere ligging in het dorpsgezicht.” 3 Kaartboek Zuylen, HUA inv. nr 283. 4 C. Specht, Caerte van de Vrijheid der stadt Utrecht volgens decisie van den jare 1539, 1696, 5 I. Tirion, Kaart van de stad Utrecht en derzelver vrijheid, 1757 (UBA, 64-32-44). 6 Struick, J.E.A.L., Zuilen, 1973. 7 Daniel Stoopendaal, ‘Het Dorp ZUYLEN; en daer neven het (1) land- / huis van Juffr: du Pon.’ ‘Le Village de ZUYLEN avec (1) La maison de/Mademoiselle du Pon.’ ‘7’, 1710-1719, ets, HUA 8 Prent opgenomen in: Jan de Beijer, 18de eeuwse gezichten van steden, dorpen en huizen, deel II, drs. H. Romers, Alphen aan de Rijn 1994. 9 D. Verrijk, Gezicht op Zuilen, KHA, Atlas Munnichs van Kleef nr. 642. 10 Anonieme kunstenaar (J. Versteegh?), ‘het Dorp Suijlen 1756’ , grafiet, uit het zuiden, HUA cat. 11 D. Verrijk , ‘Het Dorp Zuilen bij Utrecht’, 1760-1780, pen en penseel, HUA, cat. nr. 200997. 12 Anonieme prent uit ca. 1788, afkomstig uit Vaderlandsche gezichten / Tegenwoordige Staat der Vereenigde Nederlanden, uitgegeven in 1788. Op de titelpagina van de tiende prentenserie staat het jaartal 1788 vermeld: ‘In den Jaare 1788 naar ’t leven getekend door J. Bulthuis, en in ’t koper 13 ‘Maarssen-geschiedenis en architectuur’, SPOU-uitgave 2008, blz. 167 (HUA, NA U178a6-31/2). 14 Dit akkoord is ook geregistreerd, op 5 juni 1752: HUA, Dorpsgerechten, toegang 49, inv. nr. 15 HUA, 242-A 3, acte nr. 70 ‘huysinge, erve en grond, geapproprieert tot bakkerye, met bakkersgereedschap op de hoek aan de Valbrugh’. 16 HUA, Dorpsgerechten, toegang 49, inv.nr. 2460. 17 Diederik woonde op slot Zuylen en voltooide in 1752 een grootscheepse verbouwing aan het slot naar ontwerp van Jacob Marot, waarbij het grimmige verdedigingskasteel verbouwd werd tot een modern, bewoonbaar geheel. Als oudste zoon bezat hij het leeuwendeel aan land en goederen. Alleen al in Oud-Zuilen waren dit, naast het slot, alle landerijen onder Zuilen gelegen tussen de Vecht en de Groeneweg, van de Clop tot aan de Westbroekse watermolen, het gerechtshuis, de rechten van tol en visserij, diverse huizen in Zuilen, een steenoven, pannenbakkerij en twee tichelarijen, veel bouwland en houtgewas. 18 HUA, Archief slot Zuylen, inv. nr. 1272. Een inboedellijst zit hier echter, ondanks de vermel- 19 Dubois, P.H. en S., Zonder vaandel, biografie Belle van Zuylen, Amsterdam 1993, blz. 110. 20 HUA, Archief slot Zuylen, inv. nr. 1272. 21 Ibidem, inv.nr. 1268. De oudste zoon Frederik, ook wel ‘dolle Frits’ genoemd, kon het blijkbaar niet goed vinden met zijn stiefmoeder Johanna Elisabeth, die na de dood van Jan Maximiliaan op Kasteel Heeze bleef wonen. Toen zij een brief van Frederik aan een vriend onder ogen kreeg met daarin de tekst: ‘Quand la vieille folle sera morte on dansera au chateau!’ (Als die ouwe zottin dood is zal er op het kasteel gedanst worden!), heeft ze hem woedend onterfd. Coppens, T. in Museumtijdschrift VITRINE zomer 1998. Johanna was blijkbaar wel erg gesteld op de jongste vier kinderen uit het eerste huwelijk van haar man en hun kinderen; in haar testament van 1766 bedeelde zij ze met bedragen vanaf 100.000 gulden en meer, haar huis in Den Haag en de heerlijkheid Heeze. Zelfs Frits erfde nog 150.000 gulden ... 22 HUA, Archief slot Zuylen, inv.nr 1272. 23 Deze informatie komt van de heer C. Bloemendaal uit Maarssen, die dit wel opgetekend heeft ten tijde van een vroeger onderzoek, maar helaas zonder bronvermelding. Ik heb het niet terug 24 HUA, Archief slot Zuylen, inv. nr. 36. De erfpacht situatie rond dit gebied moet nog verder uitgezocht worden. In 1754 moest erfpacht betaald worden aan Ormea, here van Papendorp, nu, 25 Deze asbak werd ook al in 1750 genoemd in de overdracht van vruchtgebruik van de twee genoemde huisjes. Deze waren, met de asbak, toen eigendom van de kerk. Dorpsgerechten, inv. 26 Jaarboekje Nederlands Patriciaat, 75ste jaargang 1991, blz. 174. 27 Johanna Maria was een dochter van Willem René, maarschalk van den lande Utrecht, die weer 28 Ibidem 29 HUA, Archief Slot Zuylen, inv. nr. 36. 30 Ibidem, inv. nr. 191, 187, 188. 31 Ibidem, inv. nr. 294. 32 Ibidem, inv. nr. 1238. 33 Ibidem, inv. nr. 1238. 34 ibidem, inv. nr. 330. 35 Ibidem, inv. nr. 98. 36 Nr. 32 van 21 augustus 1902. 37 Ibidem, inv. nr. 296. 38 Ibidem, inv. nr. 1352. 39 Ibidem, inv. nr. 288. 40 Op slot Zuylen verleden, in tegenwoordigheid van D.M. Plomp en D.Schroor, notaris G.James 41 HUA, ibidem. 42 Ibidem, inv.nr. 8. 43 Acte verleden bij notaris A.M Brouwer te Utrecht, d.d. 27 januari 1960. 44 Koopcontract verleden op 22 september 1982 bij notaris G.H. van Empel te Utrecht. Verkopende erfgenamen waren: Hans Georg Inundat als lasthebber van: Frederik Leopold Samuel Frans, Willem René Albert, Everard Constantijn Marie, Johanna Wilhelmina, Henriette Françoise Margaretha, Brigitte Barbara Renée en Agnes, allen Van Tuyll van Serooskerken. 45 Archief gemeente Maarssen, 1-853.3. 46 Acte verleden bij notaris A. Buma te Amsterdam d.d. 9 januari 2006. In 1991 had een kadastrale Bijlage 1 Lijst van eigenaren Zuylenburgh 1737-’52 Willem Witsen, schepen van Zuilen en Swesereng en Neeltje Dirkze 1752-’63 Jan Maximiliaan van Tuyll van Serooskerken (1710-’62), generaal majoor ten diensten 1763-1801 Frederik Christiaan Hendrik Van Tuyll van Serooskerken (1742-1805), zoon, via vererving. 1784 bewoner: Hermanus van Vianen (1712-1791), raadsordinaris aan het hof van Utrecht 1804-’25 Jhr Cornelis Backer Hendriksz, na zijn overlijden in 1819 zijn vrouw Agnes Maria Dedel 1825-’43 G.N. Laan, controleur (ontvanger der directe belastingen te Utrecht) wonende te Zuilen, koopt het huis voor ƒ8.600,–. 1843-’47 Johanna Maria vTvS (1783-1847). Koopt het huis voor ƒ15.500,– via haar gemachtigde, 1847-’64 Willem Reinoud baron vTvS, ‘generaal in Engelschen dienst’ (1777-1864), door vererving van zijn zuster Johanna Maria. In 1850 koopt W.R de drie naast gelegen arbeidershuisjes met tuin, sectie A 147 t/m 150 voor ƒ2000,– erbij. 1865-’78 Willem René baron van vTvS (1813-’78) ‘grootmeester van het huis des Konings’, door vererving van zijn kinderloos gestorven oom. Van 1864 tot aan haar overlijden in 1871 had de weduwe van Willem Reinoud, baronesse Maria Deutz van Assendelft het vruchtgebruik van Zuylenburg. In 1872 werd Zuylenburgh en twee ernaast liggende huizen alsnog door hem gekocht voor ƒ17.000,–. Na zijn overlijden in 1878 wordt het huis geschat op 14.000 gulden. 1872-’77 huurder: B. Langeveldt-Barus voor ƒ530,– per jaar. 1878-’99 weduwe van Willem René, Françoise Margaretha van Weede (1823-1899), wonende op slot Zuylen. 1899-1921 Frederik Leopold Samuel Frans baron vTvS, ingenieur (1858-1934), achterneef, via ver- 1905 huurder: Dhr Eekhout 1911 huurder: M.A. Plomp 1921-’58 Frederik Christiaan Constantijn baron vTvS (1886-1958), zoon van Frederik Leopold, opperkamerheer van H.M. de Koningin. Hij woonde op slot Zuylen. Bracht dit in 1951 -1935 huurder: dominee Bootsma, legerpredikant 1935-’53 huurder: O. Norbruis, burgemeester van Oud-Zuilen 1953-’81 huurder: familie Schuit 1958-’82 erven van F.C.C. van Tuyll van Serooskerken 1982 -2005 Peter Bender 2005 - Engelbertus Rudolf Degenaar en Louise Alexandra Vrij Bijlage 2 Bespiegelingen van Dick Norbruis (1930-2005) die van 1935 tot 1953 woonde op ‘Groot Zuylenburg’ Het dorpje Zuilen kende in 1935 alles. De adel zetelde in het kasteel, de geestelijkheid in de pastorie, de magistraat in ‘Groot Zuylenburg’ en de bourgeoisie in ‘Klein Zuylenburg’, de lijfeigenen woonden met de kleine middenstanders samen in de dorpsstraat in het ‘Rechthuis’ woonde een boer. De bewoners van het grote huis worden gerekend tot de heersende klasse en aanvankelijk gedroeg men zich tegenover ons als tegenover de kasteelheren. Toen we er pas woonden nam men voor ons, de zonen van de burgemeester de pet af en mompelden ‘dag jonker’. Groot Zuylenburg ‘Alles was groot: het huis, de schuur, de tuin en de daar aanwezige woudreuzen. Men stapte het Tegenover de salon, de keuken. Dit was oorspronkelijk een dienstkeuken geweest. Van hieruit een Later werd er antraciet in gestort en aardappelen. Een kelder onder “vaderskamer”. Hier werd een rek getimmerd om gasmaskers op te slaan. Later werden hier appels bewaard. Bij gebrek aan kisten werd de hele kelder vol gestort met appels. De kelder onder de salon was in twee delen gesplitst. Het voorste deel voor weckflessen. In het achterste deel van alles, onder andere Keulse potten met zuurkool en eieren in waterglas. In mei 1945 werden de wapens van Duitse militairen hier opgeslagen. Iedere kelder had een zware deur met een sleutel van stevig formaat. Het patroon met de lege gang waarop de kamers uitkwamen deed zich niet alleen voor in de kelders en gelijkvloers, maar ook op de eerste verdieping. Hier kwamen zes kamers op de gang uit, de zevende deur gaf toegang naar de zoldertrap. Meer nog dan de kelder bood de zolder gelegenheid om te fantaseren. De vier afgetimmerde meidenkamers waren nog wel zakelijk, maar in de donkere nissen achter de rookkanalen waren geheimen verborgen. In het midden van de zolderruimte was een houten platform getimmerd en van hieraf ging de trap naar een zolderluik dat met twee haakjes was vastgezet. Als dit luik was opgelicht kon je je op het dak hijsen en was het uitzicht groots. Het bouwwerk naast het huis noemden we “de schuur”. De kubieke inhoud was groter dan dat van vier arbeidershuisjes. Beneden was er ruimte voor enkele rijtuigen en was er een stal voor vier paarden. De verdieping was in drie gedeelten gesplitst. Er was een tuigkamer, een grote hooizolder vanwaar men met een trapje de lager gelegen voerzolder boven de paardenstal bereikte. De tuin was L vormig, een hectare groot en gemarkeerd door vijf woudreuzen. Het dwarse deel van de L liep evenwijdig aan de Dorpsstraat tot achter de bakkerij van Lamfers.’ ‘De eerste rantsoenering in oorlogstijd betrof de brandstoffen. De toewijzing werd afgeleid van het Het rendement van deze kachel was hoog, omdat die midden in de keuken stond. De kachelpijp die ettelijke meters lang was, was met ijzerdraad opgehangen. Ter plaatse waar hij in het rookkanaal verdween kon je hem met de hand aanraken zonder je te branden, maar dan moest je als klein kind wel klimmen, eerst op het aanrecht, vandaar op de ombouw van de kraan, een houten kastje, vandaar op de ombouw van de trap naar de leveranciers ingang. In de herfst van 1940 arriveerde een schip met turf. Dat ging nog buiten de rantsoenering om. De lading werd aan de dorpsbewoners verkocht en een Toen kwam de Ortskommandant bij ons op bezoek, samen met een Nederlands sprekend figuur. Vader kreeg de opdracht om sabotage te voorkomen. Bij hun gesprek hadden ze hem gerustgesteld: “Es ist hier nicht so schlimm Herr Bürgermeister”. Vader vroeg Baron van Tuyll om raad. Diens advies was; “Weg wezen”. Vader verdween op de fiets. Evenals andere avonden werd een radio van zolder gehaald om naar Radio Oranje te luisteren. Voor alle zekerheid zat mijn broer Hessel boven op wacht. De uitzending was nog maar net begonnen of Hessel riep naar beneden: “De Duitsers zijn terug”. Mijn beide broers, die in de omgeving ondergedoken zaten, vluchtten snel weg en ik bracht de radio naar de geheime bergplaats op zolder. Er werd gebeld. Er volgde een verhoor, ze probeerden te weten te komen waar mijn vader was. Wij wisten het niet. Hij belde ons later op en bleek ergens in Zuilen te zijn. Mijn moeder en ik sliepen de eerstvolgende nacht bij de familie Van Tuyll. We sloten Groot Zuylenburg af. Mijn ouders vertrokken kort daarop naar familie elders in Nederland. Ik bleef in Zuilen. Eerst bij de familie Van der Wilt die er de molens beheerde, later bij de familie Lamfers (bakkerij). Groot Zuylenburg kort na ons vertrek in beslag genomen door een NSB burgemeester met trawanten’. Bespiegeling van Hessel Norbruis (1922-2006) die van 1935 tot 1949 woonde op Groot Zuylenburg’ Daarna op verschillende adressen in Zuilen, waaronder een stal boven de koeien. Toen kwam de bevrijding. Groot Zuylenburg stond verlaten. Het Militair Gezag verbood ons om in huis te gaan. Immers het was bewoond geweest door een NSB burgemeester. Dus konden we, met Hij: ‘I need some interpreters’ Ik: ‘I am your interpreter’. De kapitein vroeg mij; ‘I need an office’ Ik De Engelsen bleven in Zuilen, omdat daar alle Duitse troepen ontwapend moesten worden. Ook Bijlage 3 Notities van O. Norbruis (1894-1970), burgemeester, Het was in de mooiste tijd van het jaar dat we ons Zuilens verblijf betrokken, 15 juli. |
node de tuin achter, die op mijn eigen aanwijzingen aangelegd, nu zijn veelzijdige vruchtbaarheid Toen Groot Zuylenburgh werd gebouwd en met de erbij behorende gronden werd afgepaald, vond Hij bouwde toen voor zich tegenover de brug een woning in de open ruimte tussen Swanen-Vecht en de huisjes aan de Dorpsstraat, terwijl naast het huis een koetshuis met paardenstallen werd ingevuld. Bij dit huis behoorde in den aanvang al de grond welke achter het huis en de Dorpsstraat was gelegen ten diepte van ongeveer ....... meter. Terwijl het huis zelf op sterk verhoogd terrein werd gesticht en de kelders zo voortreffelijk waren gemetseld dat bij het hoogste waterpeil in de Vecht geen druppel water binnen kwam, liep de tuin naar het oosten en westen geleidelijk af. Zwaar hout, eiken en beuken, maakte op ons zelf en ook later op vele bezoekers een diepe ndruk. Eén van de eiken kon men met vijf man nauwelijks omarmen. Langs de sloot welke de grens met het aan het kasteel behorende Sterrenbos uitmaakte was zwaar opgaand hout geplant met eiken hakhout eronder. Het geheel was daardoor vrij en wel beschut. In het noordwestelijke deel stond als afsluiting een zware prachtige linde met eronder een bankje op twee hardstenen voetjes. Deze linde stond zeker op een verhoging van ongeveer anderhalve meter en vormde als het ware een natuurlijk plafond om te worden benut als spreekplaats, wanneer voor bepaalde doeleinden, conferenties zouden worden gehouden in de grote ruime vlakte welke er voor lag geheel met esdoorn omzoomd. Onder deze linde trof ik dikwijls mijn kinderen met hun meest intieme vrienden en veel later verbleven zij daar onder het geboomte overdag veel, om in de open lucht en in volkomen rust en stilte te studeren. Deze plek van de tuin kreeg daardoor later in ons gezin de naam ‘het college’. Sinds de Gelukkig had de natuur buiten onze opzet toch nog weer meegewerkt aan enig herstel. In het begin van de oorlog had Baron van Tuyll in overleg met mij een kleine loopgraaf laten maken, waarin wij bij luchtaanvallen een schuilplaats zouden kunnen bieden aan de kindertjes der kleuterschool van het oude dorp. Een plank over de scheidingsloot bood toegang tot mijn tuin en op honderd meter afstand van het schooltje zouden de kleintjes dan eventueel een veiliger plekje kunnen vinden. Gelukkig is de schuilplaats nimmer gebruikt . Intussen was het vrij verse hout waarmee de loopgraaf was gebouwd in enkele jaren uitgegroeid tot een bosje dat tenminste enige opvulling gaf na de ontluistering. Groot Zuylenburgh was oorspronkelijk uit een zeer ruime beurs gebouwd en de bewoners hadden zich niet hoeven te bekrimpen tijden de bewoning. Voor stal- zowel als voor huispersoneel waren goede slaapplaatsen ingericht, zodat de paarden een even voortreffelijke zorg bij nacht en dag hebben genoten als de bewoners en hun gasten. In alle vertrekken vonden wij bellentrekkers welke op de gang met bellen waren verbonden. Elke bel had een eigen toonhoogte en als het personeel in de goede andere tijd dus enigszins muzikaal van gehoor is geweest hoorde men in de grote statige keuken terstond van welke kamer het signaal was gegeven dat om assistentie vroeg. Een zware bel aan de voordeur overstemde al de andere schelgeluiden en eindelijk was boven op het dak nog een klokje aangebracht, dat op welluidende wijze het gehele personeel bijeen riep, ook uit de verste hoeken van de boomgaard, die noordelijk van de tuin gelegen oorspronkelijk bij Groot Zuylenburgh had behoord. Een enkele maal werd aan het klokkentouw getrokken als we gasten hadden en de kinderen op het etensuur nog niet allen binnen waren. Ook toen de verloving van de kroonprinses bekend werd en overal de klokken luidden, stemde ons dienstmeisje op enthousiaste wijze in met de blijdschap van ons volk. Op de brug dansten getrouwde vrouwen terwijl het middaguur nog niet was aangebroken. Het klokje van Groot-Zuylenburgh werd dusdanig in de blijdschap betrokken dat het oude klokkenstoeltje het begaf met als gevolg dat de klok van het hoge dak af naar beneden viel. Gelukkig niet op de grote hardstenen trap voor het huis, maar in het grasveld ervoor. Natuurlijk werd dit ouderdomsgebrek in de revisie genomen en pronkte ons klokje weer spoedig op het huis. Het mocht daarvan mee jubelen in de feestvreugde van het Koninklijke huwelijk en bleef de trots van het huis tot de Duitsers met vele torenklokken ook dit ons zo lief geworden klokje kwamen stelen om er bommen of granaten van te gieten. Zij die bewust de oorlog 14-18 hadden meegemaakt en wisten hoe in die periode bijvoorbeeld in België overal de ijzeren hekken voor de huizen waren weg gesloopt, bevreemdde de inleveringplicht niet zo. Wij waren dan ook blij dat Groot-Zuylenburgh deze volkomen ontluistering bespaard bleef. Bovendien hadden de hekken in oorlogstijd een dubbelfunctie. Was in vredestijd Voor hen die het huis hebben gekend in de tijd dat het door ons werd bewoond wil ik nog even de gelegenheid te baat nemen om vast te leggen hoe het huis in normale tijd werd benut. Het spreekt vanzelf dat in oorlogstijd noodgedwongen ook wij ons beperkingen moesten opleggen al zou het Wellicht dat een herinnering aan een en ander ook bij hen in beginsel nog weer even prettige voorstellingen oproept als dit bij mij doet. Bij een eerste bezoek heeft vrijwel iedereen de gewoonte, tenminste als dit bezoek te voren is aangekondigd, te trachten een goede indruk te maken. Wij deden dit door speciale visites te ontvangen in de achterkamer van de suite. Deze strekte zich over de gehele diepte van het huis uit, waardoor elke kamer ongeveer 7,5 meter diep was bij een breedte van ruim 7 meter. Na zich halverwege van zijn garderobe te hebben ontdaan, bracht het meisje dat open deed de gasten aan het einde van de gang. Daar werd men meestal door een van ons tweeën of soms ook door ons beiden begroet Velen van mijn bezoekers spreken dan dikwijls reeds hun respect uit voor de grootse entree, welke zulk een corridor maakte, die naast de eigen breedte van twee meter, door een riant trappenhuis werd onderbroken. Een brede trap met zeer prettige opstap leidde naar de verdieping, halverwege door een plafond onderbroken, terwijl naar de toiletten een trap naar beneden leidde. De statige tik van ‘pake syn klok’ op de gang klonk in de ruime gewelven als om vertrouwen te wekken bij diegenen die uit ruimtevrees zich niet behaaglijk zouden gevoelen. De kapstok welke we tegenover de trap in een gewelfde nis hadden gehangen bood altijd ruim gelegenheid voor het afleggen van jassen en hoeden, omdat moeder de regel had ingevoerd dat de kinderen van een staande grote ijzeren ophang gelegenheid gebruik maakten. Vooral werd er ook op gelet dat de paraplustandaards trouw werden benut om het bevuilen van de geheel marmeren gang te voorkomen. Trad men de deur van de salon binnen dan deed de aanwezige ruimte voor beide partijen weldadig aan. De bezoekers kregen een welkome gelegenheid zich te oriënteren als ze werden aangediend en de bewoners hadden ook dan nog volop gelegenheid hun gasten welkom te heten en allen rustig op hun gemak te stellen. Een ruim bankstel nog aangevuld met een paar crapauds en een paar kleinere stoelen was midden in de kamer geplaatst, zodat men een gelegenheid had een ieder een plaats aan te bieden naar keuze, waarmee ik bedoel dat men meer dicht bij de haard zeer spoedig kon bijkomen als de winterse koude in de gang de kleumerige figuren reeds op zware proef hadden gesteld, of dat men knus in de grote bank wilde plaatsnemen om te duidelijker te doen uitkomen dat men als pas verloofd paar zich of elkaar kwam voorstellen in het grote huis achter de hekken. De kamer was in lichtgrijze tint geschilderd. De prachtige porseleinen deurknoppen op de onderscheidene deuren, spreken van een romantisch verleden. De ramen aan de achterzijde van het huis gaven een volle aanblik op de diepe tuin waarbij steeds een ieder opviel hoe de groene en de bruine beuk in kleurenpracht wedijverden met de twee eeuwen oude eik, die midden in de tuin zich als een koning liet gelden. Geheel op de oostgrens van |
Download (118) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van verkoop van het huis Zuylenburgh, gelegen aan de Dorpsstraat 18 te Oud-Zuilen. Waarbij op woensdag 26 juni van het jaar 1872, ten overstaan van de Maarsseveense notaris mr. I.J. van den Helm, de heer Willem René baron van Tuyll van Serooskerken aan zijn neef Willem René baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen de buitenplaats Zuylenburg verkocht voor f. 17.000,-. Download (118) (link) 1-3.pdf Download (118) (link) 2-3.pdf Download (118) (link) 3-3.pdf |
Download (33) de kadastrale hypotheken no. 4 akte van verkoop van het herenhuis Zuylenburg aan de Dorpsstraat 18 te Oud-Zuilen. Waarbij op woensdag 22 september van het jaar 1982 ten overstaan van de Utrechtse notaris mr. Gerrit Hendrikus van Empel, verscheen Willem van Dijck, notarisklerk wonende te Zeist als lasthebber van de heer Hans Georg Inundat baron van Tuyll van Serooskerken, voor zich en voor zijn familieleden Van Tuyll, het Huis Zuylenburg wordt verkocht aan de heer Peter Bender voor ƒ. 375.000,-. Download (33) (link) 1-3.pdf Download (33) (link) 2-3.pdf Download (33) (link) 3-3.pdf |
