Stichting Houtense Hodoniemen

Onderzoekt straatnamen, boerderijen, onroerend goed en adellijke families in Houten en omgeving

Bosch van Oud-Amelisweerd

Familiewapen Bosch van Drakestein (-Oud-Amelisweerd). Bron: Stadsarchief 's-Hertogenbosch.Familiewapen Bosch van Drakestein (-Oud-Amelisweerd). Bron: Stadsarchief 's-Hertogenbosch.

Geschiedenis van Landgoed Oud-Amelisweerd

Huis Oud-Amelisweerd gezien vanuit het zuidwesten in 1868. Prent (litho) naar een tekening van P.J. Lutgers. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 201060.Huis Oud-Amelisweerd gezien vanuit het zuidwesten in 1868. Prent (litho) naar een tekening van P.J. Lutgers. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 201060.


Koningslaan 9, 11, 13 en 15a

Het symmetrische in classicistische stijl opgetrokken herenhuis, gelegen aan de Kromme Rijn is in 1770 gebouwd. Het naastgelegen koetshuis dateert uit dezelfde periode.

Geschiedenis

Oud-Amelisweerd is ontstaan uit dezelfde ontginningsheerlijkheid als Nieuw-Amelisweerd, die Amelis van Werden reeds voor 1227 in leen hield van het kapittel van Oud-Munster te Utrecht. In 1394 was het goed Oud-Amelisweerd in handen van twee families, waarvan de familie Utenengh in 1583 geheel Oud-Amelisweerd in bezit kreeg door aankoop van de andere helft van Johan van Renesse. Inmiddels was in 1537 Oud-Amelisweerd als ridderhofstad erkend.
In 1632 kwam het middeleeuwse versterkte huis in het bezit van de familie Van Hove.

Portret van Jacob Johan van Delen. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Portret van Jacob Johan van Delen. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.

Het huis werd in 1672 door de Fransen verwoest, alleen de theekoepel of speelhuis aan de Kromme Rijn en de bijgebouwen bleven gespaard. In 1707 werd het huis door de toenmalige eigenaars de familie Van Bueren herbouwd. Zij waren sinds 1649 in het bezit van Oud-Amelisweerd. Het nieuwe huis had een rechthoekige plattegrond en bestond uit een bouwlaag met zadeldak tussen topgevels. Op de nok stonden drie schoorstenen. De lange voorgevel was zeven traveeën breed met een centrale ingangspartij.

In 1725 werd Oud-Amelisweerd gekocht door Jacob Johan baron van Delen, een Gelders edelman, gehuwd met Maria Clignett dochter van de Utrechtse postmeester. Haar nicht Anna Susanna Hasselaar erfde tenslotte Oud-Amelisweerd.

Landgoederen Nieuw-, en Oud-Amelisweerd in 1878 uit het Nationaal Archief, 2.13.01. Foto: Sander van Scherpenzeel.Landgoederen Nieuw-, en Oud-Amelisweerd in 1878 uit het Nationaal Archief, 2.13.01. Foto: Sander van Scherpenzeel.

Zij huwd in 1761 Gerard Godard baron Taets van Amerongen. Deze liet in 1770 het huis uit 1707 sterk vergroten of mogelijk zelfs geheel vervangen door het huidige veel grotere huis en het bijbehorend koetshuis bouwen. Tegelijkertijd liet hij een oprijlaan vanaf de Koningslaan aanleggen en een brug over de Kromme Rijn slaan. Hiertoe werd de boerderij die schuin voor het hoofdgebouw aan de Kromme Rijn lag afgebroken. Oorspronkelijk was Oud-Amelisweerd alleen via de Vossegatsedijk te bereiken geweest. Bij het landgoed Oud-Amelisweerd behoren ook de 18de eeuwse hofstede de Zonnewijzer ten oosten van het hoofdgebouw aan de Kromme Rijn gelegen.

Gezicht op het complex van voormalige dienstwoningen, behorende bij het huis Oud-Amelisweerd (De Vinkenbuurt, Koningslaan 17-25) te Bunnik in 1997. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 117183.Gezicht op het complex van voormalige dienstwoningen, behorende bij het huis Oud-Amelisweerd (De Vinkenbuurt, Koningslaan 17-25) te Bunnik in 1997. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 117183.

En een aantal eind 18de, begin 19de eeuwse daggelderswoningen, genaamd Vinkenbuurt, ten oosten van de oprijlaan vanaf de Koningslaan. De hofstede is mogelijk gebouwd ter vervanging van de in 1770 gesloopte boerderij. Het huis werd in 1808 verkocht aan koning Lodewijk Napoleon, die toen beide Amelisweerden in bezit had. Het was de bedoeling dat de koning zich zou vestigen op Oud-Amelisweerd en dat zijn manschappen op Nieuw-Amelisweerd zouden worden ondergebracht. Beide huizen ondergingen enige wijzigingen in Empire-stijl, o.a. in het interieur en in de roedenverdeling van de vensters. De koning heeft er echter weinig gebruik van gemaakt.

Hij verbleef meestal op ‘t Loo. In 1810 werd Jan Pieter Wickevoort Crommelin, de nieuwe eigenaar, die het op zijn beurt in 1811 samen met Nieuw-Amelisweerd verkocht aan Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. Na diens overlijden in 1834 vond verdeling van de landgoederen onder zijn zoons plaats. Uiteindelijk werd het in 1951 verkocht aan de gemeente Utrecht, die in 1953 het bijbehorende parkbos voor het publiek openstelde. Het hoofdgebouw is in 1978 gerestaureerd.  Het koetshuis heeft na aankoop door de gemeente Utrecht verschillende wijzigingen ondergaan.

Het grachtenpand aan de Nieuwegracht 28 te Utrecht voor 1890 Wijk A Nieuwegracht Nummer: 890 waar tot 5 maart 1857 Jhr. Hendrik Willem Bosch van Drakestein, Heer van Oud-Amelisweerd woonde. Op die datum verhuisden hij naar zijn landgoed Oud-Amelisweerd waar hij tot zijn dood in 1883 bleef wonen. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 815101.Het grachtenpand aan de Nieuwegracht 28 te Utrecht voor 1890 Wijk A Nieuwegracht Nummer: 890 waar tot 5 maart 1857 Jhr. Hendrik Willem Bosch van Drakestein, Heer van Oud-Amelisweerd woonde. Op die datum verhuisden hij naar zijn landgoed Oud-Amelisweerd waar hij tot zijn dood in 1883 bleef wonen. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 815101.

Het oorspronkelijke koetshuis is gewijzigd in een woonhuis. Daartoe zijn achter de koetshuisdeuren een raamkozijn en deur geplaatst. In de voorgevel is geheel links een tweede schuifvenster aangebracht. Het gedeelte rechts achter, oorspronkelijk een stal, is verbouwd en werd in eerste instantie gebruikt als verblijfsruimte voor de parkpolitie en plantsoenendienst. Sinds 1982 is hier het bezoekers- en informatiecentrum voor Amelisweerd gevestigd.


Parkaanleg

Evenals Nieuw-Amelisweerd schijnt het gebied rond Oud-Amelisweerd rond het midden van de 18de eeuw nog zonder bos te zijn geweest. Tussen 1761 en 1770 liet Gerard Godard baron Taets van Amerongen een bos aanleggen, waarvan de hoofdlaan, de Beelden- of Lindelaan in het verlengde van de nieuwe oprijlaan (aan de andere zijde van het huis) kwam te liggen. Een dwars op deze Beeldenlaan gelegen laan bood zicht op de Domtoren. In navolging van de nieuwe opvattingen over tuinaanleg werd na 1770 het achter gelegen bos voorzien van allerlei kleine kronkellaantjes en werd ten westen van het hoofdgebouw een bos aangelegd in een landschappelijke stijl met slingerpaadjes en een slingervijver rond een eiland met uitzicht-heuvel. Voor het huis werd een half ronde vijver gegraven, om de brug die wegens ruimtegebrek opzij van het huis was geplaatst in een architectonisch verband met het huis en de oprijlaan te brengen. De halfronde vorm van de vijver werd achter het huis herhaald door de bocht in de gracht, die het geheel omringde zodat er een regelmatig patroon ontstond. Deze gracht die er nog steeds ligt dateert waarschijnlijk uit de tijd van de herbouw van het hoofdgebouw in 1707.

Militairenkaart van Utrecht (fragment) van de zuidoostelijke kant. Houten/Maarschalkerweerd/Oud-Wulven en Bunnik/Vechten/Rhijnauwen en Nieuw-, en Oud-Amelisweerd. Een nog grotendeels onbebouwd Utrecht Lunetten gebied. Datering: 1875. Bron: Universiteits- Bibliotheek Utrecht.Militairenkaart van Utrecht (fragment) van de zuidoostelijke kant. Houten/Maarschalkerweerd/Oud-Wulven en Bunnik/Vechten/Rhijnauwen en Nieuw-, en Oud-Amelisweerd. Een nog grotendeels onbebouwd Utrecht Lunetten gebied. Datering: 1875. Bron: Universiteits- Bibliotheek Utrecht.

Beschrijving

Kaart van Oud-Amelisweerd uit 1778. Kaart van het jachtgebied van de ridderhofstad Oud-Amelisweerd. Opgemeten en getekend door L.H. Bonnet. Bron: Het Utrechts Archief 3 Jachtgerecht Invt. 29-2.Kaart van Oud-Amelisweerd uit 1778. Kaart van het jachtgebied van de ridderhofstad Oud-Amelisweerd. Opgemeten en getekend door L.H. Bonnet. Bron: Het Utrechts Archief 3 Jachtgerecht Invt. 29-2.

Het in classicistische stijl opgetrokken hoofdgebouw ligt aan de Kromme Rijn, op de as in noord-zuid richting, gevormd door de oprijlaan vanaf de Koningslaan en de Beeldenlaan. Het is een strak symmetrisch, u-vormig bakstenen gebouw, dat met de voorzijde naar de rivier is gericht. De voorgevel is zeven traveeën breed. De middelste travee is licht risalerend en voorzien van een hardstenen omlijsting en tuindeuren op de begane grond. De achtergevel heeft aan beide zijden een hoekvleugel, ieder twee traveeën breed. De ingang bevindt zich aan de achterzijde, is centraal gelegen. De ingangspartij met een dubbele deur waarboven een halfrond Empire-snijraam, is voorzien van een hardstenen omlijsting en een kleine stoep.

Het gebouw heeft zowel op de begane grond als de verdieping 8-ruits Empire schuifvensters, aan de voorzijde voorzien van Louvre luiken. De vensters op de verdieping zijn van een kleiner formaat. Het koetshuis dat rechts van het hoofdgebouw staat, is een nagenoeg symmetrisch, rechthoekig bakstenen gebouw. Achter het afgeplatte schilddak gaan twee zadeldaken schuil, waartussen een zakgoot. Middenvoor op het dak staat een dakruiter met luidklokje en uurwerk. In het midden van het gebouw bevindt zich het voormalige koetshuis met aan de voorzijde een dubbele deur waarboven een hooiluik en aan de achterzijde twee dubbele koetshuisdeuren. Achter de deuren zijn een raamkozijn en deur geplaatst. Dit gedeelte is thans als woonhuis ingericht. Links hiervan is de oorspronkelijke koetsierswoning. Rechts van het koetshuisgedeelte is het bezoekers en informatiecentrum ondergebracht.

Bron: Bunnik Geschiedenis en Architect, Saskia van Ginkel-Meester, 1989, Kerckebosch Uitgeverij.

Gebouwen in de negentiende eeuw in eigendom van Jhr. Hendrik Willem Bosch van Drakestein in de binnenstad van Utrecht. Lange Rietsteeg 2, later Keizerstraat 38 en de Drift 23.

Geschiedenis Landgoed Oud-Amelisweerd vanaf 1795 tot 2019

De Nederlandse Republiek werd in 1795 door Franse troepen veroverd, met hulp van Nederlandse patriotten. Tot 1806 bleef de Bataafse Republiek, zoals Nederland toen werd genoemd, formeel onafhankelijk van Frankrijk, maar in werkelijkheid gebeurde er weinig zonder goedkeuring van de Fransen.

Kasteel en Landgoed Oud-Amelisweerd in 1995 vanuit het zuiden gezien. Foto: Provincie Utrecht, Henk Bol.Kasteel en Landgoed Oud-Amelisweerd in 1995 vanuit het zuiden gezien. Foto: Provincie Utrecht, Henk Bol.

In 1806 benoemde Napoleon zijn broer Lodewijk tot koning van Holland, en werd Nederland een koninkrijk. Daarmee werd de grondslag gelegd voor de latere monarchie. In 1810 zette Napoleon zijn broer af en lijfde hij Nederland bij het Franse Keizerrijk in. Drie jaar later werd Napoleon verslagen en naar Elba verbannen. Nederland werd weer onafhankelijk. Bron: Entoen.nu

Koning Lodewijk Napoleon op Landgoed Oud-Amelisweerd tijdens de inspectie van de wacht. Open Monumenten Dag, gemeente Bunnik, 09-09-2018. Foto: Sander van Scherpenzeel.Koning Lodewijk Napoleon op Landgoed Oud-Amelisweerd tijdens de inspectie van de wacht. Open Monumenten Dag, gemeente Bunnik, 09-09-2018. Foto: Sander van Scherpenzeel.

Nadat Lodewijk Napoleon twee jaar koning was van Nederland koopt hij in 1808 de landgoederen Oud-Amelisweerd en Nieuw-Amelisweerd. De koning had het plan om van Amelisweerd een koninklijke residentie te maken.

Koning Lodewijk Napoleon op Landgoed Oud-Amelisweerd met één van zijn adviseurs in de deuringang. Open Monumenten Dag, gemeente Bunnik, 09-09-2018. Foto: Sander van Scherpenzeel.Koning Lodewijk Napoleon op Landgoed Oud-Amelisweerd met één van zijn adviseurs in de deuringang. Open Monumenten Dag, gemeente Bunnik, 09-09-2018. Foto: Sander van Scherpenzeel.

Op Oud-Amelisweerd wilde hij zelf wonen; op Nieuw-Amelisweerd wilde hij zijn manschappen vestigen. De heerschappij van Lodewijk Napoleon duurde maar kort en in 1810 verdween hij richting Frankrijk.

De Utrechtse Koningsweg en de Bunnikse Koningslaan herinneren nog aan hem.

Lodewijk Napoleon verkoopt Nieuw- en Oud-Amelisweerd dan aan mr. Jan Pieter van Wickevoort Crommelin, die deze beide kastelen mogelijk koopt om ze weer met winst te verkopen, want een jaar later staan de kastelen weer te koop en worden dan gekocht door jhr. mr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. Hij was burgemeester van Utrecht en sinds 5 jaar eigenaar van Drakestein.

Als jonkheer Paulus Wilhelmus in 1834 sterft, vererft Nieuw-Amelisweerd op zijn oudste zoon, jhr. mr. Willem Bosch van Drakestein, terwijl Oud-Amelisweerd vererft op zijn derde zoon jhr. mr. Hendrik Willem Bosch van Drakestein.

Bijna zestig jaar is hij eigenaar van het huis en als hij in 1883 zonder nakomelingen sterft gaat het huis naar zijn zus Elizabeth Cornelia Petronella Bosch van Drakestein, die echter in hetzelfde jaar nog sterft, waarna het huis naar zoon jhr. mr. Wilhelmus Johannes Marie Bosch van Oud-Amelisweerd overgaat.

Huize Oud-Amelisweerd in april 2018. Foto: Sander van Scherpenzeel.Huize Oud-Amelisweerd in april 2018. Foto: Sander van Scherpenzeel.

Het huis blijft tot 1951 in het bezit van de familie. In dat jaar verkoopt de kleindochter van Wilhelmus Johannes, Jkvr. Maria Therese Michiels van Kessenich-Bosch van Oud-Amelisweerd het landgoed aan de Gemeente Utrecht. Ook de pachtboerderijen Zonnewijzer en Willigenburg behoorden daarbij.

Portret van de heer en mevrouw De Wijs, bewoners van het landhuis Oud-Amelisweerd (Koningslaan 9) te Bunnik van 1946 tot 1989. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 825504.Portret van de heer en mevrouw De Wijs, bewoners van het landhuis Oud-Amelisweerd (Koningslaan 9) te Bunnik van 1946 tot 1989. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 825504.


De Achterdijk in Bunnik Vechten gezien vanaf de Rhijnspoorweg vermoedelijk voor 1879. Rechtsachter boerderij De Prins. Links zijn de huisjes aan de Achterdijk 2 t/m 10 nog niet gebouwd die zijn ca. 1880 pas gebouwd in opdracht van Jhr. Hendrik Willem Bosch van Drakestein, Heer van Oud-Amelisweerd. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), beeldbank, identificatienummer P001 (057334).De Achterdijk in Bunnik Vechten gezien vanaf de Rhijnspoorweg vermoedelijk voor 1879. Rechtsachter boerderij De Prins. Links zijn de huisjes aan de Achterdijk 2 t/m 10 nog niet gebouwd die zijn ca. 1880 pas gebouwd in opdracht van Jhr. Hendrik Willem Bosch van Drakestein, Heer van Oud-Amelisweerd. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), beeldbank, identificatienummer P001 (057334).

Vanaf 1 april 1946 huurde de familie De Wijs woonruimte in het huis en die situatie bleef ook zo na de verkoop in 1951, zelfs tot 1989. In dat jaar overleed de weduwe mevr. Theodora de Wijs.

De heer De Wijs betaald de eerste 5 jaar (1946-1951) aan de Jkvr. Marie Thérèse 400 gulden huur voor het huis. Als Oud-Amelisweerd in 1951 in eigendom komt van de gemeente Utrecht wordt de huur 600 gulden. Dat in 12 delen van 50 gulden per maand wordt deze verhuurd. Nadat Maria Therese het huis in het voorjaar van 1946 verlaat verhuurd ze het nog aan haar zoon Jhr. Alphonse Michiels van Kessenich. Ruim 3 jaar huurt hij nog 2 twee kamers van zijn moeder. Alphonse betaald voor de 2 kamers 200 gulden per jaar.

In de loop van 1953 als Utrecht al 2 twee jaar de eigenaar is van het huis en landgoed. Stellen ze vast dat de heer De Wijs al ruim 2 jaar te weinig huur heeft afgedragen. Voor 1951 betrof de huur te samen van De Wijs en Alphonse 600 gulden voor het hele jaar. Maar omdat Alphonse sinds 1948 was vertrokken naar Utrecht. Bleef de heer De Wijs na 1948 die 400 gulden betalen. Een huurovereenkomst die hij mondeling had afgesproken met Marie Therese. En dit niet bij de notaris had vastgelegd. Na de aankoop in 1951 door Utrecht waren ze in de veronderstelling dat er met de opbrengst van de huur van Oud-Amelisweerd 600 gulden binnen zou komen. Een verschil van 200 gulden in huur wat de gemeente Utrecht wilde terug vorderen over 2 jaar. Iets waar de heer De Wijs het natuurlijk absoluut niet mee eens was.

Op de achtergrond Bunnik Vechten te zien, gelegen achter de Rhijnspoorweg op 21 oktober 1985. Huisjes links Achterdijk 2 t/m 10 zijn nog tot 1951 in beheer geweest van Jhr. René Bosch van Drakestein in opdracht van de eigenaresse Jkvr. Marie Thérèse Bosch van Oud-Amelisweerd. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), beeldbank, identificatienummer F001 (056604).Op de achtergrond Bunnik Vechten te zien, gelegen achter de Rhijnspoorweg op 21 oktober 1985. Huisjes links Achterdijk 2 t/m 10 zijn nog tot 1951 in beheer geweest van Jhr. René Bosch van Drakestein in opdracht van de eigenaresse Jkvr. Marie Thérèse Bosch van Oud-Amelisweerd. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), beeldbank, identificatienummer F001 (056604).

In de loop van het jaar 1953 werd in diverse raadsvergaderingen hier over gesproken door Utrechtse raadsleden en het college van burgemeester en wethouders. Sommige stelden dat de heer De Wijs uit het huis te gaan zetten. Maar volgens juriste was hier de grondslag veel te klein voor. Uiteindelijk werd dit geschil opgelost van dat De Wijs 600 gulden per jaar ging betalen voor huis Oud-Amelisweerd. Dit dan uiteindelijk wel contractueel vastgelegd in een huurcontract.

De heer De Wijs was in sommige opzichten ook zeer eigenwijs. In de gemeentelijke dossiers staat te lezen dat hij niet gediend was van dat ladders of steigers op zijn terrein of naast het raam geplaatst zouden worden eind jaren 50. Er moest in die tijd nog wel eens groot onderhoud aan het dak of de goten van Oud-Amelisweerd worden uitgevoerd. Omdat hij dit dus niet toestond staat erin de dossiers geschreven dat de goten letterlijk op instorten stonden. Dus aan de buitenkant instortingsgevaar was. Na het overlijden van mevr. De Wijs in 1989 kwam het huis voor vier jaar in beheer van de Stichting Oud-Amelisweerd. Deze Stichting wist te voorkomen dat bij de boedelverkoop van de meubels van de laatste bewoonster, niet het zeldzame Chinese behang per opbod verkocht werd.

Omgeving tussen Utrecht zuidoost, Bunnik/Rhijnauwen en Houten/Oud-Wulven/Maarschalkerweerd omstreeks 1955. Gebruik van de diverse landerijen in de polder Vechter- en Oudwulverbroek. Diverse landerijen waren van familie Bosch van Drakestein van Nieuw-Amelisweerd en Bosch van Oud-Amelisweerd. Bron: RHC Rijnstreek en Lopikerwaard, waterschap Vechter- en Oudwulverbroek H022 149.Omgeving tussen Utrecht zuidoost, Bunnik/Rhijnauwen en Houten/Oud-Wulven/Maarschalkerweerd omstreeks 1955. Gebruik van de diverse landerijen in de polder Vechter- en Oudwulverbroek. Diverse landerijen waren van familie Bosch van Drakestein van Nieuw-Amelisweerd en Bosch van Oud-Amelisweerd. Bron: RHC Rijnstreek en Lopikerwaard, waterschap Vechter- en Oudwulverbroek H022 149.

Van 2014 tot 2018 was Museum Oud-Amelisweerd in het huis gevestigd.

Sinds het voorjaar van 2019 is er een pop-up museum gevestigd in huize Oud-Amelisweerd.

In de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw moest je als buitenstaander als je het landgoed wilde bezoeken een toegangskaart hebben. Leden van de ANWB en Natuurmonumenten die door hun lidmaatschap al een wandelkaart hadden gratis toegang tot het landgoed. Er was in die tijd een zelfs een parkwachter de heer Kalk. Misschien was deze heer Kalk wel streng. In de gemeentelijke dossiers staat te lezen dat hij zelf een bekeuring gaf aan iemand die met de fiets aan de hand over het wandelpad liep. Iets waar we vandaag de dag niks meer bij voor kunnen stellen.

Verder was er nog een bedrijf eind jaren vijftig die opperde om van het landgoed een sprookjespark te maken. De gemeente Utrecht ging hier al heel snel niet mee akkoord. Anders was erop de dag vandaag een Utrechtse Efteling in Bunnik geweest.

Eigenaren van Oud-Amelisweerd tussen 1808 en 1951

Portret van Willem Eugene Bosch (van Oud-Amelisweerd) in 1889. (1864-1935). Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Portret van Willem Eugene Bosch (van Oud-Amelisweerd) in 1889. (1864-1935). Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.

