Stichting Houtense Hodoniemen

Onderzoekt straatnamen, boerderijen, onroerend goed en adellijke families in Houten en omgeving

Familie Strick van Linschoten van Rhijnauwen

Familiewapen Strick van Linschoten. Bron: Wikipedia.Familiewapen Strick van Linschoten. Bron: Wikipedia.

 Jhr. Adriaan Strick van Linschoten




Portret van Jhr. Adriaan Strick van Linschoten (1650-1724). Ooit de bewoner geweest van Huize Nieuw-Linschoten. Hij is de grootvader van Jhr. Jan Balthasar Strick van Linschoten van Rhijnauwen.







Jhr. Jan Balthazar Strick van Linschoten van Rhijnauwen

Portret van Jhr. Jan Balthazar Strick van Linschoten van Rhijnauwen (1734-1820), met rechts op de achtergrond het huis Rhijnauwen.

Op 2 oktober 1772 kocht Jhr. Jan Balthazar Strick van Linschoten Landgoed Rhijnauwen van de Amsterdamse edelman David ten Hove, Heer van Sleeburg, Den Bosch en Den Breur.

Advocaat van het Hof van Utrecht Jacob Smit trad op als gemachtigde voor Ten Hove.

De rest van het vast-, en onroerendgoed van Rhijnauwen kocht Jhr. Jan Baltahazar Strick van Linschoten aan van Ten Hove op 4 janauri 1773. Waaronder ook boerderij De Uithof.               

Jhr. Jan Balthazar was van beroep Deken van het kaipittel van St. Pieter.

Portret van Charlotta Martha van Utenhove (1743-1788), echtgenote van Jhr. Jan Balthazar Strick van Linschoten. Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Portret van Charlotta Martha van Utenhove (1743-1788), echtgenote van Jhr. Jan Balthazar Strick van Linschoten. Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.




Portret van Charlotta Martha van Utenhove (1743-1788), echtgenote van Jhr. Jan Balthazar Strick van Linschoten.



Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten van Rhijnauwen




Portret van Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten van Rhijnauwen (1790-1850). De zoon van Jhr. Jan Balthazar Strick van Linschoten geboren uit zijn tweede huwelijk.


Jhr. Carel Johan Strick van Linschoten van Rhijnauwen

Jhr. Carel Johan Strick van Linschoten van Rhijnauwen (1853-1910)  Foto: nmm.nlJhr. Carel Johan Strick van Linschoten van Rhijnauwen (1853-1910) Foto: nmm.nl




Dit is Jhr. Carel Johan Strick van Linschoten van Rhijnauwen (1853-1910). Hij is de kleinzoon van Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten. Carel Johan was de laatste in mannelijke lijn die Landgoed Rhijnauwen in eigendom had. Na zijn overlijden verkocht zijn echtgenote J.H.A. Geertsema het landgoed in 1919 aan gemeente Utrecht. Tot haar overlijden in 1933 zou zij er blijven wonen.





 Gezin Strick van Linschoten van Rhijnauwen

Jhr. Carel Johan Strick van Linschoten van Rhijnauwen en zijn echtgenote J.H.A. Geertsema staande op de brug over de Kromme-Rijn voor het landgoed omstreeks 1910. Staande links vermoedelijk hun dochter Jkvr. Arendina Strick van Linschoten. Bron: Catawiki.nlJhr. Carel Johan Strick van Linschoten van Rhijnauwen en zijn echtgenote J.H.A. Geertsema staande op de brug over de Kromme-Rijn voor het landgoed omstreeks 1910. Staande links vermoedelijk hun dochter Jkvr. Arendina Strick van Linschoten. Bron: Catawiki.nl

Jkvr. Arendina Strick van Linschoten





Jkvr. Arendina Strick van Linschoten (1887-1971) in 1912 met haar hond Sascha de Barrio. Dochter van Jhr. Carel Johan Strick van Linschoten van Rhijnauwen en J.H.A. Geertsema. Bron: Catawiki.nl











Geschiedenis Landgoed Rhijnauwen

Geschiedenis

Evenals Nieuw- en Oud-Amelisweerd is Rhijnauwen in oorsprong een versterkt huis, waarschijnlijk reeds voor 1212 gebouwd op de oeverwal langs de Kromme Rijn, als centrum van een ontginningsheerlijkheid. De oudst bekendebewoner is Jacob van Lichtenberg, schepen van Utrecht. Zijn dochter Aleyd bracht door haar huwelijk met de Zeeuwse edelman Jan van Renesse het goed in1248 in het bezit van deze familie.In 1449 wordt het huis in opdracht van bisschop Rudolf van Diepholt verwoest, uit wraak voor een vermeende aanslag op de stad Utrecht door de toenmalige eigenaar Frederik van Renesse. Het middeleeuwse kasteel bestond uiteen omgrachte hoofd- en voorburcht.

De hoofdburcht bestond uit woonvleugels van twee verdiepingen op een onderbouw, gegroepeerd rond een binnenplaats, die aan de westzijde was afgesloten met een muur en een poortgebouw. Op de voorburcht stond een boerderij met stallen.