Huis aan de Dorpsstraat nr. 15 te Oud-Zuilen
Download (47) de kadastrale hypotheken no. 4 akte van verkoop van huis aan de Dorpsstraat 15 te Oud-Zuilen. Waarbij de familie Van Tuyll van Serooskerken het huis aan Leonardus Oostrum verkocht ten overstaan van Utrechtse notaris mr. Jan Wouter Voerman op dinsdag 30 november van het jaar 1982 voor f. 75.000,-. Download (47) (link) 1-2.pdf Download (47) (link) 2-2.pdf |
Huis aan de Dorpsstraat nr. 17 te Oud-Zuilen
Download (79) de notariële akte van verkoop (fragment) waarbij op woensdag 14 mei van het jaar 1930, ten overstaan van de Maarssense notaris mr. Louis Gabriël James, de heer Gerard Koolhaas verscheen, die zijn woning, op de plek van de Dorpsstraat nr. 17 (Kadastersectie A, perceelnummer: 458) verkocht voor ƒ. 4.500,- aan de heer Frederik Christiaan Constantijn baron van Tuyll van Serooskeerken van Zuylen. Download (79) (link) 1-2.pdf Download (79) (link) 2-2.pdf |
Het huisnummer aan de Dorpsstraat nr. 17 is een waarde van schatting, omdat in de loop van de van de twintigste eeuw, percelen in het dorp Oud-Zuilen nog al eens veranderde van nummering. Men moet en kan er dus niet helemaal van uitgaan, dat dit huisnummer ook daadwerkelijk in het heden de huidige woning is. In het jaar 1912, ontstaan de perceelnummers: 458 en 459, kadastersectie A, toenmalige gemeente Zuilen. Bij de bouw van een nieuwe woning. Na 1 januari 1954 worden de percelen samengevoegd, met daarbij ook andere percelen tot het perceelnummer: 74, kadastersectie: D, toenmalige gemeente Maarssen. In 1961 worden er nieuwe woning ontwikkeld, op de plek van het huidige huisnummer: 17. Hierbij wordt het perceel weer gesplitst in de percelen 110 en 111, kadastersectie: D, toenmalige gemeente Maarssen. |
Op vrijdag 27 juni 1937 werd ten overstaan van de Maarssense notaris Cornelis Johannes Rijsterborgh een akte verleden. Hierbij verkocht Johannes Feddema, oud-gepensioneerd gemeenteambtenaar van Zuilen, het huis aan de Dorpsstraat nr. 17 aan de heer Frederik Christiaan Constantijn van baron Tuyll van Serooskerken voor f. 3.800,-. Beschrijving van akte. Deel 1 |
Op vrijdag 27 juni 1937 werd ten overstaan van de Maarssense notaris Cornelis Johannes Rijsterborgh een akte verleden. Hierbij verkocht Johannes Feddema, oud-gepensioneerd gemeenteambtenaar van Zuilen, het huis aan de Dorpsstraat nr. 17 aan de heer Frederik Christiaan Constantijn van baron Tuyll van Serooskerken voor f. 3.800,-. Beschrijving van akte. Deel 2 |
Op vrijdag 27 juni 1937 werd ten overstaan van de Maarssense notaris Cornelis Johannes Rijsterborgh een akte verleden. Hierbij verkocht Johannes Feddema, oud-gepensioneerd gemeenteambtenaar van Zuilen, het huis aan de Dorpsstraat nr. 17 aan de heer Frederik Christiaan Constantijn van baron Tuyll van Serooskerken voor f. 3.800,-. Beschrijving van akte met de verkoopsom. Deel 3 |
Download (144) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van verkoop van de vroegere woning aan de Dorpsstraat nr. 17 te Oud-Zuilen. Waarbij op donderdag 21 mei van het jaar 1942, ten overstaan van de Maarssense notaris mr. Hendrik Pieter Vader de woning werd verkocht door de heer Anthonie Homburg aan meneer Mees Niekerk voor de verkoopsom van f. 2.200,-. Download (144) (link) 1-2.pdf Download (144) (link) 2-2.pdf |
Op donderdag 1 september van het jaar 1960 ten overstaan van de Maarseveense notaris mr. Cornelis Johannes Rijsterborgh verscheen de heer Richard Plomp als gemachtigde van Vrouwe Lucile Agens baronesse van Lynden waarbij hij het huis aan de Dorpsstraat nr. 17 in Oud-Zuilen verkocht aan Lambertus van der Ham voor een verkoopprijs van f. 6.000,-. Beschrijving van akte. |
Huis aan de Dorpsstraat 24 te Oud-Zuilen
De woning aan de Dorpsstraat nr 24 te Oud-Zuilen kwam in bezit van baron Van Tuyll van Serooskerken van Zuylen, nadat deze eerder van de burgelijke gemeente was. Op maandag 25 juli van het jaar 1932 kwam de woning in het bezit bij de familie Van Tuyll. Dit gebeurde na een grote grondtransactieruil met de toenmalige gemeente Zuilen. |
Op dinsdag 11 januari van het jaar 1955 ten overstaan van de Maarssense notaris Hendrik Pieter Vader waarbij Ir. Frederik Christiaan Constantijn baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen het huis aan de Dorpsstraat nr. 24 te Oud-Zuilen verkocht voor f. 9.500,- aan de heer Hendrik Blauwendraad. Eerder door de baron verkregen door ruil met de grondruil met de gemeente Zuilen op 25 juli 1932 ten overstaan de van notaris James. |
Huis aan de Dorpsstraat nr. 26 te Oud-Zuilen
Download (103) de notariële akte van verkoop (fragment) betreft de woning aan de Dorpsstraat nr. 26. Op vrijdag 1 november 1929 werd deze woning ten overstaan van notaris mr. Louis Gabriël James te Maarssen verkocht door de heer Hermanus Bos aan de heer ir. Frederik Christiaan Constantijn baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen voor de verkoopsom van ƒ 6.700,-. Download (103) (link) 1-3.pdf Download (103) (link) 2-3.pdf Download (103) (link) 3-3.pdf |
Op zaterdag 7 november 1959 verscheen ten overstaan van de Utrechtse notaris mr. Albert Markus Brouwer de heer Heiko Wierenga, kandidaat-notaris, wonende te Utrecht. Hij handelde als lasthebber van de volgende personen:
Begin van beschrijving van akte. Deel 1 |
Op zaterdag 7 november 1959 verscheen ten overstaan van de Utrechtse notaris mr. Albert Markus Brouwer de heer Heiko Wierenga, kandidaat-notaris, wonende te Utrecht. Hij handelde als lasthebber van de volgende personen:
Brigitte Barbara Renée barones van Tuyll van Serooskerken. Lucile Agnes barones van Tuyll van Serooskerken. Tijdens deze bijeenkomst verkocht de familie het huis aan de Dorpsstraat nr. 26 aan Jacobus Bloemendaal, gehuwd met Agatha Geertruida Post, voor f. 3.800,-. Eind van beschrijving van akte. Deel 2 |
Aankoop woningen aan de Dorpsstraat nrs. 28, 30, 32 en 34
Download (35) de notariële verkoopakte (fragment) betreft de woningen aan de Dorpsstraat 28, 30, 32 en 34 te Oud-Zuilen. Op donderdag 27 juli 1916 werden deze vier woningen ten overstaan van de Maarssense notaris Dirk Hendrik van Nieuwenhuizen verkocht door Anthonie Voorsteegh en Gerard Bos aan de heer Frederik Leopold Samuel Frans van Tuyll van Serooskerken van Zuylen voor een aankoopsom van ƒ 4.000,-. Download (35) (link) 1-2.pdf Download (35) (link) 2-2.pdf |
Huis aan de Dorpsstraat nr. 28 te Oud-Zuilen
Op 22 oktober 1969 werd ten overstaan van de Maarssense notaris Cornelis Johannes Rijsterborgh een akte verleden. Hierbij verscheen de heer Michiel Bart Johan Marie de Ruijter, kandidaat-notaris, als lasthebber van de Hoogwelgeboren Lucile Agnes barones van Lynden, douairière van de Hoogwelgeboren Heer ir. Frederik Christiaan Constantijn baron van Tuyll van Serooskerken. Namens haar verkocht hij het huis aan de Dorpsstraat nr. 28, ter waarde van f. 12.500,-, aan de heer Klaas Jan Gast, van beroep schilder. |
Huis aan de Dorpsstraat nr. 30 te Oud-Zuilen
Op zaterdag 7 november 1959 vond ten overstaan van de Utrechtse notaris mr. Albert Markus Brouwer de verkoop plaats van het huis aan de Dorpsstraat nr. 30 te Oud-Zuilen. Begin van beschrijving van akte. Deel 1 |
Op zaterdag 7 november 1959 vond ten overstaan van de Utrechtse notaris mr. Albert Markus Brouwer de verkoop plaats van het huis aan de Dorpsstraat nr. 30 te Oud-Zuilen. Einde van beschrijving van akte. Deel 2 |
Huis aan de Dorpsstraat nr. 32 te Oud-Zuilen
Eigendomsgeschiedenis Dorpsstraat 32-34, Oud-Zuilen In 1900 kwam het pand aan de Dorpsstraat 34-32 in het bezit van Nicolaas Lamfers. Hij, van beroep broodbakker, kocht de bakkerij van Frederik Leopold Samuel Frans baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen. In 1909 liet Nicolaas een gedeelte aan zijn woning en bakkerij bijbouwen. De eigendomsgeschiedenis van dit tweede pand wordt hieronder voortgezet, zonder dat het in het bezit is geweest van de familie Van Tuyll. De huidige huisnummers aan de Dorpsstraat in Oud-Zuilen zijn gebruikt om de positie van deze en andere woningen te bepalen. Honderd jaar geleden werden huisnummers heel anders genummerd. Het huidige huisnummer is daarom een benadering en het is niet uitgesloten dat een huisnummer ernaast gelegen kan zijn. |
Op vrijdag 8 februari van het jaar 1952 vond ten overstaan van de Maarssense notaris mr. Hendrik Vader de verkoop plaats van de woning aan de Dorpsstraat nr. 32. De heer Teunis Lamfers verkocht de woning aan de heer Harm Wilts voor ƒ. 7.500,-. |
De voordeur van het huis aan de Dorpsstraat nr. 20, met in het bovenportaal twee zwanen afgebeeld. |
Bakkerij aan de Dorpsstraat nr. 34 te Oud-Zuilen
Download (102) de notariële akte (fragment) betreft de verkoop van de toenmalige bakkerij aan de Dorpsstraat 34 (eerder anders genummerd). Op zaterdag 11 oktober 1873 werd de broodbakkerij ten overstaan van de Maarsseveense notaris mr. I.J. van den Helm verkocht door mevrouw Cornelia Berendsen aan de heer Willem René baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen voor de verkoopsom van ƒ 6.000,-. Download (102) (link) 1-2.pdf Download (102) (link) 2-2.pdf |
|
Download (75) de notariële akte van verkoop (fragment) betreft de bakkerij, gelegen aan de Dorpsstraat nr. 34 te Oud-Zuilen. Op vrijdag 1 juni 1900 werd deze bakkerij ten overstaan van de Maarssense notaris mr. Dirk Hendrik van Nieuwenhuizen door de heer Frederik Leopold Samuel Frans baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen verkocht aan de heer Nicolaas Lamfers voor ƒ 5.500,-. Download (75) (link) 1-2.pdf Download (75) (link) 2-2.pdf |
Op vrijdag 31 mei van het jaar 1957 ten overstaan van de Viaanse notaris mr. Barteld Renze Goldhoorn, met de vertegenwoordigen getuigen de heer Teunis Lamfers, kruidenier wonende te Oud-Zuilen aan de Dorpsstraat nr. 36, en de heer Dirk Verhoef, vroeger kruidenier, thans landbouwer wonende te Doorn aan de Achterweg nr. 8. Waarbij de heer Lamfers aan de heer Verhoef verkocht 'een winkel- en woonhuis met schuur, erf en tuin, staande en liggende aan de Dorpsstraat nr. 36 te Oud-Zuilen enz., enz., enz.,'. Bron: HUA, 1294. |
Huis Diederikstein aan de
Buitenplaats Diedrichsteyn
Bron of overnamen van onderste tekst in onbekend. Tekst verbeterd met Google Gemini AI Oorsprong en Vroege Geschiedenis van Huis Diederichsteyn Het huis en de boerderij (Dorpsstraat 62) werden in 1711 door de twee broers Van Renssen verkocht aan Johan Schouten. Het huis was waarschijnlijk toen nog niet heel oud en zou gebouwd kunnen zijn door Reinoud Gerard van Tuyll van Serooskerken, die eigenaar was van kasteel Zuylen. Huis Diederichsteyn was namelijk een erfpachtgoed van het kasteel. Reinoud Gerard kreeg in 1706 een zoon, die hij de naam Diederik Jacob gaf. Het huis zou goed tussen 1707 en 1711 gebouwd kunnen zijn en naar zijn zoon vernoemd. In 1740 werd het verkocht door Abraham Noppe aan Dirk Timmermans. Gijsbert Bonnet, professor in de theologie, kocht het huis in 1771. Op 4 mei 1791 werd het bij een openbare verkoping door de eigenaar verkocht aan Huibert van Ee. Hij verhuurde de buitenplaats in 1792 aan Johan Christiaan Godliep. Diederichsteyn onder Familie Veeren en Verkoop (1868) Uit een akte van veiling van 1868 blijkt dat Diederichsteyn, samen met Zuylenveld, in het bezit was van Sara Jacoba Maria Bongardt (1810-1880), die sinds 1861 weduwe was van Rudolph Hendrik Johan Veeren (1803-1861). In deze akte wordt het huis als volgt beschreven: "Het erfpachtrecht van een stuk grond (dat eigendom was van de Baron van Zuylen) benevens den eigendom der daarop aanwezige Heerenhuizinge genaamd Diederichsteyn, enz. enz.". Het huis werd gekocht voor 6.050 gulden door Willem René baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen. Latere Eigenaars en Ontwikkelingen (1920-1958) De buitenplaats werd op 26 november 1920 gekocht door Gijsbertus Weener en zijn broer Johannes Weener, tezamen met twee dakpannenfabrieken: 'Voorzorg' en 'Zonlust'. Gijsbertus (1874-1945) was enig aandeelhouder van deze twee fabrieken. Hij was getrouwd met Samuela Jacoba van Esveld. De twee broers lieten zes woningen bouwen voor arbeiders, haaks op de buitenplaats. |
Download (110) de notariële akte (fragment) betreft de verkoop waarbij mevrouw Sara Jacoba Maria Bongardt, weduwe van de weledelgestrenge heer Rudolph Hendrik Johan Veeren, ten overstaan van de Maarssense notaris mr. François Ludolf Tissot van Patot de buitenplaats Diederichsteyn te Oud-Zuilen, gelegen aan de Dorpsstraat 62-64, verkocht aan de heer Willem René van Tuyll van Serooskerken van Zuylen voor een waarde van ƒ 6.050,- Download (110) (link) 1-6.pdf Download (110) (link) 2-6.pdf Download (110) (link) 3-6.pdf Download (110) (link) 4-6.pdf Download (110) (link) 5-6.pdf Download (110) (link) 6-6.pdf |
Download (70) de notariële akte (fragment) betreft de veiling waarbij de heer Frederik Leopold Samuel Frans baron van Tuyll van Serooskerken op vrijdag 20 juli 1900 de buitenplaats Diederichsteyn verkocht, ten overstaan van notaris mr. Dirk Hendrik van Nieuwenhuizen. Het buitenhuis Leeuwenbergh te Maarssen werd apart aangeboden door de familie Bisdom. Ook werden diverse andere vaste en onroerende goederen in de omgeving van Oud-Zuilen verkocht. Download (70) (link) 1-3.pdf Download (70) (link) 2-3.pdf Download (70) (link) 3-3.pdf |
Voorkant van eigendomsakte (proces-verbaal van veiling en toewijzing), waarbij Vrouwe S. J. M. Bongard, weduwe van de heer R. H. J. Veeren, het Huis Diederichsteyn verkocht aan de heer W. R. baron van Tuyll van Serooskerken voor ƒ 6.050,- op 29 februari 1868. |
Koopcontract waarbij door de heer A.C. Hartjens is verkocht aan de heer R. H. J. Veeren, de Buitenplaats Diederichsteyn te Oud-Zuilen voor f. 3.500,- gepasseerd op 20 maart 1855. Deel 1 |
Deel 2 |
Bewoners en Eigenaren van Diederichsteyn
Periode | Naam | |
1. | (.... - 1711) | De heer Van Renssen |
2. | (1711 - ....) | De heer Johan Schouten |
3. | (.... - 1740) | De heer Abraham Noppee |
4. | (1740 -....) | De heer Dirk Timmermans |
5. | (1771-1791) | De heer Gijsbert (Gysbertus) Bonnet |
6. | (1791-....) | De heer Huibert van Ee |
7. | (.... -1861 | De heer Rudolph Hendrik Johan Veeren, gehuwd met Sara Jacoba Maria Bongardt |
8. | (1861 - 1868) | Mevrouw Sara Jacoba Maria Bongardt |
9. | (1868 - ....) | De heer Willem René baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen |
10. | (1920 - ....) | De heer Gijsbertus Weener, mevrouw Samuela Jacoba van Esveld en de heer Johannes Weener |
11. | (.... - 1958) | Familie Weener |
Huis aan de Zuilenselaan nrs. 6 en 8 te Oud-Zuilen
Download (130) de notariële akte (fragment) betreft de uitgifte in erfpacht van een perceel land, gelegen aan de Zuilenselaan te Oud-Zuilen. Op zaterdag 31 maart 1888 werd dit perceel grond aan de Zuilenselaan nr. 8 te Oud-Zuilen (kadaster sectie B818, later B823) ten overstaan van de Maarsseveense notaris mr. I.J.J. van den Helm door jkvr. Françoise Margaretha van Weede in erfpacht uitgegeven voor ƒ 15,- aan de heer Peter Jan de Graaf. Download (130) (link) 1-2.pdf Download (130) (link) 2-2.pdf |
In 1902 kocht de heer Peter Jan de Graaf een perceel land van de heer Frederik Leopold Samuel Frans baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen. Op dit perceel rustte al sinds 1888 erfpacht, die de heer De Graaf eerder van jkvr. Françoise van Weede pachtte. Later kwam de erfpacht toe aan baron Van Tuyll van Serooskerken. In 1911 liet de heer De Graaf een woning op het perceel bouwen. |
Download (134) de notariële akte van verkoop van de woning aan de Zuilenselaan nr. 6 te Oud-Zuilen vermeldt dat op zaterdag 1 juli 1922, ten overstaan van notaris mr. Louis Gabriël James, de heer Peter Jan de Graaf de woning verkocht aan de heer Cornelis Jan de Graaf. De daarbij onderliggende erfpacht (toebehorend aan baron Van Tuyll van Serooskerken van Zuylen) was inbegrepen in de verkoopsom van ƒ 7.000,-. Download (134) (link) 1-2.pdf Download (134) (link) 2-2.pdf |
Download (24) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) betreft de koop van twee woningen aan de Zuilenselaan nrs. 6 en 8 te Oud-Zuilen. Op vrijdag 20 juni 1924 verkocht de heer Cornelis Jan de Graaf de twee woningen aan de heer Frederik Christiaan Constantijn baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen voor ƒ 13.000,-. Dit gebeurde ten overstaan van de Maarssense notaris mr. Louis Gabriël James. Download (24) (link) 1-2.pdf Download (24) (link) 2-2.pdf |
Download (80) de notariële akte (fragment) betreft de verkoop van de woning aan de Zuilenselaan nr. 8 te Oud-Zuilen. Op zaterdag 14 juni 1924 verkocht Cornelis Jan de Graaf aan Frederik Christiaan Constantijn baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen zijn woning, inclusief de eeuwigdurende erfpacht onder de woning, voor ƒ 9.000,-. Dit gebeurde ten overstaan van de Maarssense notaris mr. Louis Gabriël James. Download (80) (link) 1-2.pdf Download (80) (link) 2-2.pdf |
Download (146) boedelscheiding van de familie Van de Vaart, een beschrijving uit de kadastrale hypotheken no. 4 akte. Op zaterdag 13 juni 1931 kwam de familie Van de Vaart bij elkaar ten overstaan van de Maarssense notaris mr. Louis Gabriël James om de boedel te verdelen. In de akte werd ook de erfpacht vermeld die rust op het perceel onder de woning aan de Zuilenselaan nr. 6. Download (146) (link) 1-2.pdf Download (146) (link) 2-2.pdf |
Op zaterdag 28 november 1959 verschenen ten overstaan van de Utrechtse notaris mr. Albert Markus Brouwer mevrouw Lucile Agnes barones van Lynden, douairière van ir. Frederik Christiaan Constantijn baron van Tuyll van Serooskerken, en andere familieleden van Van Tuyll. Begin van beschrijving van akte. Deel 1 |
Op zaterdag 28 november 1959 verschenen ten overstaan van de Utrechtse notaris mr. Albert Markus Brouwer mevrouw Lucile Agnes barones van Lynden, douairière van ir. Frederik Christiaan Constantijn baron van Tuyll van Serooskerken, en andere familieleden van Van Tuyll. Beschrijving van akte. Deel 2 |
Op zaterdag 28 november 1959 verschenen ten overstaan van de Utrechtse notaris mr. Albert Markus Brouwer mevrouw Lucile Agnes barones van Lynden, douairière van ir. Frederik Christiaan Constantijn baron van Tuyll van Serooskerken, en andere familieleden van Van Tuyll. Eind van beschrijving van akte. Deel 3 |
Huize Het Rode Sticht
Huis aan de Zuilenselaan nr. 10 (voorheen nr. 70) te Oud-Zuilen
Download (129) de notariële akte (fragment) betreft de uitgifte in erfpacht van een perceel land aan de Zuilenselaan nr. 10 te Oud-Zuilen. Op zaterdag 31 maart 1888 werd dit perceel (kadaster sectie B, perceelnummer 818, later 823), eigendom van jkvr. Françoise Margaretha van Weede, aan de heer Jacob Pos in erfpacht uitgegeven voor ƒ 15,- per jaar. Dit gebeurde ten overstaan van de Maarssense notaris I.J.J. van den Helm. Download (129) (link) 1-2.pdf Download (129) (link) 2-2.pdf |
Op woensdag 19 maart 1952 werd ten overstaan van notaris mr. Hendrik Pieter Vader te Maarssen een akte verleden. Hierbij verkocht ir. Frederik Christiaan Constantijn baron Van Tuyll van Serooskerken van Zuylen het huis aan de Zuilenselaan nr. 10 aan Gijsbertus Cornelis van Dijk voor ƒ 6.550,-. Beschrijving van akte. Deel 1 |
Huis aan de Zuilenselaan nr. 10 is in 1889 gebouwd. De grond onder de woning bleef in erfpacht bij baron Van Tuyll van Serooskerken. |
Download (127) de notariële akte van boedelscheiding (fragment) van de familie Pos betreft de woning aan de Zuilenselaan nr. 10 te Oud-Zuilen. De ondergrond van deze woning is in het bezit van en in erfpacht bij baron Van Tuyll van Serooskerken van Zuylen. De boedelscheiding vond plaats ten overstaan van de Maarssense notaris mr. Louis Gabriël James op woensdag 22 februari 1922. Download (127) (link) 1-4.pdf Download (127) (link) 2-4.pdf Download (127) (link) 3-4.pdf Download (127) (link) 4-4.pdf |
Download (92) de notariële akte (fragment) betreft de uitgifte in erfpacht van een perceel grond te Oud-Zuilen. Het perceel, kadastraal bekend als gemeente Oud-Zuilen, sectie B, perceelnummer 823, bevindt zich onder de woning aan de Zuilenselaan nr. 10. Op zaterdag 13 juni 1931 verschenen de heer Jan van der Vaart en de heer Frederik Christiaan Constantijn baron van Tuyll van Serooskerken ten overstaan van de Maarssense notaris mr. Louis Gabriël James. Hierbij gaf baron Van Tuyll van Serooskerken de grond voor ƒ 15,- per jaar in erfpacht uit aan de heer Van der Vaart. Download (92) (link) 1-2.pdf Download (92) (link) 2-2.pdf |
Op woensdag 19 maart 1952 werd ten overstaan van notaris mr. Hendrik Pieter Vader te Maarssen een akte verleden. Hierbij verkocht ir. Frederik Christiaan Constantijn baron Van Tuyll van Serooskerken van Zuylen het huis aan de Zuilenselaan nr. 10 aan Gijsbertus Cornelis van Dijk voor ƒ 6.550,-. Eind van beschrijving van akte. Deel 2 |
Huis aan de Zuilenselaan nr. 12
(voorheen nr. 69) te Oud-Zuilen
Deze woning aan de Zuilenselaan nr. 12 te Oud-Zuilen werd in 1904 gebouwd in samenwerking met Cornelis Niessen, een smid en bewoner die gehuwd was met Cornelia Bos. De bouw vond ook plaats in samenwerking met vader Frederik Leopold Samuel Frans baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen en zijn zoon Frederik Christiaan Constantijn baron van Tuyll van Serooskerken. Beide heren Van Tuyll bezaten het eeuwigdurende erfpacht van het perceel dat zich onder de woning bevond.