1.   Van 1808 tot 1810 Koning Lodewijk Napoleon (koop)
2.   Van 1810 tot 1811 Mr. Jan Pieter van Wickevoort Crommelin (koop)
3.   Van 1811 tot april 1834 Jhr. mr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein (koop)
4.   Van april 1834 tot 1883 Jhr. mr. Hendrik Willem Bosch van Drakestein (zoon)
5.   In 1883 Jkvr. Elizabeth Cornelia Petronella Bosch van Drakestein (zus)
6.   Van 1883 tot 1899 Jhr. mr. Wilhelmus Johannes Marie Bosch van Oud-Amelisweerd (zoon)
7.   Van 1899 tot 1935 Jhr. Willem Eugène Bosch van Oud-Amelisweerd (zoon)

8.   Van 1935 tot 1951 Jkvr. Marie Thérèse Bosch van Oud-Amelisweerd (dochter)

9.   Vanaf 1951 tot op heden de gemeente Utrecht        

Portret van Willem Eugene Bosch (van Oud-Amelisweerd) 1864-1935. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Portret van Willem Eugene Bosch (van Oud-Amelisweerd) 1864-1935. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.

Jkvr. Marie Thérèse Bosch van Oud-Amelisweerd. Geboren 26 april 1898 te Utrecht, Utrecht. Overleden 10 mei 1968 te Utrecht, Utrecht. Trouwde in het jaar 1922 met Jhr. Felix Hubert Marie Michiels van Kessenich. Geboren 20 oktober 1895 te Meerssen, Limburg. Overleden 30 december 1974 te Utrecht, Utrecht. Marie en Felix liggen begraven op de St. Barbara begraafplaats te aan de Prinsesselaan 2  te Utrecht Oudwijk. Bron: Genealogieonline.nl

Kinderen uit dit huwelijk:

A.   Jkvr. A.M.O Michiels van Kessenich

B.   Jhr. Alphonse .M.W.P. Michiels van Kessenich. Geboren 26 juli 1924 te Teteringen, Noord-Brabant en overleden op 1 maart 2010, Amsterdam, Noord-Holland op 85 jarige leeftijd.

C.   Jhr. H.M. Michiels van Kessenich

D.   Jhr. G.M.L.G. (Garbrielle Marie Louise Georgi) Michiels van Kessenich. Geboren 1 juni 1930 te Utrecht, Utrecht en overleden op 6 maart 2001 te Zwolle, Overijssel.

Bron: A B C D Delpher.nl De Telegraaf 04-01-1975 B D: Online-familieberichten.nl

Laatste generatie Bosch van Oud-Amelisweerd

Jhr. mr. Wilhelmus Johannes Marie Bosch van Oud-Amelisweerd (1829-1899) was van 1883 tot 1899 eigenaar van het landgoed Oud-Amelisweerd. Hij trouwde in 1859 met Anna Catharina van de Poll (1833-1916). Uit dit huwelijk komen 4 zonen en 1 dochter voort: A B C D E

Jhr. Jan Willem Marie Bosch van Oud-Amelisweerd. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Jhr. Jan Willem Marie Bosch van Oud-Amelisweerd. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.

A.   Jhr. Jan Willem Marie Bosch van Oud-Amelisweerd (1860-1941)

B.   Jhr. Frederik Herman Hendrik Bosch van Oud-Amelisweerd (1861-1942)

C.   Jkvr. Maria Henriëtta Paulina Bosch van Oud-Amelisweerd (1862-1945)

D.   Jhr. Willem Eugène Bosch van Oud-Amelisweerd (1864-1935)

E.   Jhr. Paul Lodewijk Hendrik Bosch van Oud-Amelisweerd (1865-1931)

De oudste zoon van Jhr. Wilhelmus Johannes Marie, Jhr. Jan Willem Marie trouwde in 1892 met Lucia Anna Maria Blankenheym (1869-1943).

Uit dit huwelijk komen 2 dochters en 1 zoon voort: AA AB AC

AA.   Jkvr. Johanna Ida Maria Catharina Bosch van Oud-Amelisweerd (1893-1966)

Gezicht op de voor- en zijgevel van het pand Emmalaan 10 te Abstede, Utrecht op 29 augustus 1979. In de twintigste eeuw het woonhuis van Jhr. Jan Willem Marie Bosch van Oud-Amelisweerd. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 21115.Gezicht op de voor- en zijgevel van het pand Emmalaan 10 te Abstede, Utrecht op 29 augustus 1979. In de twintigste eeuw het woonhuis van Jhr. Jan Willem Marie Bosch van Oud-Amelisweerd. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 21115.


Gezicht op de voorgevel van het pand Emmalaan 10 te Abstede, Utrecht op 29 augustus 1979. In de twintigste eeuw het woonhuis van Jhr. Jan Willem Marie Bosch van Oud-Amelisweerd. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 21116.Gezicht op de voorgevel van het pand Emmalaan 10 te Abstede, Utrecht op 29 augustus 1979. In de twintigste eeuw het woonhuis van Jhr. Jan Willem Marie Bosch van Oud-Amelisweerd. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 21116.


Gezicht op de voorgevel van het huis Van Hogendorpstraat 15 te Abstede Utrecht op 11 april 1999. Hier woonde de dochter van Jhr. Jan Willem Marie Bosch van Oud-Amelisweerd, Jkvr. Maria Antonia Catharina Gerardina Bosch van Oud-Amelisweerd (1900-1988) een groot deel van haat leven heeft gewoond. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 19012.Gezicht op de voorgevel van het huis Van Hogendorpstraat 15 te Abstede Utrecht op 11 april 1999. Hier woonde de dochter van Jhr. Jan Willem Marie Bosch van Oud-Amelisweerd, Jkvr. Maria Antonia Catharina Gerardina Bosch van Oud-Amelisweerd (1900-1988) een groot deel van haat leven heeft gewoond. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 19012.


Gezicht op de voorgevel van het huis Van Hogendorpstraat 13 te Abstede Utrecht op 11 april 1999. Dit pand was het eigendom van de dochter van Jhr. Jan Willem Marie Bosch van Oud-Amelisweerd, Jkvr. Maria Antonia Catharina Gerardina Bosch van Oud-Amelisweerd (1900-1988). Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 19062.Gezicht op de voorgevel van het huis Van Hogendorpstraat 13 te Abstede Utrecht op 11 april 1999. Dit pand was het eigendom van de dochter van Jhr. Jan Willem Marie Bosch van Oud-Amelisweerd, Jkvr. Maria Antonia Catharina Gerardina Bosch van Oud-Amelisweerd (1900-1988). Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 19062.


In 1910 woonde Jhr. Willem Eugene (W.E.) Bosch van Oud-Amelisweerd op de Biltstraat 118, volgens het telefoonboek van de regio Utrecht. Hij huurde het huis van een organisatie. Volgens het kadaster was hij niet de eigenaar van het pand. Pand aan de Biltstraat 118. Bron: Google Maps Streetview.In 1910 woonde Jhr. Willem Eugene (W.E.) Bosch van Oud-Amelisweerd op de Biltstraat 118, volgens het telefoonboek van de regio Utrecht. Hij huurde het huis van een organisatie. Volgens het kadaster was hij niet de eigenaar van het pand. Pand aan de Biltstraat 118. Bron: Google Maps Streetview.


In 1910 woonde Jhr. Jan Willem Marie (J.W.M.) Bosch van Oud-Amelisweerd op aan de Kromme Nieuwegracht 22, volgens het telefoonboek van de regio Utrecht. Hij huurde het huis van een organisatie. Volgens het kadaster was hij niet de eigenaar van het pand. Pand aan de Kromme Nieuwegracht 22. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 61038.In 1910 woonde Jhr. Jan Willem Marie (J.W.M.) Bosch van Oud-Amelisweerd op aan de Kromme Nieuwegracht 22, volgens het telefoonboek van de regio Utrecht. Hij huurde het huis van een organisatie. Volgens het kadaster was hij niet de eigenaar van het pand. Pand aan de Kromme Nieuwegracht 22. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 61038.


Gezicht op de voorgevel van het huis Oorsprongpark 10 te Utrecht, vanuit het noordoosten gezien. Hier woonde Jkvr. Marie Thérèse Bosch van Oud-Amelisweerd met haar echtgenoot Jhr. Felix Hubert Marie Michiels van Kessenich vanaf 1946 tot aan haar overlijden in 1968. De woning was al in het begin van de twintigste eeuw door haar vader Jhr. Willem Eugene Bosch van Oud-Amelisweerd aangekocht. Na zijn overlijden in 1935 kwam het huis in het bezit van zijn dochter Jkvr. Marie Thérèse Bosch van Oud-Amelisweerd. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 66079.Gezicht op de voorgevel van het huis Oorsprongpark 10 te Utrecht, vanuit het noordoosten gezien. Hier woonde Jkvr. Marie Thérèse Bosch van Oud-Amelisweerd met haar echtgenoot Jhr. Felix Hubert Marie Michiels van Kessenich vanaf 1946 tot aan haar overlijden in 1968. De woning was al in het begin van de twintigste eeuw door haar vader Jhr. Willem Eugene Bosch van Oud-Amelisweerd aangekocht. Na zijn overlijden in 1935 kwam het huis in het bezit van zijn dochter Jkvr. Marie Thérèse Bosch van Oud-Amelisweerd. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 66079.




AB.   Jkvr.  Maria Antonia Catharina Gerardina Bosch van Oud-Amelisweerd. Geboren 1 mei 1900 te Amsterdam, Noord-Holland en ze overleed op 7 oktober 1988 op 88 jarige leeftijd. Zij werd bijgezet in een graf op de begraafplaats St. Barbara begraafplaats in Utrecht, gelegen aan de Prinsesselaan 2. Diverse leden van familie Bosch van Oud-Amelisweerd zijn op deze begraafplaats begraven in de diverse familegraven. Jkvr.  Maria Antonia Catharia Gerardina Bosch van Oud-Amelisweerd was de laatste levende Bosch van Oud-Amelisweerd die in 1988 sterft. Waardoor de familielijn en naam in dat jaar uitsterft. Jkvr. Maria Antonia Catharia Gerardina was een volle nicht van Jkvr. Marie Thérèse Bosch van Oud-Amelisweerd die als laatste het landgoed Oud-Amelisweerd in bezit had tot 1951. Marie Thérèse overleed in het jaar 1968. Twintig jaar eerder dan haar nicht die in 1988 sterft.

Jkvr. Marie Thérèse Bosch van Oud-Amelisweerd haar vader was Jhr. Willem Eugène Bosch van Oud-Amelisweerd die weer de broer was van Jhr. Jan Willem Marie Bosch van Oud-Amelisweerd.

AC.   Jhr. Willem Louis Gerard Marie Bosch van Oud-Amelisweerd (1902-1980).

Dr. Hendrick Willem Bosch (1768-1800) en Jhr. Hendrik Willem Bosch van Drakestein (1805-1883)

Portret van dr. Hendrick Willem Bosch (1768-1800), ca. 1790-1800. Aangekocht in 2000 door het Centraal Museum te Utrecht. Hendrick Willem Bosch (Utrecht 1768 - Utrecht 1800), studeerde medicijnen en promoveerde op een proefschrift over het gebruik en misbruik van opium. Na de omwenteling in 1795 stortten dr. Bosch en zijn broer Paulus Wilhelmus, die advocaat was, zich in de lokale politiek, waarvan zij als katholieken tot dan toe uitgesloten waren geweest. Laatstgenoemde werd lid van het overgangsbestuur, dat verkiezingen moest voorbereiden. Op 21 april 1795 werd een gemeenteraad gekozen. Hendrik Willem Bosch was een van de gekozenen. Hij behoorde tot de gematigden in de raad die vonden dat de revolutie niet mocht ontsporen. Vervolgens speelde hij ook in de provinciale politiek een rol. Door een radicale wending van de revolutie in januari 1798 kwam hij aan de kant te staan. Bron: CentraalMuseum.nlPortret van dr. Hendrick Willem Bosch (1768-1800), ca. 1790-1800. Aangekocht in 2000 door het Centraal Museum te Utrecht. Hendrick Willem Bosch (Utrecht 1768 - Utrecht 1800), studeerde medicijnen en promoveerde op een proefschrift over het gebruik en misbruik van opium. Na de omwenteling in 1795 stortten dr. Bosch en zijn broer Paulus Wilhelmus, die advocaat was, zich in de lokale politiek, waarvan zij als katholieken tot dan toe uitgesloten waren geweest. Laatstgenoemde werd lid van het overgangsbestuur, dat verkiezingen moest voorbereiden. Op 21 april 1795 werd een gemeenteraad gekozen. Hendrik Willem Bosch was een van de gekozenen. Hij behoorde tot de gematigden in de raad die vonden dat de revolutie niet mocht ontsporen. Vervolgens speelde hij ook in de provinciale politiek een rol. Door een radicale wending van de revolutie in januari 1798 kwam hij aan de kant te staan. Bron: CentraalMuseum.nl

Theodorus Gerardus Bosch (1726-1802) trouwt te Utrecht op 28 januari 1764 met Cornelia van Bijleveld (1746-1823).

Uit dit huwelijk komen 2 zonen en 2 dochters voort: A B C D

A.   Elisabetha Maria Bosch, gedoopt op 12 augustus 1765

B.   Henrick Wilhelmus Bosch, gedoopt op 24 april 1768 overleden in 1800, trouwde in 1797 met Sara Elizabeth Schmid:

Uit dit huwelijk komen 2 zonen voort: BA BB

BA.   Theodorus Gerardus Bosch, gedoopt op 27 november 1797 en overleden in 1802

BB.   Johannes Wilhelmus Henricus Bosch (Van Oud-Amelisweerd), gedoopt 22 juli 1799 en overleden op 5 juli 1851, lid van de Eerste Kamer der Staten Generaal, trouwde met Elisabeth Cornelia Petronella Bosch van Drakestein, Vrouwe van Oud-Amelisweerd (dochter van Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein).

Uit dit huwelijk komt 1 zoon en 1 dochter voort: BBA BBB

BBA.   Jhr. Wilhelmus Johannes Marie Bosch van Oud-Amelisweerd geboren 22 mei 1822 en overleden op 29 augustus 1899 hij werd 70 jaar oud.

BBB.   Elisabeth Henriëtte Johanna Bosch geboren in 1833 en overleden in 1884 op 51 jarig leeftijd. Zij trouwt in 1852 met haar neef Paulus Jan Bosch van Drakestein, zoon van Fredericus Ludovicus Herbertus Joannes Bosch van Drakestein. Uit dit huwelijk komen 7 kinderen voort, 2 dochters en 5 zonen.

C.   Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch (Van Drakestein), gedoopt op 13 november 1771 en overleden in april 1834, trouwt op 10 december 1797 met Henriëtte Hofmann (1775-1839). Eigenaar  van Voorstraat 85-87, Janskerkhof 17 en perceel Voorstraat 63 oud te Utrecht. Bron: Huizenaanhetjanskerkhof.nl

Jhr. Paulus Jan Bosch van DrakesteinJhr. Paulus Jan Bosch van Drakestein

Families Bijleveld, Bosch (van Drakestein-, Van Oud-Amelisweerd) en Michiels van Kessenich hadden aan het einde van de achttiende eeuw en de eerste vijfentwintig jaar van de negentiende eeuw meer vastgoed dan we hier op deze pagina staat beschreven. Het gaat dan voornamelijk om binnenstedelijk panden binnen Utrecht stad. Deze heeft de stichting verder niet uitgezocht. Historisch bewoningsonderzoek in de binnenstad van Utrecht en de eigendomsverhouding daarin in het eind van de achttiende eeuw is namelijk niet het onderzoeksgebied en de kunde van de stichting.

De stichting heeft zich voornamelijk gericht op betrouwbaar krantenonderzoek uit kranten van de achttiende-, en begin negentiende eeuw, gehaald uit de database Delpher.nl van de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag. In kranten werden in die tijdsperiode divers vast-, en onroerend goed te koop aangeboden of aangekondigd voor aanstaande veilingen.

De grote in oppervlakten van (Ridder)hofsteden, landerijen en landgoederen in morgen of hectaren die waren te herleiden naar een goede locatie, die heden te vinden zijn op onlinekaarten over de provincies Utrecht en Gelderland. Zijn het dat de stichting ervoor gekozen heeft deze aankopen van vast-, en onroerende goederen van boven genoemde families te onderzoeken en erover te publiceren. Het is niet uitgeloten dat zij meer hadden in vast-, en onroerend goed. Gelegen in andere provincies of steden/dorpen buiten de provincies Utrecht en Gelderland.

Aankoop informatie en/of verervingen van families Bosch en Bijleveld zijn ook uit de online database van getranscribeerde notariële akten van Het Utrechts Archief gehaald.

Na het overlijden van Paulus Willhelmus Bosch van Drakestein en zijn neef Jan Willem Hendrik Bosch zijn erin de loop van de negentiende eeuw nog diverse familieleden Bosch geweest die ook andere stukken land kochten. Om van de opbrengst van de pachten te rentenieren. De stichting heeft de meest van deze aankopen niet meegenomen in het hieronder omschreven overzicht.

Verpachting van tienden op diverse landbouwgronden in de ambachtsheerlijkheid Ommeren op vrijdag 17 april 1665. Bron: Het Utrechts Archief, archief Bosch van Drakestein 635 32.Verpachting van tienden op diverse landbouwgronden in de ambachtsheerlijkheid Ommeren op vrijdag 17 april 1665. Bron: Het Utrechts Archief, archief Bosch van Drakestein 635 32.

Op vrijdag 17 april 1665 wordt erop een fiche een nieuwe verpachtingsronden gehouden door de toenmalige houder van de tiendrechten in de ambachtsheerlijkheid Ommeren en Lienden (Gelderland). In de zeventiende eeuw behoorde deze tiendrechten bij diverse aanzienlijke lieden die in de omgeving van het dorp (kerspel) van Ommeren woonde. Later vermoedelijk eind 18e eeuw is het tiendrecht overgegaan naar de Heer van Drakestein en De Vuursche.

Bij het opmaken van de Memories van Successie van Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein in 1834. Wordt er geschreven over het recht op tiendheffing (recht) op diverse landerijen en landbouwgronden in de gemeente Lienden bij en om het dorp Ommeren in de provincie Gelderland. Een tiend was het recht op het heffen van opbrengsten op landbouwgronden of boomgaarden om een tiende gedeelte hiervan af te staan aan de heer die het recht op de tiendheffing had. Het tiendrecht is in de jaren tien van de twintigste eeuw afgeschaft en afgekocht. Destijds door de toenmalige grootgrondbezitters van die tijd. Vermoedelijk heeft familie Bosch van Drakestein ook in deze tijd het tiendrecht bij Ommeren afgekocht.

Wegen en watergangen kaart van het dorp Ommeren in de voormalige gemeente Lienden. Bron: Regionaal Archief Rivierenland Tiel 0669 102.Wegen en watergangen kaart van het dorp Ommeren in de voormalige gemeente Lienden. Bron: Regionaal Archief Rivierenland Tiel 0669 102.

Op maandag 8 augustus 1735 werd ten overstaan van notaris Johannes Sluyterman te Utrecht door Hendrik Willem als voogd van zijn onmondige zoon Theodorus Gerardus Bosch 8 morgen bouw en weiland aangekocht naast het Uurdijkje gelegen in 't Goy. Bij de koop behoorde ook 3 en halve morgen en 9 roeden land en een halve morgen land in erfpacht bij het kapittel Ten Dom te Utrecht. Gelegen tussen de Tuurdijk ten het noordoosten en Beusichemseweg in het zuidwesten. Na het overlijden van Theodorus in 1802 vererven de landerijen in 't Houten bij Houten op zijn zoon Paulus Wilhelmus Bosch. In 1832 zijn de landerijen in het bezit van de neef van Paulus, Jan Hendrik Willem Bosch. Maar behoren dan bij de landerijen van boerderij Schoneveld (Leedijkerhout 15-17). 

Bron: Het Utrechts Archief 34-4 U178a004 aktenummer 182 08-08-1735.

Gronden aangekocht op 08-08-1735 door Hendrik Bosch voor zijn onmondige zoon Theodorus Gerardus Bosch. Na zijn overlijden in 1802 komen ze in het bezit van Paulus Wilhelmus Bosch. Situatie op de kaart ingetekend op 1 oktober 1832.Gronden aangekocht op 08-08-1735 door Hendrik Bosch voor zijn onmondige zoon Theodorus Gerardus Bosch. Na zijn overlijden in 1802 komen ze in het bezit van Paulus Wilhelmus Bosch. Situatie op de kaart ingetekend op 1 oktober 1832.

In het HISGIS systeem van Ad van Ooststroom staat al te lezen dan Jan van Bijlveld in 1745 al een stuk land aan de (heden) 2e Daalsedijk in Utrecht Zuilen bezat. Na zijn overlijden in 1769 komt het land toe aan zijn dochter Cornelia van Bijleveld. Haar man Theodorus Gerardus Bosch voert het beheer erover. Na het overlijden van Cornlia in 1823 komt het land toe aan Paulus Bosch van Drakestein. Later in de negentiende eeuw komt het land aan de 2e Daalsedijk toe aan familie Bosch van Oud-Amelisweerd.

Heden is op het stuk grond de Cartesiusweg, Station Utrecht Zuilen en de St. Josephlaan aangelegd en gebouwd.

  • Het stuk grond wat al vanaf 1745 in het bezit was van familie Van Bijleveld. Later het eigendom van familie Bosch van Oud-Amelisweerd in Utrecht Zuilen aan de 2e Daalsedijk. Bron: HISGIS Utrecht.
  • Heden de Cartesiusweg, Station Utrecht Zuilen de St. Jozephlaan in Zuilen. Die nu zijn aangelegd en gebouwd op de vroegere gronden van familie Bosch van Oud-Amelisweerd. Bron: Openstreetmap.org.
  • Heden de Cartesiusweg, Station Utrecht Zuilen de St. Jozephlaan in Zuilen. Die nu zijn aangelegd en gebouwd op de vroegere gronden van familie Bosch van Oud-Amelisweerd. Bron: Kadastralekaart.com.

In het jaar 1747 staat in het hoefslaggeld vermeld (belasting) dat Hendrik Bosch de eigenaar is van de boerderij met landerijen in de gemeente Woerden, Kamerik Teckop, Teckop 15. Tot het jaar 1802 zullen met een redelijk zekerheid de boerderij en landerijen vererven op de broers van Hendrik Bosch, via Willem Bosch tot aan zijn broer Theodorus Gerardus Bosch. Na zijn overlijden in 1802 zal de boerderij met landerijen toe bekomen aan zijn weduwe Cornelia van Bijleveld. Na haar overlijden in 1823 komt het land aan de Teckop 15 toe aan haar dochter Cornelia Jacoba Bosch. Haar echtgenoot Hendrik Joseph Baron Michiels van Kessenich beheerd het vast-, en ontroerend goed. Wat Cornelia Jacoba van haar overleden moeder geërfd had. In de achttiende eeuw en tijden daarna was het gebruikelijk dat gehuwde vrouwen die na het overlijden van een directe familielid veel bezitting erfde. Dat deze toekwamen aan hun echtgenoot.

Bron: HISGIS Utrecht, Ad van Ooststroom.

  • Land in de gemeente Woerden, Kamerik Teckop, Teckop 15 in geel gearceerd wat van de familie Michiels van Kessenich was op 1 oktober 1832 bij de invoering van het kadaster. Bron: HISGIS Utrecht
  • Land heden in de gemeente Woerden, Kamerik Teckop, Teckop 15 wat in 1832 van familie Michiels van Kessenich is geweest. Bron: Kadastralekaart.com.