Na de verwoesting van 1449 werd het kasteel gedeeltelijk herbouwd. Aan de oostzijde twee grote woonblokken met inde hoek van de binnenplaats een traptoren met achtkante bovenbouw en hogespits; aan de zuidzijde, de rivierzijde een tweedelige vleugel, waarvan het tussen lid in 1596 waarschijnlijk vernieuwd of grondig verbouwd werd (gezien de gevelankers te zien op een gewassen krijttekening door R. Roghman uit ca 1647); aan de westzijde lag de poorttoren, die via een houten ophaalbrug en een stenenboogbrug toegang gaf tot de omgrachte voorburcht; de grootste en waarschijnlijk oudste vleugel aan de noordzijde, bleef nog twee eeuwen liggen als ruïne.

In 1536 kreeg Rhijnauwen heerlijkheidsrechten en werd officieel tot ridderhofstad verklaard.De toegang tot het kasteel liep niet via een brug over de Kromme Rijn, maar via een oprijlaan uit noordelijke richting, thans Rhijnauwenselaan/Vossegatsedijk. Deze hoofdlaan was niet op het hoofdgebouw gericht. Haaks op deze laan zijn in de loop van de 16de en 17de eeuw een drietal dwarslanen aangelegd, die het landgoed verdeelden in rechthoekige vakken , voornamelijk ingevuld met hakhout,weiland en boomgaard. Dit zou tot ver in de 18de eeuw zo blijven.

Na door huwelijk en vererving in handen van verschillende families te zijn geweest, werd in 1717 het landgoed Rhijnauwen eigendom van David ten Hove. Zijn zoon Melchior ging er na zijn huwelijk in 1718 wonen. Hij liet het nog middeleeuwse huis verbouwen tot een modern 18de eeuws herenhuis. De poorttoren en de traptoren, de zuidvleugel en de ruïne van de noordvleugel verdwijnen daarbij. De oostvleugel werd gewijzigd en naar het westen toe verdubbeld.

Zo ontstond een min of meer rechthoekig blokvormig huis met een symmetrisch front naar de vroegere voorburcht. De gracht rond de oorspronkelijke hoofdburcht bleef voorlopig gehandhaafd. In de loop van de 18de eeuw werd ook de boerderij op de voorburcht gesloopt, de stallen uitgebreid met poortgebouw en dienstwoningen de vierkante duiventoren gebouwd. Mogelijk is toen de hofstede Rhijnauwen gebouwd ter vervanging van de gesloopte boerderij.

Over de Kromme Rijn werd een bruggetje gelegd. Tevens werd het ‘Nieuw Bos’ aangelegd, twee vierkante bosketten in geometrische stijl, ten noorden van het hoofdgebouw aan de Rhijnauwenselaan. Aan de oostzijde van het hoofdgebouw kwam een even eens in geometrische stijl aangelegde tuin. Aan het einde van de 18de eeuw kwamen daar nog twee moderne slinger bosjes bij ten zuiden van de Rhijnauwenselaan.

Grafsteen van Hendrik van Utenhove, Heer van Amelisweerd. Steen gelegen in de Dorpskerk van Bunnik. Foto: Henk Blok.Grafsteen van Hendrik van Utenhove, Heer van Amelisweerd. Steen gelegen in de Dorpskerk van Bunnik. Foto: Henk Blok.

In 1773 werd Rhijnauwen verkocht aan Johan Balthazar Strick van Linschoten,gehuwd met barones van Utenhove, lid van de familie die op Nieuw-Amelisweerd woonde. In 1919 wordt het landgoed Rhijnauwen verkocht aan de gemeente Utrecht,samen met de bijbehorende boerderijen ‘Goed ten Rijn’, ‘Numeri’ (inmiddels afgebroken), de ‘Hofstede Rhijnauwen’, de ‘Hoge Boomgaard’, ‘De Uithof’, de hofstede aan de Hoofddijk, en ‘Boschhoeve’. Kort na de verkoop is aan het einde van de hoofdlaan aan de Kromme Rijn het theehuis gebouwd.

De brug over de Kromme Rijn is in de Tweede Wereldoorlog verwoest. Na de oorlog werd een noodbrug gebouwd, die in 1973 is vernieuwd. Het park is sinds 1953 voor het publiek opengesteld. Het hoofdgebouw een blokvormig herenhuis, is sinds 1933 in gebruik als jeugdherberg, waartoe intern enkele aanpassingen hebben plaatsgevonden.In 1975 is de zolder verbouwd en werd een ijzeren brandtrap geplaatst; in1981 zijn er kamers op zolder gemaakt; in 1983 is de keuken en in 1986 is het sanitair vernieuwd.

Beschrijving

Ondanks deze aanpassingen heeft het gebouw zijn hoofdvorm behouden en is de oorspronkelijke indeling zoveel mogelijk gehandhaafd. Karakteristiek is de symmetrisch ingedeelde voorgevel met nadruk op de ingangspartij. Een hardstenenbordestrap leidt naar de brede voordeur, waarboven een Empire snijraam. De schuifvensters hebben alle een 19de eeuwse. Empire, roeden verdeling. Aan de voorzijde zijn zij voorzien van Louvre-luiken. In het metselwerk van de zij- en achtergevel zijn nog sporen zichtbaar van oude raam tracéringen.

Bron: Bunnik Geschiedenis en Architect, Saskia van Ginkel-Meester, 1989, Kerckebosch Uitgeverij.