|
Download (62) de notariële akte beschrijft de verkoop van de woning aan de Zuilenselaan nr. 12 op dinsdag 1 augustus 1933. Ten overstaan van notaris L.G. James verkocht mejuffrouw Maria Cornelia Bos, weduwe van de heer Cornelis Niessen, de woning aan de Zuilenselaan nr. 12 aan de heer Gijsbert Niessen voor ƒ 6.000,-. De ondergrond van deze woning was in erfpacht bij baron Van Tuyll van Serooskerken. Download (62) (link) 1-3.pdf Download (62) (link) 2-3.pdf Download (62) (link) 3-3.pdf |
Op vrijdag 29 december 1950 verscheen ten overstaan van notaris mr. Hendrik Pieter Vader, wonende te Maarssen, de heer Hendrik Ykema. Handelend als lasthebber van de heer ir. Frederik Christiaan Constantijn baron van Tuyll van Serooskerken, verkocht hij het erfpachtrecht van de ondergrond van perceel gemeente Zuilen, sectie B, perceelnummer 822, aan Gijsbert Niessen. Dit erfpachtrecht, dat vele decennia bij baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen in erfpacht was geweest, werd nu als vast eigendom verkocht voor f. 1.500,-. |
Buitenplaats Groenhoven aan de
Zuilenselaan (ong.) te Oud-Zuilen
Een luchtfoto toont de gronden, woningen, watergangen en wegen die in 1832 in het bezit waren van de familie Van Nes op de Buitenplaats Groenhoven. Later kwam dit bezit in handen van de familie Van Tuyll van Serooskerken. |
Eigenaren van Buitenplaats Groenhoven
Periode | Naam | |
1. | .... - 1631 | dhr. Johan Fonteyn, Domheer van het DOMkapittel |
2. | 1631 - 1654 | dhr. Johan Heimrick, gehuwd met Mw. Maria Henricx |
3. | 1654 - 1656 | dhr. Christiaen Rodenburch |
4. |
| dhr. Johannes Gerardus Soudenbalch |
5. | 1665 - 1686 | dhr. Pieter Heyblom, gehuwd met Mw. Francina Varlet |
6. | 1686 - .... | dhr. Steven Dupont, gehuwd met Mw. Abigael Casteleyn |
7. | .... - 1730 | Mw. Catharina du Pont (dochter), gehuwd met dhr. Abraham Luiscius |
8. | 1730 - 1743 | dhr. Rudolff Henrick van Lancheren en Mw. Maria Pott |
9. | 1743 - 1758 | dhr. Adriaan van Cattenberch (koop) |
10. | 1758 - 1762 | dhr. Stephanus Jacobus van Muijden |
Deel 1 |
Periode | Naam | |
11. | 1762 - 1769 | dhr. Carel Philip van Cuylenborg, gehuwd met Mw. Alida van der Streng |
12. | 1769 - 1800 | dhr. Hendrik Jacob baron van Tuyll van Serooskerken |
13. | 1800 - >1802 | dhr. Nicolaas Steengracht d'Oosterland |
14. | 1850 - 1868 | Mw. Jacoba Elisabeth baronesse van Tuyll van Serooskerken, weduwe van dhr. Godert Alexander Gerrit Philip baron van der Capellen van Berkenwoude |
15. | 1868 - 1878 | dhr. Willem René baron van Tuyll van Serooskerken, gehuwd met Jkvr. Françoise Margaretha van Weede |
16. | 1878 - > 1888 | Jkvr. Françoise Margaretha van Weede |
17. | 1888 - 1890 | dhr. B.J. van Ommeren (huurder) |
Deel 2 |
Op dinsdag 4 juni 1850 vond ten overstaan van de Utrechtse notaris Gerardus Hendricus Stevens de verkoop plaats door de familie Van Nes van de Buitenplaats Groenhoven in het dorp Oud-Zuilen, met de bijbehorende boerderij Alida's Hoeve gelegen in Lageweide. Deze percelen, tezamen ter grootte van 12 hectare, werden verkocht aan Jacoba Elisabeth barones Van Tuyll van Serooskerken, gehuwd met Godert Alexander Gerrit Philip baron Van der Capellen van Berkenwoude, voor een koopsom van ƒ 24.500,-. Na het overlijden van Jacoba Elisabeth Van Tuyll in 1868 kwam de Buitenplaats Groenhoven in het bezit van haar neef Baron Willem René van Tuyll van Serooskerken (1813-1878). Begin van beschrijving van akte. Deel 1 |
Op dinsdag 4 juni 1850 vond ten overstaan van de Utrechtse notaris Gerardus Hendricus Stevens de verkoop plaats door de familie Van Nes van de Buitenplaats Groenhoven in het dorp Oud-Zuilen, met de bijbehorende boerderij Alida's Hoeve gelegen in Lageweide. Deze percelen, tezamen ter grootte van 12 hectare, werden verkocht aan Jacoba Elisabeth barones Van Tuyll van Serooskerken, gehuwd met Godert Alexander Gerrit Philip baron Van der Capellen van Berkenwoude, voor een koopsom van ƒ 24.500,-. Na het overlijden van Jacoba Elisabeth Van Tuyll in 1868 kwam de Buitenplaats Groenhoven in het bezit van haar neef Baron Willem René van Tuyll van Serooskerken (1813-1878). Beschrijving van perceelnummers. Deel 2 |
Op dinsdag 4 juni 1850 vond ten overstaan van de Utrechtse notaris Gerardus Hendricus Stevens de verkoop plaats door de familie Van Nes van de Buitenplaats Groenhoven in het dorp Oud-Zuilen, met de bijbehorende boerderij Alida's Hoeve gelegen in Lageweide. Deze percelen, tezamen ter grootte van 12 hectare, werden verkocht aan Jacoba Elisabeth barones Van Tuyll van Serooskerken, gehuwd met Godert Alexander Gerrit Philip baron Van der Capellen van Berkenwoude, voor een koopsom van ƒ 24.500,-. Na het overlijden van Jacoba Elisabeth Van Tuyll in 1868 kwam de Buitenplaats Groenhoven in het bezit van haar neef Baron Willem René van Tuyll van Serooskerken (1813-1878). Beschrijving van familieleden Van Nes (verkopende partij). Deel 3 |
Op dinsdag 4 juni 1850 vond ten overstaan van de Utrechtse notaris Gerardus Hendricus Stevens de verkoop plaats door de familie Van Nes van de Buitenplaats Groenhoven in het dorp Oud-Zuilen, met de bijbehorende boerderij Alida's Hoeve gelegen in Lageweide. Deze percelen, tezamen ter grootte van 12 hectare, werden verkocht aan Jacoba Elisabeth barones Van Tuyll van Serooskerken, gehuwd met Godert Alexander Gerrit Philip baron Van der Capellen van Berkenwoude, voor een koopsom van ƒ 24.500,-. Na het overlijden van Jacoba Elisabeth Van Tuyll in 1868 kwam de Buitenplaats Groenhoven in het bezit van haar neef Baron Willem René van Tuyll van Serooskerken (1813-1878). Einde van beschrijving van akte met handtekeningen. Deel 4 |
De volgende tekst (hieronder) is van de Historische Kring Maarssen Verdere bron van herkomst of auteur is ons niet bekend. De oudste vermelding van het perceel tussen de Vecht en Daalse Dijk (heden Daalseweg geheten) tot de brug over de Vecht dateert uit het jaar 1631. In dat jaar verkocht Johan Fortuyn, DOMheer van het DOMkapittel, het land aan de weduwe van de heer Johan Heimricks uit Amsterdam. Zij verkocht het op 19 april 1654 aan de heer Christiaan Rodenburch, van beroep raadspensionaris bij het Gerechtshof van Utrecht. Het terrein omvatte 6 morgen en 560 roede. In een akte wordt gesproken over een 'huysinge, hoff, boomgaart met het lant daar aan behorende en tgetimmert daer op staende'. Ruim twee jaar later vindt de verkoop plaats aan de nieuwe eigenaar de heer Johannes Gerardus Soudenbalch. Door aankoop van grond wordt de buitenplaats aanzienlijk vergroot, deze later een grootte van 18 morgen. De heer Johannes Gerardus Soudenbalch lijkt zijn land in twee delen te verkopen. Het eerste deel, dat later Groenhoven wordt genoemd, wordt in het jaar 1665 verkocht aan de heer Pieter Heyblom. Zijn weduwe Francina Varlet verkoopt het in 1686 aan de heer Steven du Pont. |
In 1675 huwd Steven Dupont, van beroep koopman en zeepzieder, met Abigael Casteleyn. Steven is de zoon van Steven Dupont en Anna Duynen en hij is de eigenaar van de buitenplaats Groenhoven. Het huwelijk brengt 2 dochters en een zoon voort: Anna Maria Dupont, Catharina Dupont en Peter Dupont. Na het overlijden van Steven erft zijn jongste dochter, Catharina Dupont, de buitenplaats. Zij huwd met de heer Abraham Luiscius, het paar verkoopt in 1730 Groenhoven aan de heer Rudolf Henrick van Lancheren, die gehuwd is met Maria Poot, de buitenplaats is dan 9 morgen groot. |
In 1743 wordt Groenhoven verkocht, de nieuwe eigenaar is de heer Adriaan van Cattenbergh. Hij vergroot in 1750 de buitenplaats door koop met 4 morgen land van de eigenaresse van buitenplaats Geytensteyn, mevrouw Anna Asschenberg. Zij is dan net gescheiden van haar man de heer Pieter Stellingwerff. In 1758 wordt Groenhoven aangekocht door de heer Stephanus Jacobus van Muijden van de erfgenamen van Adriaan van Cattenbergh, hij woonde op de betreffende buitenplaats. In 1760 besluit Van Cattenbergh een nabij gelegen sloot te verkopen aan Gerrit van der Schroeff. Hij woont buiten de Weertpoort in Utrecht. Gerrit kocht de sloot voor de omliggende grond en te gebruiken bij zijn tegeloven, de koopsom bedroeg ƒ. 524,-. Stephanus Jacobus is niet lang eigenaar van Groenhoven, in 1762 besluit hij tot verder doorverkoop. De heer. Carel Philips van Cuylenborgh is dan de nieuwe eigenaar, hij kocht het huis waarschijnlijk om er winst mee te maken, want hetzelfde jaar vind de verkoop plaats aan Hendrik Jacob baron van Tuyll van Serooskerken. |
In 1800 wordt de buitenplaats uit de boedel van de overleden Hendrik Jacob van Tuyll van Serooskerken verkocht aan Nicolaas Steengracht d'Oosterland. Het goed bestaat uit 12 moorgen. |
|
Download (10) notariële akte van aankoop (fragment) waarbij de toenmalige gemeente Maarssen (heden gem. Stichtse Vecht), op maandag 6 oktober van het jaar 1980, ten overstaan van notaris mr. Johan Willem Lodewijk Beijer, aankocht van de Erven Van Tuyll van Serooskerken voor ƒ. 31.380,-. 4-4.pdf |
Deel 1 |
Deel 2 |
Deel 3 |
Download (22) raadsbesluit (fragment), van de toenmalige gemeente Maarssen (heden Stichtse Vecht), waarin een eerder voorstel van de burgemeester en wethouders van dinsdag 15 januari 1980 wordt opgenomen. Dit voorstel omvat de aankoop van het park Groenhoven te Oud-Zuilen van de erven Van Tuyll van Serooskerken (Van Lynden), voor een aankoopsom van ƒ 31.380,-. Download (22) (link) 1-4.pdf Download (22) verslag (fragment) van de toenmalige gemeente Maarssen (heden Stichtse Vecht), waarin een eerder voorstel van de burgemeester en wethouders van dinsdag 15 januari 1980 wordt opgenomen. Dit voorstel omvat de aankoop van het park Groenhoven te Oud-Zuilen van de erven Van Tuyll van Serooskerken (Van Lynden), voor een aankoopsom van ƒ 31.380,-. Download (22) (link) 2-4.pdf Download (22) verslag van een eerder overleg (fragment) van 19 juli 1979 door de afdeling bestuurszaken van de toenmalige gemeente Maarssen (heden Stichtse Vecht). Hieruit blijkt een eerder voorstel van de burgemeester en wethouders van dinsdag 15 januari 1980, waarin de aankoop van het park Groenhoven te Oud-Zuilen van de erven Van Tuyll van Serooskerken (Van Lynden) wordt voorgesteld, voor een verkoopsom van ƒ 31.380,-. Download (22) (link) 3-4.pdf Download (22) de notariële akte (fragment), voortkomend uit een eerder besluit van de toenmalige gemeenteraad van de gemeente Maarssen (heden Stichtse Vecht). Hieruit blijkt een eerder voorstel van de burgemeester en wethouders van dinsdag 15 januari 1980, waarin de aankoop van het park Groenhoven te Oud-Zuilen van de erven Van Tuyll van Serooskerken (Van Lynden) wordt voorgesteld, voor een verkoopsom van ƒ 31.380,-. Download (22) (link) 4-4.pdf |
Buitenplaats Geitenstein
Dit is een tekening van D. Verrijk uit het jaar 1790, die een gezicht toont op de Vecht bij het dorp Oud-Zuilen. Op de tekening zijn de buitenplaats Geitestein te zien, en rechts de brug over de Vecht en het Rechthuis. |
Eigenaren van Buitenplaats Geitenstein
Periode | Naam | |
1. | .... - 1631 | dhr. Johan Fonteyn, domheer |
2. | 1631 - 1654 | dhr. Johan Heimrick, gehuwd met Mw. Maria Henricx |
3. | 1654 - 1656 | dhr. Christiaen Rodenburch |
4. | 1656 - 1663 | dhr. Johannes Gerard Soudenbalch |
5. | 1663 - circa 1690 | dhr. Jacques de Lespaul |
6. | circa 1690 - 1709 | dhr. Isaacq Lespaul (zoon), gehuwd met Mw. Jacoba Theding van Berckhout |
7. | 1709 - 1711 | dhr. Simon Langendam, gehuwd met Mw. Aeltjen Mensing |
8. | 1711 - 1720 | dhr. Casparus Leonhard, gehuwd met Mw. Cornelia Crafford |
9. | 1720 - 1723 | dhr. Balthasar Muyskens |
10. | 1723 - 1727 | dhr. Jan Baptista de Surmont, Heer van Vlooswijck |
11. | 1727 - 1732 | dhr. Adriaen Vastrik, schout en gaardermeester van Zuylen |
12. | 1732 - 1750 | dhr. Pieter Stellingwerff, gehuwd met Mw. Anna Asschenberg |
13. | 1750 | mevr. Anna Asschenberg (na scheiding) |
14. | 1750 | dhr. Jan van de Schroeff |
15. | 1766 - 1772 | dhr. Willem Boreel |
16. | 1772 - 1775 | Mw. Alida en Catharina Rietveld |
17. | 1775 - 1791 | dhr. Jan Pieter van Vianen |
18. | 1791 - 1795 | mevr.. Johanna Maria van Tuyll van Serooskerken |
19. | 1795 - 1802 | dhr. Jan Pieter van Vianen |
20. | 1802 - 1812 | dhr. Nicolaes Wavin Anthonisz. |
21. | 1812 | dhr. J. Wouters (onderdeel van Groenhoven) |
22. | 1832 | Weduwe. Jacobsen, geboren van Nes |
Dit betreft een tekening van J. Liender uit 1748, die een gezicht toont op de Vecht bij Zuilen, gezien vanuit het zuiden. Links op de tekening is de buitenplaats Geitestein afgebeeld. |
Tekst samengesteld uit 'Aantekeningen over vroegere eigenaren van het huis Geitenstein en andere landerijen en huizen aan de zuidwestzijde van de vecht'. Bij Het Utrechts Archief, T76, Huis Zuilen, inv.nr. 302. Verbeterd met Google Gemini Ai De buitenplaats Geitestein: Historische Notities De vroegste bekende vermelding van het huis Geitestein dateert uit het jaar 1690. De naam van de buitenplaats wordt ook wel geschreven als Geitestein of Geytesteyn. De exacte bouwperiode van de buitenplaats is niet met zekerheid vast te stellen. Uit documenten blijkt dat in 1654 melding wordt gemaakt van twee uiterwaardjes, die in 1599 nog eigendom waren van het kapittel van Sint Jan. Deze 'twee uiterwaardjes' werden later gesplitst, waarna hier de buitenplaatsen Groenhoven en Geytensteyn werden gesticht. In 1631 werd het betreffende land gekocht door heer Johan Heimricks uit Amsterdam van Johan Fonteyn, heer van het Domkapittel. In de beschrijving van de aankoop wordt gesproken over 'Huysing, Hof, boomgaard en lant daar aan behorende en getimmert daer op staende'. Dit suggereert dat ten minste één van de twee buitenplaatsen op dat moment reeds was gebouwd. De weduwe van Johan Heimricks verkocht haar eigendom op 19 april 1654 aan de heer Christiaen Rodenburch, raadordinaris aan het Hof van Utrecht. Twee jaar later, in 1656, verkocht de heer Rodenburch het goed door aan de heer Johannes Gerard Soudenbalch. Uitbreiding en Eigenaren van Buitenplaats Geitestein De buitenplaats Geitestein werd door middel van opeenvolgende aankopen uitgebreid, waardoor het uiteindelijk een omvang van 18 morgen bereikte. Het is aannemelijk dat heer Soudenbalch zijn land in twee delen heeft verkocht. Het gedeelte dat later de naam Geytensteyn zou krijgen, werd in 1663 verkocht aan de heer Jacques de Lespaul. Bij deze verkoop wordt reeds melding gemaakt van een hofstede met de naam Geytensteyn, wat suggereert dat deze op dat moment al gebouwd was. Na het overlijden van Jacques de Lespaul vererfde de buitenplaats op zijn zoon Isaac de Lespaul. Isaacq, ook wel Ysaac genoemd, werd in 1653 in Amsterdam geboren als zoon van Jacques de Lespaul en Maria de Lagay. Hij was de eigenaar in 1690 en huwde met mevrouw Jacoba Thelingh van Berckhout uit Leiden. Isaacq overleed vóór 30 augustus 1709. Zijn weduwe verkocht het huis in hetzelfde jaar aan Simon Langendam voor een bedrag van ƒ 5.000,-. Simon Langendam overleed reeds in 1711. Door de executeur van zijn testament werd Geytensteyn vervolgens verkocht aan Caspar Leonhard, een burger van Utrecht. Caspar Leonhard was negen jaar lang samen met zijn vrouw eigenaar. Na zijn dood verkocht zijn weduwe, Cornelia Crafford, de buitenplaats aan Balthasar Muyskens voor ƒ 7.500,-. Op dat moment bedroeg de omvang van het landgoed 1 morgen en 450 roeden. De erfgenamen van Balthasar Muyskens verkochten Geytensteyn in 1723, inclusief 12 morgen grond, aan de Heer van Surmont van Vlooswijck voor ƒ 13.850,-. Verdere Eigendomswisselingen en Het Einde van Buitenplaats Geitestein Op 2 maart 1750 verscheen heer Willem Nolthenius bij de notaris namens heer en de heer Pieter Stellingwerff, gehuwd met jonkvrouw Anna Asschenberg. Het echtpaar, dat sinds 19 april 1748 gescheiden van tafel en bed leefde, bekrachtigde via deze akte hun scheiding en kwamen tot een verdeling van hun bezittingen. Anna kreeg onder andere 'Vyff mergen bouwland gelegen tot Thiel & de Huysinge en Hoffstede Geytensteyn met de Landeryen daeraen behoorende gelegen onder den Gerechte van Zuylen en twee huysingen staende tot Amsterdam'. Een akte van 13 juli 1750 onthult dat Anna, samen met haar man, in 1745 en 1746 een schuld van ƒ 11.306,- en 2 