In het jaar 1750 staat in het hoefslaggeld vermeld dat Willem Bosch de eigenaar is van de boerderij met landerijen aan de Kamerik Mijzijde, Mijdzijde 148. In 1801 overlijd Willem Bosch en komt de boerderij met land in het bezit van zijn broer Theodorus Gerardus Bosch. Hij overlijd een jaar later in 1802. In het kadaster van 1832 staat dat de weduwe van Theo, Cornelia van Bijlveld de eigenaresse is van land en boerderij. Dit is wel opmerkelijk want zij overlijd in 1823, ruim 9 jaar eerder. Dus mag aangenomen dat Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein vanaf die tijd de eigenaar was.

Bron: HISGIS Utrecht, Ad van Ooststroom.

  • Land met boerderij in geel gearceerd in Kamerik Mijzijde, Mijzijde 148. Sinds 1750 het eigendom geweest van familie Bosch (Van Drakestein). Bron: HISGIS Utrecht.
  • Land met boerderij in Kamerik Mijzijde, Mijzijde 148. Sinds 1750 het eigendom geweest van familie Bosch (Van Drakestein). Bron: HISGIS Utrecht.
  • Heden het land in Kamerik Mijzijde, Mijzijde 148. Bron: kadastralekaart.com


Jhr. Franciscus Bernardus Hubertus Michiels van Kessenich (Roermond, 22 juli 1802 – aldaar, 1 juni 1881) was een Nederlands jonkheer, advocaat en politicus voor de Katholieken en de Liberalen. Frans Bernard is de neef van Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. Foto: Wikipedia Franciscus Bernardus Hubertus Michiels van Kessenich.Jhr. Franciscus Bernardus Hubertus Michiels van Kessenich (Roermond, 22 juli 1802 – aldaar, 1 juni 1881) was een Nederlands jonkheer, advocaat en politicus voor de Katholieken en de Liberalen. Frans Bernard is de neef van Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. Foto: Wikipedia Franciscus Bernardus Hubertus Michiels van Kessenich.

Op donderdag 30 mei 1754 werd ten overstaan van de Utrechtse notaris Luyt van der Pauw boerderij De Hoed, gelegen te Vleuten verkocht. De gemachtigde in de verkoop was Hendrik van den Bosch. Verkoper was Isaacq de I' Espaul van beroep lid van de veertig raad van Delft. Koper van Den Hoed was Theodorus Gerardus Bosch van beroep koopman te Utrecht.

Fragment van omschrijving van Den Hoed in de notariële akte:

hofstad en huysinge met 26 mergen zoo boomgaert als bouwlandt ca, te Vleuten, genaamd Den Hoedt.

Na het overlijden van Theodorus Gerardus Bosch in 1802 gaat boerderij Den Hoed over op zijn schoonzoon Hendrik Joseph Baron Michiels van Kessenich. Hij is getrouwd in 1793 met Cornelia Jacoba Bosch. Zij is de zus van Paulus Wilhelmus Bosch. Uit het huwelijk van Cornelia Jacoba Bosch met Hendrik Joseph komen twee zonen. Johan Alexander Hubert Baron Michiels van Kessenich (1800-1863) en Frans Bernhard Hubert Jonkheer Michiels van Kessenich (1802-1881).

Bron: Het Utrechts Archief Notarissen in de stad Utrecht 34-4 U205U009, aktn. 79, 30-05-1754.

  • Huize Den Hoet ingetekend op een kaart uit 1556 te Vleuten. Bron en foto: Wikipedia Den Hoet.
  • Landerijen behorend bij boerderij Den Hoed in 1832 te Vleuten. Landerijen in het doorschijnend geel, behorend bij Den Hoed. Kaart uit ca. 1880-1900. Bron: HISGIS Utrecht.
  • Landerijen behorend bij boerderij Den Hoed in 1832 te Vleuten. Landerijen in het geel, behorend bij Den Hoed. Kaart uit ca. 1880-1900. Bron: HISGIS Utrecht.
  • De huidige plek in Vleuten aan de Verlengde Utrechtseweg 83 t/m 85 waar in de zeventiende eeuw huize Den Hoed heeft gestaan. Bron: Kadastralekaart.com
  • Oprit van een huis te Vleuten aan de Verlengde Utrechtseweg 83 t/m 85 waar in de zeventiende eeuw huize Den Hoed heeft gestaan. Foto: Wikipedia Den Hoed.


Beschrijving van Den Hoet volgens Wikipedia Den Hoet

Den Hoet was een versterkt huis uit de middeleeuwen aan de weg tussen Utrecht en Vleuten. Het lag in een lus van de inmiddels verdwenen rivier de Rijn. Het terrein waarop het zich bevond is bewaard gebleven. Het nog aanwezige toegangshek, dat dateert uit de 16e eeuw, is een rijksmonument. Op het terrein staat thans een boerderij met de naam Den Hoet, een gemeentelijk monument. Vroeger was de omgeving ervan landelijk gebied, thans stedelijk gebied: de buurt Het Zand in de Utrechtse wijk Leidsche Rijn. In de directe omgeving van de boerderij Den Hoet is een straat met dezelfde naam.

Over het ontstaan van Den Hoet is weinig bekend. De eerste vermelding komt voor op een kaart uit 1556, waarop een omgracht huis met trapgevels staat afgebeeld. Het huis was een leen van kasteel Ruwiel, gelegen bij Oud-Aa, gemeente Stichtse Vecht.
Het versterkte huis Den Hoet was destijds gelegen bij de aansluiting van de gegraven Vleutense Wetering op de oude Rijnloop direct aan de noordwestzijde van de Hoge Weide.
Den Hoet ontwikkelde zich tot een grote buitenplaats, blijkens een omschrijving uit 1671. Hierin is sprake van een complex met: visscherije, cingels, graften, boomgaerde, bouwhuys, brouwhuys, bergen, schuijren ende vordere appendirien, mitsgaders d'landen daer aen behoorende ende annex gelegen groot te saemen omtrent ses en twintigh morgen lands. In de achttiende eeuw is het huis waarschijnlijk vervallen geraakt en gesloopt. In 1741 is namelijk sprake van een hofstede en niet meer van een kasteel of buitenplaats.
De huidige dwarshuisboerderij werd grotendeels in 1917 gebouwd. Overblijfselen van het oude Den Hoet zijn beschermd als archeologisch monument. De boerderij zelf is een gemeentelijk monument, terwijl een 16e-eeuws hekwerk van de boerderij de status van rijksmonument heeft. Rond de boerderij loopt een ringsloot, waarschijnlijk de slotgracht van het oude Den Hoet.

Op donderdag 27 juli 1758 wordt ten overstaan van de Utrechtse notaris Luyt van der Pauw het onroerend goed van de overleden heer Gerrit Dykmans verkocht. De executeur testamentair zijn Gerard van Wieringen en Dirk Oskamp. Uit zijn nalatenschap behoorde bij de verkoop een huis aan de rivier de Vecht bij de Bemuurde Weerd, de windkorenmolen 't Fortuyn, staande op de stadswal van Utrecht bij de Catharijnepoort en een huis met 2,5 morgen boomgaard alsook weiland gelegen aan Breudijk 53-51 te Harmelen. Koper van al het goed is Willem Bosch. Willem overlijd in 1801 en uit zijn nalatenschap komt het land toe aan zijn broer Theodorus Gerardus Bosch. Theo overlijd in 1802. Na zijn overlijden komt het land naar alle waarschijnlijkheid toe aan zijn vrouw Cornelia van Bijlveld of zoon Paulus Wilhelmus Bosch. Bij de invoering van het kadaster op 1 oktober 1832 staat in ieder geval te lezen dat het land in bezit is van Paulus.

Op donderdag 27 juli 1758 koopt Willem Bosch een stuk boomgaard alsook weiland aan, gelegen aan de Breudijk 53-51 te Harmelen. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein, de neef van Willem is in 1832 de eigenaar. Bron: HISGIS Utrecht.Op donderdag 27 juli 1758 koopt Willem Bosch een stuk boomgaard alsook weiland aan, gelegen aan de Breudijk 53-51 te Harmelen. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein, de neef van Willem is in 1832 de eigenaar. Bron: HISGIS Utrecht.

Op zaterdag 26 mei 1764 werd ten overstaan van de Utrechtse notaris Zeeger Coenraad van Leenen een: zekere huysinge, erve, hoff, stallinge en koetshuys verkocht, gelegen aan de Weerdsgragte. Het tweede erbij verkochte object betrof een huyzinge en erve ook gelegen aan de Weerdsgragt in het gerecht van de Bemuurde Weerd, westzyde van de Kleyne Sluys. De verkopende partij was Johannes Nicolaas Oosterhuyze. Kopers waren Willem Bosch en zijn jongere broer Theodorus Gerardus Bosch.

Het hierboven omschreven objecten stonden als je het vandaag de dag bekijkt aan Bemuurde Weerd Westzijde, Kaatstraat, Oudenoord en Raamstraat, in het vroegere gerecht Lauwerecht. De Raamstraat behoorde ook bij het eigendom van de broers Bosch. In de boedelscheiding van Willem Bosch uit 1801 zien we dat huizen met erve, hof en stallingen niet erbij inbegrepen zitten. Bij de aankoop uit 1764 was Theo ook de eigenaar van het hele spul. Na het overlijden van Theo in 1802 zal het onroerend goed aan Bemuurde Weerd aan de rivier de Vecht over zijn gegaan naar zijn vrouw, weduwe Cornelia van Bijleveld. Na haar overlijden. Is dit vast-, en onroerend goed overgaan naar haar kleinzoon Jan Willem Hendrik Bosch. Dat is ook terug te zien bij de invoering van het kadaster op 1 oktober 1832 dar Jan Willem Hendrik de eigenaar is. Waarna hierna aangenomen mag worden dat het onroerend goed nog een korte tijd in de familie Bosch van Oud-Amelisweerd is gebleven. Jan Willem Hendriks zoon is de stamvader van de nieuwe familietak Bosch van Oud-Amelisweerd.

Bron: Het Utrechts Archief 34-4 U207a008 aktenummer 75 26-05-1764.

Op de eerste kaart in de viewer (hieronder) is nog een klein ander stukje land geel gearceerd. Meer vanaf het noorden gezien vanaf de stad ten westen van rivier de Vecht. Dit perceel is van een zekere Bernardus Bosch. Hij is zeker geen lid van de familie Bosch van Drakestein 

In de tweede helft van de negentiende eeuw werd aan de Oudenoord en de Kaatstraat de Brood- en meelfabriek De Korenschoof opgericht en gebouwd. Wikipedia De Korenschoof (Utrecht) schrijft hier het volgende over:

De Korenschoof was een brood- en meelfabriek in de Nederlandse stad Utrecht.

De fabriek opende begin 19e eeuw langs de rivier de Vecht aan de Kaatstraat. Zij werd gevestigd op het terrein van Zijdebalen waarbij gebruik werd gemaakt van de oude textielindustrie die hier kort daarvoor gesloten was. In 1885 werd De Korenschoof tevens een brood- en banketbakkerij. In de stad Utrecht had ze meerdere bakkerswinkels, later Lubro-winkels. In 1938 sloot de broodfabriek, de meelfabriek hield het nog uit tot 1970. Rond 1978 is de fabriek gesloopt.

De brood en meel fabriek werd gebouwd op de gronden die eerder van de familie Bosch van Oud-Amelisweerd waren geweest.

  • Op zaterdag 26 mei 1764 kochten de broers Willem en Theo Bosch, twee huizen met erf, hof en stalling aan in de Bemuurde Weerd Westzijde. Te zien in geel gearceerd. Bron: HISGIS.nl Utrecht.
  • Appartementengebouw op de hoek van de Oudennoord en de Kaatstraat waar eens vroeger bakkerij De Korenschoof stond. Daarvoor de landerijen van Jan Willem Hendrik Bosch. Situatie zoals het heden is. Bron: Kadastralekaart.com
  • Huis met tuin aan de Bemuurde Weerd Westzijde in Lauwerecht (heden) waar eens in 1832 het vast-, en onroerend goed van Jan Willem Hendrik Bosch stond. Bron: Kadastralekaart.com
  • In het jaar 1892 worden er diverse huizen gebouwd aan de Oudenoord. Op het vroegere hof of erf van Jan Willem Hendrik Bosch. Bron: Kadasterarchiefviewer (1832-1987).
  • In 1895 worden drie huizen aan de Bemuurde Weerd Westzijde her-ingemeten. Een van de naastgelegen panden was in 1832 van Jan Willem Hendrik Bosch. Bron: Kadasterarchiefviewer (1832-1987).
  • In november 1923 worden diverse stukken land en huizen tussen de Oudenoord, Bemuurde Weerd Westzijde en de Raamstraat kadastraal samengevoegd. Wat eens van Jan Willem Hendrik Bosch was. Bron: Kadasterarchiefviewer (1832-1987).
  • Wijkhuisnummer plattegrond van wijk M te Utrecht stad in 1860. Het bied Lauwerecht, gelegen tussen de Blauwkapelseweg ten noordoosten en Amsterdamsestraatweg te zuiden. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 217085.
  • Verzamelplan van de kadastrale gemeente Lauwerecht in 1835. Het gebied waar familie Bosch (van Oud-Amelisweerd) tot begin twintigste eeuw vele gronden in eigendom had. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 216110.
  • De vroegere kadastrale gemeente Lauwerecht ingetekend vanaf de start van het kadaster op 1 oktober 1832. Bron: HISGIS.nl Utrecht.

 In het jaar 1770 is te lezen in het archief van Huis Zuilen (Het Utrechts Archief) toegang 76, dossier 221 genaamd, Overzicht van de Zuilenstijnsgoederen Wilnis, Oudhuizen, Mijdrecht en Westveen. Dat Theodorus Gerardus Bosch de eigenaar is van de een boerderij met land in de vroegere ambachtsheerlijkheid Ruwiel, buurtschap de Oude Aa. Heden gelegen in de gemeente Stichtse Vecht. In 1803 staat beschreven dat Paulus Wilhelmus Bosch de eigenaar is. Hij is de zoon van Theo. Paulus zal kort erna de boerderij aan zijn moeder Cornelia van Bijlveld hebben gegeven. Zodat zij voor haar oude dag voorziening kon zorgen uit de opbrengsten van de pachten. Na haar overlijden in 1823 gaat de boerderij, heden gelegen aan de Bosdijk 8 te Kockengen over naar haar schoonzoon. Dat is te zien bij de invoering van het kadaster op 1 oktober 1832. Schoonzoon Hendrik Joseph Baron Michiels van Kessenich, hij is gehuwd met Cornelia Jacoba Bosch.        

Bron: HISGIS Utrecht, Ad van Ooststroom.

  • Land en boerderij in geel gearceerd, gelegen aan de Bosdijk 8, Ruwiel, Oude Aa, Kockengen, Sticht Vecht. Van 1770 tot 1803 eigendom van familie Bosch, erna van familie Michiel van Kessenich (1). Bron: HISGIS Utrecht.
  • Land en boerderij in geel gearceerd, gelegen aan de Bosdijk 8, Ruwiel, Oude Aa, Kockengen, Sticht Vecht. Van 1770 tot 1803 eigendom van familie Bosch, erna van familie Michiel van Kessenich (2). Bron: HISGIS Utrecht.
  • Land en boerderij gelegen aan de Bosdijk 8, Ruwiel, Oude Aa, Kockengen, Sticht Vecht. Van 1770 tot 1803 eigendom van familie Bosch, erna van familie Michiel van Kessenich. Bron: HISGIS Utrecht.

Op zaterdag 30 december 1775 werd ten overstaan van de Utrechtse notaris Adrianus Hoevnaar Sr. een huysinge, erve en grond met 4 caameren en 3 stallingen en een bergh verkocht. De naam van het object was de Zwarte Hengst of later Het Bonte Paard. De belendingen waren de wegh na de Maartensdyk en Blauwe Capelsesteeg. Mede behorend bij de verkoop op die dag waren een halve viertel groot 3 mergen wey- en hooyland aan de Gageldijk, de Kaay in de gerechten van Oostveen (Maartensdijk) en aan de Blauwcapel in de Twaald Hoeven.

De verkopende partij was Otto van Wulven. Van beroep Hospes (kamerverhuurder in zijn eigen huis) aan de Blauwkapel. De kopende partij was Theodorus Gerardus Bosch.

Bron: Het Utrechts Archief 34-4 U229a010 aktenummer 175 30-12-1776.

Na het overlijden van Theo in 1802 verhuurt zijn echtgenote Cornelia van Bijleveld op vrijdag 24 november 1809 het onroerend goed als zijnde huisinge en herberge met stallinge, 2 schuuren en annexe woningen mitgaders 3 morgen weiland. Gelegen in de gerechten van Oostveen (Maartensdijk) en aan de Blauwkapel. Huurder van het hele goed is Hendrik van den Bergh.

Bron: Het Utrechts Archief 34-4 U272C040 aktenummer 84 24-11-1809.

Na het overlijden van Cornelia van Bijleveld in 1823 komen de landerijen van Het Bonte Paard toe aan haar schoonzoon Hendrik Joseph Baron Michiels van Kessenich hij is gehuwd met Cornelia haar dochter Cornelia Jacoba Bosch.

Omstreeks het jaar 1860 werd op het onroerend goed van familie Michiels van Kessenicht de Centraalspoorweg aangelegd. Een destijds nieuwe spoorlijn van Utrecht, via Amerfoort naar Zwolle en Kampen. Rond het jaar 1872 kwam daar nog de Oosterspoorweg bij. Een nieuw aan te leggen spoorweg van Utrecht Lunnten, Abstede/Oudwijk naar het Noord-Hollandse Hilversum.

In de jaren zestig van de twintigste eeuw werd op het vroegere stuk grond van familie Michiels van Kessenich de nieuwe straten van Utrecht Overvecht aangelegd. Hierbij te denken aan de Polluxdreef, Vulcanusdreef, Plutodreefm Palles-Athenedreef en de Wolgadreef.

De drie morgen land lag gelegen ten westen van het Nieuwe Hollandse Waterlinie Fort, Fort Blauwkapel en ten noorden van het Utrechtse Zwarte Water een vroeger gegraven kanaal.

  • De drie morgen land (in geel gearceerd) die op zaterdag 30 december 1775 werd gekocht door Theodorus Gerardus Bosch. Nadien van familie Michiels van Kessenich (1). Bron: HISGIS Utrecht.
  • De drie morgen land (in geel gearceerd) die op zaterdag 30 december 1775 werd gekocht door Theodorus Gerardus Bosch. Nadien van familie Michiels van Kessenich (2). Bron: HISGIS Utrecht.
  • Heden Utrecht Overvecht, de straten in de omgeving van de Polluxdreef op de grond die vroeger van familie Michiels van Kessenich is geweest. Bron: Openstreetmap.org.

Op zaterdag 13 juli 1776 werd ten overstaan van de Utrechtse notaris Jan Tielman Blekman een uytterweerde, groot 52 mergen en 78 roeden lands verkocht. De verkopende partij was Cornelis Gerardus de Wijkerslooth van Grevenmachern. Henricus de Wijkerslooth was de gemachtigde om de verkoop namens zijn broer uit te voeren. Koper van de 52 morgen uiterwaarden langs de rivier de Lek was Theodorus Gerardus Bosch.

De uiterwaarden waren leenroerig aan de Staten van Utrecht met uitzondering van 8 hond land, genaamd het Utrechtse Kind, dat in erfpacht was van het Gasthuis te Wijk bij Duurstede.

Na het overlijden van Theo in 1802, en zijn echtgenote in 1823 via haar zoon Paulus komt de uiterwaarden na april 1834 in het bezit van zijn zoon Jhr. Karel Bosch van Drakestein, Heer van Sterrenberg en Reijerscop -Kreuningen.

Bron: Het Utrechts Archief 34-4 U227a009 aktenummer 131-1 13-07-1776.

Heden heet deze uiterwaarden bij Wijk bij Duurstede de Bosscherwaarden. Naar familie Bosch van Drakestein die het heel lang in bezit heeft gehad.

  • Zaterdag 13 juli 1776 kocht Theodorus Gerardus Bosch ruim 52 morgen (in geel gearceerd) uiterwaarden aan de rivier de Lek. Heden genaamd de Bosscherwaarden (1). Bron: HISGIS Utrecht.
  • Zaterdag 13 juli 1776 kocht Theodorus Gerardus Bosch ruim 52 morgen (in geel gearceerd) uiterwaarden aan de rivier de Lek. Heden genaamd de Bosscherwaarden (2). Bron: HISGIS Utrecht.
  • Zaterdag 13 juli 1776 kocht Theodorus Gerardus Bosch ruim 52 morgen uiterwaarden aan de rivier de Lek. Heden genaamd de Bosscherwaarden. Bron: HISGIS Utrecht.
  • De Bosscherwaarden heden, gelegen aan de rivier de Lek te Wijk bij Duurstede. Bron: Kadastralekaart.com.
  • Gezicht op de Bosscherwaarden te Wijk bij Duurstede gezien vanaf de Lekdijk, richting het het zuidoosten (1). Foto: Sander van Scherpenzeel, woensdag 9 oktober 2019.
  • Gezicht op de Bosscherwaarden te Wijk bij Duurstede gezien vanaf de Lekdijk, richting het het zuidoosten (2). Foto: Sander van Scherpenzeel, woensdag 9 oktober 2019.
  • Gezicht op de Bosscherwaarden te Wijk bij Duurstede gezien vanaf de Lekdijk, richting het het zuidoosten (3). Foto: Sander van Scherpenzeel, woensdag 9 oktober 2019.

In het HISGIS systeem van Ad van Ooststroom staat al te lezen dan Jan van Bijlveld in 1776 al een stuk land heeft. Gelegen tussen de Kwakeldijk en de St. Anthoniusdijk. Heden is hier het groot winkelcentrum Utrecht Overvecht op gebouwd samen met de flats en laag bouwwoningen aan de Theemsdreef, Neckardreef en Moldaudreef. Na het overlijden van Jan van Bijleveld in 1769, gaat het land over naar zijn dochter Cornelia van Bijleveld. Nar haar overlijden in 1823. Komt het land tussen de St. Anthoniusdijk en Kwakeldijk toe aan haar dochter Cornelia Jacoba Bosch en haar echtgenoot Hendrik Josepf Baron Michiels van Kessenich.

  • In geel gearceerd het land heden in Utrecht Overvecht van <1776 tot 1823 van familie Van Bijleveld, daarna het eigendom van familie Michiels van Kessenich. Bron: HISGIS Utrecht.
  • Heden Utrecht Overvecht, grond waarop groot winkelcentrum Overvecht en de flats en woningen aan de Zamenhofdreef, Theemsdreef en Moldaudreef zijn gebouw. Op de grond van Van Bijleveld en Michiels van Kessenich. Bron: Openstreetmap.org

Op woensdag 3 mei 1780 werd ten overstaan van de Utrechtse notaris 't Hoofd een

hofstede met huisinge, bergen, schuur, schaaphok en verder getimmerte, met omtrent een hondert mergen, vijf hondert en vijftig roeden Bouw, Weij en Veenland, staande ende gelegend onder den gerechte van Emminkhuijsen, in de Hoge en Vrije Heerlijkheid van Renswoude, uitmakende het vijfde part van de goederen van den Emminkhuijser Berg 

getransporteerd. Koper was Theodorus Gerardus Bosch zijn comparant (zaakwaarnemer) was Adrianus Hoevenaar, de verkoper was Jan Jacob van der Muelen. Zijn comparant was Hendrik van Heteren. Getuigen van het transport van goederen, gelegen op de Emminkhuizerberg in Renswoude waren Jan van Doornik en Antonije Hermannus Hagen.