Familiegraf Strick van Linschoten van Rhijnauwen

Algemene Begraafplaats Bunnik
Provincialeweg 63
3981 AR Bunnik

Het begint allemaal op 12 november 1680 te Amsterdam met Mr. Josephus (Joseph) Loten die geboren wordt.

Portret van Joan Loten (1646-1724) Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Portret van Joan Loten (1646-1724) Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.

Zoon van Joan Loten en Constantia Hoeuft. Hij  werd gedoopt in de Nederlands Hervormde Amstelkerk te Amsterdam op 17 november 1680. Op 16 januari van het jaar 1702 voerde Joseph als 21 jarige Onderkoopman voor de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) voor de Kamer van Zeeland op het schip de Oostersteijn naar Oost Indië. In oktober 1709 voerde Joseph
voor de Heren 17 kamer (VOC) naar Bengalen voor een zakelijke (fiscaal indepent) reis vanuit Amsterdam.

Bengalen is een regio in het noordoosten van het Indisch Subcontinent die is onderverdeeld in de Indiase staat West-Bengalen en het land Bangladesh. ZIjn reis hiernaar toe was volgens de beschrijvingen van een ‘aensienlijke en profitabele bedieninge’ geweest. Dus een goede en winstgevende zakenreis moet het zijn geweest.

Portret van Constantia Hoeufft (1648-1733) Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Portret van Constantia Hoeufft (1648-1733) Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.

Als gerepatrieerden commandant van een retourvloot van 21 augustus 1721 werd Joseph bij thuiskomt kanunnik van het kapittel Ten Dom. Een Utrechtse kanunnik beheerde in de 17e en 18e eeuw de onroerende goederen die voor 1580 van de katholiek kerk waren geweest. Na de reformatie en het verbod om het Katholicisme in het openbaar te belijden. Joseph Loten overleed te Utrecht op 27 september 1730. Hij werd begraven in de Domkerk met 8 kwartieren. Dus 8 stenen rondom z’n eigen grafsteen waarop zijn voorouders beschreven stonden die ook van een hogere elite waren. In de 18e eeuw een soort ‘sociale reclame’ om te laten zien dat je als overleden van hogere komaf was.

Joseph Loten is drie keer getrouwd geweest de eerste keer met Alberta Pierraerd op 30 juli 1713. Alberta was de dochter van dhr. Lucas Pierraerd en Sara Breugel. Alberta overleed op 11 november 1716 te Bengalen.

Voor tweede keer trouwde Joseph in Batavia op 13 juli 1720 met Abigael Tant. Zij was de weduwe van Johan van der Niepoort een oud-secretaris van de hoge Nederlandse regering in Nederlands-Indië. Abigael overleed op 14 januari 1722 te Batavia.

De derde keer trouwde Joseph Loten op 11 april 1723 met Christina Clara Strick van Linschoten. Zij werd geboren op Huize Linschoten op 14 november 1688 als dochter van Jhr. Adriaan Strick van Linschoten en Mevr. Cecilia van Gerwen. Christina overleed te Utrecht op 5 mei 1780.

Uit haar huwelijk met Joseph kwamen 2 kinderen voort:
een zoon Adriaan Loten, hij werd geboren op 29 april 1724 te Utrecht maar overleed ruim een maand later te Utrecht op 25 mei 1724.

Christina haar tweede kind was ze met Joseph kreeg was een dochter Constantia Johanna Loten zij werd geboren te Utrecht op 31 augustus 1725. Constantia trouwde op 2 april 1742 te Utrecht met Mr. François Doubleth jr., heer van Groeneveld, Mijnsheerenland en Moerkerken. Hij was de zoon François Doubleth sr. en Constantia van der Beeck. François Doubleth jr. werd geboren te Delft op 15 november 1715. François was geëligeerde van de  raad in de vergadering der Staten van Utrecht. Een geëligeerden was een gekozenen die tijdens de Middeleeuwen één van de vertegenwoordigers was van de vijf Utrechtse kapittels Ten Dom, Oudmunster, Sint-Pieter, Sint-Jan of Sint-Marie. Zij vormden het eerste lid van de Staten van Utrecht.

Na die tijd werd François jr. extraordinaris (ongewoon functionaris) van de raad van het Hof van Utrecht in 1747. In hetzelfde jaar is François jr. super-intendant (opper toezichthouder) van het St. Maria Magdalenaklooster te Wijk bij Duurstede. Als extra-ordinairis envoyé (diplomatieke vertegenwoordiger buiten de gewone dienst) reist hij af naar het Zweedse Hof in het jaar 1760. In dezelfde functie reist hij ook af naar Madrid waar hij ook in een onbekend jaar overleed. Zijn echtgenote Constantia Johanna Loten overleed op 2 april 1742 te Utrecht. Constantia en François hadden een kinderloos huwelijk.

Toen de vader van Constantia Joseph overleed in 1730 werd zij Vrouwe van de Heerlijkheid Bunnik en Vechten. Haar vader was voor 1730, Heer van Bunnik en Vechten. Constantie overleed op 36 jarige leeftijd. Haar titel Vrouwe van Bunnik en Vechten vererfde op haar nog levende moeder Jkvr. Christina Clara Strick van Linschoten de titel.