stuivers was aangegaan bij Jacob Diederick van Tuyll van Serooskerken, heer van Zuylen en Westbroek. Anna had het grootste deel hiervan 'uyt haer privé cassa' betaald. Om het restant af te lossen, verkocht zij vier morgen land, behorende bij Geytensteyn, aan de heer Kattenberg voor ƒ 3.935,- en 10 stuivers. Als gevolg hiervan kromp het landgoed Geytensteyn tot een omvang van nog slechts één morgen en 450 roeden. Op 9 mei van hetzelfde jaar besloot Anna het huis te verkopen. De opgestelde verkoopvoorwaarden vermeldden specifieke verplichtingen die bij Geytensteyn hoorden: 'den koper van de Buyteplaets de brug inden Daelsendyck aan het eynde van de Plaets gelegen sal moeten maken en onderhouden ten synen kosten, als meede dat de koopers den Doorvaert door de Sloot tussen den plaets ende Vier mergen als meede door gemelte brug en de Sloot aen de voornoemde negen mergen moeten gehengen en gedogen'. De heer Jan van de Schroeff werd de koper, en verwierf het huis voor ƒ 3.750,-. Een akte uit 1772 documenteert de verkoop van de buitenplaats aan de 'Mejuffrouwen Alida en Catharina Rietveld'. Geytensteyn wordt hierin gedetailleerd beschreven als: 'zekere huijsinge, Hofsteede, Tuijnmans woning, Stallinge, als koetshuijs, en verdere bepoting en beplanting daar op staande, met zijn speelhuijs en Prieëlen, alsmeede 't geboomte op den Daalschendijk alleen aan de zeijde van de Plaats, zijnde de gemelde Plaats genaamd Geijtensteijn'. Drie jaar later besloten deze twee ongetrouwde dames de buitenplaats wederom te verkopen. Voor ƒ 9.000,- werd de heer Jan Pieter van Vianen de nieuwe eigenaar. Bij deze koop behoorde nu ook een schuitenhuis met een schuitje en een bank in de kerk te Zuylen. Dit schuitenhuis bestond echter al langer, aangezien in volgende akten steeds melding wordt gemaakt dat een nieuwe koper zich moest houden aan "'t accoord tusschen Willem Boreel en Cornelis Gerardus Verkerk weegens het schuitenhuis staande over de sloot tusschen deze plaats en die van gen. Verkerk", een afspraak gemaakt op 10 juli 1771. In 1791 besloot Jan Pieter zijn huis opnieuw te verkopen. Voor hetzelfde bedrag werd het in juli verkocht aan Johanna Maria van Tuyll van Serooskerken, die sinds 1776 weduwe was van Cornelis baron van Perponcher-Sedlnitzky. Zij bleef enkele jaren eigenares, om het vervolgens in november 1795 met groot verlies weer te verkopen aan de vorige eigenaar, Jan Pieter van Vianen. Zij ontving toen slechts ƒ 6.500,- voor Geytensteyn. In 1802 werd Geytesteyn opnieuw verkocht, ditmaal voor een bedrag van ƒ 12.000,- gulden, aan de heer Nicolaes Wavin Anthonisz. Op 28 maart 1812 werd Geijtenstein verkocht, waarschijnlijk door de heer Cornelis van Rossum, aan de heer J. Wouters, waarmee Geijtenstein een onderdeel van Groenhoven werd. De grootte van het landgoed bedroeg toen 1 hectare, 39 are en 53 centiare. Bij deze verkoop ging ook de bank in de kerk van Zuylen over naar de nieuwe eigenaar. Tussen dat jaar (1812) en 1832 werd het huis afgebroken en transformeerde het landgoed in weiland. Dit is zichtbaar op de Kadastrale Kaart van 1832: het perceel wordt als weiland aangegeven en is in bezit van de weduwe Jacobsen, geboren Van Nes, rentenierster en tevens eigenaresse van Groenhoven. |
Dit betreft een gezicht op de Vecht bij Zuilen vanuit het zuiden, getekend door J. de Beijer op 27 augustus 1749. Links op de afbeelding is de buitenplaats Geitestein te zien. |
Dit betreft een akte van overeenkomst uit 1771 tussen Willem Boreel, eigenaar van de buitenplaats Geitestein, en Cornelis Verkerk, eigenaar van Vijfhuizen. De overeenkomst heeft betrekking op de vernieuwing van een schuitenhuis dat gelegen is aan de sloot tussen de twee buitenplaatsen. Bij dit document is tevens een afschrift uit 1807 aanwezig. Deel 1 |
Dit betreft een akte van overeenkomst uit 1771 tussen Willem Boreel, eigenaar van de buitenplaats Geitestein, en Cornelis Verkerk, eigenaar van Vijfhuizen. De overeenkomst heeft betrekking op de vernieuwing van een schuitenhuis dat gelegen is aan de sloot tussen de twee buitenplaatsen. Bij dit document is tevens een afschrift uit 1807 aanwezig. Deel 2 |
Akte van verkoop door Frederik L.S.F. baron van Tuyll van Serooskerken aan Jan Plomp van een perceel land, genaamd Geitenstein, sectie B 159 te Zuilen, met bepalingen betreffende de doorvaart door de sloot tussen de percelen B 159 en B 158 te Zuilen in 1900. Deel 1 |
Akte van verkoop door Frederik L.S.F. baron van Tuyll van Serooskerken aan Jan Plomp van een perceel land, genaamd Geitenstein, sectie B 159 te Zuilen, met bepalingen betreffende de doorvaart door de sloot tussen de percelen B 159 en B 158 te Zuilen in 1900. Verkoopperceel nr. 6, land genaamd Geitenstein. Deel 2 |
Akte van verkoop door Frederik L.S.F. baron van Tuyll van Serooskerken aan Jan Plomp van een perceel land, genaamd Geitenstein, sectie B 159 te Zuilen, met bepalingen betreffende de doorvaart door de sloot tussen de percelen B 159 en B 158 te Zuilen in 1900. Verkoopperceel nr. 6, land genaamd Geitenstein. Biedingsbedrag door Jan Plomp: ƒ 5.000,-. Deel 3 |
Huis Zuylenveld aan de Laan van Zuilenveld 54 te Oud-Zuilen
Zuylenveld was van oorsprong een hofstede met een huis dat voor het eerst eind 17e eeuw in de archieven werd genoemd. Het was toen in het bezit van Gerard Kick, advocaat in Utrecht. Na zijn overlijden erft zijn dochter Aletta het huis. Zij was getrouwd met Aäron Duurkant. In 1729 verkoopt zij het huis, na het overlijden van haar man, aan Laurentius van Blankenburgh. Hij verkoopt het negen jaar later weer aan Johannes van Nes. Johannes van Nes heeft waarschijnlijk de hofstede verbouwd tot buitenhuis. De buitenplaats blijft 110 jaar in het bezit van de familie Van Nes van Meerkerk. Deze familie noemt zich sinds 1770 zo, doordat de zoon van Johannes, Jacobus, in dat jaar heer van Meerkerk wordt. Na het overlijden van Jacobus van Nes van Meerkerk erft diens zoon, Jacob Gerard, de buitenplaats in 1807. De buitenplaats werd, samen met de steenbakkerij Duinkerken, in mei 1850 gekocht door Rudolf Hendrik Johan Veeren (1803 - 1861), van 5 december 1853 tot aan zijn overlijden op 23 april 1861 burgemeester van Zuilen, voor een bedrag van 30.000 gulden. Hij was getrouwd met Sara Jacoba Maria Bongardt (1810 - 1880). Na zijn overlijden bleef zijn vrouw achter met 7 dochters en 2 zonen, van wie Johannes Judith (1846 - 1910) het geslacht heeft voortgezet. De volledige beschrijving van het huis in de akte van veiling van 1868 luidt: "De buitenplaats genaamd Zuylenveld bestaande in: kapitale moderne en goed onderhouden Heerenhuizinge met marmer bevloerde gang, vijf benedenkamers waarvan twee en suite, zes bovenkamers, allen geplafoneerd en gehangen, de meesten met stookplaatsen, badkamer, provisiekamer, twee domestieken dito, grote zolder, keuken, twee kelders en tuinmanswoning voorts broeierij met diverse fijne vruchtdragende bomen, wandeling met fraai aangelegde perken en Engels plantsoen, enz. enz." De veiling was geen groot succes; wel wordt de buitenplaats Diederichsteyn, die ook tot de eigendommen behoorde, verkocht voor 6.050 gulden aan Willem René baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen. In 1912 wordt de buitenplaats door de erfgenamen van Johannes Judith Veeren aan Frederik L.S.F. van Tuyll van Serooskerken verkocht. In 1916 schenkt hij de buitenplaats aan zijn zoon Frederik Christiaan Constantijn. |
Op woensdag 7 februari 1912 verscheen ten overstaan van de Utrechtse notaris mr. Henri François Wouter Dubois een akte. Hierbij verkocht Hendrik Lodewijk Meijster, van beroep steenfabrikant en eigenaar, de Steenfabriek Duinkerken en het Herenhuis Zuilenveld aan de heer Frederik Leopold Samuel Frans baron van Tuyll van Serooskerken, ambachtsheer van Zuilen, Zweserengh, Westbroek en Oud-Beijerland. Het verkoopbedrag bedroeg ƒ 22.300,-. Begin van beschrijving van akte. Deel 1 |
Download (43) de notariële schenkingsakte (fragment) van het buitenverblijf Zuylenveld te Oud-Zuilen, waarbij de heer Frederik Leopold Samuel Frans baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen het landgoed schenkt aan zijn enige zoon Frederik Christiaan Constantijn van Tuyll van Serooskerken op maandag 18 december 1916 ten overstaan van de Maarssense notaris mr. Dirk Hendrik van Nieuwenhuizen. Download (43) (link) 1-2.pdf Download (43) (link) 2-2.pdf |
Hulpkaart van het dorp Oud-Zuilen, voorheen gemeente Maarssen, heden gemeente Stichtse Vecht, met rechts bovenaan het dorp het huis Zuylenveld. |
Op woensdag 7 februari 1912 verscheen ten overstaan van de Utrechtse notaris mr. Henri François Wouter Dubois een akte. Hierbij verkocht Hendrik Lodewijk Meijster, van beroep steenfabrikant en eigenaar, de Steenfabriek Duinkerken en het Herenhuis Zuilenveld aan de heer Frederik Leopold Samuel Frans baron van Tuyll van Serooskerken, ambachtsheer van Zuilen, Zweserengh, Westbroek en Oud-Beijerland. Het verkoopbedrag bedroeg ƒ 22.300,-. Beschrijving van akte met perceelnummers, steenfabriek ,,Duinkerken''. Deel 2 |
Op woensdag 7 februari 1912 verscheen ten overstaan van de Utrechtse notaris mr. Henri François Wouter Dubois een akte. Hierbij verkocht Hendrik Lodewijk Meijster, van beroep steenfabrikant en eigenaar, de Steenfabriek Duinkerken en het Herenhuis Zuilenveld aan de heer Frederik Leopold Samuel Frans baron van Tuyll van Serooskerken, ambachtsheer van Zuilen, Zweserengh, Westbroek en Oud-Beijerland. Het verkoopbedrag bedroeg ƒ 22.300,-. Beschrijving van akte met perceelnummers en het Herenhuis Zuylenveld. Deel 3 |
Op woensdag 7 februari 1912 verscheen ten overstaan van de Utrechtse notaris mr. Henri François Wouter Dubois een akte. Hierbij verkocht Hendrik Lodewijk Meijster, van beroep steenfabrikant en eigenaar, de Steenfabriek Duinkerken en het Herenhuis Zuilenveld aan de heer Frederik Leopold Samuel Frans baron van Tuyll van Serooskerken, ambachtsheer van Zuilen, Zweserengh, Westbroek en Oud-Beijerland. Het verkoopbedrag bedroeg ƒ 22.300,-. Beschrijving van akte met perceelnummers en het koetshuis. Deel 4 |
Op woensdag 7 februari 1912 verscheen ten overstaan van de Utrechtse notaris mr. Henri François Wouter Dubois een akte. Hierbij verkocht Hendrik Lodewijk Meijster, van beroep steenfabrikant en eigenaar, de Steenfabriek Duinkerken en het Herenhuis Zuilenveld aan de heer Frederik Leopold Samuel Frans baron van Tuyll van Serooskerken, ambachtsheer van Zuilen, Zweserengh, Westbroek en Oud-Beijerland. Het verkoopbedrag bedroeg ƒ 22.300,-. Beschrijving van verkoopsom. Deel 5 |
Op woensdag 7 februari 1912 verscheen ten overstaan van de Utrechtse notaris mr. Henri François Wouter Dubois een akte. Hierbij verkocht Hendrik Lodewijk Meijster, van beroep steenfabrikant en eigenaar, de Steenfabriek Duinkerken en het Herenhuis Zuilenveld aan de heer Frederik Leopold Samuel Frans baron van Tuyll van Serooskerken, ambachtsheer van Zuilen, Zweserengh, Westbroek en Oud-Beijerland. Het verkoopbedrag bedroeg ƒ 22.300,-. Einde van beschrijving van akte. Deel 6 |
Op maandag 18 december 1916 vond, ten overstaan van de Maarssense notaris D.H. van Nieuwenhuizen, de schenking plaats van het Herenhuis Zuilenveld te Oud-Zuilen. Hierbij schonk Frederik Leopold Samuel Frans baron van Tuyll van Serooskerken het herenhuis aan zijn zoon, Frederik Christiaan Constantijn baron van Tuyll van Serooskerken. |
Op vrijdag 2 september 1960 verscheen voor de Maarssense notaris mr. Cornelis Johannes Rijsterborgh de heer Richard Plomp, gemachtigde voor vrouwe Lucile Agnes barones Van Lynden. Het huis Zuylenveld werd hierbij verkocht aan doctor Hiddo Rinse Sinis, van beroep bioloog, ter waarde van ƒ 25.000,-. Beschrijving van akte. |
Op vrijdag 15 december 1961 vond, ten overstaan van de Utrechtse notaris mr. Peter Thomas Tjabbes, de verkoop plaats van een groot gedeelte van Park Zuilenveld. Richard Plomp, makelaar en gemachtigde van mevrouw Lucile Agnes barones van Lynden, verkocht dit aan de N.V. Verzekerings-Bank "Moira". De heer Dirk Ravenstein, procuratiehouder wonende te Utrecht, handelde hierbij als mondeling lasthebber van Wilhelm August Kortum Junior, directeur van voornoemde N.V. De verkoopwaarde bedroeg ƒ 165.000,-. Begin van beschrijving van akte. |
Op donderdag 14 december 1961 verkocht Richard Plomp, makelaar en gemachtigde van mevrouw Lucile Agnes barones van Lynden, een groot gedeelte van Park Zuylenveld (kadastersectie E, perceelnummer 1868) aan doctor Hiddo Rinse Sinia. De verkoop, met een waarde van ƒ 2.600,-, vond plaats ten overstaan van de Utrechtse notaris mr. Peter Thomas Tjabbes. Deel 1 |
Op donderdag 14 december 1961 verkocht Richard Plomp, makelaar en gemachtigde van mevrouw Lucile Agnes barones van Lynden, een groot gedeelte van Park Zuylenveld (kadastersectie E, perceelnummer 1868) aan doctor Hiddo Rinse Sinia. De verkoop, met een waarde van ƒ 2.600,-, vond plaats ten overstaan van de Utrechtse notaris mr. Peter Thomas Tjabbes. Bijbehorende kadastertekening. Deel 2 |
Op donderdag 14 december 1961 verkocht Richard Plomp, makelaar en gemachtigde van mevrouw Lucile Agnes barones van Lynden, een groot gedeelte van Park Zuylenveld (kadastersectie E, perceelnummer 1868) aan doctor Hiddo Rinse Sinia. De verkoop, met een waarde van ƒ 2.600,-, vond plaats ten overstaan van de Utrechtse notaris mr. Peter Thomas Tjabbes. Beschrijving van akte. Deel 3 |
Op maandag 18 december 1916 vond, ten overstaan van de Maarssense notaris D.H. van Nieuwenhuizen, de schenking plaats van het Herenhuis Zuilenveld te Oud-Zuilen. Hierbij schonk Frederik Leopold Samuel Frans baron van Tuyll van Serooskerken het herenhuis aan zijn zoon, Frederik Christiaan Constantijn baron van Tuyll van Serooskerken. |
Download (56) denotariële schenkingsakte (fragment) van de buitenplaats Zuilenveld te Oud-Zuilen, op maandag 18 december 1916, ten overstaan van de Maarssense notaris mr. Dirk Hendrik Nieuwenhuizen, waarbij mr. Frederik Leopold Samuel Frans baron van Tuyll van Serooskerken aan zijn zoon mr. Frederik Christiaan Constantijn baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen het buitenverblijf Zuilenveld als schenking overdeed. Download (56) (link) 1-2.pdf Download (56) (link) 2-2.pdf |
Periode | Bewoner | |
1. | .... - .... | dhr. Gerard Kick |
2. | .... - 1729 | mevr. Aletta Kick, gehuwd Aàron Duurkant |
3. | 1729 - 1738 | dhr. Laurentius van Blankenburgh |
4. | 1738 - .... | dhr. Johannes van Nes |
5. | .... - 1807 | dhr. Jacobus van Nes van Meerkerk |
6. | 1807 - 1850 | dhr. Jacob Gerard van Nes van Meerkerk |
7. | 1861 - 1868 | dhr. Rudolph Hendrik Johan Veeren, gehuwd met Sara Jacoba Maria Bongardt |
8. | 1861 - 1868 | mevr. Sara Jacoba Maria Bongardt |
9. | 1868 - 1893 | dhr. Johannes Judith Veeren, gehuwd Marie Isabelle Francoise Bongardt |
10. | 1893 - 1910 | dhr. Johannes Judith Veeren |
11. | 1910 - 1912 | Erfgenamen van dhr. Johannes Judith Veeren |
12. | 1912 - 1916 | dhr. Frederik L.S.F. baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen |
13. | 1916 - 1958 | dhr. Frederik Christiaan Constantijn baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen |
14. | 1960 - 1977 | dhr. H.R. Sinia |
15. | 1977 - .... | dhr. G. van Heusden, gehuwd met J.A.M.A. de Lauwere |
Portret van J.G. van Nes, geboren 1776, curator van de Utrechtse hogeschool, overleden 1859. Voormalig eigenaar van de buitenplaats Groenhoven. |
Steenfabriek Duinkerken, behorend bij het Huis Zuylenveld
Plattegrond van het dorp en de gronden in Zuilen in de jaren dertig van de twintigste eeuw. |
Vanaf 7 februari 1912 was de Steenfabriek Duinkerken in Oud-Zuilen in het bezit van Frederik Leopold Samuel Frans baron van Tuyll van Serooskerken. Deze liet de steenfabriek kort na zijn aankoop afbreken. Later werd het terrein omgevormd tot weiland en boomgaard, waarna het in 1981 aan diverse particulieren werd verkocht. |
Plattegrond uit het archief van de Provinciale Waterstaat van Utrecht met de gebouwen ten oosten van de rivier de Vecht in het dorp Oud-Zuilen. |
Een van de steenfabrieken aan de Vecht van de familie Plomp in de negentiende eeuw. |
De Steenoven van Zuilen, gelegen aan de Vecht op het Zuilenland.