Op vrijdag 7 januari 1791 compareerde (zaakwaarnemend) notaris Herman Brouwer notaris van de heren van de Hove van Utrecht (rechtbank), residerende (plek van aanwezigheid) bij de Burgemeesteren en Vroedschap derselver Stad. Onder bedienend oog van de nagenoemde getuigen de heer Theodorus Gerardus Bosch, woonende buijten deezer stads Waardpoort en verklaarde den comparant in de beste en bestendigste vorm van rechteren bij deezen te constiueeren (bepalen) en matig te maken, De Heer Jan Smith notaris te Veenendaal speciaal omme te compareeren (op gedaagd) voor den Heer Leen Griffier van den Huijze van Renswoude. En aldaar in den naam van hem comparant verheffing te verzoeken van 't Leen, off van de Leen van de Hofstede om annexis met ruijm Een Honderd Mergen land geleegen onder den Gerechte van Renswoude, op de Emminkhuijzerberg off den gedeelte van dezelfde Hofstede, subject en Leenroerig zijnde aan den voorsz. Huijze van Renswoude ... enz. enz. enz. 

Versoekende hier van acte die is deeze Alouis Gedaan en Gepasseerd binnen binnen Utrecht ter presentie (aanwezigheid) van Johannes van Ingen en Henricus Meijberg als Getuigen, die de geprothocolleerde (in het openbaar) Aacte deeser neevens den Heer comparant en mij Notaris meede Onderteekend hebben. H. Brouwer Nots.

Bron: Het Utrechts Archief, archief Taets van Amerongen (bezitters van de Heerlijkheid Renswoude), 1855 1232.

Zoals in het kort beschreven Theodorus Gerardus Bosch koopt op woensdag 3 mei 1780 ten overstaan van de Utrechtse notaris 't Hoofd een hofstede met huijsinge en ruim 100 morgen land, gelegen op de Emminkhuizerberg van de vorige eigenaar Jan Jacob van der Muelen.  Een kleine 11 jaar later in 1791 wil Theodorus Gerardus Bosch zijn 100 morgen land met hofstede in leen reven aan het huis van Renswoude. 

De betekenis om de landerijen in leen te geven aan het huis Renswoude was een manier om de belastingen en opbrengsten van het vast-, en onroerend goed van Theo Bosch over te brengen naar het huis van Renswoude. De landerijen, huizen en boerderijen bleven wel zijn bezit.

As Theo overlijd in 1802 zal het vast-, en onroerend goed vast in handen van zijn vrouw Cornelia van Bijleveld of zoon Paulus Wilhelmus Bosch gekomen zijn. Met de start van het kadaster vanaf 1 oktober 1832 is Theo's kleizoon en neef van Paulus Jan Willem Hendrik Bosch van de ruim 100 morgen gronden in Renswoude eigenaar.

Op negentiende eeuwse kaarten wordt het gebied met hofstede en woningen wat van familie Bosch (Van Oud-Amelisweerd) op de Emminkhuizerberg is geweest. De Biezebosch genoemd. Iets wat in achttiende eeuwe notariële document door de stichting niet gevonden is.

  • Op woensdag 3 mei 1780 koopt Theodorus Gerardus Bosch ruim 100 morgen land met hofstede en huijsinge van Jan Jacob van der Muelen, gelegen op de Emminkuizerberg in Renswoude (1). Kaart HISGIS Utrecht.
  • Op woensdag 3 mei 1780 koopt Theodorus Gerardus Bosch ruim 100 morgen land met hofstede en huijsinge van Jan Jacob van der Muelen, gelegen op de Emminkuizerberg in Renswoude (2). Kaart HISGIS Utrecht.
  • Op woensdag 3 mei 1780 koopt Theodorus Gerardus Bosch ruim 100 morgen land met hofstede en huijsinge van Jan Jacob van der Muelen, gelegen op de Emminkuizerberg in Renswoude (3). Kaart HISGIS Utrecht.
  • Landerijen op de Emminkhuizerberg in Renswoude in het jaar 1975. Bron: Kadasterarchiefviewer 1832-1987.

Op maandag 26 november 1781 werd ten overstaan van de Utrechtse notaris Adrianus Hoevenaar Sr. een kamp wey-, hooy en bouwland, groot 10 mergen aan de Gageldijk verkocht. Belendingen achter: Karnmelksdyk, ene zyde : NN Van Duynkerken andere zyde Roelof van Nimwegen. De 10 morgen land waren  leenroerig aan het huis Pylsweerd. Gelegen in het Utrechtse gerecht Achttienhove. De verkopende partij was Goyert Peterse van Schaik, wonende te Westbroek. Zijn echtgenote was Jannigje Jacobse Spelt. De koper was Theodorus Gerardus Bosch. Na het overlijden van Theo in het jaar 1802 komt de 10 morgen land, gelegen in polder De Gagel toe aan zijn echtgenote Cornelia van Bijleveld. Na haar overlijden in het jaar 1823 is haar zoon Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein de nieuwe eigenaar van het stuk land.

Bron: Het Utrechts Archief 34-4 U229a012 aktenummer 100 26-11-1781.

  • De 10 morgen land gelegen in de polder De Gagel volgens volgens het kadaster van 1832. Ten noorden gelegen de Kooidijk, ten oosten het Fort Ruigenhoek ten zuiden gelegen de Gageldijk. Brom: HISGIS Utrecht.
  • Polder De Gagel heden. Land geselecteerd op de plek wat ooit van familie Bosch is geweest.Ten noorden gelegen de Kooidijk, ten oosten het Fort Ruigenhoek ten zuiden gelegen de Gageldijk. Brom: Kadastralekaart.com

Op zaterdag 25 mei 1782 vond ten overstaan van de Utrechtse notaris Willem Gerard van Nes de boedelscheiding plaats van de ouders van Willem Hendrik van Bijlveld (1733-1799), Paulus van Bijleveld (1741-1795) en Cornelia van Bijleveld (1746-1823). Vader Johannes Cornelis van Bijleveld, (1702-1769), was brouwer en schepen te Vleuten, trouwde 1751 Ida Eycken. Zij overleed in 1780. Cornelia werd vertegenwoordigd door haar echtgenoot Theodorus Gerardus Bosch. In de achttiende-, en negentiende eeuw was het gewoonlijk dat nalatenschappen naar een vrouwlijk lid van een familie werden beheerd door de echtgenoot. Uit de boedelscheiding kreeg Cornelia van haar ouders boerderij De Klop, heden gelegen aan de Klopdijk 2 te Utrecht Overvecht (Westbroek).

Bron: Het Utrechts Archief 34-4 U211a005 aktenummer 28 25-05-1782.

Na het overlijden van Cornelia in 1823 komt de boerderij toe aan haar zoon Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. Na zijn overlijden in april 1834 komt De Klop toe aan zijn oudste zoon Willem Bosch van Drakestein. Waardoor de boerderij ook met het onroerend goed van Nieuw-Amelisweerd kwam te behoren. Willem verkoopt de boerderij in 1845 aan Carel Emanuel van Tuyll van Serooskerken.

Bij Het Utrechts Archief onder toegang 76 Huis Zuilen onder inventarisnummer 45 tot 45-20 zijn diverse retro akten te vinden over de periode 1703-1845 waarin De Klop van eigenaar wisselde.

Zoals de archiefbeschrijving luid: "Akte van verkoop door Willem Bosch van Drakestein aan Carel Emanuel van Tuyll van Serooskerken van een hofstede en herberg genaamd De Klop met ca. 15 bunder weiland, sectie C 236-241, 330-335, 342-344 te Westbroek, 1845. Met retroakten vanaf 1703."

Op dinsdag 31 januari 1804 werd ten overstaan van de Utrechtse notaris Nicolaas Wilhelmus Buddingh 4 mergen weyland getransporteerd van eigenaar. Gelegen in  de ambachtsheerlijkheid Westbroek en Buytenweg achter de Klop. Verkoper was Hermanus Fransen Jansz, wonend te Zuilen Mariëndaal, echtgenote Eva Wigman. Koopsters was Cornelia van Bijleveld. Zij kocht de 4 morgen land aan om bij haar bezit van boerderij De Klop te trekken. De weilanden lagen enkele tientallen meters in noordwestelijke richting van De Klop af.

Bron: Het Utrechts Archief 34-4 U272c030 aktenummer 13 31-01-1804.

In het jaar 1819 werd westelijk tegen het terrein van boerderij De Klop het Fort aan de Klop aangelegd. Onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Cornelia heeft zoals te zien is op de kadasterkaart in dat jaar een aantal stukjes land behorend bij de boerderij aan de Staat der Nederlanden moeten verkopen voor de aanleg van de fortificatie.

Fort aan de Klop is een verdedigingswerk aan de rivier de Vecht in Utrecht. Het fort werd aangelegd in 1819. De functie van het fort bestond onder andere uit de bescherming van de stad Utrecht. Het was tevens onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie.

De huidige kruising Klopdijk, Vechtdijk en Eerste Polderweg was vroeger een belangrijk kruispunt voor het verkeer dat met kleine schepen, via de Vecht en de Westbroekervaart (nu Klopvaart), de stad Utrecht moest kunnen bereiken.

Op deze plaats floreerde de toenmalige herberg "de Clophaemer", waar reizigers onderdak werd geboden. De naam van het fort en van veel organisaties in de omgeving in Utrecht Overvecht zijn hiervan afgeleid. Op dit gedeelte van de Vecht was destijds nog geen brug, zoals nu het geval is. Men moest daarom gebruikmaken van de veerdienst van de herberg om de rivier over te steken. De Fortlaan in het wijkdeel Zuilen dankt zijn naam aan het gebruik van deze veerdienst.

Bron: Wikipedia Fort aan de Klop

  • Van de achttiende eeuw tot het jaar 1845 was boerderij De Klop (Klopdijk 2, Utrecht Overvecht). Midden onder in geel gearceerd in het bezit van families Van Bijleveld en Bosch van Drakestein. Bron: HISGIS Utrecht.
  • Boerderij De Klop aan de Klopdijk 2 te Utrecht Overvecht heden gezien op de kadasterkaart. Bron: kadastralekaart.com.
  • In rood en geel gearceerd de 4 morgen land die Cornelia van Bijleveld in het jaar 1804 aankocht om bij boerderij De Klop te trekken. Bron: HISGIS Utrecht.
  • Gezicht op de boerderij De Klop aan de de Klopdijk te Utrecht, gezien vanaf de Groeneweg op 25 augustus 1760. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 38026.
  • Gezicht op de Vecht, de Vechtdijk, de brug over de Klopvaart en de boerderij annex herberg De Klop te Zuilen uit het zuidoosten in 1905. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 16387.
  • Gezicht op een gedeelte van de boerderij De Klop (Klopdijk 2) te Utrecht, vanaf de Vechtdijk op 14 juli 1969. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 20770.
  • Gezicht op de voorgevel van de boerderij De Klop (Klopdijk 2) te Utrecht; vanuit het oosten, links de Vecht en het Zandpad in 1974. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 60336.
  • Gezicht op de voor- en linker zijgevel van de boerderij De Klop (Klopdijk 2) te Utrecht; vanuit het zuiden op de voorgrond het Zandpad in 1974. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 60337.
  • Gezicht op de voor- en een gedeelte van de rechter zijgevel van de boerderij De Klop (Klopdijk 2) te Utrecht in 1989. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 60343.

Op zaterdag 13 juli 1782 werd ten overstaan van de Utrechtse notaris verkocht ontrent 4 mergen wey- en hooyland, bij het bruggetje van Dirk Jan Huygens. De belendingen zijn de Gageldijk, Bartholomeusgasthuis; erfgenamen van Arnoldus van Beyleveld. Allemaal gelegen in de gerechten Achttienhoven en in den Buytenwegh.

De 4 morgen wei-, en hooiland waren eerder het eigendom Jacob van Dorssen, Zijn aangewezen erfgename Elizabeth Leudsen verkocht de boedel na het overlijden van Jacob van Dorssen. Mede verkopende partij was de Utrechtse notaris en procureur Luyt van der Pauw. ZIjn functie bij de boedelverkoop was executeur testamentair. Koper van de 4 morgen land was Theodorus Gerardus Bosch.

Bron: Het Utrechts Archief 34-4 U276a002 aktenummer 4 13-07-1782.

Na het overlijden Theo in 1802, en zijn echtgenoten Cornelia van Bijleveld in 1823 komen de 4 morgen land toe aan zijn schoonzoon Hendrik Joseph Baron Michiels van Kessenich, hij is gehuwd met Cornelia Jacoba Bosch.

In jaren vijftig van de twintigste eeuw werd op het vroegere stuk land van familie Bosch en Michiels van Kessenich de huidige Einsteindreef aangelegd. In de toen nieuw te bouwen woonwijk Utrecht Overvecht.

  • In geel met rood gearceerd het land van familie Bosch en Michiels aangekocht op zaterdag 13 juli 1782 in de polder Rozendaal. Ten noorden van de Vecht, Chartreuse en de Kwakeldijk. Ten zuiden van de Gageldijk. Bron: HISGIS Utrecht.
  • Heden Utrecht Overvecht de Einsteindreef is aangelegd op de vroegere grond van familie Bosch en Michiels van Kessenich. Bron: Openstreetmap.org.

Op 6 juli 1796 wordt ten overstaan van de Utrechtse notaris Jan Kelffkens een openbare verkoping van een losrente-brief (schuldbekentenis) van f. 12-, gulden jaarlijks gevestigd op diverse percelen land in de ambachtsheerlijkheid Bergambacht. Voor dit transport waren de gemachtigde Willem van Nes, advocaat aan  het Hof van Utrecht en Paulus Willem Bosch van beroep secretaris van in de Raad van de Rechtspleging. Voor borg stond Otto Braat.

De losrente-brief was tot 1796 in het bezit va Paulus van Bijleveld, broer Willem Hendrik van Bijleveld en Cornelia van Bijleveld zij was echtgenote van Theodorus Gerardus Bosch. 

Willem Hendrik van Bijleveld en Theodorus Gerardus Bosch waren de verkopende partij van de losrente-brief van hun broer en zwager Paulus van Bijleveld. Hij was van beroep priester in de Rooms Katholieke kerk van Vleuten. De aankopende partij was Jan Blanke.

Op 1 oktober 1832 is er bij het kadaster in de gemeente Bergambacht bekend dat Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein nog drie percelen bouwland en één perceel wetering in eigdom heeft. Percelen Bergambacht C434, 435 en 436 en wetering perceel C2542. Later kwamen deze stuken grond binnen de gemeente Schoonhoven te liggen, per 1 mei 1939.

Paulus had vermoedelijk deze stukken grond aan de Opweg in Schoonhoven vererft gekregen via zijn oom, de broer van zijn moeder Cornelia van Bijleveld. In de Memories van Successie van Paulus die in 1834 is opgemaakt na zijn overlijden staat geschreven over deze stukken grond in Bergambacht. Na kort kadasteronderzoek is bekend dat na zijn overlijden deze percelen en het perceel wetering aan personen zijn verkocht die in die buurt woonde.

In het jaar 1797 koopt Willem Bosch een boerderij met bijbehorend land aan, gelegen in Kamerik Mijzijde. Totdat jaar was de boerderij met land het eigendom geweest van het Convent (klooster) van Oudwijk te Utrecht. Na het overlijden van Willem in 1801 vererft het goed op zijn broer Theodorus Gerardus Bosch die na een jaar in 1802 overlijd waarna het goed in het bezit komt van zijn zoon Paulus Wilhelmus Bosch. Heden zijn de landerijen en twee huizen in Kamerik Mijzijde te vinden op de Overstek 10 en 12.

Landerijen in Kamerik Mijzijde in 1832 in het eigendom van Paulus Wilhelmus Bosch vererft van zijn oom Willem op zijn vader Theo. Heden staan hier de huizen aan de Overstek 10 en 12 op in Kamerik Mijzijde. Landerijen gelegen tussen de Grecht in het westen en Kamerik in het Oosten.Landerijen in Kamerik Mijzijde in 1832 in het eigendom van Paulus Wilhelmus Bosch vererft van zijn oom Willem op zijn vader Theo. Heden staan hier de huizen aan de Overstek 10 en 12 op in Kamerik Mijzijde. Landerijen gelegen tussen de Grecht in het westen en Kamerik in het Oosten.

Op dinsdag 27 januari 1798 om 16:00 uur in de middag van huize van kastelein B. Mikking te Bennekom (Gelderland) kocht Paulus Wilhelmus Bosch het Landgoed Bruxvoort te Bennekom aan. Hierbij behoorde ook landerijen van het landgoed die gelegen waren in Cothen aan de Ossenwaard. Bruxvoort betekend doorwaadbare plaats door het moeras. Paulus Wilhelmus Bosch was toen Heer van Bruxvoort. Al voor 1 oktober 1832 had Paulus het landgoed Bruxvoort al overgedaan naar zijn zoon Johannes Gerardus Bosch van Drakestein. Die toen Heer van Bruxvoort was.

Landgoed de Bruxvoort te Bennekom zoals de situatie was op 1 oktober 1832. In 1798 aangekocht door Paulus Wilhelmus Bosch.Landgoed de Bruxvoort te Bennekom zoals de situatie was op 1 oktober 1832. In 1798 aangekocht door Paulus Wilhelmus Bosch.

Tussen donderdag 27 juli 1797 en woensdag 19 september 1798 werden de vroegere vast-, en onroerende goederen verkocht van het vroegere Utrechtse klooster Mariëndaal. Dit klooster heeft ooit gestaan heden in de wijk Noordwest Utrecht Zuilen. Onder grond liggen nog de restante van dit Middeleeuws klooster, onder het Queeckhovenplein. Gelegen tussen de Burgemeester Norbruislaan in het zuidwesten, de J.M. de Muinck Keizerlaan in het zuidoosten en in het noorden gelegen rivier de Vecht. Bij de verkoop van de vroegere onroerende goederen van het klooster in de periode 1797-1798. Is niet helemaal duidelijk wie van de familie Bosch het stuk grond, gelegen de Gageldijk en Kwakeldijk heeft gekocht. Vermoedelijk zal dit Theodorus Gerardus Bosch dit zijn geweest. Dat na zijn overlijden de grond in het huidige Utrecht Overvecht is overgegaan naar zijn echtgenote Cornelia van Bijleveld. Dat na haar overlijden de grond na 1823 is vererft aan kleinzoon Jan Willem Hendrik Bosch. Zo staat dit ook te lezen bij de invoering van het kadaster op 1 oktober 1832. Dat Jan Willem Hendrik Bosch is.

De verkoop werd eind achttiende eeuw geleid door de Staten van Utrecht. Die ruim 250 jaar eerder de gronden van diverse katholieke kerken confisqueerde na de Beeldenstorm en Reformatie van omstreeks 1580. 

In de loop van de twintigste eeuw verkocht familie Bosch van Oud-Amelisweerd het land tussen de Kwakeldijk en Gageldijk.

Mogelijk is ook als het land van Mariëndaal al in 1797 als één van de eerste landerijen verkocht zou worden, dat Paulus Wilhelmus Bosch rond zijn 26e jarige leeftijd een van zijn eerste grote onroerend goed aankopen deed. En dat neef Jan Willem Hendrik Bosch bij zijn 18e verjaardag in 1817 het vroegere land van Mariëndaal kreeg van ome Paul.

Wikipedia schrijft over het vroegere klooster Mariëndaal (Utrecht) het volgende:

Mariëndaal is een verdwenen vrouwenklooster in de Nederlandse stad Utrecht in de nabijheid van het huidige Queeckhovenplein.

Dit vrouwenklooster der cisterciënzers is gesticht in 1244 of eerder. Het werd destijds gevestigd noordelijk van de stad Utrecht, even buiten de stadsvrijheid in de Zwesereng, langs de westoever van de rivier de Vecht. De stichter ervan was Theodericus Kovelwaat (Dirk van Kovelwade), een kanunnik verbonden met Oud-Munster. Op het omgrachte abdijperceel heeft een kerkgebouw gestaan met aangrenzend een kloosterhof met een refter. Het kloostercomplex kende daarnaast nog andere gebouwen. Het klooster kreeg in zijn bestaan te maken met beschadiging door blikseminslag en oorlogsgeweld. In de 16e eeuw ontstonden door onder 
meer de Reformatie grote veranderingen. Afbraak van het klooster geschiedde in 1586 en aansluitend werd het goederenbeheer overgenomen door de ridderschap en rentmeesters. Aan het eind van de 18e eeuw is Mariëndaal definitief opgeheven. Van de gebouwen zijn niet veel meer dan ondergrondse restanten overgebleven. Een klein aantal opgegraven bouwfragmenten 
bevindt zich in de collectie van het Centraal Museum.

Vanaf de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw werd de wijk Utrecht Overvecht op de vroegere Bosch van Oud-Amelisweerd grond gebouwd.

De vroegere Bosch van Oud-Amelisweerd grond ligt heden gelegen globaal gezien in het Utrechtse Overvecht tussen de Brailledreef, Einsteindreef en Albert Zweitserdreef.

  • Land in geel gearceerd volgens het kadaster in 1832 in de periode 1797-1798 in het bezit van familie Bosch gekomen. Vroeger van het klooster Mariëndaal. Heden Utrecht Overvecht. Bron: HISGIS Utrecht.
  • De huizen en flats in Utrecht Overvecht tussen de Brailledreef, Einsteindreef en Albert Zweitserdreef. Gebouwd op de vroegere Bosch van Oud-Amelisweerd grond. Bron: Openstreetmap.org.
  • De omgeving van het Queeckhovenplein in de Utrechtse wijk Noordwest Zuilen. Queeckhovenplein gelegen tussen de Burg. Norbruislaan, J.M. de Muinck Keizerlaan en de rivier de Vecht. Eerder stond hier het klooster Mariëndaal. Bron: Openstreetmap.org.
  • Gezicht op enkele gebouwen en een toegangspoort, restanten van het klooster Mariëndaal te Utrecht in 1731. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 201567.
  • Gezicht op een toegangspoort en enkele er tegenaan gebouwde schuren, restanten van het klooster Mariëndaal te Utrecht op 6 juni 1750. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 201568.

Op zondag 10 februari 1799 werd ten overstaan van de Utrechtse notaris Pieter Jongeneel Huijbertz het huis aan de Voorstraat 87 aankocht door Paulus Wilhelmus Bosch, van de wel edel gestrenge heer Joachim van Vliet. In de periode in eind 1811 tot begin 1812 verhuisde familie Bosch van Drakestein naar het Janskerkhof 17 en 17a. Paulus hield het huis aan de Voorstraat aan voor verhuur. Zoon Johannes Gerardus Bosch van Drakestein werd hier in juli 1811 geboren (BS Utrecht G 1811, aktenr. 4).

Handtekening van Joachim van Vliet en Paulus Wilhelmus Bosch, gezet op Zo. 10 februari 1799 voor de Utrechtse notaris Pieter Jongeneel Huijbertz. Bron: Het Utrechts Archief, 34-4 U302C003.Handtekening van Joachim van Vliet en Paulus Wilhelmus Bosch, gezet op Zo. 10 februari 1799 voor de Utrechtse notaris Pieter Jongeneel Huijbertz. Bron: Het Utrechts Archief, 34-4 U302C003.

Bronnen: Het Utrechts Archief, Notarissen in de stad Utrecht, 34-4, U302C003, aktenummer: 11, blz. 25. Huizenaanhetjanskerkhof.nl.