Op 22 september 1776 voor het Dorpsgerecht van Bunnik en Vechten ruim 3,5 jaar voor het overlijden van Christina Clara Strick van Linschoten ‘prelegateert (overdracht) zij aan Jhr. Nicolaas Hendrik Strick van Linschoten, nagelaten zoon van haar neef Jhr. Daniel Jan Strick van Linschoten, de ambachtsheerlijkheid Bunnik en Vechten’. De zoon (Nicolaas Hendrik) van de neef (Daniel Jan) van Christina krijgt van zijn oudtante de ambachtsheerlijkheid Bunnik en Vechten in 1776.

Drie jaar eerder in 1773 koopt Jhr. Jan Balthazar Strick van Linschoten Landgoed en Huize Rhijnauwen van David ten Hove een edelman uit Amsterdam. De verkoop wordt geleid door Jacob Smit advocaat aan het Hof van Utrecht. Jan Balthazar is de kleinzoon van Jhr. Adriaan Strick van Linschoten eigenaar van huize Nieuw-Linschoten. Jan Balthazar zijn vader Jhr. Johan Hendrik Strick van Linschoten is de oudere broer van Jkvr. Christina Clara Strick van Linschoten. Zoals je eerder las droeg zij de ambachtsheerlijk over aan de zoon (Jhr. Nicolaas Hendrik) van de broer (Jhr. Daniel Jan) van Jhr. Jan Balthazar Strick van Linschoten.

Jhr. Nicolaas Hendrik Strick van Linschoten geboren 16 juli 1766 te Utrecht, overleed op 30 december 1837 op zijn kasteel IJsselstein op 71 jarige leeftijd.

Van oorsprong werden de edelen van de landgoederen Amelisweerd en Rhijnauwen bijgezet in de grafkelders van de tegenwoordige Protestantse Gemeente de ‘Oude Dorpskerk’ Kerkpad 2 te Bunnik. Tot ongeveer 1825 zouden zowel katholieke als protestantse inwoners van Bunnik hier begraven worden. Rond die tijd kreeg de katholieke gemeenschap een eigen parochie met kerk en kerkhof. In 1830 werd het kerkhof als begraafplaats gehuurd door de burgerlijke gemeente Bunnik voor de periode van 99 jaar, maar deze werd echter in 1890 al gesloten. In de meeste graven konden vier grote kisten of een dubbel aantal kleine kinderkisten, in de twee grote grafkelders dubbel zoveel.

De meeste mensen werden in Bunnik in de kerk begraven, slechts één op de tien vond zijn laatste rustplaats op het kerkhof. Aanvankelijk liep de rusttijd van een graf op tot gemiddeld zeventig jaar, maar rond 1800, toen Bunnik 600 inwoners telden en zo'n 12 doden per jaar in de kerk werden begraven, was de rusttijd teruggelopen naar hooguit twintig jaar.
De meeste families kenden bovendien familiegraven, wat betekende dat de overgebleven graven als huurgraven een snellere opeenvolging hadden. Daarnaast was er een onderscheid tussen katholieke en protestantse graven, wat ook eens de rusttijd verkortte.

De graven in de kerk zijn voor het grootste deel in 1845 geruimd.
De grote grafsteen van Rhijnauwen van eerder bewoners van het gelijknamige landgoed en huis kreeg een plek voor de toren van de Oude Dorpskerk.
Oude grafstenen buiten de kerk, waaronder dat van de familie Strick van Linschoten, werden in die periode verwijderd. De meeste stenen werden kapot geslagen of in enkele gevallen verkocht.

Uit deze tekst van René ten Dam en Henk Reinders over begraafplaatsen in Bunnik valt dus te lezen dat familie Strick eerder een familiegraf had buiten de kerk van Bunnik.

Vermoedelijk zal het in de eerste plaats een vrij simpele steen zijn geweest wat op het familiegraf lag. Omdat er vanaf 1829 officieel niet meer in de kerk begraven mocht worden werden de meeste bewoners van Bunnik begraven op het kerkhof.

In 1889 kocht de burgerlijke gemeente Bunnik een akker op de Bunnikse Engh van Jhr. Hendrik Strick van Linschoten van Rhijnauwen.
Deze akker lag aan de weg van Bunnik naar Utrecht buiten de bebouwde kom. Hier is sinds die tijd de algemene begraafplaats van de gemeente Bunnik gevestigd.
De jonkheer bedong met de verkoop van de akker de fraaiste plek voor zijn eigen familie. Om het familiegraf Strick van Linschoten op de mooiste plek van de begraafplaats aan te laten leggen. Hendrik overleed ruim 10 jaar later na de aanleg van de begraafplaats in 1899. Hendriks oudere zus Jkvr. Anna Magdalena die overleed op 19 november 1841 is als eerste bijgezet in het familiegraf.

Hendriks zoon Jhr. Unico Strick van Linschoten overleed in hetzelfde jaar van 1899.

Het familiegraf zal in 1841 in opdracht van Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten van Rhijnauwen en Mevr. Paulina Gerardina Sibilla Poelman zijn ontworpen en geplaatst op het kerkhof bij de Dorpskerk van Bunnik.

Na het openen van de algemene begraafplaats is vermoedelijk het huidige grafmonument van de familie Strick van Linschoten in 1889 overgeplaatst van het kerkhof naar de huidige begraafplaats.