Tekst overgenomen uit de Ecologische quickscan 2e polderweg te Utrecht, Gemeente Utrecht, Opdr. gvr.: Agterberg b.v. te Groenekan en Ruimte voor Advies Adviesgroep voor ruimte, water en natuur. Verbeterd met Google Gemini AI De Zuilense Steenoven: Een Historisch Overzicht Een opmerkelijk aspect van de ontwikkelingsgeschiedenis van Slot Zuylen is de aanwezigheid van de Zuilense steenoven. Deze steenoven was operationeel tussen 1623 en 1848 en bevond zich aan de rand van het parklandschap, in een binnenbocht van de rivier de Vecht. Volgens de Dienst Archeologie van de gemeente Utrecht zou er tussen de Zuilense steenoven en Fort aan de Klop nog een andere steenoven hebben gestaan. Voor het bestaan van deze tweede steenoven zijn tijdens dit onderzoek echter geen bronnen of vermeldingen aangetroffen. De Zuilense Steenoven in de periode 1622-1760 Nadat Adam van Lockhorst in 1617 het landgoed Zuilen had aangekocht, ontwikkelde hij kort daarna – of wellicht direct al – plannen voor de bouw van een steenfabriek. Hoewel er geen details van dit specifieke plan bewaard zijn gebleven, is het eerste huurcontract voor de steenoven wel bekend. Op 20 december 1622 legde Van Lockhorst schriftelijk vast dat hij de steenoven, "die ick indient Godt belieft van meeningen ben te stellen opde Vecht tegenover Vijffhuijsen", voor een periode van drie jaar zou verhuren aan de Zuilense schout Lambert Gijsbertsz, ingaande per 1623. Onderhoud, Werking en Vroege Werkzaamheden (vanaf 1623) Bij deze akte zitten twee andere akten. Eén waarin Lambert Gijsbertsz aangeeft de steenoven te Latere Verhuur en Complexomschrijving (1689-1703) In het Huisarchief bevindt zich nog één latere verhuurovereenkomst: op 9 november 1689 is het De huur bedroeg f 550,0,0 per jaar, met aftrek van f 20,0,0 bij voldoening van de huurvoorwaarde voor het jaarlijks laten pleisteren van de ovens. Een andere huurvoorwaarde was, dat de mest van hun koeien, paarden en ander vee niet over de weg vervoerd mocht worden. Die dienden zij op de drie weilanden te verwerken. De huur werd verlengd per contract van 6 september 1701.5 In 1703 zal er een volgende huurder gekomen zijn. Tussen 1701 en 1803 zijn uit het Huis - en notarieel archief echter geen andere huurders bekend. Wel zijn er andere bronnen rond de Arbeidscontracten en Waterbeheer (1738-1803) Op 16 juli 1738 is de arbeidsovereenkomst getekend met Jan Voorsteegh 'ondermeester op de Zuilense steenoven'.6 Kennelijk huurde hij ook een deel van het steenovencomplex: in 1803 werd het complex verhuurd 'uitgezonderd het schuurtje dat de weduwe Voorsteegh competeert'. Naast het steenovencomplex lag een vlet- of vaarsloot, bedoeld voor het laden en lossen. In de Vechtdijk lag hier een brug. Het waterpeil van de Vecht zorgde voor afwateringsproblemen bij de achterliggende polders. In 1738 kwam Diederik Jacob van Tuyll daarom met de 'geërfden van Westbroek' overeen dat zij ook bij deze brug schutdeuren mochten plaatsen.8 Voorwaarde om de door Boekhouding en Ovenstructuur (1753-1764) Uit de boekhouding van de Zuilense steenoven is het Onkostenboek over de periode 1753-1764 bewaard gebleven. Voor in het boek is een staat opgenomen met prijzen/ kosten per dag voor de ver schillende soorten arbeiders en de werkzaamheden. Hierin is sprake van de Grote en de Kleine oven. Uit de weergave op de Landgoedkaart van 1650 lijkt te concluderen te zijn dat het 'steenovengebouw' aan de noordzijde de kleine oven had en in het midden de grote oven. |
De Steenoven van Zuilen, naar een afbeelding van de familie Plomp. Fotoreproductie uit 1909. |
Aanlegplaatsen en Vroege Gebruik van de Steenoven Een tekening uit 1760 (afb. 3.2) toont bij het huis een vlot met twee personen en daarnaast een kleine schuit. Dit suggereert dat de aanlegruimte aan de steenovenkant mogelijk beperkt was, waardoor ook aan de overzijde van de Vecht schepen en vlotten werden afgemeerd. Deze praktijk wordt bevestigd in een verkoopakte uit 1781, waarin Willem René van Tuyll een huisje met tuin aan de overkant van de Vecht verkocht aan Johannes Arnoldusz Swerk. Een verkoopvoorwaarde hierbij was dat de oever of aanlegsteiger in gebruik kon blijven van Van Tuyll voor het laden en lossen van schepen ten behoeve van zijn steenoven. De Zuilense Steenoven in de Periode 1760-1847: Grote Verbouwingen Een vergelijking van de landgoedkaart uit 1650 en het Kadastraal Minuutplan uit 1812 toont aan dat het complex in de tussentijd grondig is verbouwd. Vermoedelijk vond deze verbouwing plaats tussen 1760 en 1810: de tekening uit 1760 lijkt de oude situatie weer te geven, met een dubbel woningcomplex en twee aangebouwde schoorstenen aan het ovengebouw. Het Kadastraal Minuutplan (1812, bijgewerkt 1831) laat zien dat ten noorden van het steenovencomplex een klein bosje lag (zie afb. 2.13). Volgens aantekeningen uit het begin van de 20e eeuw was dit bosje beplant met eiken en bekend onder de naam Plompenbosje. Dit doet vermoeden dat de Vennootschap, oftewel Jan Plomp, het bosje kort na 1803 heeft aangeplant. Waarschijnlijk diende het als productieperceel voor eikenhakhout, dat als brandstof voor de steenoven werd gebruikt. De Zuilense Steenoven in 1848: Afbraak en Nieuwe Functie Rond het midden van de negentiende eeuw werd het gehele steenovencomplex afgebroken en omgevormd tot bouwland. Dit is vastgelegd op Kadastrale hulpkaart 2, gedateerd 30 juni 1848. Kadastrale legger nummer 80 vermeldt 1849 als het jaar van de situatieverandering. De steenfabricage werd waarschijnlijk verplaatst naar het tegenoverliggende Daalwijk, waar in 1847 de pannenbakkerij al was uitgebreid met een steenfabriek. |
Fragment van een tekening uit de periode 1790-1810, met rechts achter de bomen, in de binnenbocht van de rivier de Vecht de Zuilense Steenoven. Tekening van C. Geelen. Bron: HUA, catalogusnummer: 29264 . |
De Afbraak van de Zuilense Steenoven (1848) De afbraak van de Zuilense steenoven was vóór april 1848 voltooid. Op 1 april betaalde de Zuilense rentmeester A. Chr. Hartjens de leges "wegens de authorisatie tot wegneming der brug aan de steen oven", voor "op de Oude steenoven" en voor het "dempen der brug aan de Oude steenoven". In het voorjaar van 1849 werd het perceel ingericht als bouwland en in gebruik genomen als aardappelakker. In november en december 1848 noteerde de rentmeester arbeidslonen voor twee dagen grondverzet. Redenen voor de Opheffing: Economie en Esthetiek Dat de familie Van Tuyll de steenoven liet opheffen, had vermoedelijk een combinatie van een economische reden en een 19e-eeuws schoonheidsideaal. Huidige Status en Archeologische Waarde Het perceel van het voormalige steenovencomplex is nog herkenbaar op luchtfoto's uit 1936 en 1945. Door de latere intensievere landbouw is het perceel echter niet meer direct herleidbaar op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN, Bijlage 8). Mogelijk bevinden zich onder het maaiveld, op ploegdiepte, nog fundamenten van het complex. Het perceel, dat nu alleen nog van kaarten en tekeningen bekend is, is door de gemeente aangewezen als terrein met hoge archeologische verwachtingswaarde. Noten:
|
Boerderij De Kijkwerf aan de Oostwaard nr. 1 te Maarssen (gem. Stichtse Vecht)
Boerderij De Kijkwerf aan de Oostwaard nr. 1 te Oud-Zuilen. Tot 1981 in het bezit geweest van de familie Van Tuyll van Serooskerken. |
Kaart van het huis De Kijkwerf met boomgaard en enkele percelen land, gelegen langs de Vecht tussen het dorp Zuilen en de Nedereindsevaart, uit 1646. |
Boerderij De Kijkwerf vanaf de overzijde van de Vecht anno 2010. Op oudere foto's staat de naam geschreven zonder koppelteken in het midden. | Boerderij De Kijkwerf rond 1910. |
Boerderij De Kijkwerf aan de Oostwaard nr. 1 te Oud-Zuilen. Tot 1981 in het bezit geweest van de familie Van Tuyll van Serooskerken. |
Afschrift van Notariële akte ten overstaan van de Maarssense notaris mr. D. H. van Nieuwenhuizen met de aankoop van hofstede De Kijkwerf door de heer F. L. S. F. baron Van Tuyll van Serooskerken op 4 september 1913, ter waarde van ƒ.5.500,-. |
Boerderij De Kijkwerf aan de Oostwaard nr. 1 te Oud-Zuilen. Tot 1981 in het bezit geweest van de familie Van Tuyll van Serooskerken. |
Afschrift van Notariële akte ten overstaanvan de Maarssense notaris D. H. van Nieuwenhuizen met de aankoop van hofstede De Kijkwerf door de heer F. L. S. F. baron Van Tuyll van Serooskerken op 4 september 1913, ter waarde van ƒ.5.500,-. Begin van beschrijving van akte. |
Download (73) de notariële akte van aankoop (fragment) waarbij boerderij De Kijkwerf te Maarssen werd aangekocht door de heer Frederik Leopold Samuel Frans baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen van de heer Johannes Engbertus op donderdag 4 september 1913. Dit gebeurde ten overstaan van notaris mr. Dirk Hendrik van Nieuwenhuizen voor de aankoopsom van ƒ 3.855,42. Download (73) (link) 1-2.pdf Download (73) (link) 2-2.pdf |
Download (30) de kadastrale hypotheken no. 4 akte van verkoop (fragment), waarbij boerderij De Kijkwerf te Maarssen werd verkocht door de familie Van Tuyll van Serooskerken op woensdag 1 juli 1981, ten overstaan van de Utrechtse notaris mr. Jan Wouter Voerman. Hierbij kocht de heer Jacob Verbruggen boerderij De Kijkwerf aan voor ƒ 110.000,-. Download (30) (link) 1-2.pdf Download (30) (link) 2-2.pdf |
Kaart van enkele percelen land achter het huis De Kijkwerf, gelegen langs de Nedereindsevaart tussen de Zogwetering en de Vecht, uit 1646. |
Overvecht en Zuilen (Gem. Utrecht)
Verkoop gronden aan de Rhijnspoorwegmaatschappij voor de aanleg van de Rhijnspoor van Amsterdam, Utrecht, Arnhem, Zevenaar tot de Duitse grens
Besluit betreffende de verkoop van land door Willem René en Carel Emanuel baron van Tuyll van Serooskerken aan het Rijk, ten behoeve van de aanleg van de Rhijnspoorweg en een telegraaflijn. Het betreft percelen in sectie B (nummers 117, 118, 126) en sectie C (nummers 330, 331, 342, 343) in Westbroek, in 1839. |
Boerderij aan de 2e Polderweg nr. 1 te Zuilen (gem. Utrecht)
Dit is een luchtfoto uit de zomer van 1980 van de J. M. de Muinck Keizerbrug over de Vecht in Utrecht, genomen vanuit het zuidwesten. Links is de Atletiekbaan Overvecht te zien en op de achtergrond bevinden zich het Bedrijventerrein Overvecht en de Franciscusdreef. Rechts op de foto is Fort De Klop afgebeeld. |
De boerderij van de familie De Ridder aan de 2e Polderweg nr. 1 is nooit in het bezit geweest van de familie Van Tuyll van Serooskerken. Hij wordt wel op deze pagina vermeld omdat hij tot de agglomeratie van familiebezittingen behoorde in de regio Zuilen en Westbroek. De boerderij werd in april 1967 voor ƒ 313.823,- onteigend door de gemeente Utrecht. Kort daarop, in 1968, werd de boerderij afgebroken om plaats te maken voor de Franciscusdreef, met de J.M. de Muinck Keizerlaan en J.M. de Muinck Keizerbrug. |
Fragment van de rechtbankuitspraak van de gemeente Utrecht in de zaak van jhr. dr. Constant Johan Adriaan de Ranitz tegen gedaagde Dirk Cornelis de Ridder, wonende te Maarssen. Hierbij werd 13,5 hectare in de polder van Westbroek onteigend voor ƒ 314.823,-.
|
Deze luchtfoto toont de boerderij die in de jaren '40 van de vorige eeuw aan de 2e Polderweg nummer 1 stond. Later, vanaf 1968, werd op deze locatie de Franciscusdreef aangelegd. |
Deze rood gearceerde gronden in de gemeente Utrecht, sectie E, waren voorheen eigendom van de familie De Ridder in de voormalige gemeente Westbroek. De gemeente Utrecht heeft deze percelen onteigend voor de aanleg van diverse infrastructuur, waaronder de Franciscusdreef, de J.M. de Muinck Keizerlaan en de J.M. de Muinck Keizerbrug. |
Grondverwerving van D.C. de Ridder voor stedelijke ontwikkeling
Deze percelen hebben een totale oppervlakte van 132.355 m².
|
Boerderij ,,De Wilgenhof'' aan de 2e Polderweg nr. 3 te Utrecht
Op donderdag 16 maart 1961 vond, ten overstaan van de Maarssense notaris Cornelis Johannes Rijsterborgh, een belangrijke verkoop plaats. Richard Plomp trad hierbij op als lasthebber namens Lucile Agnes barones van Lynden, douairière van ir. Frederik Christiaan Constantijn baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen. Ook waren aanwezig de heer Willem René Albert van Tuyll van Serooskerken, de heer Hans Georg Inundat baron van Tuyll van Serooskerken en de heer Everard Constantijn Marie baron van Tuyll van Serooskerken. De familie Van Tuyll verkocht grote delen weilanden en boerderijen in de polder Buitenweg te Westbroek aan de gemeente Utrecht, ten behoeve van de bouw en ontwikkeling van de wijk Overvecht. Hierbij werden de hofsteden "De Tempel", "Landlust" en "De Wilgenhof" verkocht voor ƒ 670.879,61. Een bijbehorende kaart toont de in kleur gearceerde gronden van de familie Van Tuyll, bestemd voor verkoop aan de gemeente Utrecht. Deel 1 |
Op donderdag 16 maart 1961 vond, ten overstaan van de Maarssense notaris Cornelis Johannes Rijsterborgh, een belangrijke verkoop plaats. Richard Plomp trad hierbij op als lasthebber namens Lucile Agnes barones van Lynden, douairière van ir. Frederik Christiaan Constantijn baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen. Ook waren aanwezig de heer Willem René Albert van Tuyll van Serooskerken, de heer Hans Georg Inundat baron van Tuyll van Serooskerken en de heer Everard Constantijn Marie baron van Tuyll van Serooskerken. De familie Van Tuyll verkocht grote delen weilanden en boerderijen in de polder Buitenweg te Westbroek aan de gemeente Utrecht, ten behoeve van de bouw en ontwikkeling van de wijk Overvecht. Hierbij werden de hofsteden "De Tempel", "Landlust" en "De Wilgenhof" verkocht voor ƒ 670.879,61. Een bijbehorende kaart toont de in kleur gearceerde gronden van de familie Van Tuyll, bestemd voor verkoop aan de gemeente Utrecht. Begin van beschrijving van akte. Deel 2 |
Op donderdag 16 maart 1961 vond, ten overstaan van de Maarssense notaris Cornelis Johannes Rijsterborgh, een belangrijke verkoop plaats. Richard Plomp trad hierbij op als lasthebber namens Lucile Agnes barones van Lynden, douairière van ir. Frederik Christiaan Constantijn baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen. Ook waren aanwezig de heer Willem René Albert van Tuyll van Serooskerken, de heer Hans Georg Inundat baron van Tuyll van Serooskerken en de heer Everard Constantijn Marie baron van Tuyll van Serooskerken. De familie Van Tuyll verkocht grote delen weilanden en boerderijen in de polder Buitenweg te Westbroek aan de gemeente Utrecht, ten behoeve van de bouw en ontwikkeling van de wijk Overvecht. Hierbij werden de hofsteden "De Tempel", "Landlust" en "De Wilgenhof" verkocht voor ƒ 670.879,61. Een bijbehorende kaart toont de in kleur gearceerde gronden van de familie Van Tuyll, bestemd voor verkoop aan de gemeente Utrecht. Beschrijving van akte. Deel 3 |
Op donderdag 16 maart 1961 vond, ten overstaan van de Maarssense notaris Cornelis Johannes Rijsterborgh, een belangrijke verkoop plaats. Richard Plomp trad hierbij op als lasthebber namens Lucile Agnes barones van Lynden, douairière van ir. Frederik Christiaan Constantijn baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen. Ook waren aanwezig de heer Willem René Albert van Tuyll van Serooskerken, de heer Hans Georg Inundat baron van Tuyll van Serooskerken en de heer Everard Constantijn Marie baron van Tuyll van Serooskerken. De familie Van Tuyll verkocht grote delen weilanden en boerderijen in de polder Buitenweg te Westbroek aan de gemeente Utrecht, ten behoeve van de bouw en ontwikkeling van de wijk Overvecht. Hierbij werden de hofsteden "De Tempel", "Landlust" en "De Wilgenhof" verkocht voor ƒ 670.879,61. Een bijbehorende kaart toont de in kleur gearceerde gronden van de familie Van Tuyll, bestemd voor verkoop aan de gemeente Utrecht. Bebeschrijving van percelen en hofstede De Tempel. Deel 4 |
Op donderdag 16 maart 1961 vond, ten overstaan van de Maarssense notaris Cornelis Johannes Rijsterborgh, een belangrijke verkoop plaats. Richard Plomp trad hierbij op als lasthebber namens Lucile Agnes barones van Lynden, douairière van ir. Frederik Christiaan Constantijn baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen. Ook waren aanwezig de heer Willem René Albert van Tuyll van Serooskerken, de heer Hans Georg Inundat baron van Tuyll van Serooskerken en de heer Everard Constantijn Marie baron van Tuyll van Serooskerken. De familie Van Tuyll verkocht grote delen weilanden en boerderijen in de polder Buitenweg te Westbroek aan de gemeente Utrecht, ten behoeve van de bouw en ontwikkeling van de wijk Overvecht. Hierbij werden de hofsteden "De Tempel", "Landlust" en "De Wilgenhof" verkocht voor ƒ 670.879,61. Een bijbehorende kaart toont de in kleur gearceerde gronden van de familie Van Tuyll, bestemd voor verkoop aan de gemeente Utrecht. Beschrijving van verkoopsom. Deel 5 |
Boerderij "Groenewoudt,, later genaamd ''De Tempel,, te Westbroek aan de 2e Polderweg nr. 5 te Utrecht
Op maandag 13 februari 1871 verkocht mejuffrouw J. Loos, weduwe van de heer G. van Weede, de boerenhofstede genaamd Groenewoudt (later De Tempel) aan Willem René baron van Tuyll van Serooskerken voor ƒ 26.000,-. De transactie vond plaats ten overstaan van de Maarsseveense notaris mr. Isaac Jan van den Helm. |
Boerderij De Tempel is in 1961 door familie Van Tuyll van Serooskerken aan de gemeente Utrecht verkocht. In de loop van de jaren zestig kwam de tuindersvereniging in en om de boerderij te zitten. De oorspronkelijke boerderij is in 1992 afgebrand en erna afgebroken. |
Download (112) de notariële akte (fragment) van verkoop van de boerderij De Tempel, gelegen aan de 2e Polderweg 5 te Utrecht, waarbij de heer Gerrit Viveen de boerderij verkocht aan de heer Willem René baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen. Dit gebeurde ten overstaan van de Maarsseveense notaris mr. I.J. van den Ham op maandag 13 februari van het jaar 1871. Download (112) (link) 1-4.pdf Download (112) (link) 2-4.pdf Download (112) (link) 3-4.pdf Download (112) (link) 4-4.pdf |
Hofstede De Landlust aan de 2e Polderweg nr. 7 te Utrecht
Verhuurakte van de buitenplaats genaamd ,,Buitenwegh'' en later Landlust genaamd uit de achttiende eeuw ten overstaan van de Utrechtse notaris Mr. Willem Voorsteegh. |
Op zaterdag 17 juli 1852 verkocht Maria Constantia de Voogt het buitenverblijf Landlust (2e Polderweg nr. 7) in Westbroek met bijbehorende landerijen. De verkoop aan de heer Hartjens, die handelde als gemachtigde van de heer Willem René baron van Tuyll van Serooskerken, vond plaats ten overstaan van de Utrechtse notaris Jacob Hendrik van Schermbeek. De verkoopsom bedroeg ƒ 11.475,-. Begin van beschrijving van akte. Deel 1 |
Op zaterdag 17 juli 1852 verkocht Maria Constantia de Voogt het buitenverblijf Landlust (2e Polderweg nr. 7) in Westbroek met bijbehorende landerijen. De verkoop aan de heer Hartjens, die handelde als gemachtigde van de heer Willem René baron van Tuyll van Serooskerken, vond plaats ten overstaan van de Utrechtse notaris Jacob Hendrik van Schermbeek. De verkoopsom bedroeg ƒ 11.475,-. Begin van beschrijving van het vastgoed verkoopperceelnummer: 1. Deel 2 |
Op zaterdag 17 juli 1852 verkocht Maria Constantia de Voogt het buitenverblijf Landlust (2e Polderweg nr. 7) in Westbroek met bijbehorende landerijen. De verkoop aan de heer Hartjens, die handelde als gemachtigde van de heer Willem René baron van Tuyll van Serooskerken, vond plaats ten overstaan van de Utrechtse notaris Jacob Hendrik van Schermbeek. De verkoopsom bedroeg ƒ 11.475,-. Beschrijving van biedingen. Deel 3 |
Op zaterdag 17 juli 1852 verkocht Maria Constantia de Voogt het buitenverblijf Landlust (2e Polderweg nr. 7) in Westbroek met bijbehorende landerijen. De verkoop aan de heer Hartjens, die handelde als gemachtigde van de heer Willem René baron van Tuyll van Serooskerken, vond plaats ten overstaan van de Utrechtse notaris Jacob Hendrik van Schermbeek. De verkoopsom bedroeg ƒ 11.475,-. Eind van beschrijving van akte. Deel 4 |
Huize Duifzicht aan de 2e Polderweg nr. 4 te Oud-Zuilen
Tot het voorjaar van 1961 was Huis Duifzicht in het bezit van de familie Van Tuyll van Serooskerken en behoorde het tot het onroerend goed van Slot Zuylen. Vele jaren daarna is het huis in het bezit gekomen van de gemeente Utrecht. |
Toenmalig gemeentehuis van Westbroek aan de Kerkdijk nr. 11 te Westbroek