  • Reconstructie van de Voorstraat 85/87 in documentatie. Bron: documentatie.org
  • Reconstructie van de Voorstraat 87 in documentatie. Bron: documentatie.org
  • Panden aan de Voorstraat 85/87 te Utrecht (1). Bron: Google Maps Streetview.
  • Panden aan de Voorstraat 85/87 te Utrecht (2). Bron: Google Maps Streetview.
De Utrechtse Oliemolen aan de Catharijnepoort die Paulus van zijn vader Theo op maandag 6 oktober 1800 voor de helft kreeg en de andere helft die Paulus kocht uit de boedel van zijn overleden oom Herbert Jan Bosch. Bron: HISGIS.nl Utrecht.De Utrechtse Oliemolen aan de Catharijnepoort die Paulus van zijn vader Theo op maandag 6 oktober 1800 voor de helft kreeg en de andere helft die Paulus kocht uit de boedel van zijn overleden oom Herbert Jan Bosch. Bron: HISGIS.nl Utrecht.

Op maandag 6 oktober 1800 werd ten overstaan van notaris Cornelis de Wijs te Utrecht wordt door donateur Theodorus Gerardus Bosch de helft geschonken aan de donataris zijn zoon Paulus Wilhelmus Bosch van de oliemolen genaamd Het Fortuin, staand bij de stadswallen bij de Catharijnepoort te Utrecht. De andere helft van de oliemolen koopt Paulus Wilhelmus Bosch aan van Johannes Gerardus Dadelbeek en Henricus van der Burgh die de executeur testamentairs zijn van zijn overleden oom Herbert Jan Bosch. Bron: Het Utrechts Archief 34-4 U256c038 119 en 120. 

Gezicht vanaf de singel over de stadsbuitengracht te Utrecht uit het noordwesten, met de wal en de Catharijnepoort en -brug en de molen De Fortuin op de restanten van het Vredenburg in 1835/1836. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 36471.Gezicht vanaf de singel over de stadsbuitengracht te Utrecht uit het noordwesten, met de wal en de Catharijnepoort en -brug en de molen De Fortuin op de restanten van het Vredenburg in 1835/1836. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 36471.

Op vrijdag 19 juni 1801 kocht Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein ten huizen van Cornelis Maaskant kastelein in het Gerechtshuis van Oudhuizen om 17:00 uur in de namiddag ten overstaan van de Mijdrechtse notaris Adrianus Verdam 5 percelen land tezamen 17 morgen, 286 roeden groots aan als zijnde wei en hooiland. Waarvan nog diverse percelen gelegen waren in de gemeente Westveen. Voor 1988 nog gelegen in de gemeente Wilnis na 1988 gelegen in de gemeente Nieuwkoop in de provincie Zuid-Holland.

De vijf percelen land die Paulus Wilhelmus Bosch aankocht op 19 juni 1801 in het buurtschap Oudhuizen Wilnis en Westveen. Boerderij aan de Geerkade 45 te Wilnis kocht Paulus op een ander moment.De vijf percelen land die Paulus Wilhelmus Bosch aankocht op 19 juni 1801 in het buurtschap Oudhuizen Wilnis en Westveen. Boerderij aan de Geerkade 45 te Wilnis kocht Paulus op een ander moment.

'1802 februari 12 Register van transport van het gerecht van Wittevrouwen G. de Rooij transporteerd aan M. P.W. Bosch. Zekere twee morgen weyland genaamd "de Dell, doch zoo groot en klijn dezelve gelegen is onder dezen gerechte, daar westwaards de Steenstraat gaande naar de Blauwcapelse weg, noordwaards de Broekhuysen wetering of Bildse vaart (De Grift of Bildsche Grift), zuidwaarts het plantsoen der landerijen specteerende tot den Capittule van St. Jan en oostwaards de heer Jean de Pelleci naast gelegen zijn.'

'Deel 141 nr. 24. 1837 Augustus 26 (notaris G.H. Stevens). De erfgenamen van Jhr. P.W. Bosch van Drakestein verkoopen aan H. Bouman: "Een perceel weiland groot 1 bunder 57 roeden en 20 ellen genaamd 'den Dell', gelegen te Utrecht buiten de Wittevrouwenpoort nabij Koningslust, kadaster sectie A. nummers 32 en 33, belend ten oosten door eigendom van 's Rijks Veeartsenijschool, ten westen den Steenstraat gaande naar de  Blauwkapelsche weg, te zuiden s' Rijksdomeinen en ten noorden de Broekhuizer wetering of Bildsche vaart zoodanig en in dien staat dezelve landen strekken, belenden en bevinden, zonder daarvaan uit te zonderen. Bron: Het Utrechts Archief 4001 978.

Zoals je leest kocht Paulus Willem Bosch op vrijdag 12 februari 1802 een stuk land 'uiterwaarde' gelegen te zuiden van de Grift op de hoek met de Kapelbrug, gelegen in de Blauwkapelseweg. Tegenwoordig staat op dit stuk grond het huis Blauwkapelseweg 37 en 37Bis en zijn de huizen aan de Bollenhofsestraat hierop gebouwd. Het land behoorde al vele eeuwen bij het onroerend goed van het kapittel van St. Jan. Paulus Bosch was een vervend liefhebber van het opkopen van vast-, en onroerende goederen die op de markt werden gebracht na het opheffen van het kapittel vanaf 1811 tot 1821. Hij woonde op nog geen twee kilometer afstand van het stuk land. Nazaten van Paulus verkopen de uiterwaarde weer door op 26 augustus 1837 aan een zekere H. Bouman.

Het land wordt in de transportakten genoemd als 'de Dell' wat in het oud Nederlands niets anders betekend dan 'grond, perceel of een deel van een stuk grond'.

De uiterwaarden langs de Grift in Buiten Wittevrouwen en later gemeente Abstede behoorden bij het onroerend goed van het kapittel van St. Jan maar was niet zowaar het eigendom. Het was onderdeel van de erfpacht canon die het kapittel er al vele eeuwen op na hield. Het kon dan wel het eigendom van een eigenaar zijn, maar hij betaalde wel de erfpacht aan het kapittel. Als de eigenaar dat niet meer deed verviel het eigendom weer terug aan het kapittel. En werd er een nieuwe eigenaar gezocht.

Van 1777 tot 1805 was het huis Paddenburg te Baambrugge het eigendom van Jan Carel Rijcksz. Erven van Jan Carel verkopen het huis Paddenburg in 1805 aan Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. Hij heeft het huis aan de Vecht ruim 11 jaar in zijn eigendom. In 1816 verkoopt Paulus het huis door Joan August Classen. Paulus gebruikt Paddenburg in de zomer maanden als buitenverblijf. Dit om het drukke stadsleven van Utrecht in de zomermaanden te ontvluchten.

Op 22 februari 1811 verhuurt Paulus nog een boerderij behorend bij het huis maar dan gelegen in Abcoude en Nigtevecht. Beschrijving van de huurcedule boerenhofstede bastaande in eene boerenwoning c.a. en ongeveer 32 morgen weiland.

Bronnen: Het Utrechts Archief 34-4 Notarissen in de stad Utrecht U272C042 N.W. Buddingh aktenummer: 104, 22-02-1811.

Ir D.L.H. Slebos, Meer Baambrugse buitenplaatsen, in: Jaarboekje 2003 van het Oudheidkundig Genootschap van Niftarlake, blz. 66 - 98. KasteleninUtrecht.eu.

Huis Paddenburg in Baambrugge in 1730 (Rijksstraatweg 87, Baambrugge, gemeente De Ronde Venen).Huis Paddenburg in Baambrugge in 1730 (Rijksstraatweg 87, Baambrugge, gemeente De Ronde Venen).

Op zaterdag 8 juni 1805 kocht Paulus Wilhelmus Bosch op het Logement 'Groot Paushuizen' binnen Utrecht om 16:00 uur in de middag ten overstaan van de Utrechtse notaris Nicolaas Wilhelmus Buddingh het Landgoed Sterrenberg. Gelegen in Soest en Zeist. Paulus Wilhelmus Bosch was vanaf toen Heer van Sterrenberg.

Grafmonumenten van familie Bosch van Drakestein op de begraafplaats gezien vanaf de Kerklaan. Foto: Online-begraafplaatsen.nl.Grafmonumenten van familie Bosch van Drakestein op de begraafplaats gezien vanaf de Kerklaan. Foto: Online-begraafplaatsen.nl.

Op het terrein van de Sterrenberg werd de Rooms Katholieke begraafplaats 'Carolus Borromeus' aan de Kerklaan te Soesterberg in 1838 aangelegd (Christiaan Huygenslaan 4, Soesterberg). Het stuk van Sterrenberg werd door de zoon van Paulus, Jhr. Carolus (Karel) Theodorus Johannes Bosch van Drakestein, Heer van Sterrenberg aangeboden in augustus 1837 aan de parochie Heilige Carolus Borromeus.

Gezicht op de voorgevel van het herenhuis Sterrenberg (Amersfoortsestraat) te Soesterberg (gemeente Soest) tussen 1900 en 1905. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 14593.Gezicht op de voorgevel van het herenhuis Sterrenberg (Amersfoortsestraat) te Soesterberg (gemeente Soest) tussen 1900 en 1905. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 14593.

Familie Bosch had op de begraafplaats al een stuk grond gereserveerd, waar in de loop der jaren de overleden familieleden begraven zijn.

Sinds 2012 is er ook een ecoduct over de rijksweg A28 tussen Soesterberg en Den Dolder met de naam 'Sterrenberg'.

Het Landgoed de 'Sterrenberg', gelegen aan de Amersfoortseweg te Soest en Soesterberg ingetekend zoals het erbij lag in het jaar 1832. Bron: HISGIS UtrechtHet Landgoed de 'Sterrenberg', gelegen aan de Amersfoortseweg te Soest en Soesterberg ingetekend zoals het erbij lag in het jaar 1832. Bron: HISGIS Utrecht

Eerste deel van de naam van de begraafplaats 'Carolus Borromeus' te Soesterberg verwijst naar Jhr. Carolus (Karel) Theodorus Johannes Bosch van Drakestein, Heer van Sterrenberg.

Straatnaambord Sterrenberglaan te Soesterberg op het gelijknamige landgoed. Links een plaatje van een berg met daarboven sterren op 8 maart 2020. Foto: Sander van Scherpenzeel.Straatnaambord Sterrenberglaan te Soesterberg op het gelijknamige landgoed. Links een plaatje van een berg met daarboven sterren op 8 maart 2020. Foto: Sander van Scherpenzeel.
Gezicht in een laan met rijen loofbomen op het landgoed Sterrenberg te Soesterberg (gemeente Soest) tussen 1935 en 1937. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 14622.Gezicht in een laan met rijen loofbomen op het landgoed Sterrenberg te Soesterberg (gemeente Soest) tussen 1935 en 1937. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 14622.

Op woensdag 7 augustus 1805 om 10:00 uur in de ochtend in de Vuursche kocht Paulus Wilhelmus Bosch bij veiling  ten overstaan van de Utrechtse notaris Nicolaas Wilhelmus Buddingh de ambachtsheerlijkheid De Vuursche en kasteel Drakestein. Waarna Paulus zich vanaf die tijd Bosch van Drakestein ging noemen. Paulus Wilhelmus Bosch was toen Heer van De Vuursche en Drakestein.

Aankoop van de ambachtsheerlijkheid De Vuursche en Kasteel Drakestein door Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein op 07-08-1805.Aankoop van de ambachtsheerlijkheid De Vuursche en Kasteel Drakestein door Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein op 07-08-1805.
Kasteel en landgoed Drakestein vanuit de lucht gezien in 1995. Bron: Provincie Utrecht, Henk Bol.Kasteel en landgoed Drakestein vanuit de lucht gezien in 1995. Bron: Provincie Utrecht, Henk Bol.

Op zaterdag 28 mei 1808 wordt ten overstaan van de Utrechtse notaris Nicolaas Wilhelmus Buddingh een stuk land verpacht aan Gerrit van der Linden. Voor de pacht staat Gerrit van Zijl borg. De verpachter is Cornelia van Bijleveld, sinds 1802 de weduwe van Theodorus Gerardus Bosch.

Het betreft: omtrent 10 morgen hooij- als weiland. Locatie: strekkende van den Maarssenbroekschen dijk tot de Ouwenaarskade. In het gerecht van Maarssenbroek.

Na uitgebreid onderzoek in de online archiefbanken en op Delpher.nl weten we helaas niet waar deze 10 morgen land in Maarssenbroek precies gelegen hebben. In de beschrijving van de akte staat dat het land uit de boedel van haar man Theo komt. Alleen is niet bekend waar de echte oorsprong van het eigendom vandaan komt. Vermoedelijk is de 10 morgen afkomstig uit de de boedel van een van de familieleden van Cornelia. Aannemelijk is ook dat de 10 morgen land naar haar overlijden in 1823 zijn verkocht. Want bij de invoering van het kadaster op 1 oktober 1832 zijn er geen familieleden Bosch van Drakestein, Michiels van Kessenich of Bijleveld bekend die een perceel bezaten in de polder van het Maarssenbroek. 

Het Utrechts Archief 34-4 U272c038 83 28-05-1808.

  • In geel gearceerd alle percelen land binnen de vroegere polder Maarssenbroek. Percelen op basis van het kadaster van 1 oktober 1832. Kaart op de achtergrond de topografische militaire kaart. Bron: HISGIS Utrecht.
  • Gemeente Maarssen op de gemeenteplattegrond uit 1866. Polder Maarssenbroek linksonder van de plattegrond. Bron: Kuypers Atlas 1868.
  • De gemeente Maarssenbroek volgens de invoering van het kadaster op 1 oktober 1832. Bron: HISGIS Utrecht.

Op zaterdag 6 augustus 1808 werd ten huize Sr. George Klank achter Den Dom te Utrecht publiekelijk geveild de Ambachtsheerlijkheid Reijerscop-Creuningen. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein kocht ten overstaan van de Utrechtse notaris Hermanus Brouwer de ambachtsheerlijkheid aan. Vanaf toen was hij ook Heer van Reijerscop-Creuningen.

Kaart van W.H. Hoekwater uit 1901 van het gebied tussen Utrecht stad en Woerden waar het middeleeuws gerecht Reijerscop-Creuningen gelegen lag. Gehucht staat er niet op ingetekend.Kaart van W.H. Hoekwater uit 1901 van het gebied tussen Utrecht stad en Woerden waar het middeleeuws gerecht Reijerscop-Creuningen gelegen lag. Gehucht staat er niet op ingetekend.

Reijerscop is een buurtschap en van oorsprong middeleeuwse ontginning, liggend in de Nederlandse gemeenten Woerden en Utrecht, in de provincie Utrecht. De boerderijen en andere gebouwen in deze buurtschap liggen aan een ruim 5 km lange weg met de naam Reijerscop, die even ten zuiden van de A12 ligt en daarmee ongeveer evenwijdig loopt. Ongeveer 3 km van deze weg ligt in Harmelen, gemeente Woerden, en het resterende oostelijke deel ervan ligt in De Meern, gemeente Utrecht.

Het wapen van de ambachtsheerlijkheid Reijerscop-Creuningen verleend door de Hoge Raad van Adel te Den Haag op 22 juli 1822. Het wapen van de ambachtsheerlijkheid Reijerscop-Creuningen verleend door de Hoge Raad van Adel te Den Haag op 22 juli 1822. "In goud een zwarte reiger".

De naam is een verbastering van Reigerskop. Het begrip kop in de naam slaat niet op de kop van een reiger, maar op het feit dat de Polder Reijerscop een zogenaamde cope-ontginning is.

De ontginning Reijerscop was verdeeld over meerdere gerechten. Er waren geen lineaire grenzen, de verschillende percelen behoorden wisselend tot een van de gerechten. Naast het gebied Reijerscop-Lichtenberg (dat een deel was van het gerecht Veldhuizen, Bijleveld, Rosweide en Reijerscop-Lichtenberg) waren er de gerechten Reijerscop-Creuningen, Reijerscop-Indijk en Reijerscop-Mierlo. Het laatste gerecht behoorde tot de proosdij van Sint Pieter te Utrecht en werd daarom ook wel aangeduid als Reijerscop-Sint Pieter. Het oostelijk deel van de ontginning kwam in 1812 bij de gemeente Veldhuizen en het westelijk gedeelte bij de gemeente Harmelen. De gemeente Veldhuizen werd in 1954 deel van de nieuw gevormde gemeente Vleuten-De Meern. In 2001 werd Vleuten-De Meern bij de gemeente Utrecht gevoegd, en de gemeente Harmelen bij Woerden.

Het wapen van de heerlijkheid was een (sprekende) reiger.

Bron: Wikipedia Reijerscop

Op zaterdag 15 oktober 1808 werd ten huize van kastelein J. de Bruin in het Rechtshuis te Baarn verkocht het vast-, en onroerend goed van de buitenplaats Schoonoord te Baarn. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein kocht hier twee percelen bos en heidegrond (genaamd de 'Hooge Eng) gelegen in Baarn en Soestdijk (Soesterberg, Bosch en Duin en Den Dolder). Stukken grond behoorde bij het landgoed De Kleine Paltz. Die op hun beurt weer bij Schoonoord behoorde. Buitenplaats Schoonoord was tot 1808 het eigendom van heer Reinard Scheerenberg. Maar hij moest door een te hoge schuldenlast de buitenplaats verkopen. De aankoop van de twee percelen van De Kleine Paltz gebeurde ten overstaan van de notarissen de heer P. Berkman notaris te Amsterdam en de heer F. Pen notaris te Baarn. Paulus kocht rond die tijd ook nog een stuk grond op De Kleine Paltz van veehouder Pieter Rademaker die erin de omgeving een boerderij en ook grond bezat.

Bosch en heide grond op landgoed De Kleine Paltz te Soesterberg, Bosch en Duin en Den Dolder aangekocht door Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. Landbezit van De Kleine Paltz in 1832. Bron: HISGIS Utrecht.Bosch en heide grond op landgoed De Kleine Paltz te Soesterberg, Bosch en Duin en Den Dolder aangekocht door Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. Landbezit van De Kleine Paltz in 1832. Bron: HISGIS Utrecht.

Op zaterdag 24 augustus 1811 kocht Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein de landgoederen Nieuw-, en Oud-Amelisweerd ten overstaan van notaris Van Ommeren te Utrecht. Waarna Paulus Wilhelmus  Bosch van Drakestein zich ook heer van Nieuw-Amelisweerd en Oud-Amelisweerd mocht noemen.

Kaart waarop de landerijen van Paulus staan ingetekend op 1 oktober 1832 bij de invoering van het kadaster. Met daarbij het vast-, en onroerend goed van landgoed Nieuw-, en Oud-Amelisweerd die Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein aankocht op 24 augustus 1811. Andere aangekochten landerijen staan er ook bij.Kaart waarop de landerijen van Paulus staan ingetekend op 1 oktober 1832 bij de invoering van het kadaster. Met daarbij het vast-, en onroerend goed van landgoed Nieuw-, en Oud-Amelisweerd die Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein aankocht op 24 augustus 1811. Andere aangekochten landerijen staan er ook bij.
Gezicht op het huis Oud Amelisweerd tussen Utrecht en Bunnik, met links het botenhuis en rechts de toegangsbrug over de Kromme Rijn tussen 1810 en 1830. Vervaardigd door: J.L. Jonxis. Bron: Het Utrecht Utrechts Archief: catalogusnummer: 201059.Gezicht op het huis Oud Amelisweerd tussen Utrecht en Bunnik, met links het botenhuis en rechts de toegangsbrug over de Kromme Rijn tussen 1810 en 1830. Vervaardigd door: J.L. Jonxis. Bron: Het Utrecht Utrechts Archief: catalogusnummer: 201059.

Tussen februari 1811 en maart 1811 werd het huis Janskerkhof 17 en 17a verkocht door de nazaten van erfgename van Willem Arnoud Leyssius (1769-1796), hij huwde in 1790 met Frederica Geertruida van Westrenen van Themaat (1773-1845). Willem kwam in 1796 om het leven na een duel in Oudwijk. De erfgename zijn daarna 15 jaar verwikkeld in diverse rechtszaken voordat zij het huis verkopen aan Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. Hij zal vermoedelijk in het begin van 1812 het huis met zijn echtgenote Henriëtte Hofmann, kinderen en huispersoneel hebben betrokken.

In oktober 1811 logeerde Prins van Neufchatel (Louis Alexandre Berthier) hier. Louis maakte onderdeel uit van het gevolg van het bezoek van keizer Napoleon die in die dagen Utrecht bezocht. Al het koninklijke personeel werd ondergebracht in diverse huizen in de stad. 

Tussen ?1796 en 1811 woonde Petrus Leonardus van Heilmann van Stoutenburg hier.

Hij huurde het huis ruim 15 lang van familie Leyssius - Van Westrenen.

Bron: Huizenaanhetjanskerkhof.nl Janskerkhof 17 en 17a.

Het huis aan het Janskerkhof 17 en 17a te Utrecht wat Paulus Bosch van Drakestein vermoedelijk rond maart 1811 aankocht. Afbeelding: Het Utrechts Archief.Het huis aan het Janskerkhof 17 en 17a te Utrecht wat Paulus Bosch van Drakestein vermoedelijk rond maart 1811 aankocht. Afbeelding: Het Utrechts Archief.

Op dinsdag 3 april 1804 werd ten overstaan van de Utrechtse notaris Jacob Christiaan de Graaf een stuk bouwgrond van 6 morgen en 450 roeden verkocht. Het bouwland lag gelegen tussen de 1e Daalsedijk en de Amsterdamsestraatweg te Utrecht Zuilen op het grondgebied van de Zweesereng. Ten zuiden van rivier de Vecht en ten zuidoosten van het Utrechtse gehucht Vijfhuizen De verkopende partij was Arend Roelofs. De koper van het stuk grond was Huibert Nicolaas van Schalkwijk a Velden.

Huibert Nicolaas van Schalkwijk a Velden werd in het doopregister ingeschreven op 9 januari 1763. Hij huwd met Maria Breur zij is geboren op 5 februari 1742 en sterft op 31 december 1796. Huibert sterft op 12 juni 1812, op 77 jarige leeftijd. Hij was ruim 16,5 weduwnaar. Vermoedelijk in het najaar van 1812 als de boedelverkoop van Huibert plaats vind koopt Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein het ca. 6 morgen groot stuk land aan de 1e Daalsedijk aan. Bij de invoering van het kadaster op 1 oktober 1832 is te zien dat het twee percelen betrof en de rechter helft van de 1e Daalsedijk. Bron: Het Utrechts Archief 34-4 U286a012 87 03-04-1804.

In de jaren twintig van de twintigste eeuw als de stad Utrecht verder richting het noordwesten gaat bouwen en de wijk Zuilen zijn huidige vorm krijgt. Koopt het Grondbedrijf van de gemeente Utrecht het stuk grond aan van familie Bosch van Oud-Amelisweerd. Zij bezaten meer gronden in Zuilen, het Lauwerecht en Achttienhoven.

  • Twee percelen tezamen 6 morgen en 450 roeden groot aankocht door Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein vermoedelijk in het najaar van 1812 te Utrecht Zuilen op de Zweesereng. Bron: HISGIS Utrecht.
  • De twee percelen te Utrecht Zuilen op de Zweesereng, gelegen aan de 1e Daalsedijk. In het najaar van 1812 aangekocht door Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. Kaart militaire topografische kaart. Bron: HISGIS Utrecht.
  • Heden een luchtfoto van de vroegere grond van familie Bosch van Oud-Amelisweerd in Utrecht Zuilen. Nu liggen hier de MInister Talmalaan en Minister Visserstraat gelegen. Bron: Kadastralekaart.com.

Op zaterdag 28 januari 1809 werd in de middag van 16:00 uur in het huis van George Klanek, kastelein in het Wapen van het Keyzerryk, achter den DOM, te Utrecht, door de koninklijken notaris Pieter Jongeneel publiekelijk geveild en verkocht.