Familiegraf Strick van Linschoten en Rhijnauwen. Foto: Online-begraafplaatsen.nlFamiliegraf Strick van Linschoten en Rhijnauwen. Foto: Online-begraafplaatsen.nl

In het jaar 1890 werd een jaar later na de oplevering van de Algemene Begraafplaats buiten Bunnik het kerkhof bij de Dorpskerk gesloten. Leden van de familie Strick van Linschoten die zijn overleden in de periode 1841 tot 1889 zijn eerder bijgezet in het familiegraf wat eerder stond op het kerkhof bij de Dorpskerk van Bunnik.

Als conclusie kan je dus stellen na dit verhaal dat twee takken van de familie twee heerlijkheden hadden. De heerlijkheid, landgoed en huize Rhijnauwen en de heerlijkheid Bunnik en Vechten.

Bronnen: Daktari.antenna.nl, Wikipedia.nl, Gravenopinternet.nl, Ensie.nl, Encyclo.nl, RHCZOU 64 - 469, Dodenakkers.nl, Henk Reinders, De Oude Dorpskerk te Bunnik - uit het het verleden van een gebouw en een gemeente; (Bunnik, 1988),
Gerrit Vermeer, De Sint-Heribert of het Witte kerkje te Odijk; (Zutphen, 1987),
Saskia van Ginkel-Meester, Bunnik, geschiedenis en architectuur; (Zeist, 1989)

Lijst van bijgezette familieleden van Strick van Linschoten van Rhijnauwen

1.   Jhr. Drs. Carel Johan Strick van Linschoten. Geboren op 27 juli 1916 te Rijswijk, Zuid-Holland en overleden 5 februari 1988 te Enschede, Overijssel op 71 jarige leeftijd.

Gezicht op het graf van de familie Strick van Linschoten van Rhijnauwen in 1988 op de begraafplaats aan de Provincialeweg 63 te Bunnik. Het Utrechts Archief, catalogusnummer 5543.Gezicht op het graf van de familie Strick van Linschoten van Rhijnauwen in 1988 op de begraafplaats aan de Provincialeweg 63 te Bunnik. Het Utrechts Archief, catalogusnummer 5543.

2.   Mevr. Johanna Hendrika van der Jagt. Geboren op 28 maart 1919 te Rijswijk, Gelderland en overleden 4 maart 1978 te Zutphen, Gelderland op 59 jarige leeftijd. Echtgenote van Jhr. Drs. Carel Johan Strick van Linschoten.

3.   Jkvr. Louise Lilian Maria Strick van Linschoten. Geboren op 1 mei 1975 te Assen, Drenthe en overleden op 11 juni 1976 te Rotterdam, Zuid-Holland op 1 jarige leeftijd. Dochter van  Jhr. Hendrick Franciscus Thomas Maria Strick van Linschoten en Mevr. Elisabeth Dodonea van Hasselt.

4.   Jkvr. Arendina Strick van Linschoten. Geboren 19 juli 1887 te Leiden, Zuid-Holland en overleden op 7 oktober 1971 te Arnhem, Gelderland op 84 jarige leeftijd. Echtgenote van Cornelis Lucien Marie Bijl de Vroe. Dochter van Jhr. Carel Johan Strick van Linschoten van Rhijnauwen en Mevr. Johanna Hermanna Geertsema.

5.   Mevr. Johanna Hermanna Arendina Geertsema. Geboren op  23 september 1854 te Groningen, Groningen en overleden op 6 december 1934 te Den Haag, Zuid-Holland op 80 jarige leeftijd. Echtgenote van Jhr. Carel Johan Strick van Linschoten van Rhijnauwen.

Portret van Agatha Henriette van Notten (1829-1908)  Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Portret van Agatha Henriette van Notten (1829-1908) Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.

6.   Jkvr. Agatha Johanna Elizabeth Strick van Linschoten. Geboren op 24 januari 1856 te Rhijnauwen, Utrecht en overleden op 1 februari 1926 te Bunnik, Utrecht op 70 jarige leeftijd. Dochter van Jhr. Hendrik Strick van Linschoten van Rhijnauwen en Mevr. Agatha Henriëtta van Notten.

7.   Jhr. Carel Johan Strick van Linschoten van Rhijnauwen. Geboren op 9 april 1853 te Rhijnauwen, Utrecht en overleden op 14 juni 1910 te Bunnik, Utrecht op 57 jarige leeftijd. Echtgenoot van Mevr. Johanna Hermanna Arendina Geertsema.

8.   Mevr. Agatha Henriëtta van Notten. Geboren op 2 juli 1829 te Amsterdam, Noord-Holland en overleden op 1 oktober 1908 te Utrecht, Utrecht op 79 jarige leeftijd. Echtgenote van Jhr. Hendrik Strick van Linschoten van Rhijnauwen.

9.   Jhr. Unico Hendrik Strick van Linschoten. Geboren op 16 maart 1859 te Vechten, huize Rijnsoever, Bunnik, Utrecht en overleden op 7 april 1899 te Zeist, Utrecht op 40 jarige leeftijd. Zoon van Jhr. Hendrik Strick van Linschoten van Rhijnauwen en Mevr. Agatha Henriëtta van Notten.