Op de foto ziet men het voormalige gemeentehuis van Westbroek, op het adres Kerkdijk 11. Het voorhuis van het pand werd in 1880 op initiatief van de Francoise Margaretha van Tuyll van Serooskerken van Zuylen, geboren barones Van Weede gekocht door de gemeente Westbroek. Het pand werd verbouwd in eclectische stijl onder leiding van Gerrit Hartman uit Westbroek en in 1881 in gebruik genomen als gemeentehuis. Op de gevelsteen wordt toegelicht dat de barones de weduwe is van de voormalige ambachtsheer van Westbroek en dat die waardigheid nu (in 1881) door haar zelf bekleed wordt . Boven de deur staat het wapen van Westbroek en een tekst uit Spreuken 9: ‘De vreeze des Heeren is het beginsel der wijsheid. Westbroek was een zelfstandige gemeente vanaf 1812 (tot 1818 samen met Achttienhoven, daarna tot 1954 apart en vervolgens tot 1957 weer samen met een deel van Achttienhoven.) De gemeente bestond tot 30 juni 1957; per 1 juli 1957 was het een kern van de gemeente Maartensdijk; in 2001 (na samenvoeging van Maartensdijk en (oud) De Bilt werd het een van de zes kernen van de toen gevormde gemeente De Bilt. Bron: Online Museum De Bilt |
Download (65) de aankoopakte van het voormalige gemeentehuis van Westbroek (nu gemeente De Bilt). Op maandag 6 september 1880 verkocht de heer Hendrik van Oostrum zijn woning aan de gemeente Westbroek. De gemeente richtte het pand vervolgens in als dorpsgemeentehuis. De verkoop geschiedde ten overstaan van notaris I.J. van den Helm voor een bedrag van ƒ 2.000,-. Download (65) (link) 1-3.pdf Download (65) (link) 2-3.pdf Download (65) (link) 3-3.pdf |
Herinneringsplaquette aan de rechterkant van de toegangsdeur van het voormalige gemeentehuis van Westbroek aan de Kerkdijk nr. 11. De plaquette herinnert eraan dat Françoise Margaretha van Tuyll van Serooskerken, geboren barones Van Weede en douairière van de heer W.R. van Tuyll van Serooskerken, het gemeentehuis stichtte op 6 september 1880. |
Download (132) de kadastrale hypotheken no. 4 akte, waarin de voormalige gemeente Westbroek (nu gemeente De Bilt) een stuk grond aankoopt van een eigenaar. Deze eigenaar verkocht zijn aangrenzende grond aan de gemeente ten behoeve van de uitbreiding van het gemeentehuis van Westbroek. De overdracht van de grond vond plaats op maandag 1 september 1952, ten overstaan van de Utrechtse notaris mr. Leonardus Erftemeijer. Download (132) (link) 1-2.pdf Download (132) (link) 2-2.pdf |
Download (131) de kadastrale hypotheken no. 4 akte, die de verkoop vastlegt van het toenmalige gemeentehuis van Westbroek, gelegen aan de Kerkdijk nummer 11 in Westbroek (nu gemeente De Bilt). Op donderdag 23 januari 1992 ging de heer mr. Hermanus Christiaan Douwe ten Broecke, kandidaat-notaris wonende te Utrecht, namens de toenmalige gemeente Maartensdijk over tot de verkoop van het oude gemeentehuis van Westbroek. Dit besluit was genomen door de gemeenteraad op 28 november 1991. De koper van het voormalige gemeentehuis was de heer Ronald van Eeden, in zijn hoedanigheid als directeur van Harlekijk Kloosterhof B.V., die het pand aankocht voor ƒ 400.000,-. Download (131) (link) 1-2.pdf Download (131) (link) 2-2.pdf |
Huize 't Zek aan de Kerkdijk nr. 51 te Westbroek
Huize ''t Zek' aan de Kerkdijk nummer 51 was vanaf 1910 de eerste woonplek van het echtpaar Frederik Christiaan Constantijn baron van Tuyll van Serooskerken (1886-1958) en Lucile Agnes barones Van Lynden (1889-1978). Ze woonden hier in het eerste jaar van hun huwelijk, en hun kinderen werden hier geboren. |
Download (9) de notariële akte (fragment) van aankoop van huize 't Zek, gelegen aan de Kerkdijk nr. 51 te Westbroek (gem. De Bilt), op zaterdag 30 april van het jaar 1910, ten overstaan van de Maarssense notaris mr. Dirk Hendrik van Nieuwenhuizen, waarbij de heer Cornelis Seldenrijk het huis verkocht voor f. 3.300,- aan de heer F.C.C. baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen. Download (9) (link) 1-2.pdf Download (9) (link) 2-2.pdf |
Download (23) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van aankoop van huize 't Zek, gelegen aan de Kerkdijk nr. 51 te Westbroek (gem. De Bilt), op zaterdag 30 april van het jaar 1910, ten overstaan van de Maarssense notaris mr. Dirk Hendrik van Nieuwenhuizen, waarbij de heer Cornelis Seldenrijk het huis verkocht voor f. 3.300,- aan de heer F.C.C. baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen. Download (23) (link) 1-2.pdf Download (23) (link) 2-2.pdf |
Download (4) 'Vergunning tot als woning in gebruik geving van een gebouw of gedeelte van een gebouw, laatstelijk niet als woning gebezigd'. Deze vergunning, afgegeven op woensdag 14 september 1910, gold voor huize 't Zek, gelegen aan de Kerkdijk nummer 51. Het huis zou bewoond gaan worden door de heer F. C. C. baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen en zijn gezin.. 1-1.pdf |
Download (53) de notariële akte (fragment) van aankoop van huize 't Zek te Westbroek aan de Kerkdijk nr. 51, waarbij op 30 april van het jaar 1910 ten overstaan van de Maarssense notaris mr. Dirk Hendrik van Nieuwenhuizen, de heer Cornelis Seldenrijk de woning verkocht aan de heer Frederik Christiaan Constantijn baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen voor f, 3.300,-. Download (53) (link) 1-4.pdf Download (53) (link) 2-4.pdf Download (53) (link) 3-4.pdf Download (53) (link) 4-4.pdf |
Huize 't Zek aan de Kerkdijk nummer 51 was vanaf 1910 de plek waar het echtpaar Frederik Christiaan Constantijn baron van Tuyll van Serooskerken (1886-1958) en Lucile Agnes barones Van Lynden (1889-1978) woonde. Ze brachten hier de eerste jaren van hun huwelijk door, en hun kinderen werden er geboren. |
Download (20) de notariële akte van verkoop van herenhuis ''t Zek' aan de Kerkdijk nummer 51 te Westbroek. Op vrijdag 16 januari 1920 werd het pand, ten overstaan van de Maarssense notaris L.G. James, door de heer F.C.C. baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen verkocht aan de Gereformeerde Kerk van Westbroek voor een verkoopsom van ƒ 18.250,-.. Download (20) (link) 1-5.pdf Download (20) (link) 2-5.pdf Download (20) (link) 3-5.pdf Download (20) (link) 4-5.pdf Download (20) (link) 5-5.pdf |
Download (114) de 'Vergunning van Ingebruikgeving' van het herenhuis 't Zek, gelegen aan de Kerkdijk nummer 51 in het dorp Westbroek (gemeente De Bilt). Deze vergunning werd afgegeven op woensdag 14 september 1910. De heer ing. Frederik Christiaan Constantijn baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen zou het herenhuis 't Zek in Westbroek met zijn gezin gaan bewonen. Download (114) (link) 1-2.pdf Download (114) (link) 2-2.pdf |
Boerderij Voortwijk aan het Zandpad nr. 30 te Breukelen (gem. Stichtse Vecht)
Verkoopadvertentie van het buitenverblijf Vechtstroom, inclusief de pachtboerderij Voortwijk in Breukelen. Deze werden op dinsdag 17 april 1855 geveild. Tijdens de veiling werden ze aangekocht door Willem René baron van Tuyll van Serooskerken voor ƒ 28.000,-. |
Verkoopadvertentie voor het buitenverblijf Vechtstroom, inclusief de pachtboerderij Voortwijk in Breukelen. Deze werden op dinsdag 17 april 1855 geveild en aangekocht door Willem René baron van Tuyll van Serooskerken voor ƒ 28.000,-. |
Vóór de huidige boerderij Voortwijk stond hier in de achttiende eeuw de buitenplaats Voortwijk, waarvan het huis in 1712 werd gebouwd. Op 27 juni 1712 overleed Magdalena de la Court op deze buitenplaats. Zij werd geboren op 8 december 1665 en trouwde op 7 juli 1682 met de heer Willem Backer, uit welk huwelijk vijf kinderen voortkwamen. Later raakte de buitenplaats in verval en werd er een boerenhofstede gebouwd. Deze werd in 1832 gekocht door Jan Coenraad Duuring, de eigenaar van de buitenplaatsen Vechtstroom en Vechtvliet. Tussen 1855 en 1899 was boerderij Voortwijk aan het Zandpad nummer 30 in Breukelen in het bezit van Willem René baron van Tuyll van Serooskerken (1813-1878). Eerder behoorde de boerderij als pachtboerderij tot de buitenplaats Vechtstroom. |
Download (104) de notariële veilingakte (fragment) van de aankoop van boerderij Voortwijk te Breukelen op dinsdag 17 april van het jaar 1855 ten overstaan van notaris mr. Nicolaas Frans Snel waarbij de heer Gerard Duuring de boerderij Voortwijk te Breukelen aan het Zandpad nr. 29 verkocht voor f. 28.000,- aan de heer Willem René baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen. Download (104) (link) 1-4.pdf Download (104) (link) 2-4.pdf Download (104) (link) 3-4.pdf Download (104) (link) 4-4.pdf |
Fragment van een kadastrale hypothekenakte (nummer 4a) betreffende de aankoop van boerderij Voortwijk door Willem René baron van Tuyll van Serooskerken (1813-1878) voor ƒ 28.000,-. |
Op maandag 19 juni 1899 verkocht jhr. Jan Hendrik Haersma de With de boerderij Voortwijk in Breukelen. Dit gebeurde ten overstaan van de Maarssense notaris Dirk Nieuwenhuizen, die optrad als gemachtigde van het overleden echtpaar Willem René van Tuyll van Serooskerken en jkvr. Françoise van Weede. De boerderij werd verkocht voor ƒ 31.000,- aan veehouder Schoonderwoerd. Deel 1 |
Op maandag 19 juni 1899 verkocht jhr. Jan Hendrik Haersma de With de boerderij Voortwijk in Breukelen. Dit gebeurde ten overstaan van de Maarssense notaris Dirk Nieuwenhuizen, die optrad als gemachtigde van het overleden echtpaar Willem René van Tuyll van Serooskerken en jkvr. Françoise van Weede. De boerderij werd verkocht voor ƒ 31.000,- aan veehouder Schoonderwoerd. Beschrijving van akte. Deel 2 |
Op maandag 19 juni 1899 verkocht jhr. Jan Hendrik Haersma de With de boerderij Voortwijk in Breukelen. Dit gebeurde ten overstaan van de Maarssense notaris Dirk Nieuwenhuizen, die optrad als gemachtigde van het overleden echtpaar Willem René van Tuyll van Serooskerken en jkvr. Françoise van Weede. De boerderij werd verkocht voor ƒ 31.000,- aan veehouder Schoonderwoerd. Beschrijving van akte met vermelding van aankoopsom. Deel 3 |
Download (99) notariële akte (fragment) van de verkoop van boerderij Voortwijk te Breukelen, gelegen aan het Zandpad 29. De verkoop vond plaats op maandag 19 juni 1899 ten overstaan van notaris mr. Dirk Hendrik van Nieuwenhuizen. Hierbij verkocht de heer Jan Hendrik van Haersma de With (echtgenoot van de achternicht van jkvr. Françoise Margaretha van Weede) de boerderij aan de heer Johan Schoonderwald voor ƒ 31.500,-. Download (99) (link) 1-7.pdf Download (99) (link) 2-7.pdf Download (99) (link) 3-7.pdf Download (99) (link) 4-7.pdf Download (99) (link) 5-7.pdf Download (99) (link) 6-7.pdf Download (99) (link) 7-7.pdf |
Boerderij Margaretha's Hoeve aan de
Download de (16) de notariële akte (fragment) van de verkoop van Margaretha's Hoeve in Zuilen, door de heer Frederik Christiaan Constantijn baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen aan de gemeente Zuilen. De verkoop, inclusief 21 hectare land ter waarde van ƒ 317.338,50, vond plaats op maandag 25 juli 1932 ten overstaan van de Maarssense notaris mr. L.G. James. Download (16) (link) 1-4.pdf Download (16) (link) 2-4.pdf Download (16) (link) 3-4.pdf Download (16) (link) 4-4.pdf |
In het voorjaar van 1897 werd Margaretha's Hoeve aan de Amsterdamsestraatweg 1107 gebouwd door jkvr. Françoise Margaretha van Weede (1823-1899), douairière van Willem René baron van Tuyll van Serooskerken. |
Raadsbesluit van de gemeente Zuilen uit 1931, waarbij de gemeente ruim 21 hectare land én Margaretha's Hoeve aankoopt van Frederik Christiaan Constantijn baron van Tuyll van Serooskerken. De totale aankoopprijs voor het landgoed bedroeg ƒ 357.160,50. Deel 1 |
Raadsbesluit van de gemeente Zuilen uit 1931, waarbij de gemeente ruim 21 hectare land én Margaretha's Hoeve aankoopt van Frederik Christiaan Constantijn baron van Tuyll van Serooskerken. De totale aankoopprijs voor het landgoed bedroeg ƒ 357.160,50. Dit besluit bevat ook een beschrijving van de betreffende landerijen. |
Op maandag 25 juli 1932 verkocht Frederik baron van Tuyll van Serooskerken boerderij Margaretha's Hoeve (Amsterdamsestraatweg nummer 1107) met 21 hectare land aan de gemeente Zuilen voor ƒ 357.160,50. Dit betreft een fragment van de aktebeschrijving. |
Herberg De Klop aan de Klopdijk/Vechtdijk te Zuilen
In juni 1845 verkocht jonkheer Willem Bosch van Drakestein Herberg De Klop aan Carel Emmanuel baron van Tuyll van Serooskerken voor ƒ 7.350,-, inclusief de daarbij behorende landerijen gelegen in Westbroek. Herberg De Klop was afkomstig uit de boedel van zijn eerder overleden grootmoeder Cornelia van Bijleveld, wier familieleden De Klop in de zeventiende eeuw hadden verworven. Begin van beschrijving van kadastrale hypotheken no. 4 akte. Deel 1 |
In juni 1845 verkocht jhr. Willem Bosch van Drakestein van Nieuw Amelisweerd herberg De Klop aan Carel Emmanuel baron van Tuyll van Serooskerken voor ƒ 7.350,-. De herberg kwam uit de boedel van zijn in 1823 overleden grootmoeder Cornelia van Bijleveld, wiens familieleden deze in de loop van de zeventiende eeuw hadden verworven. Voor een uit uitgebreide beschrijving van de historie van Herberg de Klop, zie de 'Familie Bosch van Drakestein |
In juni 1845 verkocht jonkheer Willem Bosch van Drakestein Herberg De Klop aan Carel Emmanuel baron van Tuyll van Serooskerken voor ƒ 7.350,-, inclusief de daarbij behorende landerijen gelegen in Westbroek. Herberg De Klop was afkomstig uit de boedel van zijn eerder overleden grootmoeder Cornelia van Bijleveld, wier familieleden De Klop in de zeventiende eeuw hadden verworven. Beschrijving van kadastrale hypotheken no. 4 akte. Deel 2 |
Huis Sterrenbos
Groeneweg 1 te Oud-Zuilen
Het huis Het Sterrenbos aan de Groeneweg nummer 1 in Oud-Zuilen is in 1985 gebouwd op een terrein dat toen in het bezit was van de heer Willem René Albert baron van Tuyll van Serooskerken. Het huis wordt nog steeds bewoond door een lid van de familie Van Tuyll van Serooskerken. |
Luchtfoto gezien vanuit het zuidwesten, met linksonder Slot Zuylen en middenboven het huis Het Sterrenbos, gelegen op de hoek van het Tournooiveld en de Groeneweg. |
Boerderij de Johanna's Hoeve aan de
Groeneweg 4 te Westbroek (gem. De Bilt)
De Johanna's Hoeve is waarschijnlijk genoemd naar mevrouw Johanna Catharina Fagel (1747-1833), de echtgenote van de heer Willem René baron van Tuyll van Serooskerken (1743-1839). |
Op donderdag 30 januari 1908 werd ten overstaan van de Maarssense notaris Dirk Hendrik van Nieuwenhuizen de Johanna's Hoeve (sectie C 119-124, 389) in Westbroek verkocht. Hendrikus van Bemmel en Maria Nagel verkochten deze hoeve aan Frederik L.S.F. van Tuyll van Serooskerken voor een bedrag van ƒ 11.500,-. |
Luchtfoto uit 1950 van boerderij Johanna's Hoeve en zijn erf. Op deze foto is te zien dat de boerderij twee hooibergen had. Eén achter de boerderij en één achter de schuur. In 1947 brandde de hooiberg achter de schuur af. Ook het achterste gedeelte van de houten schuur brandde af. Toen in 1948 achter de schuur een grote nieuwe hooiberg werd gebouwd, was de hooiberg achter de boerderij niet meer nodig. Het dak werd naar beneden gehaald (zie foto) en hij werd gebruikt als schuur. Het achterste stuk van de schuur werd in steen weer opgebouwd. |
Kadastrale kaart van de gemeente Westbroek, sectie C, polder Buitenweg, uit februari 1909. Op deze kaart zijn de diverse gronden te zien die in het bezit waren van de familie Van Tuyll van Serooskerken. |
Download (15) de notariële akte van aankoop (fragment) van de hofstede de Johanna's Hoeve te Westbroek aan de Groeneweg 4 en 4a. Aankocht door Frederik Samuel Leopold Frans baron van Tuyll van Serooskerken van de oud eigenaar Pieter Versteegh Pieterzoon, voor f. 11.500,-, ten overstaan van de Maarssense notaris Dirk Hendrik Nieuwenhuizen op dinsdag 28 januari 1908. Download (15) (link) 1-2.pdf Download (15) (link) 2-2.pdf |
Download (31) de kadastrale hypotheken nummer 4 akte (fragment) van de verkoop van boerderij Johanna's Hoeve aan de Groeneweg 4 in Oud-Zuilen. De boerderij werd op maandag 12 november 1979 door de familie Van Tuyll van Serooskerken verkocht aan de heer Hendrik van Walderveen voor een aankoopsom van ƒ 130.000,-. De verkoop vond plaats ten overstaan van de Utrechtse notaris mr. Jan Wouter Voerman. Download (31) (link) 1-2.pdf Download (31) (link) 2-2.pdf |
Boerderij de ''Willemshoeve,, aan de Groeneweg 2 te Westbroek (gem. De Bilt)
. |
Boerderij de Willems-hoeve aan de Groeneweg 2 was tot het eind van de achttiende eeuw in erfpacht van het Utrechtse kapittel van Oudmunster. Naar alle waarschijnlijkheid heeft Willem René baron van Tuyll van Serooskerken in die periode de erfpacht afgekocht bij het Ridderschap van Utrecht/Staten van Utrecht, waarna hij de definitieve eigenaar werd van zowel de landerijen als de boerderij. De boerderij is genoemd naar de heer Willem René baron van Tuyll van Serooskerken (1743-1839). |
Download (49) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) waarbij het recht van opstal werd geregeld ten overstaan van de Utrechtse notaris mr. Johan Willem Lodewijk Beijer. Hierin legde (1) de heer Olav Dierckxsens, handelend als lasthebber van mevrouw Lucile Agnes barones van Lynden, het recht van opstal vast voor (2) de heer Steven van der Vaart, van beroep veehouder. Het betreft een huisperceel, deel uitmakend van kadasterperceel sectie G, perceelnummer 7, dat behoort bij de boerderij Willemshoeve, gelegen aan de Groeneweg 2 te Oud-Zuilen. Download (49) (link) 1-5.pdf Download (49) (link) 2-5.pdf Download (49) (link) 3-5.pdf Download (49) (link) 4-5.pdf Download (49) (link) 5-5.pdf |
Boerderij De Frissche Roemer aan de
Afschrift van een koopcontract waarin jonkvrouw E.R.M. van Nes op dinsdag 10 oktober 1854 de boerenhofstede De Frissche Roemer aan de Groeneweg nr. 6 te Westbroek, inclusief 15 bunder land (ongeveer 5 hectare), verkocht aan de heer Willem René baron van Tuyll van Serooskerken voor ƒ 9.750,-. Deel 1 |
Kadastrale kaart van de gemeente Westbroek, sectie C, polder Buitenweg, uit februari 1909. Op deze kaart zijn de diverse gronden te zien die in het bezit waren van de familie Van Tuyll van Serooskerken. |
Op dinsdag 10 oktober 1854 vond ten overstaan van de Maarsseveense notaris Isaak Jacob van den Helm de verkoop plaats van de hofstede "De Frissche Roemer". Elisabeth Richardina Margaretha van Nes verkocht de hofstede aan Willem René baron van Tuyll van Serooskerken voor ƒ 9.750,-. Beschrijving van repertoire. Deel 2 |
Een zeer oude foto van boerderij 'De Frissche Roemer'. De deur zat vroeger in de voorgevel. De personen op deze foto zijn onbekend. |
Op dinsdag 10 oktober 1854 vond ten overstaan van de Maarsseveense notaris Isaak Jacob van den Helm de verkoop plaats van de hofstede "De Frissche Roemer". Elisabeth Richardina Margaretha van Nes verkocht de hofstede aan Willem René baron van Tuyll van Serooskerken voor ƒ 9.750,-. Beschrijving van verkoopsom. Deel 3 |
Op dinsdag 10 oktober 1854 vond ten overstaan van de Maarsseveense notaris Isaak Jacob van den Helm de verkoop plaats van de hofstede "De Frissche Roemer". Elisabeth Richardina Margaretha van Nes verkocht de hofstede aan Willem René baron van Tuyll van Serooskerken voor ƒ 9.750,-. Eind van beschrijving in de akte met handtekeningen. Deel 4 |
Een luchtfoto van boerderij De Frissche Roemer, nog met hooiberg, varkensschuren, etc. Op de foto is ook te zien dat het erf aan de voor- en achterzijde werd afgesloten met een hek. |
Download (36) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van de verkoop van boerderij De Frissche Roemer aan de Groeneweg 6 te Oud-Zuilen. Op donderdag 1 november 1979 verkocht de heer Nicolaas Hendrik van Vredendaal, handelend als gemachtigde lasthebber van de heer Hans Georg Inundat baron van Tuyll van Serooskerken (namens zichzelf en zijn familie), de boerderij aan Petrus Versteegh voor ƒ 130.000,-. De verkoop vond plaats ten overstaan van de Maarssense notaris mr. Johan Willem Lodewijk Beijer. Download (36) (link) 1-3.pdf Download (36) (link) 2-3.pdf Download (36) (link) 3-3.pdf |
Deel 1 |
Deel 2 |
Onderhandse huurakte door jkvr. Françoise Margaretha van Weede van de hofstede De Frissche Roemer aan E. Ruijs. De akte betreft ruim 15 hectare land in de polder Buitenweg in de toenmalige gemeente Westbroek. Deel 1 |
Onderhandse huurakte door jkvr. Françoise Margaretha van Weede van de hofstede De Frissche Roemer aan E. Ruijs. De akte betreft ruim 15 hectare land in de polder Buitenweg in de toenmalige gemeente Westbroek. Eind van beschrijving van akte, Deel 2 |