Een weldoortimmerde HUIZINGE, ERVE en GROND, met een Thuin daar agter, zynde de Huizinge voorziien van drie Behnagen Beneeden- en Booven-kamers, Zolder, Keuken en Kelder en Kluis: staande en geleegen binnen dezelve Stad, op de Nieuwegragt, op de Runnebaan : wordende in Huure gebruikt by Mevrouw de Weduwe Arntzenius.

Dit staat te lezen in de Utrechtsche Courant van maandag 16 januari 1809.

De koper van het huis aan de Runnenbaan, heden Nieuwegracht 5 was Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. Dit is met een gangbare zekerheid van 90% vast te stellen. Al is hier nog geen notariel archiefonderzoek naar gedaan. De volgende onderbouwingen hierin maken dat de stichting dit durft aan te nemen.

Op dinsdag 8 juni 1805 wordt ten overstaan van de Utrechtse notaris Nicolaas Wilhelmus Buddingh een huizinge, erve en grond met kelder en kluis aan de gragt; wz Nieuwegragt op de Runnenbaan aangekocht door Johannes van Wankum, hij is van beroep meubelmaker en timmerman. Ver verkopende partij is IJsbrand de Kock Jansz. Hij is grootgrondbezitter en schout van diverse Utrechtse ambachtheerlijkheden.

Dat Johannes van Wankum echt woont op de Runnenbaan Nieuwegracht F. 250 zien we in een krantenadvertentie van de Utrechtse Courant van maandag 21 oktober 1805. Dat hij een fabriek opricht in zijn huis als meubelmaker en dan vrienden en bekende van hem. Hem zeker zullen aanbevelen. De advertentie staa als volgende beschreven:

"De Ondergeteekende, welke voor den post als BODE van het zich noemende alleen gepermitteert SCHRYNWERKERS PANT waar de Goederen zonder onderscheid gekeurt worden, bedankt heeft en werkelyj bezig is om allerhande Meubilen gereed te maaken, om zoodanige Fabriek ten zynen Huize op te rigten, verzoekt de gunst ten recommandatie van zyne vrienden en Bekenden, belovende een prompte en civile bediening. Adres op de Runnenbaan Letter (wijk) F. No. 250. De Brieven Franco.   UTRECHT den 10. October   J. VAN WANKUM.

In dezelfde krant maar dan van vrijdag 13 maart 1807 lezen we nog dat Johannes van Wankum nog steeds als timmerman is gevstigd aan de Nieuwegracht 5. In de advertentie biedt hij een aantal kamer TE HUUR aan, aan de Oudegracht. Begin van de negentiende eeuw had Johan diverse panden in zijn bezit in de binnenstad die hij verhuurde en/of aankocht en verkocht.

In dezelfde krant maar dan van vrijdag 13 januari 1809 lezen we dat Johannes een huis aan het Janskerkhof een huis uit de hand Te Koop aanbied. En dat hij op dat moment timmerman is ergens gevestigd aan de Utrechtse Voorstraat. Dze advertentie die een kleine periode van een paar dagen opverlapt met de advertentie we in het begin van dit artikel omschreven van het huis aan de Runnenbaan. Tussen vrijdag 13 januari 1809 en maandag 16 januari 1809. In de eerste advertentie (van 16 januari) wordt een huis aan de de Runnebaan Te Koop aangeboden. Met een grote zekerheid  dat dit het huis is van Johannes van Wankum is. Drie dagen later lezen we dat hij timmerman is, geveistigd op de Voorstraat. Dat de stichting de advertentie van maandag 16 januarie 1809 neemt. Heeft te maken dat erin die periode geen andere huizen aan de Runnenbaan of Nieuwegracht Te Koop worden aangeboden. De diverse advertentie kloppen in eigenschappen met elkaar die het huis heeft in grote lijnen.

Na de koop door Paulus Bosch van Drakestein komt zijn moeder er te wonen de weudwe van Theodorus Garardus Bosch van Drakestein, Cornelia van Bijleveld. Zij woont er met twee persoons huishoudpersoneel. Dat Paul haar zoon het huis heeft gekocht kunnen we ook opmaken aan het volgende. In de vele getranscribeerde akten van de noatriële archieven van Het Utrechts Archief zien we dat vanaf mei 1808 Cornelia van Bijleveld diverse pacht en huurcontracten afsluit van diverse landerijen en boerderijen in de provincie en stad Utrecht. Hierin is in redelijk zekerheid te zeggen dat Paul een deel van zijn vast-, en onroend goed aan haar moeder heeft gegeven. Om vanuit de huur en pachtopbrengsten het huis als huur aan haar zoon te betalen. Maar oook om het huispersoneel wat ze heeft te voorzien van loon.

In haar memories van successie lezen we dat ze er tot aan haar overlijden heeft gewoond. In de bevolkinstelling van 1823 lezen we dat het huis aan de Runnebaan F. No. 250/Nieuwegracht 5 dat het huis leeg staat. Zeven jaar later in 1830 met een volgende bevolkingstelling lezen we dat het huis aan de huis aan de Nieuwegracht 5 wordt bewoond door de dochter van Cornelia, Jkvr. Henriette Josephine Jacqueline Bosch van Drakestein (27 jaar), zij is dan gehuwd met Charles Antoine de Baron Bieberstein Roalla Zawadsky (32 jaar). Hun drie kinderen wonen er ook. Zonen Karel Baron de Bieberstein (4 jaar), Jhr. Hendri de Bieberstein (3/4 jaar) en dochter Jkvr. Henritte de Bieberstein (2 jaar). Vier man dienstpersoneel is ook aanwezig in het huis. Twee kinder meisjes Thereze Thijzen uit Emmerik (22 jaar), Johanna Peels uit Nijmegen (27 jaar). Een keukenmeid Gerarda van Oudermeulen uit Zutphen (29 jaar) en als laaste een dienstmeid Petronella van Baren uit IJsselstein (27 jaar).

Wat wel opvalland is aan deze aankoop van Paul is dat aan de iets noordelijke gelegen straat (heden) Trans 39. De vroegere sociëteit Sic Semper stond. Hierin probeerde Paul een aantal jaren later lid van te worden. Deze sociëteit waarin de rijke en adel van de stad van Utrecht participeerde waren rond 1810 niet gediend van zijn komst in de club. Paul was nog al Frans gezind, waar de meeste adelijke niet van gediend waren. Ook pronkte hij tveel met als zijn eigedommen. Hij kocht, vele landgoederen, landerijen en boerdijen op van armlastig geworden partriciërs en oude adel. Die door de slechtse economisch omstandheden in het begin van de negentiede eeuw deze moesten verkopen. Deze twee dingen maakte dat hij een redelijk gehaat man was. Na een stemming in de sociëteit van 21 tegen, en 19 stemmen voor kwam hij er niet in. Later in goed overleg mocht hij zich wel aansluiten in de Sic Semper. Je zou bijna denken dat Paul Bosch het huis aan de Oudegracht 5 juist had gekocht om zijn mede rijke stadgenoten een te overtroeven met wat hij allemaal had. Zeker om naast Sic Semper een extra pronk opject te hebben.

  • Gezicht op de voor- en zijgevel van Sociëteit Sic Semper (Trans 19) te Utrecht, gezien vanaf de Pausdam. Links de Runnebaan. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 76912.
  • Gezicht op het nieuwe gebouw van Sociëteit Sic Semper (Trans 19, hoek Nieuwegracht) te Utrecht, uit het noordoosten in 1892. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 25599.

De naam Runnebaan werd na 1890 opgeheven en de straat werd opgenomen als onderdeel van de Nieuwegracht. De naam van de Runnebaan wordt gerelateerd aan de Rijn die ruim 2000 jaar eerder door Utrecht stroomde.

Maar hoe is het met Johannes van Wankum verder gegaan. In de Utrechtsche Courant van maandag 11 februari 1822 biedt hij weer een huis aan de Oudegracht uit de hand Te Koop aan. Als laatste stata te lezen dat hij gevestigd over (achter) de 's Rijks Munt. De Nederlands Munt (muntpersen) stond in de negentiende eeuw op de plek waar het nu het oude Postkantoor aan de Neude gevestigd is. Waar sinds vrijdag 13 maar 2020 na twee jaar fors verbouwen nieuwe winkels in zijn gekomen. Eiegenlijk was hij gevestigd met huis, erf, kelder en buitenerf op de plek op de hoek van de Viebrug/Lange Viestraat/Potterstraat en de Oudegracht ten westen ervan gelegen met ten zuiden eraan gelegen de Zakkendragershof. Dit zien we af op de kaart na de invoering van het kadaster op 1 oktober 1832.

Johannes wordt gedoopt op 12 janauri 1766 als zoon van Willem Wankum en Elisabeth Bruijne. Doopgetuigen is Maria Vermeulen. Johan krijgt diverse kinderen huwd twee keer en overlijd uiteindelijk in het jaar 1846.

  • Het pand aan de Runnenbaan F. No. 250./Nieuwegracht 5 wat Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein kocht op zaterdag 28 januari 1809. Om zijn oude moeder erin te laten wonen. Bron: HISGIS Utrecht.
  • Gezicht op de voorgevel van het huis Nieuwegracht 5 te Utrecht; links de ingang van de Hofpoort in 1992. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 64872 .
  • Het pand aan de Nieuwegracht 5 te Utrecht heden in het kadaster anno 2020. Bron: Kadastralekaart.com.
  • Gezicht op de ingangspartij van het pand Nieuwegracht 5 te Utrecht in 1983. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 815675.
  • Interieur van het pand Nieuwegracht 5 te Utrecht: de hal bij de entree met rijk versierd houtsnijwerk boven de trap en de deur, in oktober 1982. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 815478.
  • Gezicht op de Hofpoort aan de Nieuwegracht te Utrecht. Links de panden Nieuwegracht 11 en 13 en rechts het huis Nieuwegracht 5, in 1900-1910. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 832277.
  • Gezicht op de Hofpoort te Utrecht; aan weerszijden delen van de voorgevels van de huizen Nieuwegracht 5 (rechts) en 11 (links) in 1982. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 64873.
  • Gezicht op de Hofpoort tussen de panden Nieuwegracht 5 en 11 te Utrecht in 1965-1970. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 22295.

In een groot deel van de 18e eeuw behoord boerderij Schoneveld bij de onroerende goederen van kasteel Schonauwen. De onroerende goederen zijn eigendom van Gerlach Theodorus Baron van der Capellen, heer van Houten en 't Goy, Schonauwen en Mijdrecht. De baron overlijd in 1805 en laat alles na aan zijn weduwe Frederika Johanna van Hangest d’Yvoy. Zij overlijd in 1812. Doordat het echtpaar geen kinderen heeft en bovendien nog een grote schuld heeft openstaan bij een zekere jonkheer Nepveu van 18.000 gulden zien de nazaten van Frederika familie Van Hangest d'Yvoy zich genoodzaakt alles te laten veilen om de nog opstaande schuld te vereffenen. De veiling geschied op woensdag 26 oktober 1812 voor notaris Gerardus Hendrikus Stevens te Utrecht. Achter de St. Pieter, Wijk F, n. 363 (heden Achter de Sint Pieter).

Mevrouw Frederika Johanna Hangest d’Yvoy, echgenoot van Gerlach Theodorus van der Capellen.Mevrouw Frederika Johanna Hangest d’Yvoy, echgenoot van Gerlach Theodorus van der Capellen.

Bij de veiling werd boerderij Schoneveld gekocht door Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein die deze gelijk aan zijn moeder Cornelia van Bijleveld schenkt. Om van de opbrengsten van de pacht in haar oude dag te voorzien. Na haar overlijden in 1823 erft haar kleinzoon Jan Willem Hendrik Bosch (Van Drakestein) de boerderij, hij is de neef van Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. Via verschillende verervingen door de familie Bosch werd Schoneveld uiteindelijk verkocht bij een veiling in 1931 aan de toenmalige pachter P.J. van Wijk. Nazaten van deze P.J. van Wijk wonen tot op de dag van vandaag nog op de boerderij.

Rond 1900 is de boerderij ook een periode in eigendom geweest van Jhr. Paulus Jan Bosch van Drakestein. De vroegere Commissaris van de Koning(in) van Noord-Brabant.

Bron: Het Utrechts Archief 34-4 Notarissen in de stad Utrecht U324c004 1812 Aktenummer: 1696. 

  • Woensdag 26 oktober 1812 voor notaris Gerardus Hendrikus Stevens te Utrecht. Koopt Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein boerderij en landerijen van Schoneveld in Houten van familie Van Hangest d'Yvoy (1). Kaart: HISGIS Utrecht.
  • Woensdag 26 oktober 1812 voor notaris Gerardus Hendrikus Stevens te Utrecht. Koopt Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein boerderij en landerijen van Schoneveld in Houten van familie Van Hangest d'Yvoy (2). Kaart: HISGIS Utrecht.
  • Woensdag 26 oktober 1812 voor notaris Gerardus Hendrikus Stevens te Utrecht. Koopt Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein boerderij en landerijen van Schoneveld in Schonauwen van familie Van Hangest d'Yvoy. Kaart: HISGIS Utrecht.

Op vrijdag 29 juli 1814 kocht Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein aan ten huize van kastelein De Kruyf te Breukelen om 17:00 uur in de middag ten overstaan van de Utrechtse notaris Pieter Jongeneel een hofstede met 15 morgen en 326 roeden land, HUIS, berg en schuur met daarbij nog 6 morgen 400 roeden land allemaal gelegen in het buurtschap Oudhuizen in de gemeente Wilnis. Heden gelegen het huis met land aan de Geerkade 45 te Oudhuizen Wilnis. Dertien jaar eerder kocht Paulus al land ten westen van de Geerkade ook in Oudhuizen en Westveen (gemeente Nieuwekoop) gelegen in het jaar 1801.

Op vrijdag 29 juli 1814 kocht Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein aan een boerderij met land aan te Oudhuizen Wilnis. Heden gelegen aan de Geerkade 45 te Oudhuizen Wilnis. Land links ervan in het licht geel behoorde er niet bij.Op vrijdag 29 juli 1814 kocht Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein aan een boerderij met land aan te Oudhuizen Wilnis. Heden gelegen aan de Geerkade 45 te Oudhuizen Wilnis. Land links ervan in het licht geel behoorde er niet bij.

Op zaterdag 13 augustus 1814 werd in de middag op 16:00 uur op het Kantoor der Publieke Verkoopingen, achter St. Pieter, Wijk F., No. 363 binnen de stad van Utrecht, publiek geveild en verkocht. Onder het toeziend oog van de Utrechtse notaris Nicolaas Wilhelmus Buddingh.

No. 1. Een BUITENWONING, met agterhuis, Schuuren en Berg genaamd Voorveld, met een Tuin vóór het HUIS een, dito er, agter, en een Erf of Tuin ter zijde gelegen, staande en gelegen in de Blaauw Cappelsche Steeg, onder den Geregte van Oostveen.

No. 2. Acht en een half Morgen WEILAND, Verongeldende voor 8 Morgen en 430 Roeden, onder Oosteveen (Maartsendijk) voornoemd, aan den Kerkdijk (Ezelsdijk/Kardinaal de Jongweg) - Welke beide Percelen, eerst ieder afzonderlijk, en daarna te samen bij elkander zullen geveild en verkogt worden. Verkoper van het achterhuis Voorveld was Adrianus van Niekerken. Koper van de 8 en halve morgen weiland is Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein.

Bij de invoering van het kadaster op 1 oktober 1832 wordt als eigenaar Jan Willem Hendrik Bosch genoemd va de 8 en halve morgen grond in Blauwkapel te Maartensdijk. Bij dit stuk grond in Maartensdijk zijn er twee optie mogelijk die waarop de grond toe kwam aan Paulus zijn neef Jan Willem Hendrik Bosch. Na de aankoop kon de 8 en halve morgen grote grond zijn overgaan naar Paulus zijn moeder Cornelia van Bijleveld. Die dan tussen 1814 en 1823 het jaar tot aan haar overlijden de eigenaresse ervan was. Zij voorzag zich dan in de pachtopbrengsten in haar oude dag. Na haar overlijden zou dan de grond zijn overgegaan op kleinzoon Jan Willem Hendrik Bosch. Of dat Jan Willem Hendrik Bosch op zijn 18de verjaardag op dinsdag 22 juli 1817, van ome Paul het stuk grond in Maartensdijk kreeg. Later zal de grond na het overlijden van Jan Willem Hendrik Bosch toe bekomen zijn aan zoon Wilhelmus Johannes Marie Bosch van Oud-Amelisweerd. Hij is de stamvader van de Bosch van Oud-Amelisweerd tak.

Het land lag in het noorden tegen de Blaauwkapelsche weg aan, waarvan de zuidelijke kant van de weg deze naam had. En de noordelijke kant van de weg de naam Voordorpsche dijk droeg. Het achterhuis genaamd Voorveld wat bij de grond behoorde stond heden op de plek van een huis wat nu geadresseerd is op het adres van de Voordorpsedijk 1 te Utrecht. Gelegen ten oosten van het Nieuwe Hollandse Waterlinie Fort Blauwkapel, deze werd gebouwd in de periode 1818 tot 1821. Ten zuiden van het 8 en halve morgen grote stuk land van wat ooit van familie Bosch was sloot deze aan op de Ezelsdijk. Deze Ezelsdijk wordt in diverse begin negentiende eeuwse beschrijving nog genoemd als de Kerkdijk. De naam van de Ezelsdijk raakte later in die eeuw in zwang als benaming. Midden twintigste eeuw zou op het tracé van de Ezelsdijk de huidige Kardinaal de Jongweg worden aangelegd.

Ook in het midden van de negentiende eeuw werden er nog diverse andere stukjes grond van het eigendom van familie Bosch afgesnoept. Met de aanleg van twee nieuwe spoorlijnen. De eerste die rond 1860 werd aangelegd de Centraalspoorweg, die werd aangelegd tussen Utrecht en de stad Zwolle. En de Oosterspoorbaan van Utrecht Lunetten naar Hilversum die omstreeks 1872 werd aangelegd. De spoorlijn kruizen vandaag de dag elkaar nog ten oosten van het Fort Blauwkapel.

Met de aanleg van de Kardinaal de Jongweg midden twintigste eeuw werd de wijk Tuindorp ten noorden van deze weg gebouwd. Vooral in de jaren zestig werd er volop gebouwd. De grond waarop de huizen en flats in het Utrechtse Tuindorp werden gebouwd waren voor 1 januari 1954 van de gemeente Maartensdijk. In de periode 1948-1954 werd er grote voorbereiding getroffen om diverse Utrechtse gemeenten op te heffen of te annexeren met de stad. Zo moest de Nieuwegeinse plaats Jutphaas een groot noordelijk deel afstaan aan de stad. Werd de gemeente Zuilen opgeheven en gevoed bij de stad. Gemeente Houten moest zijn noordelijk deel van het Maarschalkerweerd/Oud-Wulven afstaan.

  • Op zaterdag 13 augustus 1814 kocht Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein 8 en een halve morgen groot stuk land in Maartensdijk aan. Bij zijn vriend en buurman notaris Budiing. Bron: HISGIS Utrecht.
  • Het huis Voorveld ingetekend in het kadaster op 1 oktober 1832 ten oosten van Fort Blauwkapel. Heden op deze plaats het huis aan de Voordorpsedijk 1 te Utrecht. Bron: HISGIS Utrecht.
  • Heden het huis aan de Voordorpsedijk 1 te Utrecht waar in het jaar 1832 nog het huis Voorveld stond. Bron: Kadastralekaart.com.

Boerderij De Grote Geer ooit gelegen aan de Binnenweg kwam in 1985 te liggen aan de Snoeksloot 62-64 nadat om de boerderij in die periode de wijk De Sloten werd gebouwd.

Tot 1798 was de boerderij eigendom van Jan van Vianen. In dat jaar overlijd hij en laat een vrouw en dochtertje achter. Zijn vrouw Engeltje Smit krijgt enkele jaren later een relatie met Jan Nagel. Hij trouwt met haar waardoor hij De Grote Geer in eigendom verkrijgt. In de verpondingslijst uit 1806 (belasting) staat geschreven dat Jan Nagel in dat jaar een compagnon heeft een zekere J. de Munnik. De heer Nagel en De Munnik verkopen boerderij De Grote Geer op zaterdag 26 augustus 1815 ten overstaan van notaris Theodorus Koppen te Utrecht. Koper is Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. Hij geeft De Grote Geer met het bijbehorende land gelijk door aan zijn moeder Cornelia van Bijleveld. Om uit de pachtopbrengsten in haar oude dag te voorzien.

Bij de koop in 1815 behoorden ook diverse boerderijen en landerijen in Oostveen. In het tegenwoordig dorp Maartensdijk. Cornelia krijgt daar ook divers onroerend-, en vastgoed van haar zoon Paulus geschonken. Waarna zij tot aan haar dood in 1823 de eigenaresse blijft van De Grote Geer en de objecten in Oostveen.

Bron: Het Utrechts Archief 34-4 Notarissen in de stad Utrecht U270a035 1814-1815 Blz. 383 Aktenummer: 790. 

  • Zaterdag 26 augustus 1815 voor notaris Theodorus Koppen te Utrecht. Koopt Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein boerderij en landerijen van De Grote Geer in Houten van dhr. Nagel en de Munnik (1). Kaart: HISGIS Utrecht.
  • Zaterdag 26 augustus 1815 voor notaris Theodorus Koppen te Utrecht. Koopt Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein boerderij en landerijen van De Grote Geer in Houten van dhr. Nagel en de Munnik (2). Kaart: HISGIS Utrecht.
  • Zaterdag 26 augustus 1815 voor notaris Theodorus Koppen te Utrecht. Koopt Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein boerderij en landerijen van De Grote Geer in Odijk van dhr. Nagel en de Munnik. Kaart: HISGIS Utrecht.
  • Zaterdag 26 augustus 1815 voor notaris Theodorus Koppen te Utrecht. Koopt Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein boerderij en landerijen van De Grote Geer in Bunnik van dhr. Nagel en de Munnik (1). Kaart: HISGIS Utrecht.
  • Zaterdag 26 augustus 1815 voor notaris Theodorus Koppen te Utrecht. Koopt Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein boerderij en landerijen van De Grote Geer in Bunnik van dhr. Nagel en de Munnik (2). Kaart: HISGIS Utrecht.

Op vrijdag 28 oktober 1808 wordt ten overstaan van de Utrechtse notaris Henricus van Dusseldorp Jr. de boedel verdeeld van de overleden weduwnaar Jacobus Verhoef. Hij overleed op maandag 19 november 1804. Zijn echtgenote overleed een jaar eerder, Antonia Vos was haar naam. Zij werd begraven op maandag 21 november 1803. Het echtpaar had vijf kinderen. Dochter Adriana Wilhelmina Verhoeff erft van haar overleden vader ruim 4 morgen weiland op de Hoge-, en Lage Weide in de Utrechtse gemeente Catharijne. 

Heden ligt op dit stuk grond de Bilitonkade in de Utrechtse wijk Lombok, de Keulsekade met het Merwedekanaal en de Merwedesluizen. Het Merwedekanaal is hier omstreeks 1890 aangelegd voor de verbinding van de Nederlandse hoofdstad Amsterdam, via de Nieuwegeinse plaats Vreeswijk en de rivier de Lek, naar de Zuid-Hollandse stad Gorinchem, gelegen aan Boven Merwede rivier.