10.   Jhr. Hendrik Strick van Linschoten van Rhijnauwen. Geboren op 28 juli 1827 te Rhijnauwen, Utrecht en overleden op 14 februari 1899 te Bunnik, Utrecht op 71 jarige leeftijd. Echtgenoot van Mevr. Agatha Henriëtta van Notten.

11.   Jkvr. Petronella Johanna Strick van Linschoten. Geboren op 24 juli 1823 te Rhijnauwen, Utrecht en overleden op 14 juni 1888 te Utrecht, Utrecht op 64 jarige leeftijd. Echtgenote van Willem Theodorus van Griethuysen. Dochter van Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten van Rhijnauwen en Mevr. Paulina Gerardina Sibilla Poelman.

12.   Jhr. Willem Strick van Linschoten. Geboren op 10 november 1824 te Rhijnauwen, Utrecht en overleden op 28 januari 1878 te Veenendaal, Utrecht op 53 jarige leeftijd. Echtgenoot van Dido Cecilia Agatha Delbeek. Zoon van Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten van Rhijnauwen en Mevr. Paulina Gerardina Sibilla Poelman.

13.   Jhr. Jan Hendrik Strick van Linschoten. Geboren op 18 november 1829 te Rhijnauwen, Utrecht en overleden op 18 juni 1869 te Utrecht, Utrecht op 39 jarige leeftijd. Zoon van Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten van Rhijnauwen en Mevr. Paulina Gerardina Sibilla Poelman.

14.   Mevr. Pauline Gerardine Sibylle Poelman. Geboren op 12 november 1796 te ‘s Gravenhage, Zuid-Holland en overleden op 17 augustus 1868 te Bunnik, Huize Rhijnauwen, Utrecht op 71 jarige leeftijd. Echtgenote van Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten van Rhijnauwen.

15.   Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten van Rhijnauwen. Geboren op 24 december 1790 te Utrecht, Utrecht en overleden op 20 februari 1850 te Rhijnauwen, Utrecht op 59 jarige leeftijd. Echtgenoot van Mevr. Pauline Gerardine Sibylle Poelman.

16.   Jkvr. Anna Magdalena Strick van Linschoten. Geboren in 1837, overleden in november 1841 en begraven op 19 november 1841. Dochter van Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten van Rhijnauwen en Mevr. Paulina Gerardina Sibilla Poelman.

Notitie, opmerkingen en bronnen:

1.   Tot 31 januari 1857 was Rhijnauwen een zelfstandige gemeente. Op 1 januari 1858 is Rhijnauwen opgegaan in de nieuwe gemeente Bunnik.
2.   Het familiegraf Strick van Linschoten van Rhijnauwen is aangelegd op 19 november 1841. De laatste bijzetting vond plaats op 9 februari 1988. In totaal zijn er 16 personen bijgezet in dit graf. Bron: Stichting Algemene Begraafplaats Odijk. Deze stichting beheert ook de Algemene Begraafplaats te Bunnik.

Nazaten

Tot op de dag van vandaag zijn er nog nazaten van de laatste bewoners van het Landgoed Rhijnauwen. Uit het huwelijk van Jhr. Carel Johan Strick van Linschoten en Johanna Hendrika van der Jagt. Zij die als laatste twee personen bijgezet in het familiegraf in Bunnik. Uit het huwelijk van Carel Johan en Johanna kwam een zoon voort Jhr. Hendrick Franciscus Thomas Maria Strick van Linschoten hij werd geboren op 10 februari 1953. Hij trouwt op 19 december 1973 met Elisabeth Dodonea van Hasselt. Geboren 5 februari 1953 te Bloemendaal.

Uit dit huwelijk zijn vier kinderen bekend:
Jkvr. Louise Lillan Maria Strick van Linschoten, geboren op 1 mei 1975 in Assen, overleden op 11 juni 1976 in Rotterdam,
Jhr. Carel Johan Strick van Linschoten, geboren op 18 januari 1977 in Rotterdam,
Jhr. John Henry Strick van Linschoten, geboren op 29 september 1978 in Chertey (Groot-Brittannie),
Jhr. William Alexander Strick van Linschoten, geboren op 8 november 1983 in Sharjah (Verenigde Arabische Emiraten).

Bron: http://www.kloek-genealogie.nl/Raap2.htm

Boerderij "De Uithof", Toulouselaan 45

Gezicht op de voormalige boerderij De Uithof (Toulouselaan 45) te Utrecht in 2014, hier in gebruik als gebouw voor Kinderopvang Partou. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 825344.Gezicht op de voormalige boerderij De Uithof (Toulouselaan 45) te Utrecht in 2014, hier in gebruik als gebouw voor Kinderopvang Partou. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 825344.

De boerderij is in de vroege 17e eeuw gebouwd. Ze wordt getypeerd als een T-boerderij. Inwendig zijn de ruimtes gelijkvloers ingedeeld op een onderkelderde opkamer na. Overige binnenruimtes bestaan (onder meer) uit een grote kamer en een zijkamer in het woongedeelte, en een bedrijfsgedeelte. Tot het monumentale interieur behoren zaken als een schouwbetegeling en moer- en kinderbalken met sleutelstukken. De gevels zijn uitgevoerd in baksteen met wolfeinden en muurankers. Daarnaast zijn eikenhouten spanten aangebracht onder het rieten dak.