Afschrift van een akte 15 augstus 1973, opgesteld door notaris mr. Cornelis Johannes Rijsterborgh te Maarssen, waarbij belangrijke onroerendgoedtransacties en afspraken zijn vastgelegd. Centraal staat een overeenkomst tussen twee partijen. Enerzijds is er mevrouw Lucile Agnes barones van Lynden, de douairière van ir. Frederik Christiaan Constantijn baron van Tuyll van Serooskerken, die vertegenwoordigd wordt door kandidaat-notaris mr. Johan Willem Lodewijk Beijer. Anderzijds zijn er de heer Petrus Hendrikus Cornelis Versteeg, veehouder, en mevrouw D. Versteeg-Scherpenzeel. De kern van de akte betreft het recht van opstal op een perceel grond te Oud-Zuilen, specifiek nabij het huisperceel Groeneweg 6, dat deel uitmaakt van de percelen met kadastrale aanduiding gemeente Maarssen, sectie G, nummer 297, ter grootte van ongeveer vijf are. De omschrijving van dit perceel wordt als zodanig goedgekeurd. Verder regelt de akte het recht van opstal op een ander perceel grond, eveneens gelegen aan het huisperceel Groeneweg 6, dat deel uitmaakt van de percelen aangeduid als gemeente Maarssen, sectie G, nummers 297 en 261, met een gezamenlijke grootte van ongeveer vijf are. De akte erkent dat de comparant mondeling akte van koop heeft toegezegd en belooft dit schriftelijk te bekrachtigen. Er wordt expliciet vermeld dat de comparant, notaris, de inhoud van deze akte volledig hebben begrepen en goedgekeurd, zonder enige beperking of voorbehoud. De akte is in minuut verleden te Maarssen op de datum bovenaan het document, en ondertekend door J.W.L. Beijer en C.J. Rijsterborgh. Het document eindigt met een verklaring van ondergetekende mr. Cornelis Johannes Rijsterborgh, notaris te Maarssen, dat het afschrift eensluidend is met het ter overschrijving aangeboden stuk. Deel 1 |
kte uit oktober 1973, opgesteld door notaris mr. Cornelis Johannes Rijsterborgh te Maarssen. Het document legt een reeks complexe overeenkomsten vast met betrekking tot onroerend goed en rechten, die worden aangegaan tussen verschillende partijen. Aan de ene kant staan mevrouw Lucile Agnes barones van Lynden, de douairière van ir. Frederik Christiaan Constantijn baron van Tuyll van Serooskerken uit Oud-Zuilen, vertegenwoordigd door de heer Johan Willem Lodewijk Beijer, kandidaat-notaris. Aan de andere kant zijn de heer Petrus Hendrikus Cornelis Versteeg, veehouder, en mevrouw D. Versteeg-Scherpenzeel de betrokken partijen. De akte draait om de vestiging van opstalrechten op meerdere percelen grond in Oud-Zuilen. Een van de belangrijkste bepalingen betreft een recht van opstal op een perceel nabij de Groeneweg 6, geïdentificeerd met kadastrale nummers. Een ander opstalrecht geldt voor een perceel bij de "De Oude Molenwerf", die tevens in erfpacht dient te worden uitgegeven. De akte beschrijft nauwkeurig de aard en omvang van deze rechten, inclusief de verplichting van de opstalhouder om de opstallen rustig en ongestoord te onderhouden. Verder regelt het document een aantal financiële aspecten. Er is sprake van een jaarlijkse canon die de opstalhouder moet betalen, met een eerste termijn die op 1 november verschuldigd is. Alle kosten die voortvloeien uit deze akte, inclusief notariskosten, komen voor rekening van de comparanten. De akte verwijst ook naar eerdere overeenkomsten over grond, conform de artikelen 1302 en 1302bis van het Burgerlijk Wetboek, wat de juridische context van de transactie benadrukt. De inhoud van de akte is grondig doorgenomen en goedgekeurd door alle comparanten en de notaris, die de overeenkomst ter overschrijving heeft aangeboden. |
kte uit oktober 1973, opgesteld door notaris mr. Cornelis Johannes Rijsterborgh te Maarssen. Het document legt een reeks complexe overeenkomsten vast met betrekking tot onroerend goed en rechten, die worden aangegaan tussen verschillende partijen. Aan de ene kant staan mevrouw Lucile Agnes barones van Lynden, de douairière van ir. Frederik Christiaan Constantijn baron van Tuyll van Serooskerken uit Oud-Zuilen, vertegenwoordigd door de heer Johan Willem Lodewijk Beijer, kandidaat-notaris. Aan de andere kant zijn de heer Petrus Hendrikus Cornelis Versteeg, veehouder, en mevrouw D. Versteeg-Scherpenzeel de betrokken partijen. Verder regelt het document een aantal financiële aspecten. Er is sprake van een jaarlijkse canon die de opstalhouder moet betalen, met een eerste termijn die op 1 november verschuldigd is. Alle kosten die voortvloeien uit deze akte, inclusief notariskosten, komen voor rekening van de comparanten. De akte verwijst ook naar eerdere overeenkomsten over grond, conform de artikelen 1302 en 1302bis van het Burgerlijk Wetboek, wat de juridische context van de transactie benadrukt. De inhoud van de akte is grondig doorgenomen en goedgekeurd door alle comparanten en de notaris, die de overeenkomst ter overschrijving heeft aangeboden. |
Boerderij De Lindeboom aan de Groeneweg 8 te Oud-Zuilen
Download (106) de notariële akte (fragment) van de verkoop van boerderij De Lindeboom, gelegen aan de Groeneweg 8 te Westbroek (gemeente De Bilt). Op donderdag 17 januari 1856 werd de boerderij, ten overstaan van notaris mr. Françoise Ludolf Tissot van Patot te Maarssen, verkocht door de heer Barend Peelen aan de heer Willem René van Tuyll van Serooskerken van Zuylen voor een verkoopsom van ƒ 16.500,-. Download (106) (link) 1-4.pdf Download (106) (link) 2-4.pdf Download (106) (link) 3-4.pdf Download (106) (link) 4-4.pdf |
Op donderdag 17 januari 1856 verkocht de heer Barend Peelen boerderij De Lindeboom in Westbroek aan de heer Willem René baron van Tuyll van Serooskerken voor ƒ 16.500,-. De verkoop vond plaats ten overstaan van de Maarssense notaris François Ludolf Tissot van Patot. Deel 1 |
Een mooie foto van de voorgevel van De Lindeboom met de leilinden vóór de boerderij. In het raam zit waarschijnlijk een halfzuster van Arie van den Broek. |
Op donderdag 17 januari 1856 verkocht de heer Barend Peelen boerderij De Lindeboom in Westbroek aan de heer Willem René baron van Tuyll van Serooskerken voor ƒ 16.500,-. De verkoop vond plaats ten overstaan van de Maarssense notaris François Ludolf Tissot van Patot. Beschrijving van boerderijnaam. Deel 2 |
Op donderdag 17 januari 1856 verkocht de heer Barend Peelen boerderij De Lindeboom in Westbroek aan de heer Willem René baron van Tuyll van Serooskerken voor ƒ 16.500,-. De verkoop vond plaats ten overstaan van de Maarssense notaris François Ludolf Tissot van Patot. Beschrijving van verkoopsom. Deel 3 |
De downloads hieronder staan gesorteerd op datum en jaar |
|
|
|
|
|
De kadastrale kaart van de gemeente Westbroek, sectie C, polder Buitenweg uit februari 1909 toont de diverse gronden die in bezit waren van de familie Van Tuyll van Serooskerken. |
Op dinsdag 23 september 1856 vond, ten huize van kastelein Gerrit Blom in herberg De Klop, een bijeenkomst plaats ten overstaan van de Utrechtse notaris mr. Isaäc Jan van den Helm. Hierbij was Cornelis Schnell, winkelier en eigenaar van drie percelen kamp gelegen in de Buitenweg van de toenmalige gemeente Westbroek, aanwezig. |
Op zaterdag 11 juni van het jaar 1859 werd op een veiling ten overstaan van de Utrechtse notaris mr. Jan Cornelis Dwars een aantal weilanden en boschlanden, gelegen in de toenmalige gemeenten Vleuten en Westbroek. Waarbij de familie Van der Wijck/Van Nes van Meerwijk diverse van deze gronden op de veiling liet brengen. Koper van de verkooppercelen dertien, veertien en vijftien van de heer notaris Isaäc Jan van den Helm, die als schriftelijke gemachtigde van de heer Willem René van Tuyll van Serooskerken en Zuylen die de weilanden en boschland werd aangekocht voor f. 7150,-. Deel 1 |
Op zaterdag 11 juni van het jaar 1859 werd op een veiling ten overstaan van de Utrechtse notaris mr. Jan Cornelis Dwars een aantal weilanden en boschlanden, gelegen in de toenmalige gemeenten Vleuten en Westbroek. Waarbij de familie Van der Wijck/Van Nes van Meerwijk diverse van deze gronden op de veiling liet brengen. Koper van de verkooppercelen dertien, veertien en vijftien van de heer notaris Isaäc Jan van den Helm, die als schriftelijke gemachtigde van de heer Willem René van Tuyll van Serooskerken en Zuylen die de weilanden en boschland werd aangekocht voor f. 7150,-.
Deel 2 |
Op zaterdag 11 juni van het jaar 1859 werd op een veiling ten overstaan van de Utrechtse notaris mr. Jan Cornelis Dwars een aantal weilanden en boschlanden, gelegen in de toenmalige gemeenten Vleuten en Westbroek. Waarbij de familie Van der Wijck/Van Nes van Meerwijk diverse van deze gronden op de veiling liet brengen. Koper van de verkooppercelen dertien, veertien en vijftien van de heer notaris Isaäc Jan van den Helm, die als schriftelijke gemachtigde van de heer Willem René van Tuyll van Serooskerken en Zuylen die de weilanden en boschland werd aangekocht voor f. 7150,-.
Deel 3 |
Op zaterdag 11 juni van het jaar 1859 werd op een veiling ten overstaan van de Utrechtse notaris mr. Jan Cornelis Dwars een aantal weilanden en boschlanden, gelegen in de toenmalige gemeenten Vleuten en Westbroek. Waarbij de familie Van der Wijck/Van Nes van Meerwijk diverse van deze gronden op de veiling liet brengen. Koper van de verkooppercelen dertien, veertien en vijftien van de heer notaris Isaäc Jan van den Helm, die als schriftelijke gemachtigde van de heer Willem René van Tuyll van Serooskerken en Zuylen die de weilanden en boschland werd aangekocht voor f. 7150,-. Deel 4 |
Op zaterdag 11 juni van het jaar 1859 werd op een veiling ten overstaan van de Utrechtse notaris mr. Jan Cornelis Dwars een aantal weilanden en boschlanden, gelegen in de toenmalige gemeenten Vleuten en Westbroek. Waarbij de familie Van der Wijck/Van Nes van Meerwijk diverse van deze gronden op de veiling liet brengen. Koper van de verkooppercelen dertien, veertien en vijftien van de heer notaris Isaäc Jan van den Helm, die als schriftelijke gemachtigde van de heer Willem René van Tuyll van Serooskerken en Zuylen die de weilanden en boschland werd aangekocht voor f. 7150,-. Deel 5 |
Verkoop van de Groeneweg te Oud-Zuilen (gem. Stichtse Vecht)
Transactie van betrokken partijen. De notaris, Johannes Rijsterborgh te Maarssen, heeft de akte opgesteld op 13 december 1973. De verkoopovereenkomst is gesloten tussen meerdere partijen. Enerzijds is er de familie Van Tuyll van Serooskerken, vertegenwoordigd door verschillende leden, waaronder de hoogwelgeboren heer Willem René Albert baron van Tuyll van Serooskerken en de hoogwelgeboren heer Hans Georg Inundat baron van Tuyll van Serooskerken, allen wonende te Maarssen. Daarnaast zijn er de hoogwelgeboren vrouwe Lucile Agnes barones van Lynden, douairière van ir. Frederik Christiaan Constantijn baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen, alsmede de hoogwelgeboren heer Everard Constantijn Marie baron van Tuyll van Serooskerken en de hoogwelgeboren vrouwe Johanna Wilhelmina barones van Tuyll van Serooskerken. De verkoop geschiedt ook namens de hoogwelgeboren heer en vrouwe E.J.M. baron van Lynden en de hoogwelgeboren vrouwe Elisabeth Henriëtte Emilia barones Collot d'Escury. Aan de andere kant staat een reeks kopers die elk specifieke percelen of rechten verwerven. De akte omvat de verkoop van onroerend goed in diverse gebieden, waaronder Maarssen en Oud-Zuilen. Specifieke percelen zijn betrokken, zoals 'Slot Zuylen' en de aangrenzende stichting. De transactie omvat ook een "stichting tot uitvoering van het besluit van de Generale College", waarvoor goedkeuring van de Minister van Binnenlandse Zaken is verkregen. De akte legt de voorwaarden voor de koop en verkoop vast. De comparant verklaart de ontvangen bedragen van de verkoop te hebben ontvangen, wat de financiële afwikkeling bevestigt. Een belangrijk onderdeel van de akte is de erkenning door de comparanten dat de koopprijs volledig is voldaan en dat zij de akte hebben begrepen en goedgekeurd. Er wordt vermeld dat de akte in minuut is verleden te Maarssen op de genoemde datum. Deel 1 |
Transactie van betrokken partijen. De notaris, Johannes Rijsterborgh te Maarssen, heeft de akte opgesteld op 13 december 1973. De verkoopovereenkomst is gesloten tussen meerdere partijen. Enerzijds is er de familie Van Tuyll van Serooskerken, vertegenwoordigd door verschillende leden, waaronder de hoogwelgeboren heer Willem René Albert baron van Tuyll van Serooskerken en de hoogwelgeboren heer Hans Georg Inundat baron van Tuyll van Serooskerken, allen wonende te Maarssen. Daarnaast zijn er de hoogwelgeboren vrouwe Lucile Agnes barones van Lynden, douairière van ir. Frederik Christiaan Constantijn baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen, alsmede de hoogwelgeboren heer Everard Constantijn Marie baron van Tuyll van Serooskerken en de hoogwelgeboren vrouwe Johanna Wilhelmina barones van Tuyll van Serooskerken. De verkoop geschiedt ook namens de hoogwelgeboren heer en vrouwe E.J.M. baron van Lynden en de hoogwelgeboren vrouwe Elisabeth Henriëtte Emilia barones Collot d'Escury. Aan de andere kant staat een reeks kopers die elk specifieke percelen of rechten verwerven. De akte omvat de verkoop van onroerend goed in diverse gebieden, waaronder Maarssen en Oud-Zuilen. Specifieke percelen zijn betrokken, zoals 'Slot Zuylen' en de aangrenzende stichting. De transactie omvat ook een "stichting tot uitvoering van het besluit van de Generale College", waarvoor goedkeuring van de Minister van Binnenlandse Zaken is verkregen. De akte legt de voorwaarden voor de koop en verkoop vast. De comparant verklaart de ontvangen bedragen van de verkoop te hebben ontvangen, wat de financiële afwikkeling bevestigt. Een belangrijk onderdeel van de akte is de erkenning door de comparanten dat de koopprijs volledig is voldaan en dat zij de akte hebben begrepen en goedgekeurd. Er wordt vermeld dat de akte in minuut is verleden te Maarssen op de genoemde datum. De notaris, mr. Cornelis Johannes Rijsterborgh, verklaart dat het afschrift eensluidend is met de originele akte die ter overschrijving is aangeboden. Kandidaat-notaris J.W.L. Beijer is ook betrokken bij de ondertekening. Deel 2 |
Ruilen hooiland in de gemeente Westbroek
Fragment van de inhoud van een notariële akte van het notariskantoor van mr. Dirk Hendrik van Nieuwenhuizen te Maarssen. De akte betreft een grondruiling waarbij de heer Frederik Leopold Samuel Frans baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen een perceel hooiland verkreeg, gelegen aan de Groeneweg in de Buitenweg onder de gemeente Westbroek. Deze ruiling vond plaats met de heer Dirk Voorsteegh op 2 augustus 1912. Deel 1 |
Fragment van de inhoud van een notariële akte van het notariskantoor van mr. Dirk Hendrik van Nieuwenhuizen te Maarssen. De akte betreft een grondruiling waarbij de heer Frederik Leopold Samuel Frans baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen een perceel hooiland verkreeg, gelegen aan de Groeneweg in de Buitenweg onder de gemeente Westbroek. Deze ruiling vond plaats met de heer Dirk Voorsteegh op 2 augustus 1912. Deel 2 |
Verkoop weiland en weg ter hoogte van de Kerkdijk te Westbroek
Download (94) de notariële akte van verkoop van woensdag 31 december 1930 beschrijft dat de heer Frederik Christiaan Constantijn baron van Tuyll van Serooskerken diverse stukken weiland en een stuk weg ter hoogte van de Kerkdijk te Westbroek verkocht aan de heer Anthonie Voorsteeg. Dit gebeurde ten overstaan van notaris mr. Louis Gabriel James, voor een bedrag van ƒ 30.240,-. Download (94) (link) 1-7.pdf Download (94) (link) 2-7.pdf Download (94) (link) 3-7.pdf Download (94) (link) 4-7.pdf Download (94) (link) 5-7.pdf Download (94) (link) 6-7.pdf Download (94) (link) 7-7.pdf |
Woningen aan de Dorpsstraat nrs. 5, 15 en 17 te Oud-Zuilen
Download (74) de notariële akte (fragment) beschrijft de verkoop van de woning aan de Dorpsstraat nr. 5. Deze transactie vond plaats op vrijdag 22 mei 1914 ten overstaan van de Maarssense notaris mr. Dirk Hendrik van Nieuwenhuizen. Hierbij verkocht de heer Jan van Dusschoten zijn woning aan de heer Frederik Leopold Samuel Frans baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen voor ƒ 1.000,-. Download (74) (link) 1-2.pdf Download (74) (link) 2-2.pdf |
Download (145) de kadastrale hypothekenakte no, 4 (fragment) betreft de verkoop van een woning aan de Vechtzijde nr. 61, vermoedelijk Dorpsstraat nr. 15. Op donderdag 20 november 1947 verkocht de heer Arie Verhoef, ten overstaan van de Maarssense notaris mr. Pieter Hendrik Vader en op een gehouden veiling, divers vastgoed, waaronder de woning aan de Dorpsstraat nr. 15, voor een verkoopsom van ƒ 2.250,-. Dit huisnummer is een schatting, gebaseerd op de kadasterhulpkaart uit 1960, aangezien er veel is afgebroken en opnieuw opgebouwd aan de Dorpsstraat te Oud-Zuilen. Download (145) (link) 1-3.pdf Download (145) (link) 2-3.pdf Download (145) (link) 3-3.pdf |
Download (143) de kadastrale hypothekenakte nummer 4 van het arrondissementkantoor Utrecht beschrijft een verkoop die plaatsvond op zaterdag 21 januari 1958 ten overstaan van notaris mr. Hendrik Pieter Vader, gevestigd te Maarssen. Hierbij trad op als verkopende partij (I) de heer Richard Plomp, rijksschatter en lasthebber van: De woningen zouden kort na de verkoop worden afgebroken, opnieuw worden opgebouwd en in 1960 worden opgeleverd. Download (143) (link) 1-2.pdf Download (143) (link) 2-2.pdf |
Perceel weiland aan de Daalschedijk te Zuilen (gem. Utrecht)
Akte van ruil tussen de heer van Zuilen en Hendrikus Johannes van Soest, wagenmaker, waarbij eerstgenoemde een stuk weiland aan de Daalse dijk afstaat, sectie B 104 ged. te Zuilen, en Van Soest de opstal van huis en werkplaats afstaat, benevens het erfpachtsrecht van de grond, sectie A 450 en 386 te Zuilen, 1910. |
Tienden in de vroegere gemeente Zuilen
Affiche uit 1906 voor een openbare verkoping van tiendgewassen, te houden in Utrecht en Jutphaas. De verkoop vond plaats ten overstaan van notaris A.P. van der Vlugt te Utrecht en betrof gewassen uit de gebieden Oostveen (gemeente Achttienhoven) en Catharijne Hogeweide (gemeente Schalkwijk). Deel 1 |
Deel 2 |
Deel 3 |
Deel 4 |
Notitie uit het familie archief Van Tuyll van Serooskerken m.b.t. de historie van het tiendbezit en het tiendrecht in Zuilen van de familie Van Brienen uit de achttiende eeuw. Deel 5 |
Notitie uit het familie archief Van Tuyll van Serooskerken m.b.t. de historie van het tiendbezit en het tiendrecht in Zuilen van de familie Van Brienen uit de achttiende eeuw. Deel 6 |
Notitie uit het familie archief Van Tuyll van Serooskerken m.b.t. de historie van het tiendbezit en het tiendrecht in Zuilen van de familie Van Brienen uit de achttiende eeuw. Deel 7 |
Notitie uit het familie archief Van Tuyll van Serooskerken m.b.t. de historie van het tiendbezit en het tiendrecht in Zuilen van de familie Van Brienen uit de achttiende eeuw. Deel 8 |
De Tiendcommissie in het vierde tienddistrict, standplaats Utrecht, heeft besloten dat de tiendrechten op "De Zwezerenger Tiend" en "Nieuwe Tiend op Zwezereng" zullen vervallen. Deze liggen in de gemeente Zuilen, op gronden van de heer Gijsbertus Wilhelmus Everardus Kronenburg, wonende te Langbroek. Kronenburg handelde als gemachtigde van de heer Thierry Arnold Laurens Boudewijn Graaf d'Alsace en Prins d'Henin. Deel 9 |
De Tiendcommissie in het vierde tienddistrict, standplaats Utrecht, heeft besloten dat de tiendrechten op "De Zwezerenger Tiend" en "Nieuwe Tiend op Zwezereng" zullen vervallen. Deze liggen in de gemeente Zuilen, op gronden van de heer Gijsbertus Wilhelmus Everardus Kronenburg, wonende te Langbroek. Kronenburg handelde als gemachtigde van de heer Thierry Arnold Laurens Boudewijn Graaf d'Alsace en Prins d'Henin. Deel 10 |
De Tiendcommissie in het vierde tienddistrict, standplaats Utrecht, heeft besloten dat de tiendrechten op "De Zwezerenger Tiend" en "Nieuwe Tiend op Zwezereng" zullen vervallen. Deze liggen in de gemeente Zuilen, op gronden van de heer Gijsbertus Wilhelmus Everardus Kronenburg, wonende te Langbroek. Kronenburg handelde als gemachtigde van de heer Thierry Arnold Laurens Boudewijn Graaf d'Alsace en Prins d'Henin. Deel 11 |
De Tiendcommissie in het vierde tienddistrict, standplaats Utrecht, heeft besloten dat de tiendrechten op "De Zwezerenger Tiend" en "Nieuwe Tiend op Zwezereng" zullen vervallen. Deze liggen in de gemeente Zuilen, op gronden van de heer Gijsbertus Wilhelmus Everardus Kronenburg, wonende te Langbroek. Kronenburg handelde als gemachtigde van de heer Thierry Arnold Laurens Boudewijn Graaf d'Alsace en Prins d'Henin. Deel 12 |