Adriana Wilhelmina Verhoeff huwd op woensdag 29 april 1812 te Utrecht stad met Simon Roghair, een 27 jaar jonge man uit de Bunnik (Prov. Utrecht). Hij is de zoon Joannes Roghair en Anna Maria Frank. Simon werd geboren op 1 januari 1786 en overleed op woensdag 1 mei 1839 te Nieuwer-Amstel (Amsterdam, Prov. Noord-Holland). Hij werd 53 jaar oud. Van beroep was hij apotheker. Joannes Roghair was predikant Nederlands Hervormd predikant in het dorp Bunnik.

Bij de invoering van het kadaster op 1 oktober 1832 zijn de 4 morgen weiland, gelegen op de Hoge-, en Lage Weide van het Utrechtse Catharijne het eigendom van onze Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. Het is niet helemaal duidelijk wanneer Paulus deze 4 morgen grond heeft aangekocht. Maar een aanwijzing vinden wij hiervan in het Opregte Haarlemsche Courant van donderdag 25 januari 1816. In een aangekondigde veiling van grond wordt er melding gemaakt negen morgen bouw-, en weiland, gelegen in de gemeente Bunnik en het dorp Vechten. En No. 4. Vier Morgen allerbeste WEILAND, gelegen nabij de Stad Utrecht, onder de Hooge- en Lageweide. Tezamen met nog drie andere percelen landerijen onder andere nog gelegen in de gemeenten Westbroek en Oostveen (Maartensdijk). Op zaterdag 3 februari 1816 werd in de middag op 14:00 uur op het Kantoor der Publieke Verkoopingen, achter St. Pieter, Wijk F., No. 363 binnen de stad van Utrecht. Een publieke veiling gehouden door de twee Utrechtse notarissen Mattheus Jacobus van Buuren en Pieter Adriaan van Schermbeek.

Het is deze veiling die de stichting vond op de online krantenbank Delpher.nl van de Koninklijk Bibliotheek te Den Haag waar een aantal aspecten in worden genoemd die met redelijk zekerheid zijn te koppelen aan het echtpaar Andriana Wilhelmina Verhoef en Simon Roghair. Zoals hierboven beschreven bezat Adriana de 4 morgen weiland in Catharijne. Simon was afkomstig uit Bunnik. In het artikel worden ook nog landerijen uit de gemeente Bunnik verkocht. Bij het zoeken in de krantenbank waren er verder geen andere vermelding van verkoop van landerijen in Hoge-, en Lage Weide te Utrecht omstreeks 1812-1816. Het zou kunnen dat het echtpaar Verhoeff-Roghair een onroerend goed bezitting verkochten in het voorjaar van 1816 om daarna naar het Amsterdamse Nieuwer-Amstel te vertrekken. Waar zij allebei eind jaren dertig van de negentiende eeuw zijn overleden. 

Later werd de grond heden gelegen onder de Bilitonkade, Keulsekade en de Merwedesluizen het eigendom van familie Bosch van Oud-Amelisweerd.

Bron: Delpher.nl,  Het Utrechts Archief 34-4 U282a007 35 28-10-1808.

  • In geel gearceerd de 4 morgen land ten westen van Utrecht stad volgens het kadaster van 1 oktober 1832. Op de achtergrond de topografische Militaire kaart 1880-1900. Bron: HISGIS Utrecht.
  • Perceel 1 op de Hoge-, en Lage Weide te Utrecht Catharijne op 1 oktober 1832 het eigendom van Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. Heden ligt hier de Bilitonkade te Lombok. Bron: HISGIS Utrecht.
  • Perceel 2 op de Hoge-, en Lage Weide te Utrecht Catharijne op 1 oktober 1832 het eigendom van Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. Heden ligt hier de Bilitonkade te Lombok. Bron: HISGIS Utrecht.
  • Perceel 2 op de Hoge-, en Lage Weide te Utrecht Catharijne op 1 oktober 1832 het eigendom van Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein, ten westen van Utrecht stad. Bron: HISGIS Utrecht.
  • Heden de omgeving bij de Merwedesluizen, Keulsekade en Bilitonkade in de Utrechtse wijk Lombok. Waar ooit de twee percelen van Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein lagen. Bron: Openstreetmap.org.
  • Heden de omgeving bij de Merwedesluizen, Keulsekade en Bilitonkade in de Utrechtse wijk Lombok. Waar ooit de twee percelen van Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein lagen. Bron: Kadastralekaart.com.

Op dinsdag 11 maart 1817 kocht Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein aan ten huize van Jan de Kruiff, kastelein te Breukelen om 12:00 uur in de middag ten overstaan van de Utrechtse notaris Theodorus Koppen 26 en een halve morgen hooi en weilanden gelegen in het buurtschap Spengen gemeente Kockengen. Heden ligt deze boerderij met de vroegere landerijen van Paulus in Spengen Kockengen aan de Spengen 32.

Boerderij met landerijen in Spengen Kockengen aangekocht door Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein op 11 maart 1817.Boerderij met landerijen in Spengen Kockengen aangekocht door Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein op 11 maart 1817.

Op woensdag 17 juni 1818 werden er ten overstaan van Willem Pernis, rentmeester van de Domeinen te Vianen diverse landbouwgronden en grienden verkocht die tot 21 februari 1811 van het vroegere kapittel van St. Marie zijn geweest. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein kocht een perceel weiland en een perceel hakhout/griend/loofbos te Vianen, Autena, Bolgerij.

  • Perceel weiland ten zuiden van de Autenaseweg te Vianen ingetekend in de kadasterkaart van 1832. In vector 10 de twee rijksnelwegen links A27 en rechts de A2. Bron: HISGIS.nl Utrecht.
  • Perceel griend ten zuiden van de Autenaseweg te Vianen ingetekend in de kadasterkaart van 1832. In vector 10 de twee rijksnelwegen links A27 en rechts de A2. Bron: HISGIS.nl Utrecht.
  • Heden de situatie in Vianen te Autena, Bolgerij waar tot ruim 200 jaar (1818-2018) geleden de gronden van Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein lagen. Bron: Kadastralekaart.com

Op zaterdag 31 oktober 1818 kocht Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein aan het Bureau der Publieke Verkopingen achter de St. Pieter wijk F. No. 363 om 16:00 uur in de middag aan de Buitenplaats Ridderoord en Riddersdorp aan. Gelegen in gemeente De Bilt. Hij kocht het landgoed aan van de weduwe Maria Gildemeester. Zij was laatste bewoonster van de buitenplaats. Hij zal dit gedaan hebben om zijn eigendom De Vuursche en Kasteel Drakestein gelegen ten noorden van Ridderoord verder naar het zuiden toe uit-te-breiden. Paulus was toen Heer van Ridderoord. Bij Ridderoord en Riddersdorp in De Bilt horen vandaag de dag nog de Ridderoordse Bossen met een oppervlakte van 230 hectaren.

De Buitenplaats Ridderoord en Riddersdorp gelegen in gemeente De Bilt ten zuiden van De Vuursche en Kasteel Drakestein. Situatie zoals het was op 1 oktober 1832.De Buitenplaats Ridderoord en Riddersdorp gelegen in gemeente De Bilt ten zuiden van De Vuursche en Kasteel Drakestein. Situatie zoals het was op 1 oktober 1832.

Op woensdag 1 december 1819 werd door het domeinenkantoor van de Nederlandse Staat te Arnhem afdeling Gelderland de vroegere vast-, en onroerende goederen van het kapittel van St. Jan te Utrecht verkocht per afslag. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein kocht het landgoed de Hennekamp of Hindekamp gelegen op de Ginkelse Heide in de gemeente Ede. Landgoed behoorde tot 21 februari 1811 bij het kapittel van St. Jan te Utrecht.  De boerderij staat tegenwoordig geadresseerd aan de Kreelseweg 98 te Ede. Paulus was toen Heer van de Hennekamp of Hindekamp.

Landgoed de Hennekamp of Hindekamp in de gemeente Ede gelegen op de Ginkelse Heide, situatie zoals het was op 1 oktober 1832. Tot het jaar 1811 onderdeel geweest van het kapittel van St. Jan te Utrecht. Nadien van familie Bosch van Drakestein.Landgoed de Hennekamp of Hindekamp in de gemeente Ede gelegen op de Ginkelse Heide, situatie zoals het was op 1 oktober 1832. Tot het jaar 1811 onderdeel geweest van het kapittel van St. Jan te Utrecht. Nadien van familie Bosch van Drakestein.

Op woensdag 1 december 1819 werd door het domeinenkantoor van de Nederlandse Staat te Arnhem afdeling Gelderland de vroegere vast-, en onroerende goederen van het kapittel van St. Jan te Utrecht verkocht per afslag. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein kocht het landgoed met de bijbehorende landerijen van De Proosdij aan. De Proosdij had diverse landerijen en percelen in de omgevingen van de gemeente Ede liggen, ook gelegen in Wageningen en bij het dorp Ederveen. De Proosdij behoorde bij de vast-, en onroerende goederen van het kapittel van St. Jan te Utrecht tot 21 februari 1811. Nadien werd deze opgeheven en kwamen het vastgoed en de onroerende goederen toe aan de Staat der Nederlanden. Het boerderijencomplex bestaat tegenwoordig nog in de gemeente Ede. En is gelegen aan de Proosdijweg 37 t/m 41. In het complex is een kinderenboerderij gevestigd van zorginstelling 's Heerenloo. Wat betreft de andere landerijen is heden (bijna) de hele gemeente Ede op de vroegere gronden van familie Bosch van Drakestein gebouwd (zie kaart).

Landerijen behorend bij de Proosdij te Ede van het kapittel van St. Jan te Utrecht tot. Situatie ingetekend van de Proosdij te Ede op 1 oktober 1832. Toen in het bezit van Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein.Landerijen behorend bij de Proosdij te Ede van het kapittel van St. Jan te Utrecht tot. Situatie ingetekend van de Proosdij te Ede op 1 oktober 1832. Toen in het bezit van Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein.

Op woensdag 15 december 1819 werd in Amerongen ten huize van Otto de Ridder, kastelein in de Roden Leeuw. Bij aanbod en daarna bij afslag publiekelijk aan de hoogste bieder verkocht en geveild. De vroegere vast-, en onroerende goederen van het Utrechtse kapittel Ten Dom. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein kocht toen de diverse percelen land, gelegen in de gemeente Wijk bij Duurstede in de polder Noordhuizen, ten oosten gelegen de landerijen van De Hoge-, en de Lage Maat. Ten zuiden gelegen de het polderweggetje de Broekweg. Ten westen en noorden gelegen de weg en het gehucht Dwarsdijk. De percelen droegen in de achttiende eeuw de naam De Veilingkamp.

Tussen 1938 en 1953 werd ten noorden en oosten van De Veilingkamp het Amsterdam- Rijnkanaal aangelegd. Dit Nederlandse kanaal loopt van de hoofdstad Amsterdam, ten oosten van Utrecht stad via Houten en Wijk bij Duurstede naar de Waal bij Tiel. Zo kunnen binnenvaartschepen makkelijker van de Amsterdamse havens met goederen naar het achterland en zo naar het Duitse Roergebied varen. En visa versa. Het kanaal werd in de jaren twintig en dertig van de twintigste eeuw ontworpen door de Utrechtse ingenieur van de Provinciale Waterstaat Utrecht, Anton Mussert. Hij die in de Tweede Wereldoorlog de Nationaal Socialistische Beweging (NSB) leiden.

Anno 2020 is op het vroegere land De Veilingkamp een rozenbottelkwekerij gevestigd met de naam Rozenbotteltuin De Put, gelegen aan de Broekweg 10 te Wijk bij Duurstede. Enige jaren geleden zijn de kwekers nog in het televisie programma Binnenste- Buiten van de KRO-NCRV geweest. 

Website: Rozenbotteltuin De Put

  • Woensdag 19 december 1819 kocht Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein De Veilingkamp aan van het vroegere kapittel Ten DOM te Wijk bij Duurstede. Bron: HISGIS Utrecht.
  • De Veilingkamp anno heden. Bron: Kadastralekaart.com

Op woensdag 15 december 1819 werd in Utrecht door het domeinenkantoor van de Nederlandse Staat te Amerongen de vroegere vast-, en onroerende goederen van het kapittel Ten Dom verkocht bij afslag. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein kocht toen de gronden en de bijhorende  boerderij De Hoop aan, gelegen in Cothen aan de Ossenwaard.  

Na zijn overlijden in april 1834 werden de gronden en boerderij verdeeld onder zijn twee zonen Jhr. Willem Bosch van Drakestein van Nieuw-Amelisweerd en Jhr. Johannes Gerardus Bosch van Drakestein, Heer van Bruxvoort. Delen van De Hoop werden toen gevoegd bij het onroerend goed van Landgoed Nieuw-Amelisweerd in Bunnik en het Landgoed Bruxvoort in Bennekom in Gelderland.

Landerijen behoorde tot 21-02-1811 bij het kapittel Ten Dom te Utrecht. Landerijen en boerderij De Hoop in Cothen, gelegen de Ossenwaard. Ingetekend zoals de situatie was op 1 oktober 1832. Kaart op de achtergrond dateert uit het einde van negentiende eeuw. Bron: HISGIS.nl Utrecht.Landerijen behoorde tot 21-02-1811 bij het kapittel Ten Dom te Utrecht. Landerijen en boerderij De Hoop in Cothen, gelegen de Ossenwaard. Ingetekend zoals de situatie was op 1 oktober 1832. Kaart op de achtergrond dateert uit het einde van negentiende eeuw. Bron: HISGIS.nl Utrecht.
Portret van Jhr. C.P.J. Bosch van Drakestein (1847-1908). Bron: Geheugenvannederland.nl.Portret van Jhr. C.P.J. Bosch van Drakestein (1847-1908). Bron: Geheugenvannederland.nl.


Op dinsdag 14 oktober 1919 werd voor notaris H.J. van Heijst te Wijk bij Duurstede door de weduwe van Jhr. Carolus (Karel) Petrus Johannes Bosch van Drakestein (1874-1908), mevrouw Florentine Caroline Johanna de Sonnaville en haar dochter Sophronia Paulina Bosch van Drakestein (1882-1931) diverse landerijen uit De Ossenwaard bij Cothen verkocht. Die zij van vader Karel hadden geërfd. Karel op zijn beurt had de gronden van zijn vader Jhr. Johannes Gerardus Bosch van Drakestein, Heer van Bruxvoort geërfd.

Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 288 241.

Op woensdag 15 december 1819 werd in Utrecht door het domeinenkantoor van de Nederlandse Staat te Amerongen de vroegere vast-, en onroerende goederen van het kapittel Ten Dom verkocht bij afslag. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein kocht toen de gronden van de vroegere ambachtsheerlijkheid De Grote-, en De Kleine Koppel aan te gemeente Oud-Wulven (Houten), na 1954 het huidige Utrecht Lunetten.

Boerderij De Koppel ooit gelegen aan het einde van de Koppeldijk en aan het begin van het Rijndijkje. Was gelegen tegen de grens van het Utrechtse Tolsteeg aan. Boerderij De Koppel was eeuwenlang het eigendom van het Utrechtse kapittel ten DOM. Op woensdag 15 december 1819 kocht Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein op een veiling te Utrecht de boerderij aan van de Nederlandse Domeinen van het Rijksdomeinen kantoor te Amerongen.

Na het overlijden van Paulus in 1834 erft zijn zoon Willem Bosch van Drakestein boerderij De Koppel. Zijn nazaat Paulus Titus Marie Jozef Bosch van Drakestein verkoopt de boerderij in 1896 aan veehouder Michiel van Zijl.

Per 1 januari 1954 komt de boerderij op Utrechts grondgebied te liggen na de grote grondannexatie van die tijd. Het Houtense Maarschalkerweerd werd ook bij de gemeente Utrecht gevoegd.

Een nazaat van Michiel van Zijl verkoopt de boerderij in 1964 aan de gemeente Utrecht voor de toenmalige stadsuitbreiding van Utrecht Lunetten. Kort daarna is de boerderij gesloopt.

  • Op woensdag 15 december 1819 kocht Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein te Utrecht boerderij De Koppel aan van de Nederlandse Domeinen van het Rijksdomeinen kantoor te Amerongen (1). Kaart: HISGIS Utrecht.
  • Op woensdag 15 december 1819 kocht Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein te Utrecht boerderij De Koppel aan van de Nederlandse Domeinen van het Rijksdomeinen kantoor te Amerongen (2). Kaart: HISGIS Utrecht.
Portret van Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. Portret bevindt zich in particulier bezit in Bussum.Portret van Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. Portret bevindt zich in particulier bezit in Bussum.

Op woensdag 15 december 1819 werd in Utrecht door het domeinenkantoor van de Nederlandse Staat te Amerongen de vroegere vast-, en onroerende goederen van het kapittel van St. Jan verkocht. Waaronder boerderij De Klomp met het bijbehorende Fectio Vechten terrein gelegen aan de Marsdijk en Oude Mereveldseweg in de gemeente Bunnik. Paulus hield wel van oudheden aangezien hij Romeinsrecht gestudeerd had. Bij de koop betrof het hier om delen van grond en de afkoop van de erfpachtcanon die het kapittel vele eeuwen had op dit stuk bij Vechten.

Op zaterdag 11 november 1826 om 17:00 uur in de namiddag Achter de St. Pieter te Utrecht ten overstaan van notaris Pabst kocht Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein boerderij De Klomp (Oude Mereveldseweg 2-4) fysiek aan met het bijbehorende onroerend goed van nazaten van de laatste bewoner Willem van 't Schip.

Boerderij De Klomp (Oude Mereveldseweg 2-4, gem. Houten) met het bijbehorende Fectio Vechten terrein (noordkant Marsdijk, gem. Bunnik) binnen de rode lijnen op 1 oktober 1832. Landerijen en boerderij aangekocht door Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein in 1819 en 1826. Moeder Cornelia van Bijleveld kocht al voor 1811 een stuk Fectio Vechten terrein aan. Bron: HISGIS.nl Utrecht.Boerderij De Klomp (Oude Mereveldseweg 2-4, gem. Houten) met het bijbehorende Fectio Vechten terrein (noordkant Marsdijk, gem. Bunnik) binnen de rode lijnen op 1 oktober 1832. Landerijen en boerderij aangekocht door Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein in 1819 en 1826. Moeder Cornelia van Bijleveld kocht al voor 1811 een stuk Fectio Vechten terrein aan. Bron: HISGIS.nl Utrecht.

Op maandag 12 juni 1820 werd in Utrecht door het domeinenkantoor van de Nederlandse Staat te Amerongen de vroegere vast-, en onroerende goederen van het kapittel van St. Marie verkocht bij afslag. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein kocht toen twee percelen land aan in het huidige Utrecht Lunetten aan. Kapittels in Nederland werden bij Keizerlijk secreet door Napoleon opgeheven per 21 februari 1811. Ruim 9 tot 12 jaar later zouden werden de onroerende goederen en vastgoed van de kapittels door rentmeesters der Domeinen van de Nederlandse Staat worden verkocht. De verkoop van de landerijen werd goedgekeurd bij koninklijke besluit genomen door koning Willem I.

Toen Paul de twee percelen in het huidige Utrecht Lunetten kocht werden er vanaf 1819 al voorbereidingen getroffen voor de aanleg van De Vier Lunetten op de Houtense Vlakte. De 4 Nieuwe Hollandse Waterlinie Forten die werd gebouwd in de periode van 1819 tot 1823. Gelegen tussen de Kromme-Rijn en Koningsweg (Lunet I), Koningsweg en Rijndijk (Lunet II), spoorlijnen Utrecht - Arnhem (Rhijnspoorweg) en de Staatslijn H Utrecht - 's-Hertogenbosch en Houtensepad (Lunet III) en het vierde fort gelegen tussen het Houtensepad en de Ravensedijk (Lunet IV). Een bijna de helft van Paul's perceel werd in gebruik genomen voor de bouw van deze Waterlinie forten.

Na het overlijden van Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein, in april 1834 kwam het vroegere St. Marie land toe aan zijn dochter en schoonzoon. Jkvr. Henriette Josephine Jacqueline Bosch van Drakestein, zij was gehuwd met Charles Antoine de Baron Bieberstein Roalla Zawadsky. 

Over het terrein van Charles en Henriette liep al vanaf de bekendst vroegste bron uit de 15e eeuw het Houtensepad. In 1632 werd dit zandpad, ook echt van jaarlijks vers zand voorzien. Het pad was in de eerste helft van de zeventiende eeuw tot 1795 in het beheer van de Staten van Utrecht. Vanaf 1813 bij het het ontstaan van het huidige koninkrijk der Nederlanden. Was het zandpad in het beheer van de Provincie Utrecht en van 1850 in het beheer van de Provinciale Waterstaat van Utrecht tot omstreeks het jaar 1969. Toen ging het zandpad wat sinds de twee helft van de negentiende eeuw een verharde weg was geworden. Beheer van de weg werd overgenomen door de  gemeente Utrecht.

De Koningsweg  iets ten noorden gelegen van het Houtensepad was wel het eigendom van Paulus Bosch van Drakstein, zijn zoon Willem Bosch van Drakestein en diens zoon Hendrik Bosch van Drakestein. Beide laatst genoemde heren bezaten vanaf 1834 tot 1914 het Landgoed Nieuw-Amelisweerd. De Koningsweg behoorde oorspronkelijk toe aan het onroerend goed van het landgoed. Hendrik verkocht de gele Koninsweg in de loop van de negentiende eeuw aan de Provinciale Waterstaat van Utrecht. Die het vanaf toen in beheer en eigendom had.

Charles de Bieberstein moest ruim 6 jaar later in 1840 een deel van de St. Marie grond verkopen aan de  Nederlandsche Rhijnspoorweg-Maatschappij die er de spoorlijn Amsterdam, Utrecht, Arnhem, Duitse grens erop aangelegde. De spoorlijn werd in de periode van 1843 tot 1845 aangelegd.

Ruim 22 jaar omstreeks 1860 later zou de de Bieberstein grond verder worden aangekocht voor de aanleg van Staatslijn H van Utrecht naar 's-Hertogenbosch - Boxtel worden. Deze werd in de periode van 1865 tot 1869 aangelegd. De Oosterspoorbaan van Utrecht Lunetten naar Hilversum werden in 1872 en 1873 aangelegd. Vele jaren kende bij de kruising van de drie spoorwegen een eerder negentiende eeuw overstap station Lunetten. En Houten gebouwtje waar men allen van de ene naar de andere trein kon overstappen en naar een andere spoorwegmaatschappij. Je kon van het station verder niet andere richting buiten het spoorterrein begaan. Eind jaren dertig van de twintigste eeuw werd er achter de Vier Lunetten langs een nieuwe rijskweg aangelegd. De rijksweg 22, deze is de al oude voorloper van de rijksweg A27. De rijksweg 22, kreeg in 1992 de naam Waterlinieweg nadat de weg door in het beheer kwam van de gemeente Utrecht. Wat eerder van het rijks was geweest.

Midden twintigste eeuw zou het Houtensepad ook zo druk worden met lokaal en regionaal verkeer dat de spoorwegovergang in het Houtensepad. En die maar liefst 3 diverse spoorlijn doorkruiste in september 1974 gesloten. De verbinding voor auto;s, vrachtwagen en ander verkeer naar Utrecht en andere richtingen was in de loop der tijd overgenomen door de aanleg van nieuwe snelwegen en provinciale wegen.

Familie Bieberstein verkocht rond 1900 nog een stuk grond aan de gemeente Utrecht voor de aanleg van de Algemene Begraafplaats Kovelswade. Gelegen achter Fort Lunet II, Rhijnspoorweg en Oosterspoorweg.

Op de eerste kaart in de hier onderstaande viewer zie een uitsteksel (lans) in het midden van het groene vlak. Dit tweede perceel was ook van familie Bosch van Drakestein en Bieberstein.