Kaart Rhijnauwen door J.P. Colognac, in opdracht van J.B. Strick van Linschoten, 1779. (Het Utrechts Archief). Bron: Amelisweerd en Rhijnauwen Cultuurhistorisch onderzoek Albers Adviezen Historische Parken Utrecht.Kaart Rhijnauwen door J.P. Colognac, in opdracht van J.B. Strick van Linschoten, 1779. (Het Utrechts Archief). Bron: Amelisweerd en Rhijnauwen Cultuurhistorisch onderzoek Albers Adviezen Historische Parken Utrecht.

De boerderij dankt haar naam aan de kloosterboerderijen (uithoven) die in het toenmalige gebied Oostbroek werden gesticht. Vanaf omstreeks 1960 is het agrarische karakter voor een aanzienlijk deel verdwenen uit het gebied door vooral de grootschalige verplaatsing van de Utrechtse universiteit vanuit de binnenstad naar deze locatie. De in die ontwikkeling ontstane subwijk De Uithof zou haar naam gaan ontlenen aan boerderij De Uithof. De boerderij kreeg ook daarin een nieuwe rol en werd begin jaren 1960 ingericht als proefboerderij voor de universiteit. In die hoedanigheid werd er onder meer een nertsenfokkerij opgezet in samenwerking met de Nederlandse pelsindustrie.

Na lange leegstand is de boerderij eind 20e eeuw herbestemd als kinderdagverblijf. In 2004 brak er een grote brand uit en in de jaren erna heeft er nieuwbouw/herbouw plaatsgevonden.

Bron: Wikipedia.nl

Anthony van Scherpenzeel bewoner van boerderij De Uithof. Geboren 25 oktober 1804 te Odijk en overleden 7 maart 1896 te De Bilt hij werd 91 jaar oud. Foto: Familiearchief Van Scherpenzeel, Nieuwegein.Anthony van Scherpenzeel bewoner van boerderij De Uithof. Geboren 25 oktober 1804 te Odijk en overleden 7 maart 1896 te De Bilt hij werd 91 jaar oud. Foto: Familiearchief Van Scherpenzeel, Nieuwegein.

Boerderij De Uithof was tot het jaar 1696 een pachtboerderij van het Klooster op landgoed Oostbroek in De Bilt. In dat jaar verkocht de landeigenaar van Oostbroek de boerderij aan een particulier grondeigenaar.

In het jaar 1722 komt De Uithof in handen van de Heer van Rhijnauwen. Melchior ten Hove is dan op dat moment de eigenaar van het landgoed.

Op 2 oktober 1772 toen Jhr. Jan Balthazar Strick van Linschoten Landgoed Rhijnauwen aankocht was de boerderij nog niet in zijn bezit. Pas op 4 januari 1773 kwam De Uithof in zijn bezit na aankoop van de laatste vast-, en onroerende goederen die bij het landgoed gevoegd konden worden.

David ten Hove de edelman uit Amsterdam zoals je hierboven las verkocht op die datum van 1773 zijn laatste goederen behorend bij Rhijnauwen aan Jhr. Jan Balthazar. David was de zoon van Melchior.

Vanaf het midden van de negentiende-eeuw kwam er een nieuwe pachter op de boerderij. Dat was Antony van Scherpenzeel. In de loop van die eeuw werd de huidige Zandlaan naar hem genoemd onder de bevolking, 'het Laantje van Toon van Scherpenzeel'.

Antony kwam uit een groot gezin. De familie Van Scherpenzeel kwam al eeuwen lang voor in de omgeving van De Bilt, Bunnik, Odijk en Langbroek enz..

Anthony's vader Helmert van Scherpenzeel trouwde in 1801 met Hilligje Zwetselaar of
Zwitselaar of Swetselaar of Suitselaar. Uit dit huwelijk kwamen 5 zonen en 1 dochter voort. Waaronder ook nog een andere zoon Evert van Scherpenzeel de broer van Antony.

De beheerder van deze website Houtense Hodoniemen is de zesde generatie na Evert van Scherpenzeel, Sander van Scherpenzeel is de naam. De broer van Sanders voorvader Evert van Scherpenzeel heeft dus een laan naar zich genoemd gekregen. Dus blijkt Houtense Hodoniemen toch nog een beetje zijn eigen familie straatnaam te hebben. Maar dan wel in een ver verleden.

In de familie historie Van Scherpenzeel in Bunnik en omgeving gaat het verhaal dat Anthony van Scherpenzeel die in 1804 geboren is. Een remplaçant zou zijn geweest voor Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten van Rhijnauwen die geboren was in 1790. Die vervanging als soldaat zou dan plaats gevonden moeten hebben in de tijd dat het Napoleontische legers van ruim 691.500 man sterk naar Rusland trok om te vechten tegen de Tsaar.

Als dank zou Anthony van Scherpenzeel boerderij De Uithof gekregen hebben in pacht van Jhr. Jan Balthazar Strick van Linschoten van Rhijnauwen de vader van Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten. Men kon aan het begin van de negentiende-eeuw dus voor een rijker iemand in dit leger dienen zodat de baron of de jonkheer er niet in hoefde. De lagere burgelijke stand nam dan wel deel aan het leger als soldaat en kreeg hier ook flink voor betaald voor deze remplacimentie door de oudere adel van die tijd.