eschrijving van vroegere percelen in de gemeente Zuilen. Deze percelen, die in het bezit waren van de familie Van Brienen van de Groote Lindt/Alsace d'Henin, worden genoemd in het kader van een besluit tot opheffing van het tiendrecht. Deel 13 |
Beschrijving van vroegere percelen in de gemeente Zuilen. Deze percelen, die in het bezit waren van de familie Van Brienen van de Groote Lindt/Alsace d'Henin, worden genoemd in het kader van een besluit tot opheffing van het tiendrecht. Deel 14 |
Beschrijving van percelen in de gemeente Zuilen, behorend tot de 'De Zwezerenger Tiend' en de 'Nieuwe Tiend op Zwezereng'. De tekst bevat tevens een beschrijving van perceelnummers. Deel 15 |
Op zaterdag 10 april 1841 kocht de heer Wijnen de Camonsche Tiend aan voor ƒ 1.160,- in de gemeente Zuilen. Hij deed dit op een veiling als gemachtigde voor de heer Arnold Willem baron van Brienen van Groote Lindt. De transactie vond plaats ten overstaan van de Utrechtse notaris mr. Hendrik van Ommeren. Begin van beschrijving van akte. Deel 1 |
Op zaterdag 10 april 1841 kocht de heer Wijnen de Camonsche Tiend aan voor ƒ 1.160,- in de gemeente Zuilen. Hij deed dit op een veiling als gemachtigde voor de heer Arnold Willem baron van Brienen van Groote Lindt. De transactie vond plaats ten overstaan van de Utrechtse notaris mr. Hendrik van Ommeren. Begin van beschrijving van akte met te veiling perceel. Deel 2 |
Op zaterdag 10 april 1841 kocht de heer Wijnen de Camonsche Tiend aan voor ƒ 1.160,- in de gemeente Zuilen. Hij deed dit op een veiling als gemachtigde voor de heer Arnold Willem baron van Brienen van Groote Lindt. De transactie vond plaats ten overstaan van de Utrechtse notaris mr. Hendrik van Ommeren. Beschrijving van akte met bewijs van de goederen. Deel 3 |
Op zaterdag 10 april 1841 kocht de heer Wijnen de Camonsche Tiend aan voor ƒ 1.160,- in de gemeente Zuilen. Hij deed dit op een veiling als gemachtigde voor de heer Arnold Willem baron van Brienen van Groote Lindt. De transactie vond plaats ten overstaan van de Utrechtse notaris mr. Hendrik van Ommeren. Beschrijving van de akte en de machtiging van de heer Wijnen door baron Van Brienen. Deel 4 |
Op zaterdag 10 april 1841 kocht de heer Wijnen de Camonsche Tiend aan voor ƒ 1.160,- in de gemeente Zuilen. Hij deed dit op een veiling als gemachtigde voor de heer Arnold Willem baron van Brienen van Groote Lindt. De transactie vond plaats ten overstaan van de Utrechtse notaris mr. Hendrik van Ommeren. Beschrijving van de akte en de machtiging van de heer Wijnen door baron Van Brienen. Deel 5 |
Landgoed Oostduin en Arensdorp te 's-Gravenhage
Familie Fagel, Collot d'Escury, Van Tuyll van Serooskerken en Bylandt
Portret van de heer Hendrik Fagel (1669-1728), eigenaar van landgoed Oostduin van 1708 tot 1728. Het landgoed ging over op zijn neef naamgenoot. | Portret van de heer Hendrik Collot d'Escury (1740-1819), gehuwd op 21 oktober 1781 te 's-Gravenhage Maria Susanna Fagel, dochter van de heer Hendrik Fagel (1706-) en Catharina Anna Sluysken. |
Legger van eigendommen van percelen in de gemeente Wassenaar van de heer Carel Emmanuel baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen. |
Portret van de heer Hendrik Fagel (1706-1790) eigenaar van landgoed Oostduin vanaf 1728 tot 1790. Digitaal ingekleurd en gerestaureerd. | Portret van Catharina Anna Sluijsken (1714-1783), gehuwd op 1 september 1733 met de heer Hendrik Fagel. Fagel was van 1728 tot 1790 eigenaar van het landgoed Oostduin te 's-Gravenhage. Digitaal ingekleurd en gerestaureerd. |
Portret van Marie Henriëtte van Tuyll van Serooskerken (1815-1849), dochter van Carel Emmanuel van Tuyll van Serooskerken (1775-1845) en Marie Henriëtte van Tuyll van Serooskerken (1789-1854), gehuwd van 27 september 1837 met de heer Eugene Jean Alexander van Bylandt, graaf, (1811-1876). | Portret van Marie Henriëtte van Tuyll van Serooskerken (1815-1849), dochter van Carel Emmanuel van Tuyll van Serooskerken (1775-1845) en Marie Henriëtte van Tuyll van Serooskerken (1789-1854), gehuwd van 27 september 1837 met de heer Eugene Jean Alexander van Bylandt, graaf, (1811-1876). |
Penning geslagen ter gelegenheid van het vijftigjarig huwelijk van Willem René baron van Tuyll van Serooskerken en Johanna Catherina Fagel. | Penning geslagen ter gelegenheid van het vijftigjarig huwelijk van Willem René baron van Tuyll van Serooskerken en Johanna Catherina Fagel. |
Portret van Carel Jan Emelius graaf van Bylandt (1840-1902), zoon van Eugene Jean Alexander graag van Bylandt (1811-1876) en Marie Henriëtte barones van Tuyll van Serooskerken (1815-1849), kleinzoon van Carel Emmauel baron van Tuyll van Serooskerken en Elisabeth Henriette Emilia barones Collot d'Escury 1782-1854. | Portret van Carel Jan Emelius graaf van Bylandt (1840-1902), zoon van Eugene Jean Alexander graag van Bylandt (1811-1876) en Marie Henriëtte barones van Tuyll van Serooskerken (1815-1849), kleinzoon van Carel Emmauel baron van Tuyll van Serooskerken en Elisabeth Henriette Emilia barones Collot d'Escury 1782-1854. |
De 'Carel van Bylandtlaan' in 's-Gravenhage is vernoemd naar Carel Jan Emilius, graaf van Bylandt (1840-1902). Hij was een grondeigenaar en de eigenaar van het landgoed Oostduin. |
Naamgeving en de Vroege Eigendomsgeschiedenis De naam van de buitenplaats Oostduin dateert uit de periode 1811-1845, toen mr. W.W. Hartman en na hem zijn dochter en zijn schoonzoon mr. C.E. van Doeveren eigenaars waren. De naam is ongetwijfeld ontleend aan de achtergelegen zogenaamde Oostduinen. Tot in de 19e eeuw had het buiten geen eigenlijke naam; in de 17e eeuw sprak men wel van "het tuinhuis van Bovetius (respectievelijk Gleser)". In de 18e eeuw sprak men van 'de plaats van de griffier Fagel' (H. Fagel, griffier van de Staten-Generaal, eigenaar van 1728 tot zijn dood in 1790). Diens schoonzoon baron W.R. van Tuyll van Serooskerken, die in 1803 door koop eigenaar werd, noemde de plaats "Zuylenhoven", naar de heerlijkheid Zuylen, die hij mede bezat. |
De oudst bekende eigenaars van Oostduin waren leden van het geslacht (Oem) van Wijngaerden. In 1565 werd bij de deling van de nalatenschap van Adriana en Catharina van Wijngaarden het goed Oostduin toegewezen aan mr. Jan van Wijngaerden, domheer en scholaster te Luik. Hij schonk het goed na verloop van tijd aan zijn zwager dr. Charles Tserclaes, die gehuwd was met zijn zuster Maria. In 1581 ging de plaats door koop over in handen van de tafelhouder Baptista de Montavaldone. Uit wiens desolate boedel het huis met de bijbehorende boomgaard in 1597 - waarschijnlijk als beleggings- of speculatieobject - werd overgenomen door een tweetal Zuid-Nederlandse immigranten, de juweliers en geldschieters Marcus Duvoet en Jacques Mirou. |
In 1613 werd Hieronymus Bovetius eigenaar.(2) Ongetwijfeld met het oogmerk om het huis en de boomgaard voor ontspanningsdoeleinden te gebruiken. Overzicht van Latere Eigenaars (17e - 20e Eeuw) Latere eigenaars waren achtereenvolgens:
|
Kaart van het landgoed zoals het er begin 19e eeuw uitzag. Op de kaart zijn de volgende elementen aangegeven: Landweg, vaart naar het dorp, Santvoortse bos, Lange akkers, Solleveld en de ruïne van het huis, Vrijheid, Vergroting, Oostduin, het Herenhuis, Zwarte Duin, het Boerenhuis, Vinkebaan, menagerie, koepel, brug, tuinen en vijvers. Ook zijn Loosduinen en de Grote Kerk, Bijdorp, Kraaijenstein, Madestein en Ockenburg op de kaart weergegeven. Deze kaart is een technisch object, vervaardigd in 1800 door J. C. Kasteele. |
De Familie Van Tuyll van Serooskerken en Erfopvolging Op 18 augustus 1845 werd Oostduin aangekocht door E.H.E. barones van Tuyll van Serooskerken, geboren Collot d'Escury. Zij en haar echtgenoot mr. C.E. baron van Tuyll van Serooskerken waren door hun moeders, die zusters waren, beiden kleinkinderen van mr. H. Fagel (II). Mevrouw Van Tuyll was door erfenis al in het bezit gekomen van Waalsdorp en Arendsdorp. Bij haar dood in 1854 liet zij het gehele bezit na aan haar minderjarige kleinzoon Carel Van Bylandt, enige zoon van haar in 1849 overleden dochter Maria Henriëtta van Tuyll van Serooskerken, gehuwd met mr. E.J.A. graaf van Bylandt.(5) De zo-even genoemde mr. Carel J.E. graaf van Bylandt liet bij zijn overlijden in 1902 slechts één dochter na, jonkvrouwe M.A.O.C. gravin van Bylandt. Verkoop en Transformatie naar Openbaar Park Deze moest in de jaren vóór 1940, door de uitbreiding van Den Haag daartoe gedwongen, het gehele bezit, met uitzondering van het huidige park Oostduin-Arendsdorp, verkopen. In 1943 verliet zij Oostduin voorgoed. Na de oorlog is het huis, dat sterk geleden had, afgebroken. In 1947 werd het terrein het eigendom van de "Stichting Oostduin", die het in 1958 als park kosteloos voor het publiek openstelde. De gemeente 's-Gravenhage nam daarbij de restauratie en het onderhoud voor haar rekening. Tekst afkomstig uit de archiefinventaris T0172-01, Familie Van Bylandt inzake Oostduin, Arendsdorp en Waalsdorp, Haags Gemeente Archief. Verbeterd met Google Gemini AI |
De Geschiedenis van Oostduin en Arendsdorp De naam Oostduin komt voor het eerst voor in 1565. Er is dan sprake van een boerderij en een boomgaard. De eerste vermelding van het latere Arendsdorp dateert uit 1568 en dankt zijn naam aan jonkheer Arent van Dorp, raad- en hofmeester van Frederik Hendrik, stadhouder van onder andere Holland. Deze hoveling liet de huiselijke koepel bouwen. Deze koepel is voor het eerst te zien op een kaart uit 1611. Daarop staat de koepel, net als het in 1641 gebouwde Hofwijck, in een rechthoekige vijver. |
Plattegrond van een deel van Wassenaar (Waalsdorp) uit 1854. Deze is afkomstig uit het archief van de Familie Van Bylandt (toegang 0172-01), met inventarisnummer 163, en betreft Oostduin, Arendsdorp en Waalsdorp. De plattegrond is vervaardigd door de Topografische Dienst Kadaster. |
Arendsdorp is het restant van een oud landgoed en een buitenplaats, gelegen in het Rijksbeschermd stadsgezicht Benoordenhout in Den Haag. Op aan dit landgoed onttrokken delen werd een aanzienlijk deel van de wijk Benoordenhout gebouwd. |
Geschiedenis In 1586 kocht jonkheer Arend van Dorp een stuk land met een boerenhoeve. Hij ging in het voorhuis wonen van de boerderij, de rest werd verpacht. Rond 1650 werd een apart paviljoen gebouwd, dat als buitenverblijf ging dienen. Dit achtkantige paviljoen van twee lagen onder een door pannen afgedekt tentdak, wordt sinds de twintigste eeuw de 'koepel' genoemd. In 1737 was er een huis, een koetshuis, een portierswoning en tuinmanshuis, beiden uit circa 1700, een sterrenbos, een boomgaard, een moestuin en een visvijver, die tot op heden nauwelijks is veranderd. Het tuinmanshuis heet 'De Rietjes'. |
Kaart van de grens tussen de hofstede van de Heer van Sint Annaland en Waalsdorp. Deze kaart behoort bij het archief van de Familie Van Bylandt, inzake Oostduin, Arendsdorp en Waalsdorp (toegang 0172-01, inventarisnummer 152). De kaart is vervaardigd door P. F. van der Sallem in 1650. |
In 1845 werd Arendsdorp met het ernaast gelegen Oostduin verenigd. Oostduin was in 1560 al aangelegd, maar werd pas in 1810 'Oostduin' genoemd. Het landhuis op Oostduin werd in de oorlog door een V2 getroffen en werd in 1946 afgebroken. Marie gravin van Bylandt, de laatste bewoonster, gaf bij de verkoop van het grootste deel van haar landgoed aan dat er één flatgebouw voor senioren gebouwd mocht worden, waar ze zelf later ook heeft gewoond. Hoewel het gebied vooral voor kleinschalige woningbouw bestemd moest worden en er geheel geen kantoren mochten verrijzen, stond de gemeente dat al vanaf het begin toe. De gravin verzette zich tegen de gemeente en vocht onder meer het stadsuitbreidingsplan uit 1911 aan. |
Kaart van een aantal percelen ten noorden van de Benoordenhoutseweg en de Wassenaarseweg, ontleend aan een kadastrale kaart getekend door H.H. Heldring op 26 april 1960. Deze kaart behoort bij het archief van de Familie Van Bylandt, inzake Oostduin, Arendsdorp en Waalsdorp. |
Huidige staat Bron: Wikipedia - Arendsdorp |
Kaart van huis en landerijen van jonker Jan van Bassen in Waalsdorp. De kaart behoort bij het archief van de Familie Van Bylandt (toegang 0172-01), met inventarisnummer 147, en betreft Oostduin, Arendsdorp en Waalsdorp. Deze is vervaardigd door Floris Jacobs. |
Beeld van Marie gravin van Bylandt (uit 1987 door Evert den Hartog), de vroegere eigenaresse van de landgoederen Arendsdorp en Oostduin. |
Portret van Marie Alexandrine Otheline Caroline van Bylandt (1874-1968) en een tweede vrouw, mogelijk 'mevrouw Van Schuilenburg'. Het portret dateert uit 1874-1878 en is digitaal ingekleurd en gerestaureerd. |
Een weergave van de koepel van Arendsdorp, gelegen aan de Wassenaarseweg op het landgoed Oostduin-Arendsdorp, vervaardigd in 1981 door de Dienst voor de Stadsontwikkeling te 's-Gravenhage. |
Ingang van het landgoed Oostduin-Arendsdorp aan de Wassenaarseweg nr. 44 te 's-Gravenhage. |
Akte van veiling en verkoop verleden voor notaris J.G. van der Haak, waarbij de erfgenamen van Esther Jeanne Hartman, weduwe van de heer Cornelis Emilius van Doeveren, aan Elisabeth Henriëtte Emilia barones Collot d'Escury, echtgenote van Carel Emanuel baron van Tuyll van Serooskerken, verkopen de buitenplaats Oostduin met 3 partijen land in het Benoordenhout. Met bewijs van niet-hypothecaire inschrijving d.d. 1845 november 3. Bron: Haags Gemeentearchief, 0172-01, 24. Deel 1 |
Akte van veiling en verkoop verleden voor notaris J.G. van der Haak, waarbij de erfgenamen van Esther Jeanne Hartman, weduwe van de heer Cornelis Emilius van Doeveren, aan Elisabeth Henriëtte Emilia barones Collot d'Escury, echtgenote van Carel Emanuel baron van Tuyll van Serooskerken, verkopen de buitenplaats Oostduin met 3 partijen land in het Benoordenhout. Met bewijs van niet-hypothecaire inschrijving d.d. 1845 november 3. Bron: Haags Gemeentearchief, 0172-01, 24. Deel 2 |
Akte van veiling en verkoop verleden voor notaris J.G. van der Haak, waarbij de erfgenamen van Esther Jeanne Hartman, weduwe van de heer Cornelis Emilius van Doeveren, aan Elisabeth Henriëtte Emilia barones Collot d'Escury, echtgenote van Carel Emanuel baron van Tuyll van Serooskerken, verkopen de buitenplaats Oostduin met 3 partijen land in het Benoordenhout. Met bewijs van niet-hypothecaire inschrijving d.d. 1845 november 3. Bron: Haags Gemeentearchief, 0172-01, 24. Deel 3 |
Kopie van de voorwaarden van veiling en verkoop d.d. 1802 november 22, waarop Hendrik baron Collot d'Escury en Willem René baron van Tuyll van Serooskerken (I) respectievelijk hebben gekocht de buitenplaats Waalsdorp, een huismanswoning en een buitentuin en de hofstede van de heer Fagel. Bron: Haags Gemeentearchief, 0172-01, 52. Deel 1 |
Kopie van de voorwaarden van veiling en verkoop d.d. 1802 november 22, waarop Hendrik baron Collot d'Escury en Willem René baron van Tuyll van Serooskerken (I) respectievelijk hebben gekocht de buitenplaats Waalsdorp, een huismanswoning en een buitentuin en de hofstede van de heer Fagel. Bron: Haags Gemeentearchief, 0172-01, 52. Deel 2 |
Kopie van de voorwaarden van veiling en verkoop d.d. 1802 november 22, waarop Hendrik baron Collot d'Escury en Willem René baron van Tuyll van Serooskerken (I) respectievelijk hebben gekocht de buitenplaats Waalsdorp, een huismanswoning en een buitentuin en de hofstede van de heer Fagel. Bron: Haags Gemeentearchief, 0172-01, 52. Deel 3 |
Akte van transport verleden voor notaris J. Bervoets, waarbij Johann Pfeiffer aan de heer Carel Emmanuel baron van Tuyll van Serooskerken overdraagt een huis, kolfbaan en erf genaamd "De Unie van Holland" met een strookje grond aan de Raamweg. Met onderhandse akte van koop d.d. 1836 juni 25 en brief d.d. idem; notariële akte van transport d.d. 1834 mei 15; 2 bewijzen van niet- hypothecaire inschrijving d.d. 1834 augustus 27 en onderhandse akte van koop d.d. 1834 mei 15, 1836 juni 27. Plattegrond van de aan te kopen panden. |
Akte van transport verleden voor notaris J. Bervoets, waarbij Johann Pfeiffer aan de heer Carel Emmanuel baron van Tuyll van Serooskerken overdraagt een huis, kolfbaan en erf genaamd "De Unie van Holland" met een strookje grond aan de Raamweg. Met onderhandse akte van koop d.d. 1836 juni 25 en brief d.d. idem; notariële akte van transport d.d. 1834 mei 15; 2 bewijzen van niet- hypothecaire inschrijving d.d. 1834 augustus 27 en onderhandse akte van koop d.d. 1834 mei 15, 1836 juni 27. Begin beschrijving van akte. |
Akte van transport verleden voor notaris J. Bervoets, waarbij Johann Pfeiffer aan de heer Carel Emmanuel baron van Tuyll van Serooskerken overdraagt een huis, kolfbaan en erf genaamd "De Unie van Holland" met een strookje grond aan de Raamweg. Met onderhandse akte van koop d.d. 1836 juni 25 en brief d.d. idem; notariële akte van transport d.d. 1834 mei 15; 2 bewijzen van niet- hypothecaire inschrijving d.d. 1834 augustus 27 en onderhandse akte van koop d.d. 1834 mei 15, 1836 juni 27. Eind van beschrijving van akte. |
Akte van transport verleden voor notaris J. Bervoets, waarbij Johann Pfeiffer aan de heer Carel Emmanuel baron van Tuyll van Serooskerken overdraagt een huis, kolfbaan en erf genaamd "De Unie van Holland" met een strookje grond aan de Raamweg. Met onderhandse akte van koop d.d. 1836 juni 25 en brief d.d. idem; notariële akte van transport d.d. 1834 mei 15; 2 bewijzen van niet- hypothecaire inschrijving d.d. 1834 augustus 27 en onderhandse akte van koop d.d. 1834 mei 15, 1836 juni 27. Beschrijving van de aankoopsom. |
Akte van transport verleden voor notaris J. Bervoets, waarbij Johann Pfeiffer aan de heer Carel Emmanuel baron van Tuyll van Serooskerken overdraagt een huis, kolfbaan en erf genaamd "De Unie van Holland" met een strookje grond aan de Raamweg. Met onderhandse akte van koop d.d. 1836 juni 25 en brief d.d. idem; notariële akte van transport d.d. 1834 mei 15; 2 bewijzen van niet- hypothecaire inschrijving d.d. 1834 augustus 27 en onderhandse akte van koop d.d. 1834 mei 15, 1836 juni 27. Eindbeschrijving van akte. |
Dit is een gezicht op de 'Groenhovenstraat' in Den Haag. Deze straat is genoemd naar een nabijgelegen huis dat dezelfde naam draagt als de buitenplaats in Oud-Zuilen (provincie Utrecht). Het landgoed Oostduin werd om die reden zelf een tijdje Buitenplaats Zuylenhoven genoemd door Willem René baron van Tuyll van Serooskerken en zijn zoon Carel Emmanuel baron van Tuyll van Serooskerken. |
Zie voor het vervolgpagina's over de betreffende onroerend goederen de volgende pagina's: Familie Van Tuyll van Serooskerken van Zuylen - Slot Zuylen en Heerlijkheden Familie Van Tuyll van Serooskerken van Zuylen - Bezit en Onroerend Goed (2) |
Op donderdag 27 december 1951 verschenen voor de Maarssense notaris mr. Hendrik Pieter Vader, de heer ir. Frederik Christiaan Constantijn baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen en Jan-Cornelis Plomp, oud-gemeenteontvanger, samen met de heer Dirk Cornelis de Ridder, veehouder te Zuilen. Zij handelden als kerkvoogden van de Nederduits Hervormde Gemeente van Zuilen. Begin van beschrijving van akte. Deel 1 |
Op donderdag 27 december 1951 verschenen voor de Maarssense notaris mr. Hendrik Pieter Vader, de heer ir. Frederik Christiaan Constantijn baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen en Jan-Cornelis Plomp, oud-gemeenteontvanger, samen met de heer Dirk Cornelis de Ridder, veehouder te Zuilen. Zij handelden als kerkvoogden van de Nederduits Hervormde Gemeente van Zuilen. Beschrijving van akte. Deel 2 |





































































.jpg/picture-200?_=18c6cee70d8)


%2C_RP-P-AO-5-10-1.jpg/picture-200?_=18ed8ee783b)
































































.jpg/picture-200?_=18bfc93b18e)

.jpg/picture-200?_=18bfc93ad2b)
.jpg/picture-200?_=18bfc93af53)
.jpg/picture-200?_=18bfc93aace)


























































.jpg/picture-200?_=18ad79327a0)

















.jpg/picture-200?_=18bfc93bcd1)
.jpg/picture-200?_=18bfc93ba8e)
.jpg/picture-200?_=18bfc93b850)
.jpg/picture-200?_=18bfc93b3da)


























































.jpg/picture-200?_=19008f88a1a)

.jpg/picture-200?_=19008f88c76)

.jpg/picture-200?_=19008f88ebc)

































_-_C541_-_Cultural_Heritage_Agency_of_the_Netherlands_Art_Collection.jpg/picture-200?_=18e769d64f9)











