  • Kaart van het kapittel van St. Marie uit 1630 waarop de gronden zijn ingetekend waarop nu de 4 Lunetten op de Houtense Vlakte zijn gebouwd. Bron: Het Utrechts Archief 221 945 25/26.
  • Kaart van het kapittel van St. Marie uit 1630 waarop de gronden zijn ingetekend waarop nu de 4 Lunetten op de Houtense Vlakte zijn gebouwd. Bron: Het Utrechts Archief 221.
  • Een voorbereidingskaart uit de Franse tijd waarin Nederland omstreeks 1800 al plannen had voor de bouw van de 4 Lunetten. Wel staat de Rhinspoorweg al ingetekend (1). Bron: Het Utrechts Archief, Provinciale Waterstaat van Utrecht.
  • Een voorbereidingskaart uit de Franse tijd waarin Nederland omstreeks 1800 al plannen had voor de bouw van de 4 Lunetten. Wel staat de Rhinspoorweg al ingetekend (2). Bron: Het Utrechts Archief, Provinciale Waterstaat van Utrecht.
  • Een deel van Utrecht Tolsteeg Sectie A in het jaar 1832. In de Minuutplan kaarten van het Kadaster Nederland. Bron: Beeldbank RCE Amersfoort.
  • Kaart ten zuiden van de Koningsweg en de vroegere Kattestaart (weg met bocht) in 1899 net voor de aanleg van begraafplaats Kovelswade. Bron: Het Utrechts Archief, 1007-3.
  • Kaart van het landgebruik in het Houtense Marschalkerweerd (Utrecht Lunetten) in de jaren vijftig van de twintigste eeuw. Bron: RHC Rijnstreek en Lopikerwaard.
  • In het geel gearceerd het land van familie Bosch van Drakestein achter fort Lunet II en III. Later werden hier de drie spoorlijnen op aangelegd (1). Bron: HISGIS Utrecht.
  • In het geel gearceerd het land van familie Bosch van Drakestein achter fort Lunet II en III. Later werden hier de drie spoorlijnen op aangelegd (2). Bron: HISGIS Utrecht.
  • In het geel gearceerd (in 1832) het land van familie Bosch van Drakestein van een perceel land ten zuiden van Fort Lunet III. Wat ook voor 1811 van het kapittel van St. Marie was. Bron: HISGIS Utrecht.
  • De vier Lunetten op de Houtense Vlakte volgens een kaart uit omstreeks 1900. Bron: Het Utrechts Archief.
  • Onderaan de Staatslijn H en de Rhijnspoorweg, daarboven de Waterlinieweg en de Oosterspoorweg. Met rechts van de foto begraafplaats Kovelswade in 1980. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 85359.
  • De Vier Lunetten op de Houtense Vlakte omstreeks 1938. Met de aanleg van de Waterlinieweg nog in volle gang.
  • De Vier Lunetten op de Houtense Vlakte omstreeks 1940. Met de net voltooide aanleg van de Waterlinieweg.
  • In 1940 het Houtense Maarschalkerweerd met De Koppel en Oud-Wulven en Waijen. Op de achtergrond Utrecht stad en de Waterlinieweg.

Op zaterdag 22 november 1823 werd ten overstaan van de Utrechtse notaris Gerardus Hendrikus Stevens de hofstede met landerijen Chartreusse of Chartroise verkocht. Kopers waren Jan Willem Hendrik Bosch en zijn oom Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. Het zal vermoedelijk de eerste grote aankoop van Jan Willem Hendrik Bosch geweest zijn. Hij had toen de leeftijd van precies 24 jaar en vier maanden. Jan Willem Hendrik werd geboren op 22 juli 1799 te Utrecht. Oom en neef kochten de hofstede vanwege de strategische ligging omdat hun moeder en oma Cornelia van Bijleveld al diverse landerijen in de omgeving van Chartreuse had vererft via haar broers en familie. Zodat dit vanaf 1823 een groot geheel ging vormen. De landerijen van Chartreuse lagen in de negentiende eeuw en een deel van de twintigste eeuw in de Utrechtse kadastrale gemeenten Zuilen, Achttienhoven en het Lauwerecht.

Handtekening gezet onder de notariële akte op zaterdag 22 november 1823 voor notaris Gerardus Hendrikus Stevens te Utrecht van de aankoop van hofstede en landerijen van Chartreuse. Links de handtekening van Jan Willem Hendrik Bosch en rechts van Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein.Handtekening gezet onder de notariële akte op zaterdag 22 november 1823 voor notaris Gerardus Hendrikus Stevens te Utrecht van de aankoop van hofstede en landerijen van Chartreuse. Links de handtekening van Jan Willem Hendrik Bosch en rechts van Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein.

Bron: Het Utrechts Archief, 34-4 Notarissen in de stad Utrecht, U324c015, blz. 795, aktenummer: 4978.

  • Hofstede Chartroise in geel gearceerd ten noordwesten van de stad Utrecht. Zoals deze op Za. 22-11-1823 werd gekocht door Jan Willem Hendrik Bosch en Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. Bron: HISGIS Utrecht.
  • Hofstede Chartroise in geel gearceerd ten noordwesten van de stad Utrecht van verder afstand gezien. Zoals deze op Za. 22-11-1823 werd gekocht door Jan Willem Hendrik Bosch en Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. Bron: HISGIS Utrecht.
  • Hofstede Chartroise in geel gearceerd ten noordwesten van de stad Utrecht. Volgens het kadaster van 1 oktober 1832. Deze werd op Za. 22-11-1823 gekocht door Jan Willem Hendrik Bosch en Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein (1). Bron: HISGIS Utrecht.
  • Hofstede Chartroise in geel gearceerd ten noordwesten van de stad Utrecht. Volgens het kadaster van 1 oktober 1832. Deze werd op Za. 22-11-1823 gekocht door Jan Willem Hendrik Bosch en Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein (2). Bron: HISGIS Utrecht.
  • Hofstede Chartroise in geel gearceerd ten noordwesten van de stad Utrecht. Volgens het kadaster van 1 oktober 1832. Deze werd op Za. 22-11-1823 gekocht door Jan Willem Hendrik Bosch en Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein (3). Bron: HISGIS Utrecht.
  • Hofstede Chartroise ten noordwesten van de stad Utrecht. Deze werd op Za. 22-11-1823 gekocht door Jan Willem Hendrik Bosch en Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein . Bron: HISGIS Utrecht.

Vanaf 1923 tot 1930 begon het grondbedrijf van de gemeente Utrecht grote stukken land in dit gebied op te kopen ten noordoosten van de Daalsedijk en de Amsterdamsestraatweg. Grote stukken waren nog begin twintigste eeuw het eigendom van familie Bosch van Oud-Amelisweerd. De Bosch tak die voortkwam uit het huwelijk van Jan Willem Hendrik Bosch die gehuwd was met zijn nicht. Jkvr. Elisabeth Bosch van Drakestein. Zij was de dochter van Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein.

De toenmalige gronden van Chartreuse waren vanaf begin twintigste eeuw het eigendom van Jhr. Willem Eugene Bosch van Oud-Amelisweerd en Jhr. Jan Willem Marie Bosch van Oud-Amelisweerd. Zij verkochten de gronden van Chartreusse gelegen in Zuilen, Achttienhoven en het Lauwerecht aan de gemeente Utrecht. De stad wilde gaan bouwen voor staduitbreidng op het gemeentelijk grondgebied van Zuilen. Deze gemeente bestond tot 1 januari 1954 en werd vanaf die datum bij de stad geannexeerd.

De naambetekenis van hofstede Chartreuse of Chartroise is het oud Latijnse woord voor verschrikkelijke plaats

Jhr. Willem Eugene Bosch van Oud-Amelisweerd de laatste particulieren eigenaar van Chartroise woonde in jaren twintig van de twintigste eeuw aan de Maliebaan 22 te Utrecht.

In het december nummer van het historische tijdschrift Oud Utrecht in het jaar 1938 beschrijft J.L. Planjer de historie van de hofstede en landerijen van Chartreuse in Utrecht.

De hofstede Chartreuse

Gezicht op de voorgevel van het pand Maliebaan 22 te Utrecht in 1991. Hier woonde in 1922 Jhr. Willem Eugene Bosch van Oud-Amelisweerd. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer 63123.Gezicht op de voorgevel van het pand Maliebaan 22 te Utrecht in 1991. Hier woonde in 1922 Jhr. Willem Eugene Bosch van Oud-Amelisweerd. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer 63123.

Een bezoeker van het Noordelijk stadsdeel, die zich door de uitgestrekte wijken tussen de Amsterdamsestraatweg en de Vecht in de richting van het dorp Zuilen wil begeven, zal daar
weinig meer vinden van de landelijke omgeving, die vele ouderen zich kunnen herinneren.

Waar slechts twintig of vijf-en-twintig jaar geleden nog landelijke wegen langs flinke boerenhofsteden te midden van ruime weidevelden, naar het afgelegen, schilderachtige dorpje Zuilen leidden, zijn thans brede wegen voor druk stadsverkeer aangelegd, waarlangs zich de talrijke middenstands-, en arbeiderswoningen rijen, die nagenoeg een tiende gedeelte van de bevolking
van „Groot Utrecht” gedeeltelijk op Utrechts, gedeeltelijk op Zuilens grondgebied huisvesting geven.

Hoewel de aanleg op zich zelf ruim en vriendelijk is, heeft de stad het land onherroepelijk verdrongen. Toch komt men langs de laan van Chartreuse gaande, eensklaps in een omgeving. die nog aan de verdwenen landelijkheid herinnert, daarvan nog een overblijfsel is.

Midden op een gazon staat een oude boerderij de hofstede Chartreuse welke in deze stedelijke omgeving niet uit de toon valt, wijl het terrein onderdeel vormt van een brede groene
strook, van sportterreinen, speelvelden en plantsoen, welke langs de Utrechtse rondweg (de Marnixlaan) gelegen de bebouwing op weldadige wijze doorsnijdt.

Beziet men de hofstede wat aandachtiger. dan merkt men trots de toestand van verval waarin zij verkeert dat deze gebouwengroep niet toevallig is gespaard; meerdere belangwekkende details wijzen er op, dat deze boerderij, al is zij kunsthistorisch niet zeer belangrijk, een lange en belangwekkende historie zal hebben.

Gezicht op het poortgebouw en de boerderij van het voormalige Kartuizerklooster Nieuwlicht (Laan van Chartroise) te Utrecht in de periode 1900-1910. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 80702.Gezicht op het poortgebouw en de boerderij van het voormalige Kartuizerklooster Nieuwlicht (Laan van Chartroise) te Utrecht in de periode 1900-1910. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 80702.

En niet alleen de boerderij, doch ook de omgeving daarvan met de oude boombeplanting, de resten van een statige bomenlaan in de richting van de recht en vooral het typische middeleeuwse poortgebouw, op een gewelf boven de ringsloot gebouwd, duiden aan dat men zich op historisch terrein bevindt. 

We zijn dan ook op de gronden waar één van de voormalige kloosters van Utrecht heeft gestaan: het klooster „Nieuwlicht” of „het Nieuwe Licht”, 

Van de zeer talrijke kloosters, die in de bisschopsstad Utrecht of haar onmiddellijke omgeving waren gevestigd, zijn er niet vele meer, die gedeeltelijk gespaard of uit hun in andere bebouwing
opgenomen overblijfselen nog zijn te herkennen.

Ik noem slechts het Sint Agnietenklooster (waarvan de laatste resten zijn opgenomen in het Centraal Museum), het Sint Catharijneklooster, eertijds nabij het tegenwoordige Vreeburg gelegen.
later verplaatst naar de Lange Nieuwstraat naast de Kathedraal, waarvan de oude kloostergang en zalen gedeeltelijk gerestaureerd het Brandweermuseum en het Museum voor nieuwe
religieuze kunst (zinrijke bestemming} huisvesten.

Wel treft men, in en buiten de stad, in de straatnamen nog de herinnering aan tal van kloosters, als daar waren: het Predikherenklooster, het Begijneklooster, het Hieronymusklooster, het Ursulinen (Abraham Dole) klooster. de abdij Oudwijk en het Karthuizerklooster Nieuwlicht aan de laan van Chartreuse.

Zoals uit deze laatste naam blijkt werd het klooster Nieuwlicht door Karthuizer monniken bewoond.

Gezicht op de gebouwen van het voormalige Kartuizerklooster Nieuwlicht (Laan van Chartroise) te Utrecht, vanaf het plantsoen aan de Kloosterlaan in de periode 1925-1935. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 500160.Gezicht op de gebouwen van het voormalige Kartuizerklooster Nieuwlicht (Laan van Chartroise) te Utrecht, vanaf het plantsoen aan de Kloosterlaan in de periode 1925-1935. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 500160.

In 1392 werd het klooster door Zweder en Willem van Abcoude gesticht en hun vriend Tideman Grauwert reeds eerder in de orde opgenomen werd de eerste prior. De bouw van het klooster had eerst in 1393 plaats op een landgoed genaamd „Bloemendaal", groot 20 morgen, daartoe in erfpacht afgestaan door Arnoud van Tricht, proost van St. Jan. Zij leefden als kluizenaars in strikte afzondering, zonder te praten. Van hieruit bestierden zij desalniettemin landerijen tot in de Hoeksche Waard bij Rotterdam. De oorsprong van de Kartuizer orde ligt in de bergen van Chartreuse, tussen Grenoble (Frankrijk) en Chambery.

Het bestaan van het klooster en zijn bewoners schijnt zich zonder grote schokken te hebben voltrokken tot in de reformatietijd, toen in 1578 aldaar troepen werden gelegerd, omdat men
vreesde, dat de gebouwen door de Spanjaarden zouden worden bezet.

Dat in die woelige en onzekere tijden, waarin nieuwe geestelijke waarden zich onstuimig baan braken, de samenleving van monniken en soldaten niet in vrede kon bestaan, is duidelijk. De veel
geplaagde monniken trokken zich op 15 januari 1579 terug en verspreidden zich over kloosters in Brugge, Edingen, 's-Hertogenbosch en andere.

Gezicht op het gebouwencomplex van het voormalige Kartuizerklooster Nieuwlicht (Laan van Chartroise) te Utrecht in de periode 1938. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 41226.Gezicht op het gebouwencomplex van het voormalige Kartuizerklooster Nieuwlicht (Laan van Chartroise) te Utrecht in de periode 1938. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 41226.

Daarmede was het lot van de gebouwen beslist. In 1580 werden zij grondig afgebroken en de afkomende steen gebruikt voor versterking van de stad; slechts het poortgebouwtje bleef voor de

verwoesting gespaard. Ter plaatse werd toen een hofstede gebouwd, waarvan het tegenwoordige woonhuis het in de loop der eeuwen sterk verminkte overblijfsel is. De stal en het achterhuis, welk geen enkele architectonische waarde hebben, dateren uit 1863, gelijk op een steen in de Westgevel is aangegeven. Het vrijstaande bakhuis is van veel ouderen datum en heeft
wellicht tot de oorspronkelijke gebouwen behoort.

Gezicht op het gebouwencomplex van het voormalige Kartuizerklooster Nieuwlicht (Laan van Chartroise) te Utrecht in de periode 1938. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 41227.Gezicht op het gebouwencomplex van het voormalige Kartuizerklooster Nieuwlicht (Laan van Chartroise) te Utrecht in de periode 1938. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 41227.

Een indruk van de oude boerderij kan men nog krijgen uit de omschrijving. waarmede de bezitting in 1823 te koop werd aan geboden.

Een kapitale en aangenaam gesitueerde hofstede genaamd Chartroise bestaande in een Heerenhuizinge met fraai behangen zaal. twee beneden- en twee bovenkamers. Voorts een boeren-
huizinge van drie vertrekken, ruime deel met stallinge voor paarden en hoornvee, bakhuis, schuur, berg. Mitsgaders dezelve hofstede omringd van zijn grachten, laanen en steegen beplant met
zware eiken en andere opgaande boomen (hier herkennen wij nog de tegenwoordige kloosterlaan. hoewel de eiken door andere boomen zijn vervangen) en bij het inkomen van gemelde hofstede
voorzien van een poort met duivenhok en keuken, erve, tuin en moesland te zamen groot 28 roeden, 36 ellen en 34 palmen.


In 1839 werd het huis verbouwd en modern ingericht. Tot dien tijd droeg het, naar het schijnt, nog alle kenmerken van oudheid, dikke zware muren, met vroeg-renaissance raamkozijnen en nissen, welke toen vervangen werden door vensters met grote ruiten.

Gezicht op de gebouwen van het voormalige Kartuizerklooster Nieuwlicht (Laan van Chartroise) te Utrecht; links het Poortgebouw in periode 1930-1940. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 41172.Gezicht op de gebouwen van het voormalige Kartuizerklooster Nieuwlicht (Laan van Chartroise) te Utrecht; links het Poortgebouw in periode 1930-1940. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 41172.

Wanneer de boerderij Chartreuse wordt genoemd, komt wellicht nog in herinnering de overlevering. dat aldaar een zware linde, de „Monnikenboom” stond, waar in dien tijd de Utrechtse

kindertjes moesten worden gehaald. In 1830 en 1836 werd deze boom door blikseminslag en storm
zwaar beschadigd, maar hij verheugde zich nog langen tijd in de belangstelling van de jongere Utrechtse burgerij. die zich op de boerderij kwam vermaken.

De knecht van de toenmalige bewoner verborg zich in de boom en riep dan tot de jongelui „pluk mij, pluk mij, 'k zal alle dagen zoet zijn.”

Er ontstond dan algemene vreugde, men ging spelletjes om de boom doen en de pret eindigde met roometen bij vrouw van Dam. die de boerderij toen bewoonde. In 1851 werd de boom omgehakt en eindigde dus dit vermaak.

De boerderij, in de 19e eeuw in het bezit gekomen van de familie Bosch van Oud Amelisweerd werd in 1905 door de Gemeente Utrecht gekocht. Sedert werd zij verhuurd. doch als boerderij had zij het bestaansrecht verloren, daar de landerijen in de omgeving geleidelijk voor woningbouw werden bestemd.

Het voortbestaan van de gebouwen werd zodoende onzeker en in afwachting van de — van de ontwikkeling van de omgeving afhankelijke beslissing of behoud of afbraak zou volgen. werd
op het onderhoud zeer bezuinigd.

Gezicht op het poortgebouw van het voormalige Kartuizerklooster Nieuwlicht (Laan van Chartroise) te Utrecht, uit het zuidwesten in 1953. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 80721.Gezicht op het poortgebouw van het voormalige Kartuizerklooster Nieuwlicht (Laan van Chartroise) te Utrecht, uit het zuidwesten in 1953. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 80721.

Natuurlijk trok allereerst het poortgebouwtje de aandacht van hen, die op het behoud van de resten van het oude klooster prijs stelden.

Dit typische poortgebouw een voorbeeld van eenvoudige burgerlijke bouwkunst uit de middeleeuwen opgetrokken van reuzenmoppen en gedekt met een eenvoudig zadeldak, afgesloten door twee topgevels. staat zeer karakteristiek op een over de sloot geslagen gewelf, waarover door twee grote van een gedrukte boog voorziene poortopeningen toegang tot het terrein
wordt verkregen.

Hoewel niet een monument van bijzondere kunsthistorische waarde, is het door zijn eigenaardige plaatsing en de zuivere doelstelling van de bouw belangrijk genoeg om te bewaren. temeer waar volgens een in 1914 aan het Gemeentebestuur uitgebracht deskundigenadvies van Mr. Muller en Prof. Vogelsang met zekerheid kan worden aangenomen, dat we hier met het enige overblijfsel van het klooster „Nieuwlicht” te doen hebben.

Dit advies werd uitgebracht op verzoek van het Gemeentebestuur, daar, nadat in een Raadsvergadering in 1914 met het oog op de bouwvallige toestand werd voorgesteld het gebouwtje af te breken, de Raad besloot op voorstel van Dr. ten Berge deze voordracht aan te houden en advies bij oudheidkundigen in te winnen.

De zaak bleef slepend tot 1924, toen plannen werden overwegen tot restauratie van poort en boerderij en inrichting van deze laatste tot theehuis.

Eerst in 1927 werd een Raadsbesluit genomen af te zien van verbouwing van de hofstede, doch voor restauratie van het poortgebouw een krediet beschikbaar te stellen.

Gerekend werd op medewerking van het Rijk uit het oogpunt van monumentenzorg, welke medewerking in 1929 werd verkregen. In 1930 werd toen het poortgebouw gerestaureerd en in de tegenwoordige staat gebracht.

De boerderij bleef dus, zoals zij was; wel werden herhaaldelijk pogingen in het werk gesteld om na restauratie een goede bestemming te vinden als theehuis of anderszins, doch weinig gegadigden meldden zich aan en de restauratiekosten waren zoo hoog, dat niet verwacht kon worden. deze door de huuropbrengst enigermate te doen dekken. Bovendien achtte Rijksmonumentenzorg de architectonische waarde niet groot genoeg om Rijkssteun te rechtvaardigen.

  • Blauwdruk van de te bouwen woningen in de omgeving van de Van Egmondkade. In het groen gearceerd de onteigenen gronden door Utrecht stad van familie Bosch van Oud-Amelisweerd en consorten. Bron: Het Utrechts Archief, 1007-3.
  • Kaart van Zuilen te Utrecht. De staat van diverse gronden in eigendom, te onteigenen of aan te kopen. Voor te bouwen woningen. Bron: Het Utrechts Archief, 1007-3.
  • Aan te kopen gronden in de kadastrale gemeente Lauwerecht te Utrecht, sectie B door de gemeente Utrecht van familie Bosch van Oud-Amelisweerd en cons (1). Bron: Het Utrechts Archief, 1007-3.
  • Aan te kopen gronden in de kadastrale gemeente Lauwerecht te Utrecht, sectie B door de gemeente Utrecht van familie Bosch van Oud-Amelisweerd en cons (2). Bron: Het Utrechts Archief, 1007-3.
  • Kadastraal kaartje van percelen land en water in de gemeente Achttienhoven. Gelegen aan de rivier de Vecht. Ingeklemd tussen Zuilen en het Lauwerecht. Bron: Het Utrechts Archief, 1007-3.
  • Landerijen gelegen tussen de Daalsedijk en de Amsterdamsestraatweg in de zomer van 1923 in de kadastrale gemeente Zuilen, sectie C. Bron: Het Utrechts Archief, 1007-3.
  • Landerijen gelegen ten oosten van de Daalsedijk en Amsterdamsestraatweg in de zomer 1923 aan te kopen gronden van familie Bosch van Oud-Amelisweerd door de gemeente Utrecht. Bron: Het Utrechts Archief, 1007-3.
  • In het groen gearceerd de gronden van familie Bosch van Oud-Amelisweerd en rood van E.H. Kol aan te kopen of te onteigenen voor de ontwikkeling van huizen in Zuilen Utrecht. Bron: Het Utrechts Archief, 1007-3.
  • Rioleringsplan voor de omgeving ten zuiden van de Marconistraat en ten westen van de Vecht voor de ontwikkeling van nieuwe huizen in Zuilen Utrecht. Bron: Het Utrechts Archief, 1007-3.
  • Gezicht vanaf de Amsterdamsestraatweg te Utrecht op de gebouwen van het voormalige Kartuizerklooster Nieuwlicht (Laan van Chartroise) te Utrecht op 16 maart 1915. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 39432.
  • Gezicht op de voorgevels van de panden Laan van Chartroise 4-hoger te Utrecht in het voorjaar van het jaar 2000. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 19656.