Helaas na onderzoek door onze stichting naar dit familie verhaal valt op te maken dat er in het verleden gebluft is of er een verwarring in de familie geschiedenis is ontstaan. Jhr. Jan Carel Wendel heeft ook gediend in het leger van Napoleon in de veldtochten naar Rusland die vanaf juni 1812 begonnen. Jan Carel Wendel moet dan 22 jaar zijn geweest. Hij is teruggekeerd naar het landgoed Rhijnauwen. De Antony van Scherpenzeel die in 1804 was geboren en als remplacant zou hebben gediend voor Jan Carel Wendel zou nooit als kindsoldaat in dit leger hebben gediend en zou dan nauwelijks 8 jaar zijn geweest. Maar er zijn op de wereld zoals we weten nog meer 'Hondjes die Vicie heten' .

Boerderij De Uithof in 1968. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 79967.Boerderij De Uithof in 1968. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 79967.

Een andere Anthony van Scherpenzeel die wel in dezelfde periode is geboren als Jan Carel Wendel maar dan in 1789 het levenslicht zag heeft wel in dit leger van Napoleon gediend. Op Archieven.nl is dat te vinden. Op genealogische websites is wel duidelijk op te maken dat men niet weet wanneer hij overleden is. Daarom is het zeer aannemelijk dat deze Anthony niet is teruggekeerd van de veldtochten naar Rusland. Deze veldtochten die vanaf 1812 zijn gehouden naar het noordoosten van Rusland waren zo vreet, koud en moordend dat ruim 680.000 manschappen de dood vonden. En waarvan maar 40.000 manschappen konden terugkeren. In die veldtochten kon het zo koud zijn dat men elkaar opat als kannibalen of om nog een beetje aan vocht of drinken te komen elkaar zeik of paardenplas dronk.

Jan Hoynck van Papendrecht: Hollandse infanterie bij de brug over de Berezina (Wit-Rusland) in 1812.Jan Hoynck van Papendrecht: Hollandse infanterie bij de brug over de Berezina (Wit-Rusland) in 1812.

In Het Utrechts Archief is in het notarieel archief van notaris Grootveld een akte van 2 augustus 1813 te vinden. Hierin staat te lezen dat Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten voor zijn 79 jarige vader moet zorgen om zijn administratie bij te houden. Jan Balthazar was al vanaf 1807 blind. Hij en zijn zoon woonde in dat jaar aan de Drift 416 te Utrecht. Jan Carel Wendel wilde helemaal niet in het Franse leger om ten strijde te trekken naar Rusland in de veldtochten. Dit zal ook een van de rede zijn geweest om een notariële verklaring aan de Franse Staat te schrijven zodat Jan Carel Wendel niet in het Franse leger hoefde. Toch is hij gegaan en keert al in 1814 uit Rusland terug en trouwt op 7 augustus 1822 met Mevr. Pauline Gerardine Sibylle Poelman.

In de familielijn van Anthony die in 1789 geboren werd is geen directe familie relatie of connectie te vinden met Helmert van Scherpenzeel en zijn voorouders of de zoon Anthony van Helmert.

Anthony van Scherpenzeel was in 1840 nog wonende op het landgoed Rhijnauwen in de gelijknamige gemeente en had de functie van bouwmeester. Dus eigenlijk de conciërge van het landgoed Rhijnauwen onder Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten.

Boerderij De Uithof was tot 1975 gelegen op het grondgebied van gemeente De Bilt. Het oude adres waar de boerderij aan geadresseerd stond was de Hoofddijk 45 te De Bilt. Na 1975 is dit gedeelte bij de gemeente Utrecht geannexeerd. Het adres werd toen Toulouselaan 45 te Utrecht.

De boerderij behoorde al voor 1773 bij de landbezit van landgoed Rhijnauwen maar stond wel in gemeente De Bilt. In het jaar 1919 kocht de gemeente Utrecht zoals je eerder las op de deze pagina het landgoed van Mevr. J.H.A. Geertsema de weduwe van Jhr. Carel Johan Strick van Linschoten van Rhijnauwen. Dus de familie Van Scherpenzeel die De Uithof pachten kregen een nieuwe eigenaar. De gemeente Utrecht in plaats van familie Strick van Linschoten. De laatste pachtboer Van Scherpenzeel moest in het jaar 1960 de boerderij verlaten. Omdat de boerderij door de Universiteit Utrecht gebruikt zou gaan worden. Naar inschatting heeft familie Van Scherpenzeel een kleine 100 jaar op de boerderij gewoond.

In het jaar 1909 of 1910 is De Uithof grotendeels zwaar beschadigd geraakt door een brand. In het gemeentearchief van De Bilt zijn nog aanvragen voor een bouwvergunningen te vinden om de boerderij te herstellen. De vergunningsaanvrager was de jonkheer.

Heer van Bunnik en Vechten

Jhr. Jan Pieter Strick van Linschoten, heer van Bunnik en Vechten. Geboren op 29 januari 1805 te Utrecht, Utrecht en overleden op 3 maart 1881 te Benschop, Utrecht op 76 jarige leeftijd. Echtgenoot van Mevr. Johanna Louisa Maria Juliana van Dienen. Bron: Delpher.nl Het Nieuws van den dag 8 maart 1881.